Maandag 21/06/2021

Aankomen tussen roet en pizza hut

ij heeft gevochten voor gratis onderwijs. Tientallen lycea en colleges zijn naar hem vernoemd. Ook een Parijs metrostation draagt zijn naam. Pourquoi ont-ils tué Jaurès?, vroeg Jacques Brel zich af. Hij, Jean Jaurès, de bekende Franse socialist, leeft ook verder in het Ans, in de rue Jean Jaurès. Maar anders dan in de Parijse esthetiek en het timbre van Brel valt er voor de vermoorde Fransman in Ans weinig eer te rapen.

Het zou nochtans een eer móéten zijn. De aankomstplek van de Luik-Bastenaken-Luik. ’s Lands oudste koers. Het point d’orgue van het klassieke voorjaar. Hier moet Philippe Gilbert straks de vuisten ballen. Maar de grandeur ontbreekt in Ans. De rue Jean Jaurès heeft niet de branie van de Via Roma, niet het karakter van de Halsesteenweg in Meerbeke, niet de intimiteit van de Vélodrome in Roubaix. Het is een doorbloede verkeersader. Een brede, lompe verbindingsbaan. De streep ligt aan de oprit van de snelweg, recht voor een bushokje, recht voor de Carrefour. Hondslelijk.

De parking van het warenhuis is klinisch. Een mierennest aan auto’s. De vuilnisbakken puilen uit. Plastic zakken spelen het spel van de wind. Circus Franco-Canadien kleeft tussen de ruitenwissers. Midden op het parkeerterrein prijkt een Pizza Hut. Aan de overkant lijkt ‘Ans Elect’ niet op een elektrozaak maar op een kringloopwinkel. De prijzen zijn vergeeld, het materiaal gedateerd. Koers is hier kolder. Onder de baan demarreert de TGV richting Guillemins. Hier heerst het roet van de wagens, niet het zweet van de renners. Een dakloze ligt te slapen tegen de dieselpomp van Q8. Zijn hond houdt de wacht. La Doyenne, een dame van 119 jaar, verdient meer respect. Alleen een stapel opeengepakte dranghekken verraadt de komst van de koers. “’t Interesseert mij niet. Laat mij gewoon gerust, ik heb u niks te zeggen.” De patron van café Le Relais heeft liever geen bezoek.

De rue Jean Jaurès heeft geen DNA. Het is gewoon een laag asfalt. Van punt a naar punt b. Een dik decennium al ligt de streep in Ans. Liège-Bastogne-Liège, dat is kronkelen tussen Vielsalm, Stavelot, Remouchamps. Een slang door de Ardennen. Ans past niet in dat plaatje. Vroeger, ja vroeger was het beter. Althans voor de schoonheid van de koers. Aankomst in het fiere Luik, op de statige boulevard de la Sauvenière. Lonken en loeren in de tunnels om dan te lachen aan de streep. Aan de oevers van de Maas, in de schaduw van het bisschoppelijk paleis. Prinsen in Luik. Maar Luik was te vlak, te ver van de hellingen. De Côte d’Ans, die moest het gaan doen. Spanning brengen in de koers. Nog voor de streep voor de Carrefour werd geverfd lag de aankomst ook in Ans, ook knal voor een GB-warenhuis.

“Tja, ze betalen ervoor hé. Da’s prima sponsoring”, vertelt Lionel Lebrun, die een krantenwinkeltje uitbaat aan de kruising van de Jean-Jaurès en de Walthère Jamar, de lange, steile helling net voor het opdraaien van de laatste rechte lijn. “Natuurlijk is de arrivé knal voor de Carrefour afschuwelijk lelijk. Horrible. Maar de koers is nu wel lastiger dan vroeger. We hopen hier altijd op goed weer, dan komt er veel volk en zie je de tristesse van de straat niet. Het grote voordeel aan de koers? Dat de gemeente vlak voor en vlak na het gebeuren de straten opruimt.”

