Donderdag 14/11/2019

Viviane De Muynck

"Aan cosmetische ingrepen doe ik niet, ik tuig me met hoeden en stola's"

Viviane De Muynck. Beeld Stephan Vanfleteren

Actrice Viviane De Muynck is de vierde in een reeks van tien bekende Nederlandstalige toneel- en filmgrootheden die gei¿nterviewd worden door Margot Vanderstraeten. Fotograaf Stephan Vanfleteren zet de door de wol geverfde zestigplussers voor zijn lens.

Na het interview, als de lift van het flatgebouw naar haar 21ste verdieping kruipt en zij leunend tegen de deurpost afscheid neemt, verklapt ze nog een geheimpje. "Ik ga nooit het toneel op zonder een vleugje Allure van Chanel. En o wee als ik deze eau de toilette vergeten mee te nemen ben. Dan is de loge te klein."

Verder dan deze anekdote gaat enige gelijkenis van Marilyn Monroe - 'What do you wear at night?' 'Chanel N°5' - niet.

Als het over haar handelsmerk gaat, zegt de rokende actrice: "Mijn lage, hese stem is die van een sopraan die zich achter een alt verbergt en de mogelijkheden van een bas inhoudt."

Ze citeert daarmee Kristin Linklater, die jarenlang als assistente van Iris Warren werkte. Warren en Linklater zijn toonaangevende stemcoaches in het Verenigd Koninkrijk die tot in Hollywood hun volgelingen hebben.

Láng geleden werd Viviane De Muyncks stem door Linklater getraind: "Vergeet niet dat ik uit de tijd van podia zonder versterkers kom. Dat betekent: we moesten vanaf de scène op een gewone manier mededeelzaam zijn en tegelijkertijd dienden we een groot bereik te behalen. Zo breed spreken, zonder te roepen, vereist een uiterste stembeheersing en een verfijnd gevoel voor ritme en toon."

In tegenstelling tot Monroe heeft De Muynck haar maten en rondingen - 'Ik beantwoord op geen enkel vlak aan het vrouwbeeld dat de maatschappij ons zo graag oplegt' - nooit als troef ingezet. En als mannen ter sprake komen, schudt ze, met een grijns die de zelfspot niet schuwt, vliegensvlug de feministische slogan 'A woman needs a man like a fish needs a bicycle' uit haar mouw.

"Ik heb een aantal onvergetelijke film- en televisierollen gespeeld. Maar vaak heb ik die films of tv-opnames nadien niet eens gezien. Omdat ik niet thuis was. Omdat ik ze vergat op te nemen. Omdat ik alweer door een andere productie opgeslorpt werd.

"Ik ben natuurlijk in eerste instantie een theateractrice. En dat houdt in: ik kijk niet veel naar mezelf, simpelweg omdat theater niet wordt opgenomen. Alleen in de lift word ik gedoemd om in de spiegel te kijken. Ik schrik de laatste jaren wel eens. Vroeger werd ik geleidelijk aan oud, maar sinds ongeveer een decennium verloopt die fase blijkbaar met sprongen. Alsof rimpels, stramme gewrichten en andere ongemakken niet langer het geduld hebben om hun tijd af te wachten. En nee, aan cosmetische ingrepen doe ik niet. Ik tuig me met mijn hoeden en stola's; als afleidingsmanoeuvre zijn die doeltreffender dan botox of een facelift."

U wordt door nationale en internationale kenners en collega's dé diva van Vlaanderen genoemd.
Viviane De Muynck: "Dat verheugt me. Maar ik zal mezelf nooit een diva noemen. Ik geef me grenzeloos als ik speel, ja. En ik kan regisseurs het leven moeilijk maken. Als puntje bij paaltje komt, heb ik namelijk de wellustige brutaliteit van iemand die, nadat ze de tekst en de rol lang heeft onderzocht, weet wat ze moet doen en hoe ze dat wil doen."

"Jan Decorte, van wie ik les kreeg, is daarin mijn leermeester geweest. Ik ben wie ik ben dankzij hem - give Caesar what Caesar is due. Later kwamen daar nog twee Jannen bij: Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia en Jan Lauwers van Needcompany. Wie mij bewierookt, bewierookt ook mijn drie Jannen."

Wat leerden de Jannen u concreet?
"Ze leerden me nadenken. Ze leerden me een denkende acteur te worden, te zijn. Niet iemand die zomaar een tekst mededeelt. Maar iemand die weet welke tekst ze debiteert, hoe ze dat doet, waarom ze dat zo doet, et cetera. Geloof me, het duurt lang voor je doorhebt hoe je dat verschil kunt maken. Maar je maakt het. En het publiek voelt dat meteen."

Viviane De Muynck. Beeld Stephan Vanfleteren

Nog even naar het begrip 'diva': waarvoor staat dat volgens u?
Haha, dát, uitleggen waarom iemand een diva is, is een hele moeilijke. Ik kan het niet. Het heeft met iets ongrijpbaars te maken. Iets wat je niet kunt uitleggen. Judie Dench is geen diva. Maar wat vind ik haar een prachtige actrice! Kan ik daarom verklaren waarom ze geen diva is? Nee."

"Ik vermoed dat het, los van talent en kunde, met onafhankelijkheid te maken heeft. Met een zekere eigenzinnigheid en met soevereiniteit, gezag over het eigen leven. Wie geweldig kan acteren, is daarom nog niet soeverein."

"Bette Davis, Simone Signoret, Katharine Hepburn - die niets met Audrey te maken heeft - en Greta Garbo. Zij waren voor mij absolute diva's."

"Zag je What Ever Happened to Baby Jane?, een Amerikaanse thriller van de jaren 60? Bette Davis speelt Baby Jane, het kindsterretje van weleer dat tot een oud verbitterd kreng is uitgegroeid. Een sublieme vertolking. En wat een grootsheid. Wat een sterke en krachtige vrouwenrol ook."

"Aan Greta Garbo, diva tegen wil en dank, moet ik de laatste tijd trouwens veel denken. Ik vraag me almaar vaker af: hoe lang kan ik nog doorgaan met verhalen te vertellen en mensen met me mee te nemen? Want zo zie ik mijn beroep: ik neem mensen aan de hand en leid hen door een verhaal. Al vertellend wil ik het publiek laten voelen dat we allemaal klungelaars zijn."

"Het bestaan is hoe dan ook genadeloos. Zo wil ik het ook brengen, messcherp en rauw, zonder camouflage. En tegelijk sluipt in alles wat ik doe die compassie, het besef dat het leven één lange struikeling is, voor ons allen. Verhalen, dat is het, scherpen het mededogen. En kunst maakt van ons betere mensen."

Maar nu denkt u dus regelmatig: moet ik me niet terugtrekken à la Greta Garbo?
"Ja, en ik vraag me ook af, en die gedachte is vrij recent, of ik niet eens opnieuw moet gaan schrijven in plaats van te acteren."

'Opnieuw' gaan schrijven?
"Ik heb vroeger veel geschreven. Met dat materiaal heb ik nooit iets gedaan."

"Een acteur zit midden in het publiek. Een schrijver zoekt de afzondering op. Een acteur spreekt teksten van een ander uit. Een schrijver moet ze zelf uitvinden, formuleren, structureren. Als tegenstelling kan dat tellen."

Mijn sterrenbeeld is een tweeling. Ik ben de vleesgeworden spagaat. Ik ben een performer. En tegelijkertijd ben ik totaal niet mediageil."

Hoe wijd kan de spreidstand zijn?
"Van dit interview heb ik dagenlang wakker gelegen. Aan de ene kant denk ik: zullen ze peuteren in mijn privéleven terwijl ik daar niets over kwijt wil? En waarom moet ik praten als ik gewoon kan doen? Aan de andere kant heb ik graag aandacht, meer bepaald die van het publiek. Ik wil dat het publiek zich in mijn verhalen vastbijt, zoals ik me in een script vastbijt. Dat komt omdat ik het publiek nodig heb, omdat ik dankbaarheid nodig heb. En de dankbaarheid komt van mij, begrijp me niet verkeerd. Elke keer als ik mensen emotioneel kan doen reageren op een verhaal dat ik vertel, voel ik me erkentelijk en ben ik blij dat ik mag doen wat ik doe."

Viviane De Muynck. Beeld Stephan Vanfleteren

Met Needcompany heeft u de wereld rondgereisd. Reageert het publiek overal anders of is er een constante?
"Ik speel al elf jaar de hoofdrol in Isabella's Room. We hebben met deze rauwe, energieke voorstelling, die vol dans en zang zit, in Tokio gestaan, in Taiwan, in Seoel, en noem maar op. Binnenkort gaan we naar Argentinië."

"Dat intense toeren doet iets met je. Je raakt aan het avontuur verslaafd. Aan het leven met koffers, aan onbekende steden en onbekende theaters. Aan een publiek dat, inderdaad, altijd anders reageert. In Japan was de zaal gevuld met stille mensen met een mondmaskertje aan. Ze reageren amper, al blijken ze de voorstelling geweldig te vinden. In Frankrijk reageert de zaal onstuimig op hetzelfde stuk. Heel prettig, spannend en onmisbaar, die afwisseling. Bovendien werkte en werk ik ook buiten Needcompany nog aan andere producties mee . In New York werkte ik met de Wooster Group, ik zong in een opera, maakte jazzmuziek.... Ik heb me altijd een kosmopoliet gevoeld."

"Misschien zit de Engelse tak van mijn familie hier voor iets tussen. Mijn grootmoeder was een Britse. Ze is met een Belgische soldaat getrouwd. Ik denk dat dit internationale deeltje van mijn DNA een rol speelt in mijn zucht om te reizen en de wereld te zien."

"Ik heb lang gedacht dat ik op een dag in Engeland zou belanden. Dat is niet gebeurd. Al zou ik, dat wel, dolgraag in een televisiecomedy à la Absolutely Fabulous spelen. Een schitterende sitcom, met fabuleuze personages, de twee vampen, Eddie en Patsy, hun droge moeder en dan Saffron, dochterlief die in alles de conservatieve tegenpool is van Eddie, haar moeder. Ik bewonder Joanna Lumley (Patsy in de serie, MV); je moet al een prachtige actrice zijn om dat konijnenmondje (doet het na) te kunnen dragen."

"Ik mis goede humor in dit land. in het theater durft men geen humor meer te brengen, omdat het zo moeilijk is en omdat humor niets met grollen te maken heeft. En op de televisie probeert men humoristisch te zijn, maar gaat men, vooral tijdens quizzen en talkshows, zodanig in overdrive dat tussen al die grappen niets nog grappig is. Humor en moppen: een wereld van verschil."

Bestaat er humor zonder zelfspot?
"Voor mij niet. Daarom dat ik zo verlekkerd ben op Britse humor."

Als je op straat aan mensen zou vragen om voor de vuist weg enkele Vlaamse actrices te noemen, zal men in de eerste plaats aan bekende tv-gezichten denken. Stemt dat bitter of juist niet?
"Maar neen! En ik word vaak herkend, hoor. Niet alleen van gezicht, ook van stem, zeker in Frankrijk, waar ik, al van in de periode van Macbeth, in de pers de bijnaam La Voix kreeg."

"Tegenwoordig ben ik diegene die mensen niet meer herkent. Mijn netvliezen zijn gescheurd, nog zo'n kwaal die met de jaren komt. Oogoperaties en injecties hebben mijn zicht gered, maar wat ik kwijt ben, krijg ik niet meer terug. Ik heb contrasten nodig om goed te kunnen zien. Zon. Scherp licht. Alle scripts worden voor mij speciaal in Helvetica 18 afgedrukt. In huis moet ik opletten wat ik waar leg, anders vind ik het niet meer. Wie, zeker bij grauw weer, op straat mijn aandacht wilt trekken, moet dus met grote gebaren wuiven!"

"Dat ik vooral theateractrice ben, komt natuurlijk mede door mijn uiterlijk, dat staat vast, en dat is soms jammer geweest, maar bitter heeft het me nooit gemaakt."

"Filmregisseurs willen, om puur populair-commerciële redenen, klassieke schoonheden, zeker als het om vrouwen gaat. Ik heb nooit tot die categorie behoord. Dus viel ik uit de boot."

"In het theater heb ik van dat gebrek aan lef en verbeelding nooit last gehad. Bij Jan Lauwers was ik bijvoorbeeld Macbeth. Niet Lady Macbeth, nee, de Schotse koning zelf. Al zou ik aanvankelijk Lady Macbeth spelen. Het is dat Jan aan een aantal acteurs vroeg om de rol van de koning op zich te nemen, en dat ze allemaal 'nee, dank je wel' zeiden. Op een avond, we dronken margarita's, zei ik aan Jan: 'Wat is dat verdomme toch met die Macbeth. Als er niemand is die met mij die koning wil spelen, zal ik hem zelf wel spelen.' Toen begonnen zijn ogen te twinkelen."

"Theater is niet, zoals film, aan realisme gebonden, en dat is mijn redding. Bij Maatschappij Discordia heb ik, in het satirische stuk Ubu Roi, naar een tekst van Alfred Jarry, de goorste koning neergezet die je je maar kunt inbeelden. Sterker dan een man hem had kunnen spelen."

"Ik zal je iets vertellen wat ik nog nooit aan iemand heb gezegd. Op het Festival d'Avignon speelde ik de heftige monoloog Alles is ijdelheid, waarin de memoires van de Franse schrijfster Claire Goll verbeeld worden. Na afloop kwam de decorontwerper, Herman Sorgeloos, op de deur van mijn loge kloppen. 'Dat er iemand even met me wilde spreken.' Ik liet die iemand binnen. Weet je wie daar aan mijn deur stond? Peter Brook, de legendarische Britse theaterproducent en -regisseur, die zeker nog twintig jaar ouder is dan ik. Zijn persoonlijke boodschap aan mij luidde: 'Mevrouw, ik heb u anderhalf uur lang zien spelen, en in die tijd was er niet één moment dat u speelde zonder betekenis'."

Waar haalt u die betekenis, die diepgang, vandaan? Hoe komt die tot stand?
"Het leven, meid, het leven. Tegen wil en dank soms. En mijn drie Jannen. Het onderzoeken van de condition humaine, dat afdalen in het menselijk onvermogen: dat hebben zij me geleerd. Al had ik de kiem in mij, het was een kwestie om haar te voeden. "

Bio

• Geboren in Mortsel, 1946
• Studeerde Toneel aan het Conservatorium van Brussel, kreeg les van Jan Decorte
• Werkte als directiesecretaresse, waagde de stap naar het toneel
• Begon bij collectief De Mannen van den Dam, daarna o.a. bij De Witte Kraai, Toneelgroep Amsterdam, Kaaitheater Brussel, Maatschappij Discordia, Muziektheater Transparant en tot op heden Needcompany
• Won in 1987 de Theo d'Or voor haar rol in 'Who's Afraid of Virginia Woolf?'
• Tv: o.a. 'Oud België', 'Het goddelijke Monster', 'Met man en macht'
• Film: o.a. 'De avonden', 'Vincent & Theo', 'Confituur', 'Een ander zijn geluk', 'Swooni', 'Tot altijd'
• Haar man stierf 38 jaar geleden, haar zoon twee jaar geleden

U voelt mededogen voor de aanmodderende mens. Hoe zit het met het mededogen voor uzelf?
"O, had ik dat maar! Ik leg de lat voor mezelf bijzonder hoog. Hoger dan voor anderen. Ik had dat trekje al toen ik directiesecretaresse was. Ik ben tien jaar de rechterhand van een bedrijfsdirecteur geweest, pas daarna, op mijn dertigste, koos ik voor het theater en ben ik in Brussel aan het Conservatorium gaan studeren. Vijf jaar gaf ik mezelf. Als ik op die tijd in het theaterlandschap van Vlaanderen geen verschil had getekend, was ik weer als bediende gaan werken. Ik vond dat ik die stap moest wagen. Anders zou ik spijt krijgen, dat wist ik."

"Ik had dat lef niet van een vreemde. Mijn vader, die twee oorlogen meemaakte, heeft ooit een gelijksoortige, radicale carrièrestap gezet. Hij werkte bij een meubelmaker, met een handkar ging hij van Wilrijk naar de haven om hout te laden, stel je voor. Maar hij was dol op auto's, de automobielsector was toen nog een heel nieuwe industrie. De dag waarop hij vernam dat een kennis van ons een garage zou openen, is hij meteen gaan solliciteren. Even later had hij een andere baan."

"Ik vind dat rock-'n-roll. Tegen de stroom in doen wat je denkt dat je moet doen, omdat je weet dat het goed is en ook omdat je weet dat je op een dag toch doodgaat."

Viviane De Muynck. Beeld Stephan Vanfleteren

U hebt twee jaar geleden uw 42-jarige zoon verloren. En 36 jaar voordien overleed uw man, zijn vader, op jonge leeftijd aan een hersentumor. De tragedies blijven bij u niet tot het podium beperkt.
"De thema's afscheid en verlies lopen als een rode draad door mijn loopbaan, en ook door mijn leven. Zeker na het overlijden van mijn zoon is die confrontatie zwaar, en ik moet mezelf soms beschermen tegen het leed van de buitenwereld; onder meer door me terug te trekken, tijd voor mezelf op te eisen."

"Toch ben ik in deze situatie niet alleen. Het leven toont niet alleen aan mij alle hoeken van zijn bestaan, het spaart niemand en je weet nooit welke verhalen, welke tragische gebeurtenissen of trauma's iemand met zich meedraagt."

"Jongere mensen hebben een grotere veerkracht. Ze hebben nog meer toekomst dan verleden. Ze kunnen nog opnieuw beginnen. Dat was bij mij ook toen mijn man stierf, toen was ik nog jong. Pas na zijn dood ben ik aan het Conservatorium gaan studeren, op die manier was het ook een poging tot een nieuw begin."

"Mijn ouders hebben me destijds gesteund in die keuze. Ze hebben zich over mijn zoon ontfermd, zodat ik kon studeren, en mijn kans kon wagen."

"Vandaag heb ik minder tijd en is die veerkracht geen constante meer. Ik heb meer verleden dan toekomst. Ik weet niet of ik het verlies van mijn zoon zal kunnen verwerken - en wat is verwerken dan? Voor mij zou het betekenen: aanvaarden dat er dingen zijn die je niet kunt veranderen en de rust hebben om ermee om te gaan. De ene dag lukt het me om deze sereniteit te bereiken, de andere helemaal niet. Op die dagen ben ik een schip waarvan de roerkoning gebroken is."

"Huilen doe ik zelden. Ook niet als ik alleen ben. Sommige gevoelens zijn te intens om te uiten. Paula Semer verwoordde dat onlangs fraai in een radioprogramma waarin ze te gast was: 'Er overvallen me momenten van intense wanhoop', zei ze, en ik voelde mezelf knikken. Elke mens kent die intense wanhoop. Alleen: 'Go, go, go said the bird: humankind. Cannot bear very much reality.' T.S. Eliot, in The Four Quartets."

U hebt voorafgaand aan dit interview aangegeven niet over uw zoon te willen praten. U doet dat nooit, ook niet in andere interviews. Toch is het opvallend dat u steeds 'mijn zoon' zegt. U spreekt zijn naam nooit uit.
"Hij heet Michel."

Waarom heet hij zo?
"Dankzij 'Michelle', die prachtige lovesong van The Beatles."

"Het was 31 januari 1966, toen werkte ik nog als directiesecretaresse. De mijnen in Zwartberg werden gesloten. De mijnwerkers kwamen in opstand. Met een bevriend journalist ging ik mee naar die betogingen. Het was de tijdgeest van de jaren 60. Je protesteerde tegen maatschappelijke onrechtvaardigheid. Ik zeker. Ik ben bij wijze van spreken geboren met een megafoon aan de mond, en de strijd van de mijnwerkers vond ik heroïsch. De rijkswacht vuurde op de betogende mijnwerkers. Ik was daarbij. Ik zat tussen die waterkanonnen en al dat traangas. Er vielen twee doden en een aantal zwaargewonden."

"Op een bepaald moment zijn we, trillend van de zenuwen, een café binnengerend. In dat café, ik herinner het me als de dag van gisteren, draaiden ze 'Michelle' van The Beatles. Het was de eerste keer dat ik dat nummer hoorde. Ik was er helemaal weg van, van Michelle, ma belle. Ik zei: als ik ooit een kind krijg, heet het Michelle. Of Michel. Negen jaar later was het zover."

Is theater nadien uw vorm van sociaal engagement geworden?
"Ongetwijfeld. En dat engagement, dat ik op passionele wijze heb belichaamd, verdroeg geen halve toewijding. Verdraagt die nog steeds niet. Mijn leven is tot de nok gevuld met theater. Optreden is ma seule raison d'être."

"Die roeping, want dat is het, krijg ik nu soms als een boemerang in mijn gezicht. Ik leefde met de koffer altijd klaar om te vertrekken."

"Mijn zoon had die drang naar nieuwe horizonten, die verscheurdheid tussen thuis en de wereld ook. Zijn nieuwsgierigheid heeft hem, als muzikant en als kok of kelner-entertainer, de wereld doen ontdekken, Spanje, Zwitserland, Oostenrijk, Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam..."

"Als kind is hij vaak alleen geweest, uiteraard omringd door de liefde van zijn grootouders en door de genegenheid van trouwe vrienden. Ik was er. En ik was er vaak ook niet. Op de terugweg van elke reis, belde ik: 'Ik kom eraan'. We maakten elk weerzien heel bijzonder. En we keken beiden altijd uit naar die mother and child reunion, zoals Paul Simon die bezingt."

"Hij wist heel goed dat hij de belangrijkste persoon in mijn leven was, al klonk de roep van de kunst soms luid. Het is een pijnlijke spagaat, die elke werkende moeder zal herkennen. Ik vind nog altijd dat ik heb gedaan wat ik moest doen. Maar mijn kunst heeft een prijs. Als ik hier nu zit ik tussen allerlei herinneringen, tussen zijn muziek, zijn instrumenten en zijn kookboeken, hoor ik af en toe ook de echo van een verwijt: dat ik zo vaak weg was. Leef daar maar eens mee, met die eenvoudige woorden die snijden als een mes..." (stem breekt)

Hoe leeft u ermee?
"Vrienden zijn heel belangrijk. En de geborgenheid die ik bij Needcompany gewaarword, zou ik niet willen missen. Ik ben een kernactrice van het gezelschap en ik weet me er geliefd. Ik leef alleen. Ik ben daar ook aan gewend, aan mijn eigen dynamieken, mijn eigen structuren, mijn eigen stuurloosheid ook."

"Ooit heb ik een coup de foudre van vriendschap meegemaakt. Dat was met Ron Vawter, acteur van de Wooster Group, net als Willem Dafoe. Met Vawter, Dirk Roofthooft en enkele andere acteurs maakte ik, binnen het Kaaitheater en in een regie van Jan Ritsema, Philoktetes Variations. Vawter is gestorven in het vliegtuig dat hem van Napels naar New York vloog. Hij had aids. Hij was al ernstig ziek toen we speelden."

"Philoktetes Variations, dat in de eerste helft van de jaren 90 werd opgevoerd, ging onrechtstreeks over die ziekte. In de mythe heeft Philoktetes een stinkende wonde, men gaat hem uit de weg. In het echt liepen mensen van aids weg, de ziekte was een taboe, mensen vreesden besmetting. Maar niet Ron Vawter. Hij gaf iedereen het gevoel uniek te zijn, hij trok mensen aan. Ik hield van die man. Ron was mijn zielsverwant. Als Willem Dafoe mij op de scène ziet staan, zegt hij: 'Ik zie Ron spelen'."

"Ik denk, en dat is toch wel te belangrijk om niet te vermelden, dat je in het leven sterk gevormd wordt door de mensen die je ontmoet. Bepaalde ontmoetingen kunnen in je ziel kruipen."

"Vawter was al zo ziek dat hij geen tijd meer had voor pose. Alle ballast was bij hem weggevallen. Dat vond ik een verademing en een openbaring tegelijk. Hoe hij met onze collega Mira Rafalowicz - een Pools-Nederlandse dramaturge die in 1998 overleed - sprak! Mira had kanker. De twee zieken hielden in hun gesprekken enkel de essentie over, de zuivere genadeloosheid, mooi in z'n lelijkheid, puur, zonder camouflage. 'Moet jij ook de hele tijd overgeven? Is het bij jou ook geelgroen?' Ik vond dat prachtig. Ik denk dat zij me beïnvloed hebben. Ik denk zelfs dat ik altijd hun genadeloosheid zal proberen te zoeken. Een leven zonder opsmuk."

"En zoals ik eerder zei: misschien is de tijd aangebroken om over mijn leven te schrijven. Omdat erover praten niet de juiste weg of vorm is."

Volgende week: Jan Decorte

Schrijfster Margot Vanderstraeten en fotograaf Stephan Vanfleteren maakten voor De Morgen eerder al 'Schrijvers gaan niet dood', een alom bejubelde reeks portretten van oudere auteurs als Mulisch, Geeraerts, Vandeloo en Vinkenoog. De interviews en foto's verschenen ook in boekvorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234