Zaterdag 16/10/2021

Aan de poorten van de Hel

De kasseirit naar Arenberg zou de rit van de waarheid worden, en werd dat ook. Alleen draaide het helemaal anders uit dan de meeste renners en ploegen hadden gevreesd. De lessen van de kasseien klonken als bijbelse vermaningen. Zij die maandag nog aan de winnende hand waren, waren dinsdag de verliezers. Diegenen van wie iedereen dacht dat ze zouden verliezen, werden de grote triomfators. Zij die hoopten te kunnen toeslaan, kregen harde klappen en zijn op achtervolgen aangewezen. Zij die altijd onafscheidelijk waren, zagen voor het eerst hun wegen uiteenlopen. Nog voor het stof van Arenberg opgetrokken was, likten de renners hun wonden.

Kasseienrit in Noord-Frankrijk maakt slachtoffers én onverwachte winnaars en verliezers

“Vandaag zal er niét gewacht worden. Vandaag zullen we doorrijden. Vallen of lek rijden zijn geen argumenten meer. Dat zijn de wetten van de kasseien.” Aan de start in het Waalse Wanze laat Alain Galopin, ploegleider bij het ‘grote’ RadioShack van Lance Armstrong, er geen twijfel over bestaan. In tegenstelling tot de geamputeerde Ardennenrit, waarover de hele dag nog druk gebakkeleid werd (zie pagina 22, zou er op weg naar de oude mijnterreinen van Arenberg geen clementie zijn, geen meededogen, geen genade.

Het klonk vooraf als een ‘zakelijke mededeling’ van het kamp van de aanvallers aan het adres van de vermoedelijke verliezers. En wie konden dat anders zijn dan de ‘lichtgewichten’, de luxepaardjes die met hun lichte tred de cols domineren, maar die van hun fiets daveren - ook van de schrik - als ze kasseien moeten bedwingen. Vriend en vijand vermoedde dat de Schlecks zich zouden vastrijden in slijk en stof.

Zeven stroken kasseien waren er, drie ervan in België, vier in Frankrijk, de laatste in de laatste tien kilometer voor de aankomst. Want ook al ligt de oude mijnsite vlak naast het ‘Bos van Wallers-Arenberg’, de meest roemruchte van alle kasseistroken zou het Tourpeloton niét aandoen.

De streep lag dus aan de poort van de echte Hel. Dacht men. Geen van de geselecteerde kasseiestroken moest inzake moeilijkheidsgraad onderdoen voor die op het klassieke traject van Parijs-Roubaix. En een Tourpeloton rijdt op een geheel andere manier over de stenen dan hun klassieke collega’s dat doen. In een klassieker maakt het niet uit of je met een halve dan wel tweeënhalve minuut wint of verliest: het is de (eerste) plaats die telt. In de Tour maakt men zichzelf wijs dat elke seconde een wereld van verschil betekent, dus wordt er in juli véél feller gevochten dan in april. En dat door renners die oneindig ‘incompetenter’ zijn. Het gros van het Tourpeloton is niet alleen niet getraind voor dit soort werk, het heeft er ook helemaal geen zin in. Combineer het even lastige parcours met een strijd met (nog) meer inzet en renners die eigenlijk geen ‘beroeps’ zijn voor dit jobonderdeel, en je krijgt een even spannende als gevaarlijke mix. En de stijgende spanningen in het peloton maakten het al helemaal een strijd op leven en dood. Iedereen wist dat er bij wijze van spreken zelfs geen krijgsgevangen zouden worden gemaakt. No mercy.

Al in de aanloop naar de eerste strook was het duidelijk dat er opnieuw chaos dreigde. Of beter: rampspoed. ‘Chaos’ is in deze conflictrijke Tour al snel verworden tot een mantelbegrip: je kunt er alles onder kwijt. De organisatorische ramp in Brussel, de massale valpartij op de Stockeu, het fait accompli waarmee een paar topploegen de rest voor het blok zetten, alsook het sportieve drama dat zich op weg naar Arenberg ontwikkelde.

Vooraf al vreesden de meeste ploegen ‘de race naar de Hel’. (Omdat elke renner met een beetje ambitie de stenen bij de eersten wil opdraaien, om het risico op valpartijen te beperken, brengen hun ploegmaats hun frontrunners graag naar voor. Dat betekent dat er dertig, veertig man, op zijn minst, voortdurend zit te dringen om op die eerste rij te raken, op wegen die bepaald geen boulevards zijn. En dus zag je renners die ervoor kozen om via het voetpad naar voor te gaan, even abstractie makend van het feit dat supporters (en zelfs de oppassendsten onder hen) zich bij voorkeur dáár bevinden. En ofwel knallen ze ineens tegen een frigobox, of moeten ze bruusk uitwijken en haken ze in een andere renner. Het waren valpartijtjes - die de aandachtige kijker niet ontsnapten, maar die vaak niet eens het logboek van de Tour haalden - die de zenuwachtigheid verraadden, en die een voorbode waren van echte onheil.

Het gevecht vooraan voor de beste posities was zowel fysiek als psychologisch. QuickStep, een ploeg met knowhow als het op kasseien aankomt, wilde vooraan blijven om de gele trui van Sylvain Chavanel te verdedigen. Maar de ploeg van de leider werd voor één keer redelijk genadeloos van de leiding in de groep weggedrongen. RadioShack (Armstrong) wilde namelijk ook voorin. Gregory Rast reed overigens als eerste over de kortste, eerste kasseistrook van 350 meter, Rabobank (Gesink, Menchov) drong naar voor, Liquigas (Basso) wilde zich evenmin laten wegduwen, maar toen kwam en walste Team Saxo (Cancellara, de Schlecks) naar voor. Cervélo (Hushovd) stak nog een tandje bij.

Het echte drama gebeurde op de vierde van de zeven stroken. Ongeveer op het moment zelf dat vooraan Fabian Cancellara de (figuurlijke) gashendel opendraaide en naar voor stormde, met Andy Schleck in zijn wiel, viel broer Fränk Schleck na een aanvaring met Tony Martin. Hij viel hard en slecht. Een beetje waarnemer ziet en voelt meteen: dit is ernstig. Eén oogopslag naar Frank Schlëck, en vooral zijn lichaam - plat op de grond, het gezicht omhoog, de armen uiteen, de fiets half in de greppel - deed meteen een niet-banale val vermoeden.

Zo ontvouwde zich de eerste akte van een dramatische rit. Andy Schleck, angelieke Andy, frêle en ogenschijnlijk teer, te broos voor die kwade kassei, reed helemaal vooraan, achter de brede rug van Fabian Cancellara. Fränk Schleck had toen al opgegeven. Een sleutelbeenbreuk, zo bleek later, dus dat ‘viel mee’. Maar het onafscheidelijke broederpaar is wel gescheiden.

Dat is natuurlijk een verhaal vol koekendozenromantiek: net de dag dat de jongste broer een goede zaak doet, valt de oude broer weg. Het was dus een merkwaardig spektakel aan de Saxo-bus. Vermoeide renners, net zo vuil als de mijnwerkers van weleer, zochten zich een weg door een steeds opdringeriger gezelschap van journalisten, technici en toeristen, die wrongen en duwden en stootten dat het geen naam meer had, om toch maar een glim van Andy op te vangen. En, wie weet, een traan, een snik, een krop in de keel. Tenminste iéts van emo-sport. “Dit is erg voor Fränk”, zei Andy oprecht, maar er zullen toch wat Luxemburgse supporters geweest zijn die het niet erg hadden gevonden als hij zijn droefheid wat luider en vooral wat emotioneler had geuit.

Andy hield het evenwel netjes, eerder koel, al vonden de supporters dat misschien niet cool. Hij was hoogstens wat aarzelender dan anders, zat niet zo breed te lachen dan op basis van zijn prestatie gewettigd was. Maar er was ook geen gegrien. Zo ook bij teammaat en nieuwe gele trui Fabian Cancallara: “It’s a pity, but it’s part of the job.” Een ingecalculeerd risico. En Andy Schleck moet inderdaad zonder zijn broer, zijn vriend en beste helper de bergen in, maar hij is in zeker opzicht ook bevrijd van een ‘beperkende omstandigheid’. Als Andy demarreerde, leek het er telkens op dat hij ‘reed en tegelijk omzag’: of Fränk niet te veel achterbleef. Vorig jaar stelde hij op de Mont Ventoux zijn eigen strategie niet af op het belagen van gele trui Contador, maar op het op het podium krijgen van Fränk. Dat mislukte, want Fränk was nu eenmaal net niet goed genoeg.

Wat in de finale op weg naar Arenberg gebeurde, was een niet-intentionele variant op Kaïn en Abel, op de broedermoord. Andy heeft Fränk niet uitgeschakeld. In zekere zin schakelde Fränk zichzelf uit, want hij zat nét iets verder in de groep toen Cancellara full speed ging.

In het spoor van de Saxo-express voltrok zich de tweede akte van datzelfde drama. Al snel sloot zich bij de trein de op weerwraak beluste Thor Hushovd aan, de Cervélo- kopman die in Spa, precies door de actie van Cancellara, van extra punten voor zijn groene rui werd ‘beroofd’. Ook wereldkampioen Cadel Evans was erbij. Een man van wie vergeten is dat hij in zijn jeugd een mountainbiker was, die zich als prof toelegt op, zo niet specialiseert in, de grote rondes, met berg- en tijdritten, en in Arden- nenklassiekers. Zogezegd is hij dus geen kei in dit werk, maar in de Giro won hij wél de Toscaanse helletocht over de ‘strade bianchi’, onverharde veldwegen.

En daarachter reed ineens Lance Armstrong - met het op dit terrein juist zeer te duchten geachte RadioShack-team - al op een halve minuut. En intussen jojode Alberto Contador, die helemaal géén kwaliteiten werden toegedicht op de kasseien, eerst in het gezelschap van Armstrong, dan achter hem. En dan kwam hij weer bij de Amerikaan. Die precies toen een platte band kreeg. En dus van ver moest achtervolgen, met alleen Popovich bij zich. En nadien alleen.

Hij buigt nog iets krommer over zijn buis dan voorheen, zijn ogen liggen nog dieper in hun kas dan vroeger, wat zijn gezicht nog grimmiger maakt, de trek om zijn mond nog verbetener. En tegelijk, voor het eerst, wat wanhopiger - of was het berustender? Het was Armstrongs dagje niet. Een ‘jour sans’, helaas in één van die paar etappes waar dat echt niet mag.

Intussen hield ook een prima Jurgen Van den Broeck naar eigen zeggen “moeiteloos” stand in het tweede groepje. Ook al deed hij een uitstekende zaak in het algemeen klassement, Van den Broeck was “ontgoocheld” omdat hij de juiste tijden niet had doorgekregen. “Anders had ik zelf harder doorgereden.” Ploegmanager Mac Sergeant bleef erbij dat hij “wel tien keer” de situatie door het oortje had uitgelegd. Maar dat is dus ‘de Hel’: dokkerende fietsen, joelende toeschouwers, motoren en auto’s overal, helikopters boven je hoofd, emoties en spanning, en oortjes waardoor je amper wat verstaat. Sport met één been in de voorgeschiedenis van het wielrennen, kasseien die te sterk zijn voor banden en fietsen, dus ook niet voor gevoelige gadgets als oortjes.

En al was intussen ook Sylvain Chavanel lek gereden, en huilde Frankrijk met hem om het voortijdige verlies van de gele trui, toch was dat een zijverhaal. De rest van de volgers wilden zich liever zo snel mogelijk op de echte strijd concentreren. Op het meeslepende gevecht, eerst om seconden, na een tijd toch al om minuten. Maar niét in de volgorde die men vooraf voorspeld had. De favorieten die rekening hadden gehouden met een verlies van een paar minuten, zaten ofwel helemaal op kop van de wedstrijd (Andy Schleck), of deelden een morele tik uit (zoals Contador), aan de verliezers die vooraf door iedereen voorspeld waren als winnaars, met voorop Lance Armstrong. Want Armstrong reed voor wat hij waard was, maar dat was duidelijk niet genoeg. Hij was niet mee toen Cancellara ging en Evans aanpikte, hij had nadien de pech van de bandbreuk.

Lek rijden, een mindere dag, de ouderdom, een combinatie van dat alles: Lance Armstrong was de verliezer van de rit en misschien wel van de Tour. Op weg naar Spa gokte hij dat het nuttig was om de Schlecks gratis te laten terugkomen: dat zal hem nu wel spijten. Op Evans tijd terugpakken in de bergen kan eventueel nog wel lukken, maar op Alberto Contador of Andy Schleck... Hij hield zich nog sterk: “Soms ben je de hamer, soms de nagel. Vandaag was ik de nagel, nog zestien dagen om opnieuw de hamer te zijn.”

De verliezen zijn imposant. De voorlopige klassering liegt niet. Als we de ‘niet-favorieten’ even uitzuiveren, is dit de rangschikking van ‘degenen die er toe doen’ (we tellen vanaf nummer drie in de stand: Cadel Evans, de best geplaatste favoriet):

1. Cadel Evans

2. Andy Schleck op 22’’

3. Alexander Vinokourov op 52”

4. Alberto Contador op 1’01”

5. Jürgen Van den Broeck op 1’03”

6. Denis Menchov op 1’10”

7. Bradley Wiggins op 1’10”

8. Roman Kreuziger op 1’45”

9. Luis-Leon Sanchez op 1’46”

10. Lance Armstrong op 1’51”

De Hel van het Noorden hield dus, met enig duivels genoegen, haar eer hoog. Wat gisteren nog waar is, is morgen voorbijgestreefd. Cadel Evans is de voornaamste outsider geworden, Alberto Contador moet Andy Schleck er bijna een minuut af rijden om zijn favorietenrol waar te nemen, Andy Schleck moet Contador kunnen temmen zonder hulp van broer Fränk, en voor Lance Armstrong kan dit mogelijk zijn Ronde te veel zijn. En, jawel, er is een Belg met uitzicht op de top tien. Voor zover die voorspelling geen blijk is van hoogmoed, want dan volgt die onvermijdelijke val.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234