Trofee

Ans was net al zoveel andere Waalse gemeenten decennialang afhankelijk van de steenkoolmijnen. Na de Tweede Wereldoorlog vonden vooral de Italianen gemakkelijk de weg naar Waalse schachten. Ans werd een bastion van gueules noires, zwartsnoeten. Stofvreters die zich afbeulden in het noordoosten van Luik, in de mijn van Blegny. De schachten zijn intussen al geruime tijd dicht, maar het volk is gebleven. Ans is een cocktail van nationaliteiten. Niet alleen Italianen, ook Noord-Afrikaanse goudzoekers streken neer aan de rue Jean Jaurès. In Taverne Ansoise ligt La Meuse op de toog, maar ook de La Gazzetta dello Sport. Koffie is er cappuccino. Italo-Belgen met Waals bloed. Dominique D’Onofrio, de coach van Standard, komt hier af en toe een pint drinken. Patron Enrique (“Ja ja, geschreven zoals Iglesias”) vertelt: “Zondag staan we als één man achter Philippe Gilbert, maar het hart van velen klopt nog altijd voor de Italianen. Moreno Argentin, die won hier vier keer. Bettini twee keer, Bartoli ook twee keer. De mijnwerkers hebben de coureurs meegebracht.” La Taverne Ansoise ligt bijna op de top van de Côte d’Ans. Het is een van de weinige plekken waar het sportieve overheerst. Hier spreken ze de taal van de koers. Eindelijk.

Even verderop woont een hechte brok pure koersliefde, fietsenmaker Paolo Bandiziol, op een kleine honderd meter van de streep. Vél’art is meer dan alleen fietsen. In het uitstalraam staan ook trofeeën. Geen moderne, in brons gegoten beeldjes. Maar good old chromé op een blok marmer. De trofee voor L-B-L wordt hier gefabriceerd, al meer dan tien jaar. Op verzoek van ex-burgemeester Michel Daerden.

Paolo Bandiziol is aanvankelijk wat schuchter. Praten over de koers? Geen probleem. Maar over het leven, over de geschiedenis van Ans? Stukje bij beetje. Hij is al wat nerveus voor zondag. Liège-Bastogne-Liège, dat is een hoogdag in Ans. Niet omdat de wedstrijd dit jaar op Pasen valt. Nee, het is het moment de gloire voor de Ansenaren. Een dag lang staan ze in de vitrine. “Heel de wereld ziet ons hé”, klinkt het bij Bandiziol. “In Spanje, Italië, de States, overal kijken ze mee. C’est la fête totale. De Ronde van Vlaanderen, stevige koers, maar La Doyenne is misschien wel de mooiste, niet?”

“Zondag ziet ook iedereen mijn beker. De eerste overhandiging, aan Paolo Bettini. Ik weet het nog goed. Mijn god, wat was ik trots. De winnaar op dat podium, met mijn beker. Kippenvel. Die koers haalt het beste in mij naar boven.” Koers is voor Bandiziol de metafoor voor het leven. Het is trekken en sleuren, maar ook genieten. De guidon vanonder. Wegdromen in een streek met een harde realiteit. Je even held voelen. Je kampioenen wanen. Als satellietstadje is Ans waterdrager voor de kopman in Luik.

Neige-Bastogne-Neige

“Nooit vergeet ik de aankomst van Bernard Hinault nog”, vervolgt Bandiziol. “In 1980 kwam hij in werkelijk Siberische omstandigheden alleen aan. Bij de start regende het snoeihard. Regen die gaandeweg overging in sneeuw. Saronni, Van Impe, Bernaudeau, Pollentier, Baronchelli, alle toppers stapten af. Hinault niet. Die bleef maar beuken tegen de natuur. Nooit vergeet ik die editie, nooit. Die hellewind, die bijtende koude. Hinault had aan de finish bijna tien minuten voorsprong op Kuiper. De koers maakt me zo content. Vroeger nog meer dan nu. De tricheurs, weet je wel. Die moeten eruit. Ik weet het, vroeger waren die er ook al. Merckx is ten slotte zelf ook nog gepakt. Maar de laatste jaren loopt het de spuigaten uit. Kijk eens naar de erelijst van L-B-L. Velen zijn al gesnapt voor doping. Spijtig hé. Verraders, daar houden wij niet van in Ans. Soit, het komt wel goed.”

Bandiziol mag sommige renners dan wel adoreren, zijn hart slaat ook voor de knechten. Zij die zich leegrijden voor een ander. Mannen die kruipen op de Côte d’Ans als de winnaar al gedoucht heeft. “Ze zwalken hier voor de deur, ze weten amper nog waar ze rijden. Ook dát is koers. Het respect voor de kleine man. Die mentaliteit past ook bij Ans.”

Hoe langer het discours van Bandiziol, hoe voller zijn stem. Zijn kleine atelier ademt koers uit. Hij wroet tussen tubes en tandwielen. De familie Bandiziol heeft de charbon van de mijn ingeruild voor het carbon van de fiets. Paolo is hét voorbeeld van de mengelmoes die Ans is.

“De liefde voor de fiets kreeg ik met met de paplepel ingegeven. Mijn nonkel is fabrikant in Udine, mijn geboortestreek. Daar rollen dagelijks 200 fietsen van de band. Af en toe keer ik nog terug, maar eigenlijk ben ik gewoon een Belg”, waarna hij een verhaal opdist uit de Tweede Wereldoorlog. “Mijn grootvader, Luigi, was in die tijd een niet onbelangrijke schrijver. Een Oostenrijker. Maar ja, ik moet u de tijdgeest van toen niet uitleggen. Pas op, hij stond aan de goede kant hé. Ze hebben hem verbannen uit Oostenrijk, waarna hij zijn toevlucht zocht in Italië. In Udine leerde hij zijn vrouw kennen. Veel kan ik u niet vertellen over mijn kindertijd in Italië. Mijn moeder stierf toen ik één jaar was. Mijn vader trok naar België, op zoek naar werk. Hoe ging dat in die tijd? Koppelbazen hé. Zo belandde hij in de Luikse mijnen. Zes jaar lang bleef ik in Italië, bij mijn familie. Pas toen mijn vader met een Belgische trouwde ben ik hier geland. Mijn roots liggen in Italië, mijn leven is in Ans.”

Paolo praat rustig, bedeesd, maar ook gedecideerd. Hij houdt een fiets vast. Eentje in carbon. Bandiziol is waarschijnlijk de enige fietsenmaker van de hele gemeente. Hij herstelt, verkoopt, geeft advies. Een aimabele, minzame man. Een beetje kalend. In Ans heeft hij alles meegemaakt, alles gezien. Het moeizame herstel van de streek. In Nord-Pas-de-Calais, de uitloper van het steenkoolgebied dat loopt van Luik tot Bergen, zoeken ze nog altijd naar nieuw leven. De sluiting van de mijn was een rauwe nekslag voor de regio. Geen kool, geen geld. Ans is er beter aan toe. Minder chômage dan in Noord-Frankrijk, maar toch. De jobs groeien er zeker niet aan de bomen.

“De mijnbouw is definitief vergeten. Ans zet nu in op de hoogtechnologie. Of dat lukt? Redelijk. We zitten intussen al aan de tweede en derde generatie van de buitenlanders die hier neerstreken. Die mensen moeten ook werken hé. Tien euro is hier veel geld. Maar goed, we zijn in volle mutatie. Makkelijk is het niet. Er zijn bedrijven die zich richten op de fotografie, op de ruimtevaart, op de bouw van satellieten. Het onderwijsniveau is ook fors de hoogte ingegaan. Dat moest ook. Kijk eens naar de luchthaven van Luik. Daar gonst het van de bedrijvigheid. Alle vracht die daar passeert heeft voor flink wat werkgelegenheid gezorgd. Waarom het daar zo goed draait? Kijk eens om je heen. Luik is een knooppunt. Je zit meteen op de autosnelwegen, naar Brussel, Parijs, Keulen. Vlot verkeer, dat trekt aan. Maar we moeten de realiteit ook onder ogen durven zien. Niet iedereen heeft hier de luxe een job te hebben.”

Iken Jamal is een van de Ansenaren die geen werk vinden. Hij woont pal voor de aankomstlijn. “Ik wacht al ruim een jaar op een job. Intussen probeer ik voor mijn zoontjes te zorgen.” De drie ukjes zijn maar weinig geïnteresseerd in de koers. Philippe Gilbert? Nooit van gehoord. Gehuld in de blaugrana van FC Barcelona klemt het drietal zich vast rond vader Jamal. “Ik ben Marokkaan. Mijn ouders zijn naar hier gekomen om te werken in de mijnen. Waren die maar nog open, dan had ik werk. De fabriek waar ik tot vorig jaar werkte als technieker is uitgedoofd. Beetje bij beetje. Ik ben zo lang mogelijk aan boord gebleven. Tevergeefs. Het zal straks wel beteren zeker?”

Papa

De hoop op beterschap lag lange tijd in handen van één man. Papa, de vader van Ans, Michel Daerden. Jarenlang had hij de portefeuille van de Waalse begroting op zak en regelde hij de openbare werken. Het resultaat is dat de wegen in Ans merkbaar beter bollen dat elders in de regio. Of het binnenhalen van L-B-L ook op zijn conto geschreven mag worden, is voer voor speculatie. Maar nefast zal zijn invloed alleszins niet geweest zijn. Na achttien jaar is Daerden zijn sjerp evenwel kwijt. Die hangt nu straks om de nek van partijgenoot Stéphane Moreau. De revolte binnen de gemeenteraad tegen Papa was het resultaat van vermeende belangenvermenging, politiek wangedrag en gesjoemel. Toch reikt de populariteit van Daerden in Ans nog verder dan die van Philippe Gilbert.

In brasserie Le Capricorne zijn vier vlaggen geschilderd. Zoals het de identiteit van Ans betaamt, hangen de tricolores van België, Frankrijk, Italië en Duitsland aan de muur. Hier kun je nog potjes pistachenoten ‘draaien’ in de automaat. Hier hangen aquarellen van Jacques Brel aan de muur. Aan de toog woedt een geanimeerde discussie. Is het dankzij papa dat de renners hier aankomen of niet? De tongen komen los. Het enige vurige betoog volgt op het andere. Het is niet duidelijk wie wat zegt. “Vaneigens is dat dankzij hem. Hij is nog minister van Sport geweest hé!” versus “Zwijg toch. Wat heeft die nu met de koers te maken?”

De barvrouw van Le Capricorne, een dame op leeftijd met het vuur in de benen, haalt een foto uit haar handtas. “Hier zie, nondedju. Papa en ik. Op de trouw van mijn dochter. Gedanst dat we hebben. Als er hier nog één iemand iets lelijks zegt over Papa, dan zet ik hem buiten.” Hoongelach is haar deel. Het vervolgt laat zich raden. De handtas blijkt een vergaarbak van PS-memorabilia. “Papa bij de verkiezingen, Papa op ons terras. Papa eet een spaghetti.” Michel Daerden, Papa Chico.

Phil Noens, een vriendelijke snor van in de veertig, trekt zich terug uit het verbale opbod. “Ans is een stad van bon vivants, aujourd’hui peut-être ou alors demain. Net zoals Daerden. Maar je mag zeggen wat je wilt, de resultaten zijn er. Sport heeft dankzij hem een belangrijke plaats ingenomen. We hebben nu tenminste een zwembad, tennisbanen, voetbalpleinen. Die kwamen niet uit de lucht vallen hé. Ans, wat is dat? Daerden en Luik-Bastenaken-Luik, voor de rest heeft nog nooit iemand van ons gehoord.” De patrones hoopt dat de PS’er zondag op haar terras zal staan, aan de voet van de Côte d’Ans, vlak bij het monument voor de mijnwerkers. “De vorige keer stond hij hier ook. Fantastisch hé.”

Een klant: “Als het dankzij hem is dat Ans de aankomstplek is van de koers, dan ben ik hem nóg meer dankbaar. Luik-Bastenaken-Luik, dat is mijn jeugd, dat is mijn leven. Ik heb iedereen gezien. Van Rik Van Looy over Eddy Merckx tot Claude Criquielion. Hadden ze de meet hier maar wat vroeger gelegd, dan had die laatste tenminste gewonnen. Ik kan mijn leven bijna indelen volgens de koers. Dat die nu ook nog in Ans passeert, maakt het verhaal compleet. De hele streek leeft op als de renners passeren. Heel Luik. Alle grote rondes zijn hier al gepasseerd, alle grote coureurs. Manneke, wie als eerste de brasserie passeert, heeft een verdomd grote kans om te winnen. Hier gebeurt het, voor onze neus! Zondag, dan gaat Gilbert hier passeren. La fête totale.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234