Zaterdag 24/08/2019

Aantal spijbelaars blijft stijgen

Meer dan 1 pct van alle (leerplichtige en niet-leerplichtige) leerlingen in het secundair onderwijs spijbelde vorig schooljaar. Dat is iets meer dan het jaar voordien. Een en ander blijkt uit cijfers die Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke donderdag voorstelde op een persconferentie. De minister gaf ook toelichting bij de nieuwe maatregelen in het kader van het Globale Anti-Spijbelplan.

In het schooljaar 2006-2007 spijbelde in het secundair onderwijs 1,18 pct van de leerlingen (leerplichtig en niet-leerplichtig), het jaar voordien was dat nog 1,15 pct. In het schooljaar 2004-2005 ging het om 0,97 pct, in 2003-2004 om 0,98 pct en in 2002-2003 om 0,83 pct. Van de leerplichtige leerlingen spijbelde vorig jaar 1 pct.

Vooral in het deeltijds onderwijs wordt er vaak gespijbeld: 28,23 pct. In het voltijds onderwijs gaat het om 0,57 pct. Het BSO is goed voor 3,45 pct. Er spijbelen meer jongens dan meisjes en wat betreft provincies staat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan kop met een 1,52 pct spijbelaars in het voltijds onderwijs, gevolgd door Oost-Vlaanderen (0,67 pct), Antwerpen (0,66 pct), Limburg (0,47 pct), West-Vlaanderen (0,42 pct) en Vlaams-Brabant (0,33 pct).

Schoolse achterstand


Opvallend is dat het aantal meldingen van spijbelaars het hoogste is bij leerlingen die geboren zijn in 1989 en 1990 en die dus in de derde graad zouden moeten zitten. Toch is het spijbelprobleem volgens de cijfers het grootst in de tweede graad, wat er op wijst dat de spijbelende leerlingen een achterstand hebben opgelopen.

"Schoolse achterstand is inderdaad een belangrijke oorzaak van spijbelen", zegt het Anti-Spijbelteam. Volgens directrice Chris Rossenbacker van het Koninklijk Atheneum van Schaarbeek, waar de persconferentie donderdag plaatsvond, zijn ook schoolmoeheid, het schoolklimaat en te laat komen factoren die spijbelen in de hand werken.

Sneller signaleren


Vandenbroucke zegt dat de stijgende cijfers onder meer te verklaren zijn doordat nu meer dan vroeger scholen de spijbelaars signaleren aan de bevoegde instanties. Dat ze dit doen heeft volgens de minister onder meer te maken met het Globale Actieplan tegen spijbelen dat hij vorig jaar lanceerde.

Dat plan voorziet in een brede aanpak van het probleem: leerlingen, leerkrachten, ouders en scholen, CLB, maar ook de artsen en de lokale besturen worden betrokken. "De school voelt zich daardoor meer gesteund en signaleert daarom ook sneller", zegt de minister.

Vandenbroucke gaf donderdag ook toelichting bij de nieuwe maatregelen in het kader van het Globale Anti-Spijbelplan. Zo telden de basis- en secundaire scholen dit jaar voor het eerst welke leerlingen al dan niet ingeschreven en aanwezig waren tijdens de eerste drie schooldagen. Uit de resultaten bleek dat een half procent van de leerlingen niet in orde was. Een probleem, want "zo missen ze de start van het schooljaar en bemoeilijken ze de schoolwerking", aldus Vandenbroucke.

Daarnaast ontvangen leraren en directies volgende week een spijbelbrochure en is er een vernieuwde website. De brochure zit in het onderwijstijdschrift Klasse en geeft onder meer via interviews achtergrondinfo over de aanpak van spijbelen. Ook onder andere politie, parket en artsen, krijgen de brochure. Voor de artsen is er ook een bladwijzer voor hun voorschrijfboekje, die aanmoedigt om te helpen spijbelproblemen.

Op de vernieuwde website www.ond.vlaanderen.be/leerplicht vindt elke doelgroep informatie over hoe ze spijbelen best kunnen aanpakken. (belga/dm)

http://www.ond.vlaanderen.be/leerplicht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden