Maandag 24/06/2019

AANgezichtschirurg Nasser Nadjmi

'Ik vind nog altijd dat er een groot verschil is tussen er anders willen uitzien en er willen uitzien zoals je jezelf voelt. Aan de eerste categorie maak ik mijn handen niet vuil. Maar als iemand iets aan haar aangezicht wil laten bijwerken omdat ze zich daarmee innerlijk beter voelt, moet het wel kunnen''Weet je welk boek de Vlaming verplicht zou moeten lezen? 'Rijstpap, tulpen en jihad' van Lucas Catherine. Als je dat achter de kiezen hebt, ben je al een eind op weg'

'Plastische chirurgie mag je niet zien, tenzij je die kokkerd van een neus hebt geopereerd'

'Ah', zeiden ze, toen ik in België aankwam. 'Uit Iran. Terrorist?' Na een tijdje zei ik dat ik uit Perzië kwam, voor het gemak. 'Perzië!', riepen ze dan uit. 'Van duizend-en-een nacht, vliegende tapijten en Farah Diba.' Dokter Nadjmi haalt zijn schouders op. 'Eigenaardig dat een mens zich telkens moet verantwoorden. Raar dat ik me een Pers noemde om de verdenking van me af te schudden dat ik een halve Neanderthaler was of met de permanente aandrang rondliep hier de boel op te blazen.' Marijke Libert / Foto Tim Dirven

e Iraniërs kennen Europa veel beter dan dat de Europeanen Iran kennen. Dat weet de befaamde Antwerpse aangezichtschirurg Nasser Nadjmi. Hij kent 'daar' en hij kent 'hier' en leest zich te pletter over beide culturen. Iran behoorde tot een van de oudste, grootste en meest bepalende rijken ter wereld. Iran was Perzië, centraal deel van 'de grote Reus', het Perzische rijk, dat zich ooit uitstrekte van India tot Afrika. Wie herinnert zich uit de geschiedenislessen niet die tot de verbeelding sprekende woorden als Nebukadnezar, de Meden en de Perzen, Zoroastrisme, de koningen Darius en Xerxes? We leerden ze vanbuiten en vergaten nadien dat het grondgebied er nog lag, en een weliswaar versplinterd rijk was waarvan het epicentrum Iran heet. Iran, dat 'een nieuwe bedreiging' vormt voor de Amerikanen. Iran, een moslimstaat die zich vakkundig afsluit voor de buitenwereld.

Iran is vooral ook de bakermat van een fier, denkend en filosoferend volk. Sommige Iraniërs zakten al decennia geleden naar België af om hier verder te studeren en met ons hun deskundigheid te delen. Een van hen leerden wij een jaar geleden kennen, kort nadat hij terug was gekeerd uit zijn vaderland: dokter Nasser Nadjmi. Hij woont ruim een kwarteeuw in België, maar de kerstperiode van 2003 bracht hij bij zijn landgenoten door, tussen het puin van Bam, na een zware aardbeving. Hij was er spoorslags heengetrokken met hulpverleners van het B-fast team van dokter Beaucourt. Dokter Nadjmi blijft van hieruit hulp in Bam steunen en houdt onderwijl een oogje in het zeil. Hij is nog altijd niet helemaal bekomen van wat hij daar als mens, landgenoot en arts heeft meegemaakt.

Nasser Nadjmi: "Beelden, mensen, gesprekken, indrukken. Ik was misschien maar tien dagen ter plekke, maar ik blijf nog met die impressies achter. Ik wil ook alsmaar teruggaan. Drie maanden geleden nog was ik in Bam om het project te bekijken dat we onder meer samen met dokter Beaucourt en de financiële hulp van vele mensen hier hebben opgestart. Je zou kunnen zeggen: je hebt je deel gedaan, je steunt de zaak verder, het geweten is gesust, men neemt het daar wel over, de kous is af. Maar nee dus, in mijn hoofd is het nooit weg. Ik lees erover en volg het nieuws via diverse media en internet. Bam blijft plakken."

Ook omdat u die natuurlijke band hebt met het land?

"Ik weet het niet. Ik merk dat artsen en verpleegkundigen, mensen van ngo's die ernaartoe trokken, diverse hulpverleners alsook perslui enorm aangegrepen waren door wat zich daar voltrok."

Men had het toen niet alleen over de trieste aanblik die Bam bood en over het waanzinnige aantal slachtoffers, maar ook over de overlevers, de fiere mensen die hun rampspoed op een bijna filosofisch niveau tilden.

"Een Iraanse filosoof en dichter uit de dertiende eeuw vergeleek ons volk ooit met de organen van een lichaam. Als één orgaan het begeeft, kunnen de andere organen en kan de rest van het lichaam niet doen alsof er niets aan de hand is. In Bam en verre omstreken bleef niemand onverschillig of werkloos toekijken. Ineens kwam er van overal hulp. Iedereen zette zich in. Hartverwarmend was dat."

En bovenop die puinhopen stonden mensen hun situatie te relativeren.

"Echt waar. Dat is een puur Perzische kunst. Ik heb in de States gewoond, verbleef in verschillende Europese steden en maakte kennis met allerlei nationaliteiten, maar nergens herkende ik het relativeringsvermogen van het volk waaruit ik stam. Moshgelie niest, zeggen ze in het Perzisch, wat letterlijk vertaald betekent: het is geen probleem. Als ze moshgelie niest zeggen, reken dan maar dat er wel degelijk iets ernstigs aan de hand is. Relativeren zit echter in de genen, en het is door de hele geschiedenis heen geweven. De Arabieren, de Grieken, Alexander de Grote: ze zijn Iran binnengevallen, maar niemand slaagde erin het land kapot te krijgen. De Arabieren hebben de Iraniërs nog verplicht al hun boeken, resultaten van duizenden jaren geschiedenis, in het Arabisch te vertalen. Is dat gebeurd? Welnee. Is dat op gewelddadige manier beslecht? Welnee. Een Iraniër probeert niet gewelddadig te zijn, maar hij bezit de kunst om vijanden te kalmeren of zelfs lam te maken.

"Iran heeft ook veel volkeren geassimileerd. Daardoor is Iran het multiculturele land bij uitstek. Perzen, Turken, Koerden en Mongolen en nog zoveel andere groepen leven er samen. Die mix begon al in het vijfde millennium voor Christus en nooit is er sindsdien tussen die groepen onderling een burgeroorlog uitgebroken. Momenteel zouden vier miljoen nieuwe vluchtelingen op Iraanse bodem verblijven, in hoofdzaak Afghanen en Irakezen. Ook nu slaagt men er wonderwel in samen te leven."

Het moet u bijzonder bizar toeschijnen dat op dit land en op uw stad Antwerpen het label 'weinig verdraagzaam' wordt gekleefd.

"De bange houding van zoveel mensen hier tegenover 'vreemd' valt moeilijk te rijmen met ons idee over een multiculturele samenleving. Anderzijds zul je me niet horen zeggen dat alles wat in Iran gebeurt fantastisch is. Integendeel."

Het land is bankroet, het leger en de regering zijn corrupt, geld geraakt niet waar het moet geraken. Ook dat werd pijnlijk duidelijk toen Bam platlag.

"Klopt, en dat terwijl Iran een van de rijkste landen ter wereld is. Het probleem is effectief de corruptie. Alle lokale en internationale ngo's botsen er constant tegen die muur. En wat geen prioriteit heeft, wordt niet aangepakt. Neem opnieuw Bam. Ik was er in oktober, tien maanden na de ramp. Er is bijna niets veranderd. Het puin ligt er nog. In de grote straten is het een beetje opgeruimd, maar de meeste mensen wonen in prefabs naast en tussen de brokstukken van hun verleden. Ik ben er toen met de financiële directeur van het ziekenhuis in Bam - die wij met ons project steunen - op stap geweest. Hij toonde mij de constructie van wat binnenkort het hoofdgebouw van de Rode Halve Maan wordt. Naast het gebouw bevonden zich de resten van de apotheek van zijn zoon, die onder dat puin het leven heeft gelaten. Er is sindsdien nog geen baksteen verschoven, tenzij om het lichaam van die jongeman eruit te halen. De rest is nog zoals het vorig jaar op kerst was. Plat, vernield, een ruïne."

Zou het kunnen dat er ook nog menselijke resten liggen?

"Zeker. Begin oktober hebben ze nog tien lichamen gevonden. Stel je voor wat daar nog allemaal ligt. Weet je wat schrijnend is? Tien kilometer ten oosten van Bam ligt een industriestadje. Als je daar binnenrijdt, waan je je in een andere wereld: prachtige, goed functionerende fabrieken, mooie residentiële wijken, schitterende lanen. Aan de huizen merk je niets van de aardbeving, tenzij hier en daar een barstje. Die huizen waren veel steviger gebouwd en hebben minder te verduren gehad. Wat eventueel kapot was, is allang hersteld. Hoe dan ook, alles leeft en draait er alsof de aarde er nooit beefde. Raad eens wie de eigenaar is van dat hele industriecomplex? De ex-president van Iran, Rafsanjani. Ik mag niet zeggen dat het hele Iraanse systeem corrupt is, maar er zijn wel bepaalde cellen die noodzakelijke ontwikkelingen bemoeilijken. Daardoor zie je in Iran zoveel tegenstellingen."

Wat doen andere volken op het moment dat ze een dergelijke manipulatie of corruptie vaststellen? Ze bestormen paleizen en overheidsgebouwen.

"Er zijn een paar demonstraties geweest, maar nogmaals, het zit niet in de cultuur van de Iraniër om zomaar geweld te gebruiken. In bepaalde streken van Turkije lopen er nog kinderen rond met T-shirts waarop Osama bin Laden staat afgebeeld. Praat in Marokko met een paar mensen over wat ze vorig jaar hebben meegemaakt en je zult merken hoe diep de haat zit en hoe weinig er nodig is om wraak op te roepen. Dat zit diep en onderdrukt en is aartsgevaarlijk. Niet zo in Iran."

Nochtans, als ik aan Iran denk, komen er bij mij ook spontaan beelden naar boven over rellen tegen de sjah, de oorlog met Irak, een maandenlang bezette Amerikaanse ambassade in Teheran.

"Ja, dat is absoluut zo, we staan als een gewelddadig en terroristisch volk bekend. Toen ik in 1983 naar België kwam, durfde ik om die reden niet altijd te zeggen dat ik een Iraniër was. De eerste reactie was steevast: 'ah, een terrorist', of: 'ah, uit het oorlogsgebied'. Ik heb het als jonge gast nog meegemaakt, de bestorming van de ambassade. Ik kende de achtergrond. We hadden nog een sjah die niet hield van vrije meningsuiting of democratische principes. Het land bezat een absolute rijkdom aan olie, maar in de jaren zeventig, tijdens de oliecrisis, toen de prijzen de hoogte in schoten, werd een derde van de inkomsten meteen gebruikt om er Amerikaanse wapens mee te kopen. Het was volle koude oorlog en Iran moest 2.000 kilometer grens met de Russen bewaken. Strategisch gezien was Iran belangrijk, het land was een beetje een spion voor het Westen.

"Het volk zei echter: wij willen geen oorlog en wij willen geen derde van ons loon aan wapens geven terwijl er nog dorpen zijn zonder water en elektriciteit. We willen evenmin dat een groot deel van die inkomsten naar de mondaine feestjes van de sjah gaat. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: de mensen kregen eindelijk de sjah weg, dik tegen de zin van de Amerikanen. Nadien kwamen eerst nog vrij gematigde mensen aan de leiding en werden wij een vrijer land, later werd het extremer, beperkter, een moslimstaat. Ik heb als kind die oorlog tussen Irak en Iran meegemaakt. Wij wisten dat de Amerikanen Saddam steunden met geld en wapens met het doel Iran en onze revolutie te breken. Natuurlijk spuwden wij jongeren die Verenigde Staten uit, en in zo'n sfeer bezette ineens een groep fundamentalistische studenten de ambassade in Teheran."

Toen u achttien was, vertrok u uit Iran om hier te komen studeren voor kapitein ter zee, uw levensverhaal leest een beetje als een Perzisch sprookje.

"Ik deed in Iran de studies van architect, maar in mijn hart wou ik geneeskunde studeren. Dat lukte me toen niet in mijn land. Op een bepaalde dag las ik in de krant een advertentie waarin stond dat de nationale scheepvaartmaatschappij studenten naar het buitenland wou sturen. Die zouden dan in het Engels de studie voor kapitein op de lange omvaart volgen. Tja, kun je je dat voorstellen? Een jonge Iraniër met bepaalde verwachtingen in het leven ziet daar die woorden flitsen voor zijn ogen: Engels, buitenland, kapitein, lange omvaart. Zo'n avontuur, daar wou ik bij zijn. Ik deed mee aan een reeks toegangsexamens. We startten met zesduizend en bleven uiteindelijk met vierentwintig over. Die groep vertrok naar Antwerpen.

"Toen we hier aankwamen, werden we geconfronteerd met de Belgische beeldvorming over Iran. Men stelde ons de onnozelste vragen. Maar de Belgen begrepen het natuurlijk ook niet. Dezelfde regering die zogenaamd kinderen van dertien jaar naar het front stuurde, bracht daar even vierentwintig studenten naar Antwerpen, zette ze bijeen in een mooi huis met een Perzische kok en liet ze in dat westerse leven ook nog eens vrij rondlopen. Uiteraard begrepen de mensen hier er niets van. Ze dachten: die fundamentalisten sturen spionnen naar hier. Het móéten wel terroristen zijn.

"Na een tijdje begreep ik waarom men dat dacht, want ik zag beelden op tv die ik thuis nooit had gezien. Bijvoorbeeld van een marcherend peloton gesluierde Iraanse vrouwen, tot de tanden gewapend. De boodschap luidde dat zij de revolutie naar het Westen zouden exporteren. Ik viel van mijn stoel. Die extreme vrouwen zullen bestaan hebben, dat wil ik niet ontkennen, maar dat was een fenomeen, geen algemeenheid. Kortom, ik zag dat hier een en ander uit de context werd gerukt. Ik weet nog dat ik toen dacht: stel dat ik naar het Brusselse Noordstation ga en daar de vrouwen film die voor het raam zitten, en ik stuur dat materiaal op naar huis met de boodschap: 'Dit doen vrouwen in België als hun man uit werken is'. (lacht)"

U hebt die studies als kapitein eerst afgemaakt voor u geneeskunde ging studeren.

"Absoluut, en het was een fascinerende studie: ik kreeg veel wiskunde, wat ik enig vond, en verder navigatie, sterrenkunde, computerwetenschappen en het vak shipmastersbusiness. We hebben zelfs een vol jaar rondgevaren op een enorm Iraans vrachtschip met een internationale bemanning en een Belgische kapitein als instructeur. Onvergetelijk.

"In juli 1987 was ik afgestudeerd en mijn conclusie was: ik heb geleerd, ik heb de zee gezien, ik heb het meegemaakt, meer hoeft niet. Ik wou in Leuven gaan studeren in het Nederlands maar ik kon toen enkel Engels spreken. In augustus heb ik vier weken lang een spoedcursus gevolgd en in september begon ik. Eerst met tandheelkunde. Toen ik na de eerste zit geslaagd was, ging ik geloven dat ik misschien ook geneeskunde zou aankunnen. Het volgende jaar begon ik geneeskunde te studeren, en ik bleef tevens tandheelkunde doen. Ik hield van de praktijk van tandarts, van dat prutswerk, het delicate werk dat echt met je vingers moest worden uitgevoerd. Later hoorde ik dat er een specialiteit bestond waarbij je én arts én tandarts moest zijn. Zo werd ik specialist mond-, kaak- en aangezichtschirurgie. Ik heb me eveneens bekwaamd in chirurgie bij kinderen met aangeboren gelaatsafwijkingen. En ik doe ook esthetische chirurgie."

We werden het voorbije jaar overspoeld met tv-programma's over plastische chirurgie, met grotere of kleinere borsten, peelings en liftings. Kijkt u daarnaar?

"Ik weiger dat, maar ik hoor veel commentaren van assistenten en verpleegkundigen. Zulke programma's maken ons beroep kapot, denk ik dan. Ik vind nog altijd dat er een groot verschil is tussen er anders willen uitzien en er willen uitzien zoals je jezelf voelt. Aan de eerste categorie maak ik mijn handen niet vuil. Maar als iemand iets aan haar aangezicht wil laten bijwerken omdat ze zich daarmee innerlijk beter voelt, moet het wel kunnen. Kijk, ik krijg veel mensen over de vloer die me zeggen: 'Dokter, ik ben er vijftig, ik ben nog zeer actief in de maatschappij, ik voel veel energie en zou bergen kunnen verzetten, maar de laatste tijd krijg ik vreemde opmerkingen. Men zegt dat ik er moe uitzie, een beetje afgeleefd, en dat ik dat ook uitstraal. Ik vind dat niet leuk en wil dat veranderen om er beter uit te zien én om me daardoor beter te voelen'. Dat vind ik anders dan mensen die komen vragen: 'Ik wil mijn neus, mijn haar en mijn hele gebit veranderen, om er anders uit te zien'."

Weigert u dergelijke vragen?

"Op het vlak van de esthetische chirurgie, wat slechts een deel is van wat ik als arts doe, weiger ik af en toe bepaalde vragen. Bijvoorbeeld als er mensen naar mij toe komen met een onrealistisch beeld van hun uiterlijk. Ik weiger ook de vraag van de jonge vrouw met volgens objectieve normen een mooie neus in een mooi gelaat, die een paar uitgescheurde pagina's uit de Libelle of de Marie Claire voor mij legt, wijst en zegt: 'Die neus wil ik'."

Alsof u een galerij van neuzen in de aanbieding hebt.

"Inderdaad, dat kan dus niet. Anders is het als ik iemand voor me krijg die moeilijk kan leven met die platte boksers- of die scherpe haviksneus en die daar in haar omgeving grote hinder van ondervindt. Dat ligt dicht bij psychisch lijden, en dan moet ik niet te lang twijfelen. Van zulke mensen maak je uiteindelijk geen poppetjes, maar je helpt ze wel."

Toch lijken het geen noodzakelijke heelkundige ingrepen. Het zijn geen ongevallen, het is geen huidkanker, de basis blijft een esthetische en niet een medische norm.

"Daarom zou ik nooit honderd procent esthetische chirurgie kunnen uitvoeren. Ik blijf me bewust van die wankele grens. Ik ben blij dat ik ook de rest kan doen, en dat ik volgende week bijvoorbeeld voor tien dagen naar Birma kan vertrekken om er veertien uur per dag kinderen met gelaatsafwijkingen te opereren. Met het ene hier sponsor ik een beetje het andere daar. Ik ben daar noodzakelijk. Maar ook hier voel ik me bijzonder nuttig."

De norm die u hanteert voor schoonheid staat dus in relatie tot wat de mens vanbinnen is?

"Dat kun je nooit van elkaar scheiden. Schoonheid zit vanbinnen, zegt men in de volksmond, maar ik moet eraan toevoegen dat schoonheid ook vanbuiten zit. We wassen ons, vervangen onze kapotte tanden door kunsttanden, schminken ons, kleden ons mooi aan, verven ons haar. Een achttienjarig meisje dat een borstvergroting krijgt als verjaardagscadeau vind ik ethisch onverantwoord. Maar in het geval van een oudere huid, waar door de leeftijd, de zwaartekracht en het milieu alles wat uitgezakt is en in plooien gevallen is, grijp ik wel in. Ik kan ervoor zorgen dat de structuren weer naar hun oorspronkelijke plaats gaan en daartoe gebruik ik medische kennis over de anatomie en over het fysische proces van veroudering.

"Belangrijk is dat niemand nadien iets opmerkt. Wat gebeurt er in het beste geval als zo'n dame weer op het werk verschijnt? 'Tiens', zeggen collega's, 'heb jij een andere bril aan, of zit jouw haar anders?'. Over die vermoeide indruk wordt helemaal gezwegen. Nu, op dat moment is de operatie voor mij geslaagd. Plastische chirurgie mag je niet zien. Tenzij je die kokkerd van een neus hebt geopereerd, dat is uiteraard iets anders. (pauzeert even) Anderzijds, wat is schoonheid en wat is een afwijking? Er zijn mensen die zo'n persoonlijkheid hebben dat hun op het eerste gezicht wat minder favorabele uitzicht geen enkel obstakel vormt, integendeel. Neem Raymond van het Groenewoud. Die heeft een enorm grote onderkaak, maar zijn ego straalt aan alle kanten, dus dat valt allang niet meer op."

Toch blijft het een vreemde paradox.

"Ik geef een ander voorbeeld: kinderen die geboren worden met een gespleten lip, een hazenlip zegt men hier. Als de ouders zo'n baby kort na de geboorte zien, schrikken ze zich rot. Ze zijn ontgoocheld en roepen snel hulp in. Ik krijg de ontdane ouders bij me op consultatie terwijl ze van die eerste schok aan het bekomen zijn. Ze vragen een operatie, en ik doe een eerste ingreep op de leeftijd van drie maanden. Nu, op dat ogenblik zien de ouders die gespleten lip van hun baby niet meer. Dat kind lacht, is mooi, wordt graag gezien. Als de medische klus geklaard is, het lipje mooi dichtgegroeid en het neusje rechtgezet is, moet ik met die ouders altijd weer datzelfde proces door: ze moeten hun kind opnieuw aanvaarden. Wat blijkt namelijk? Ze waren hun kind mét gespleten lip gewoon en moeten dat nieuwe uitzicht weer leren te accepteren. Dat is de paradox waarover u spreekt. Schoonheid is bijzonder relatief."

Hoe is door uw collega's en patiënten gereageerd op uw achtergrond, uw roots, uw familienaam?

"Heel eerlijk: ik word hier in België nog weinig geconfronteerd met racisme. Dat was in het begin anders, al had dat meer met een gebrek aan kennis over mijn achtergrond te maken. Ik denk dat er nog zelden vooroordelen opduiken als je de taal redelijk goed spreekt, als mensen zien dat je gestudeerd hebt en als je een meerwaarde betekent voor de maatschappij. Racisme ontstaat bij mensen die zich bedreigd voelen. Racisme komt tot uiting als verkeerde informatie het onveilige gevoel aanwakkert. Het is daarom veel belangrijker een goede kennis te hebben over het zogenaamd vreemde zoals de islam. Weet je welk boek de Vlaming verplicht zou moeten lezen? Rijstpap, tulpen en jihad van Lucas Catherine. Als je dat achter de kiezen hebt, ben je al een eind op weg. Het boek schetst positieve zaken, geeft een goede duiding en is daardoor inhoudelijk onweerstaanbaar."

Bent u een moslim, of beter gezegd: bent u gelovig?

"Op papier ben ik een islamiet. Ik bedoel daarmee: ik ben uit moslimouders geboren. Was ik uit katholieke ouders geboren, u zou me katholiek kunnen noemen, en uit een joodse moeder ontstaan zou ik zelf joods zijn. Godsdienst wordt gedragen door geboorte. Negenennegentig procent van de mensen heeft een godsdienst omdat de vader en/of moeder die heeft. Toen ik in mijn laatste jaar tandheelkunde zat aan de Katholieke Universiteit Leuven kreeg ik godsdienstles, en ik moest daarover een examen afleggen. Ik heb met mijn professor gepraat, een priester, een fantastische man. Ik vroeg toen of het niet een beetje raar was dat ik als niet-praktiserende moslim een examen katholieke godsdienst aflegde. Hij stelde me dadelijk voor een werk te maken, een vergelijkende studie tussen de islam en het christendom over het scheppingsverhaal. Ik heb toen heel veel boeken gelezen, ik ben naar de fundamenten gegaan van beide religies en wat merkte ik? Het verschil was... niets."

Het was een dun eindwerk dat u afleverde?

"Vergeet het, ik was zo gedreven en geboeid geraakt, het werd bijna een doctoraatsthesis. Volgens mij zijn de verschillen gemaakt door de politici en de culturen. Geloviger ben ik door die studie dus niet geworden."

Bent u dan een agnost?

"Dat durf ik niet te zeggen omdat ik geen overtuigde agnost ben. Ik ben nog op zoek. Er zijn vragen die ik nog niet heb kunnen beantwoorden voor mezelf."

Als u zoekend bent, wat mist u dan?

"Ik vraag me af wat er gebeurt met de energie die in ons zit op het moment dat we sterven. Die vraag kwam de eerste keer sterk opzetten toen we anatomie kregen en dissecties moesten uitvoeren. In een zaal lagen toen zo'n twintig lijken bijeen. Je sneed ze open en vond de zenuwen, de spieren, de bloedvaten. Bij elk lichaam zat dat min of meer op dezelfde plaats. Gelukkig maar, anders zou je miljoenen boeken anatomie vanbuiten moeten leren. Dat is niet zo, er is één overkoepelend werk over de menselijke anatomie. Toch zijn we allemaal anders. Wat met de energie die er is, en die soms erg sterk is? Er zijn mensen die zoveel energie uitstraalden dat ze bijna de wereld konden veranderen. Ach, ik zal er wellicht nooit een antwoord op vinden."

Hoe bekijkt men u in Iran? U werkt in België, bent een gerespecteerde arts, huwde hier, bouwde een leven uit. Wat betekent dat in uw vroegere omgeving?

"Het verschil tussen onze samenleving hier en de Iraanse is er geen van dag en nacht, in tegenstelling tot wat mensen soms denken. Ik ben ginds geen uitzondering. Ik ben God niet omdat ik in het buitenland mocht studeren. Toen ik laatst in Teheran een internationaal congres meemaakte over maxillofaciale chirurgie merkte ik dat alle technieken die we hier hebben ook daar worden gebruikt. Iran heeft prachtige ziekenhuizen, Iraniërs zijn ontwikkelde en open mensen. "Contrasten zijn er zoals gezegd wel. De corruptie zorgt soms voor grote miserie, maar het waardevolle, de kiem, is wel aanwezig in die maatschappij.

"Teruggaan zou echter moeilijk zijn, tenslotte leef ik hier al langer dan dat ik in Iran leefde. Ik voel me niettemin nog altijd Iraniër én Belg. Op beide ben ik trots. Ik ben hier bovendien gehuwd en heb twee kinderen aan wie ik het beste van beide culturen wil meegeven. Het enige wat mij stoort, is dat men zo weinig over mijn vaderland weet. (lacht) Zelfs sommige collega's vragen al eens: 'Nasser, vanwaar ben je nu weer, van Iran of Irak?'. Het gaat om een 'n' of een 'k', maar in wezen zijn het werelden van verschil, bijvoorbeeld het verschil tussen Arabieren en Perzen. Ach, ik wil hier eigenlijk niet over zeuren. Ik ben een Iraniër die het geluk kende ook de westerse cultuur te mogen meemaken en die probeert de elementen van beide te verbinden."

Wat zijn goede elementen binnen ons model hier?

"Leuke vraag, want ik vind het jammer dat Belgen alleen maar de negatieve dingen van zichzelf zien en uitvergroten. Ik vind hier veel positieve elementen terug. Ik kijk op van het organisatietalent, het harde werken en het doortastende handelen. Universiteiten worden goed gerund en de gezondheidszorg draait als nergens ander. En uiteindelijk werken u en ik daarvoor. Het is niet de staat die de mensen ondersteunt, wij zijn het met zijn allen. Ik sta te kijken van die ingebakken solidariteit die dergelijke tastbare resultaten geeft. Die combinatie van inzet, hard werken en solidariteitsprincipe maakt dat je er als land staat. Echt, ik vind dat de mensen hier trotser moeten zijn op wat ze zijn en hebben.

"Er zijn problemen met allochtonen, akkoord, maar beter dan radicale standpunten in te nemen zou je kunnen bekijken hoe we aan oplossingen kunnen werken. In het leven, zegt men, moet je de kansen grijpen. Sommige mensen zien die kansen en grijpen ze, ze werken ervoor en bereiken hun doel. Ik heb dat geluk gehad, al was het niet steeds simpel. Ik heb jaren jobs moeten doen om te kunnen studeren. Maar soit, het heeft geloond. Niet iedereen heeft dat geluk. Het is volgens mij de taak van de maatschappij om iedereen de toegangswegen te tonen die leiden naar mogelijke kansen. Belangrijk daarbij is het onderwijs. Het is de verdomde plicht van dit land om elk mens, iedere groep te blijven helpen. Wie afzondert en uitsluit, is mee verantwoordelijk voor het radicaliseren. We weten intussen helaas waar dat toe leidt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden