Woensdag 04/08/2021

'Aan de val van de Muur hebben we nooit gedacht'

Hoe ondermijn je een regime dat spionnen heeft in alle lagen van de bevolking? In de DDR vond alles wat oppositie was onderdak in de evangelische kerk. Zo was er de Berlijnse Zionskirche, een verzamelplaats voor de groene jongens, de vredesactivisten, maar ook voor de punkers die later Rammstein gingen heten. In de Zionskirche werd de oppositie groot. Met dank aan een razzia van de Stasi, 1987.

Hier volgt een tip voor wie vandaag een nog min of meer getrouw beeld wil krijgen van Oost-Berlijn zoals het was voor de val. Trek een paar stevige schoenen aan voor een wandeling die begint aan de Alexanderplatz, aan dat gekke Werelduurwerk dat ooit aan de DDR-burgers vertelde hoe laat het was in steden waar ze niet heen mochten.

Begeef u vervolgens richting Karl-Marx-Allee, een lange, brede laan richting oosten. Denk de bio-, fiets- en designwinkels die er zich intussen gevestigd hebben even weg, en laat u imponeren door een in het Westen onbestaande weidsheid. Blijf wandelen, en u komt in de Frankfurter Allee. Nog meer stalinistische architectuur. Lelijk is ze niet. Maar wel heel impressionant. Architectuur waarin een mens zich niet kan verstoppen, en zo was ze ook bedoeld.

Aan het eind van de Frankfurter Allee moet u linksaf, naar de Normannenstrasse. Een paar honderd meter verder, en u staat voor de deur van het vroegere ministerie van Staatsveiligheid, 'zwaard en schild' van de communistische partij.

In dit gebouwencomplex kreeg Stasi-minister Erich Mielke in 1976 af te rekenen met een vervelende zaak. De zaak-Oskar Brüsewitz.

Oplaaiend vuur

In augustus 1976 parkeert dominee Oskar Brüsewitz zijn wagen voor een kerk in Zeitz, niet ver van Leipzig. Op zijn auto plaatst hij een bord waarop hij de 'onderdrukking van jongeren' door de communistische partij aanklaagt. Vervolgens overgiet hij zichzelf met benzine en steekt een vuurtje aan. Vier dagen later is hij dood.

Het DDR-regime en de gezagsgetrouwe media - in feite een pleonasme, andere zijn er niet - doen de zelfmoord af als 'de actie van een verwarde geest'. Maar zo heeft niet iedereen het gezien.

De banalisering van Brüsewitz' radicale protestdaad zorgt voor een vroege golf van protest in de DDR. Vooraan in het protest loopt Carlo Jordan (1951), toen een jonge bouwingenieur uit het Oost-Berlijnse district Friedrichshain. Naar aanleiding van de zelfverbranding van Brüsewitz verspreidt hij een protestbrief aan het adres van toenmalig DDR-staatshoofd Erich Honecker. Jordan wordt samen met drie medestanders opgepakt door de Stasi, verdwijnt twee dagen in de cel en wordt vervolgens naar een nieuwe werkplaats gestuurd.

"Ik werkte als bouwleider op een werf in de buurt van het Charité-ziekenhuis, vlak bij de Muur", vertelt Jordan. "Dat vonden ze blijkbaar te riskant, dus werd ik naar veiliger oorden gestuurd."

Het protest en de manier waarop het regime dat protest counterde noemt Jordan vandaag "een keerpunt, voor mij persoonlijk, maar ook voor de DDR-oppositie in het algemeen. Het vuur dat toen oplaaide, hebben ze nooit helemaal kunnen blussen."

DDR-punk

Carlo Jordan engageert zich in het begin van de jaren tachtig vooral in de milieubeweging. Samen met enkele gelijkgezinden verzamelt hij geheime informatie en verboden literatuur, voornamelijk over de vervuiling in de DDR. De beweging krijgt daarbij de steun van de evangelische kerk, al bleken de motieven niet altijd even zuiver.

"In die periode meldde zich ook Gottfried Gartenschläger," vertelt Jordan, "een dominee die verantwoordelijk was voor de 'vredeskring' Friedrichsfelde, maar na de val van de Muur werd ontmaskerd als een informele medewerker van de Stasi (een Inoffizielle Mitarbeiter, afgekort IM, JdP). Gartenschläger stelde voor om onze bibliotheek bij hem onder te brengen. Uiteindelijk zijn we niet op zijn aanbod ingegaan omdat we op zoek waren naar een meer centrale ligging."

Jordans Umweltbibliothek zou in 1986 een onderkomen vinden in de kelders van de Zionskirche, Berlin Mitte. Dominee Hans Simon zet er de deur open voor alles wat de oppositie diende, van drukpersen voor illegale publicaties over lezingen tot concerten. Zo trad in de Zionskirche onder meer Die Firma op, een punkband die samen met de in Oost-Duitsland legendarische band Feeling B zou uitmonden in het vandaag wereldberoemde Rammstein. Boegbeeld van Die Firma was Tatjana Besson, de zangeres en bassiste met een wel zeer dubbel leven. Ook Besson werd na de val van het regime ontmaskerd als een 'informele medewerker' van de Stasi.

In de nacht van 24 op 25 november 1987 houdt de Stasi een razzia in de Zionskirche. Zeven Umwelt-medewerkers worden gearresteerd, de drukpersen worden in beslag genomen. De operatie, die Aktion Falle werd gedoopt, markeert volgens Jordan het begin van het einde van de DDR. "Onmiddellijk na de feiten hebben we onze man in het Westen ingelicht (Roland Jahn, dissident die in '83 uit de DDR werd gezet, JdP). Op die manier heeft die razzia zelfs de voorpagina van de New York Times gehaald. Nog dezelfde dag is een wake georganiseerd om de gearresteerden weer vrij te krijgen. Met succes. Vrijwel onmiddelijk waren ze weer vrij.

"Tot vandaag weet ik nog altijd niet wat de partijleiding heeft bezield om de kerk binnen te vallen. Maar ik weet wel dat het een enorme blunder was."

Jordan is ervan overtuigd dat de DDR hier de eerste spadesteek gaf voor haar eigen graf. "De toen nog relatief marginale oppositiebeweging kreeg plots de sympathie van een brede laag van de bevolking. De geest was uit de fles."

Gorbi!

Vanaf eind 1987 neemt het aantal protestacties inderdaad toe. Vaak laat het regime begaan, af en toe slaat het nog hard terug. Een laatste gewelddadige stuiptrekking is te noteren op 7 oktober 1989, de dag waarop 40 jaar DDR met veel luister moet worden gevierd. In werkelijkheid wordt het een viering in mineur. Naar aanleiding van deze verjaardag ontvangt Erich Honecker Michael Gorbatsjov. De Sovjetpresident vertelt Honecker die dag dat het hoog tijd is voor hervormingen. Dat vindt blijkbaar ook het volk. Tijdens de traditionele parades klinkt protest. 'Gorbi, Gorbi', wordt er geroepen.

In de loop van de avond trekken duizenden demonstranten door de straten van Oost-Berlijn. Een van hen is Carlo Jordan. "De betoging is uit elkaar geknuppeld, met het nodige machtsvertoon. Toch voelde je aan alles dat het einde van dit regime nabij was. Het waren dagen van hoop, maar ook van grote onzekerheid. Wat er in de plaats zou komen wisten we toen nog absoluut niet. Je mag ook niet vergeten dat de Koude Oorlog op dat ogenblik nog woedde.

"In juni 1989 had Honecker nog verklaard dat de Muur nog minstens 50 jaar zou blijven staan. Aan een eventuele val van de Muur had ik toen nog geen seconde gedacht, laat staan aan een verdwijning van de DDR in een verenigd Duitsland. Daarvoor waren we ook niet de straat op gegaan. Het was ons om burgerrechten, democratie en vrijheid te doen."

'Niks te zien'

Op 9 november staat partijsecretaris Günter Schabowski de pers te woord. Als hij een vraag krijgt over nieuwe uitreisregelingen, en wanneer die precies van kracht zijn, twijfelt hij even. Schabowski weet het niet, en gokt. "Vanaf nu", zegt hij.

Het nieuws dringt pas langzaam door, ook bij Carlo Jordan. "We hadden die avond een vergadering met de Europese Groenen. Een van de aanwezigen vertelde ons dat er blijkbaar iets aan de hand was met de Muur. Hij is een kijkje gaan nemen, maar was al snel terug. 'Niks te zien', zei hij.

"Toen ik om 22 uur terug thuis kwam, vond ik een briefje van mijn vriendin. 'Ben met Ilka naar het Westen". Ik begreep de boodschap niet, en ben rond halftwaalf gaan slapen. Ongeveer op hetzelfde ogenblik werd er aangebeld. Er stonden een paar vrienden voor de deur. Samen zijn we naar de Grenzübergang Bornholmer Strasse gegaan. De Muur was er net opengegaan. Een feest, zeer zeker, maar tegelijk heerste er ook grote verwarring. Niemand wist precies wat er aan de hand was."

Een zo mogelijk nog groter feest kwam er volgens Jordan twee maanden later, op 15 januari 1990. Een paar duizenden burgers trekken in de loop van de avond naar het ministerie van Staatsveiligheid. "De Stasi was op dat ogenblik druk bezig met de vernietiging van bezwarende dossiers. Dat wilden we verhinderen. Na wat duw- en trekwerk zijn we binnen geraakt. Symbolisch was het een bijzonder belangrijk moment. Het volk was hier binnengedrongen in het hart van het regime: het paleis van Erich Mielke, de Stasi-minister."

Kort na de bestorming van het ministerie houdt de Stasi op met bestaan. Op initiatief van Carlo Jordan krijgen de gebouwen een nieuw leven als Gedenk- und Forschungsstätte zum DDR-Stalinismus, in de volksmond beter bekend als het Stasi-Museum. Jordan, vandaag bestuurslid van het museum, vertelt hoe het Stasi-archief ondanks grote vernietingsoperaties nog altijd ongeveer 39 miljoen fiches bevat. Alles samen beslaat het archief 111 kilometer aan dossiers.

Uiteraard gaan enkele centimeters over Carlo Jordan, en uiteraard heeft hij zijn dossier ondertussen al lang ingekeken. Op die manier kwam hij ook te weten wie hem in zijn jaren als opstandeling allemaal heeft bespioneerd. "Een van die spionnen was een goede kennis. Dat was confronterend, maar ik heb het haar vergeven. In haar geval kan ik er zelfs enig begrip voor opbrengen. Ze was een Joodse, en daarom wellicht nog meer dan anderen gevoelig voor de antifascistische retoriek van het regime."

Het Stasi-Museum loopt leeg, samen met fotograaf Rolf gaan we op zoek naar een mooie locatie voor de foto. Het duurt niet lang of Jordans oog valt op een bureau, netjes afgespannen met een touw. Heel even aarzelt hij, dan wipt hij over de afspanning en gaat hij zitten op de stoel die ooit was voorbehouden voor de schrik van de natie, minister van Staatsveiligheid Erich Mielke. "Nooit eerder gedaan", zegt Jordan. Zijn stoutejongensblik vertelt de rest.

Morgen deel 3: Het wonder van Leipzig

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234