Maandag 25/10/2021

'Aan alles wat ik doe, moet ik lol beleven, anders lukt het me niet'

Geen Blankenberge voor Hugo Matthysen. Zijn lied over deze 'parel aan de kust voor wie zand met schepjes lust' is onderhand muziekgeschiedenis, maar de stad zelf kent hij nog altijd niet. Wil hij ook niet kennen. Het werd Oostende, omdat we het vriendelijk gevraagd hadden. En om die praktische parkeergarage die onder het treinstation stak. Iets minder omdat Matthysen op een zeldzaam zonnige augustusdag wou staan turen naar de branding, een pier of aanmerende ferryboten. Een foto, Hugo op de dijk, lukt nog net, zij het rug naar zee, blik op binnenland. Daarna gaat het in looppas naar de veel boeiender en broeieriger benedenstad. Wat stoot 'm toch zo af aan dit waterfront?

Marijke Libert / Foto Tim Dirven

Hugo Matthysen: "Niets, maar ik heb het al eens gezien, weet je. Vorige zomer speelden we hier met onze meidengroep Hormonia. Ik heb niet één keer die aandrang gevoeld naar het strand te trekken. Het is niet zoals bij boerken Kevin, die verbijsterd is door de gruwel van die brede onvruchtbare landstrook naast een buitenproportionele stinkende vijver. Ik kan maar één commentaar geven op zee en strand áls ik er al naar kijk: 'Ja, inderdaad'."

In uw Kempen is het toch ook 'ja, inderdaad', want even eentonig en altijd hetzelfde?

"Dat is goed mogelijk, maar het verschil is dat ik er woon. Als je naast de Matterhorn woont, ga je ook niet elke ochtend verrukt naar die lelijke hoop stenen staan kijken. Trouwens, Kempen zou ik het bij ons nog niet noemen. Het is meer een suburbaan niemandsland."

Met een taaltje dat dankzij Het peulengaleis bij de halve wereldbevolking is bekend. Da ies joeng, da ies..

"Het is een soort niemandstaal, want in hoge mate geconstrueerd. Da ies bijvoorbeeld, wat Petrik en Jehan voortdurend zeggen, is Limburgs."

U bent nu al zo lang een duo, u en Bart Peeters. Verandert zo'n samenwerking, verbetert dat, verveelt het niet?

"Die touch tussen ons blijft. Omdat we elkaar zo lang kennen, gebeurt het dikwijls dat we dezelfde invallen hebben. Dat gaat heel ver, op het telepathische af. We bedenken soms op hetzelfde moment dezelfde namen voor personages."

Wat bent u van Bart: een vriend, een collega, een bloedbroeder, zijn niet-seksueel lief?

"Dat alles tegelijk, maar in bepaalde opzichten ook zijn ellendige oudere broer. Iets wijzer dan hij, doordachter. Voor de buitenwereld lijkt het alsof we met elkaar getrouwd zijn. In de praktijk is dat niet zo. Hij komt niet over mijn schouder kijken als ik mijn wekelijks stukje voor Humo schrijf en ik zeg ook niet welk kostuum hij aan moet om een show te presenteren."

Bent u er ook tijdens moeilijke momenten voor elkaar? Bart kwam ruim een half jaar geleden in een periode van twijfel terecht. Hij was veel op tv geweest, niet de uitgesproken lieveling van Humo's Pop Poll, was ronduit moe. Hebt u hem toen opgevangen?

"Ja."

En dat wil zeggen?

"Ach, die ellendige oudere broer toont zich daar waar hij wordt verwacht. Tuurlijk ben ik er dan, Bart is er ook altijd voor mij. We kennen elkaar door en door, hebben samen al heel veel meegemaakt. Ik zie aan hem hoe hij zich voelt en omgekeerd. Pas op, die ellendige oudere broer kan ook goed doorzeuren. In de zin van: moet dat nu écht..."

...dat verschrikkelijke Eurosong op die populaire Eén, hou je toch bij 'mijn' Canvas?

"Zoiets. Gelukkig heeft hij niet steeds mijn raad opgevolgd. Ik zei soms iets te veel: 'dóé dat toch niet'."

Hij deed het dan maar met u. Zo stopte het zeuren.

"Ten dele, ja."

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

"Bart is vier jaar jonger dan ik, maar we zaten op dezelfde middelbare school. Ik wist toen niet meer van hem dan dat hij kon drummen. Op de universiteit zijn Jan Leyers en ik een groep begonnen. We zochten een drummer en ik herinnerde mij Bart."

Hij was iemand die opviel.

"Wat wil je, hij was te zien op de BRT als Bart in de jeugdserie Bart Bannings. Ik hield me ver van al dat gedoe. Ik dacht: die komt op tv, dat is gelijk aan vijftien slechte punten. We schreven toen 1974, ik had haar tot hier (toont elleboog) en wou niets te maken hebben met een zot die aan een programma van Nonkel Bob meedeed."

Hoe verbrijzelde u die jeugdtijd? Met muziek spelen en teksten bedenken?

"Eigenlijk wel. Het begon rond mijn elfde. Ik had een blindedarmontsteking en moest drie weken thuis blijven. Mijn oudere broer speelde gitaar, dus in die periode ben ik er ook maar mee begonnen. Mondharmonica kon ik al spelen. Meteen was het ook nummers maken. Nooit gedacht echter dat ik daar iets serieus mee zou doen. Ik zou wel leraar worden of God-weet-wat. Nadien heb ik muziekgroepjes gehad en een paar eigen nummers, maar dat was altijd geweldig terloops."

Tot al die zijsprongen op termijn samenkwamen. Het werk van Matthysen werd de bundeling van een hoop terloopsen?

"Helemaal juist. Het was eind jaren zeventig, economische crisis. De generatie voor mij had alle posten in de sociale sector bezet. Alles stak vol. De werkloosheid bleef stijgen. Het was de sfeer waarin ook gasten als Jan Leyers, Tom Lanoye en Herman Brusselmans terechtkwamen. Ikzelf wist werkelijk van geen hout pijlen gemaakt. Ik kreeg wel een wekelijkse opdracht voor Edwin Brys op Omroep Antwerpen en den Bart vroeg me aan iets mee te werken in Holland. Ik ben beginnen te rekenen en stelde vast dat die opdrachtjes samen me evenveel opbrachten als mijn uitkering. Ik ben prompt zelfstandig geworden. Ik dacht: 'We zien het wel'. Je móést het heft wel in handen nemen, anders zag het er ronduit slecht uit. Van Brusselmans en Lanoye zegt men al eens dat die mannen een middenstandsmentaliteit in de cultuur hebben ingevoerd. Tja, wat wil je. Ze hadden niet de luxe à la Ward Ruyslinck om een ferme job te hebben in de culturele sector en daarnaast thuis, rustig, met vergulde pen het gelijnde schrijfpapier te beroeren."

Jullie in Boechout vormden meteen een kliek, de Boechoutse Beatles: Leyers, Peeters, Matthysen en Mark Kruithof.

"We woonden bij elkaar om de hoek, kwamen elkaar overal tegen."

Vreemd hoe zo'n groep ontstaat. Je merkt het ook bij de nieuwe generatie met de Kakkewieten, de 'kliek' van de Embrechtsen, Dimitri Leue, Adriaan Van Den Hoof, Karlijn Sileghem... Ineens is die groep er en wordt die opgemerkt. De oud-Kakkewieten zitten bijvoorbeeld ook in Het peulengaleis, maken deel uit van uw meidengroep Hormonia...

"Ook zij zijn deels samen opgegroeid. Wij, die van Boechout, zagen elkaar in dezelfde straten. Zij, die van Mortsel, ontmoetten elkaar op het basketbalpleintje. Tine Embrechts zat ooit in de scoutsgroep waarin mijn kinderen nu zitten. Ik leerde hen twaalf geleden kennen. Er was bij ons in het dorp braderie en in de namiddag was er een waanzinnige act met Dimitri in trouwkleed. Toen Bart een jaar later met De vliegende doos begon en mensen zocht, zei ik: ik heb iets geweldigs gezien bij ons op de braderie. Bart zei op hetzelfde moment dat hem iets waanzinnigs op een plaatselijk sinterklaasfeest was opgevallen, groene Zwarte Pieten of zo. We bleken het over dezelfde gasten te hebben. Het is vanzelfsprekend dat wij elkaar ontmoetten. Zij hebben die manier van de aap uithangen die ons aanspreekt. Dat klikt met onze eigen streken."

Jullie die toch uit de oertijd van de tv stammen, de Kapitein Zeppos-generatie?

"Niet onbelangrijk. Een van mijn doelstellingen is altijd geweest om de verwondering en de magie van toen door te geven. Die magie van bijvoorbeeld Johan en de Alverman. Ik wou echt series maken die hetzelfde hadden, die fantasie, maar ook dat warme."

U creëerde inderdaad die oervorm opnieuw in uw series Kulderzipken en Dag Sinterklaas. Het gaat om beelden die zich vastzetten, muziekjes die kinderen blijven nazingen. Zoals 'Bovenop het dak'. U hebt iets met daken trouwens.

"Ik kick daarop, dat beeld uit Dag Sinterklaas bijvoorbeeld: het sneeuwt én het is volle maan, op de achtergrond lichten die gotische letters op. Daken komen steeds terug, dat is ongetwijfeld seksueel geladen. (lacht) Zoals de heilige man het ooit formuleerde tegen Bart: 'De Sint kan geen dak zien, Bart, of hij moet erop'."

Je kunt zulke series maar bedenken als je op een manier in de Sint blijft geloven, denk ik dan.

"Je moet vooral in staat zijn dat belangrijk te vinden. Iedereen die aan Dag Sinterklaas meewerkte, kon dat. Ik herinner me nog precies het plechtige moment waarop Jan Decleir voor de eerste keer het Sint-kostuum aantrok. Bij wijze van spreken begonnen er violen te weerklinken en werd het stil. Iedereen zag meteen: dit is de échte. Er is maar één Sint in de hele wereld, die van Decleir."

Van die teksten van Sinterklaas en Kulderzipken spat de goesting er af. Doet u dat ook het liefst, scenario's schrijven?

"Het liefste doe ik dingen waar ik niet te lang mee bezig ben. Nu ben ik muziek aan het maken voor Het peulengaleis. Ik ga daar helemaal in op, maar langer dan een paar weken mag dat niet duren. Basis blijft dat ik aan alles wat ik doe lol beleef, anders lukt het me niet. Ik zit nu de hele tijd in mijn hoofd met de nieuwe intro's op 'Petrik en Jehan'. Het thema is new wave. We hebben in de nieuwe reeks de moeder van Petrik en Jehan geïntroduceerd, uitmuntend gespeeld door Tom Van Dijck. Zij is bezeten van muziek uit de jaren tachtig, weet alles over OMD en The Human League. Ik bedenk nu van die mottige new wave, zit daar al dagen aan te prutsen. Ik zou dat misschien aan een professional kunnen vragen, maar dat vertik ik. Ik wil het zelf kunnen. Dat is met alles zo. Ik zou het ook niet kunnen verdragen dat een tuinier bij ons thuis een boom komt planten. Ik wil dat zelf doen, die boom mag desnoods kapotgaan, ik moet het kunnen aanleren. Ik heb intussen al veel onheil aangericht door die attitude, materiaal vernield, computers doen crashen, noem maar op. Ik moet soms maar zeggen 'en als ik nu eens' en het ontploft al."

Wat vindt u dat u het beste kunt?

"Schrijven. Gewoon zinnen schrijven. Dat beschouw ik ook een beetje als mijn beroep. Schrijver, maar dan in de neutrale betekenis van het woord: iemand waar tekst uit komt."

Het woord absurd wordt al eens bijvoeglijk gebruikt bij wat u uitvindt en presteert. Vindt u dat goed gekozen?

"Nee. Het is meer het tegendeel. Ik tracht in alles wat ik doe een soort logica te bereiken. Als je de premisse die ik aanreik aanvaardt, klopt de rest min of meer. De premisse bij Sinterklaas is: die loopt nu eenmaal graag over daken. We weten niet hoe dat komt, dat blijft een mysterie, maar het axioma aanvaarden we. De janetten van de Gamma is een ander bijna neurotisch voorbeeld. Iemand komt de Gamma binnen met een probleem. We weten echter dat de finale oplossing ligt in een hamer en een beiteltje. Boerken Kevin uit de Humo treedt nooit uit zijn letterlijke context. Binnen dat gegeven is wat hij doet perfect logisch."

U treedt zelf ook weinig buiten uw kader. We zien u niet in shows, spelprogramma's, debatten of talkshows.

"Ze vragen me niet."

Ze weten dat u toch niet komt.

"Ik zou het inderdaad niet doen. Ik vind ook niet dat ik iets te vertellen heb."

Wat wilt u dan gezegd hebben via uw werk?

"Ik heb me ooit eens de vraag gesteld: waar ben ik mee bezig en heb ik, Hugo, eigenlijk íéts te zeggen. Ik denk in alle onbescheidenheid dat wat ik wil meedelen zeer abstract is. Ik stel me vragen. Wat is het bewustzijn, hoe werkt dat? Wat is identiteit? Hoe komt de wereld op ons af? Dat soort dingen komt tot vervelens toe terug."

En de antwoorden?

"Die zijn er niet. Ik blijf verstrikt in dat vragen stellen. Een heel fundamentele is: 'Wat we denken te zien, wat is dat eigenlijk?' Andere zijn: hoe heet het paard van Sinterklaas of hoe definieer je een bos?"

Schept u geen parallelle wereld waarin die vragen opgelost worden?

"Nee, want het gaat bij mij niet over de probleemstelling. De vragen zijn niet existentieel. Ik merk in mijn werk wel veel identiteits- en gedaanteverwisselingen op. Ik zie personages die niet altijd tastbaar zijn. Vele bestaan alleen uit tekst. In het begin dat Els Dottermans met ons meespeelde, worstelde ze daar al eens mee. Ja maar, zei ze, die persoon, wat is dat voor iemand?"

Die personages hebben geen psyche.

"Die uit de sketches laten heel weinig zien. Figuren in langere reeksen tracht ik wel meer elan te geven."

Ziet u uw personages graag?

"Dat klinkt misschien sentimenteel, maar je moet toch met ze begaan zijn. Adriaan Van Den Hoof kan soms uren zitten fantaseren over het privé-leven van Jos Bosmans. Ik vind het fijn op te merken dat de Jos niet alleen de kartonnen figuur is die men al eens vermoedt. Tine (Embrechts, ML) heeft bijvoorbeeld enorm te doen met haar personage 'Ons Ireen'. Ons Ireen krijgt het in de laatste reeks van Het peulengaleis enorm te verduren. Bij het lezen van de scenario's hoorde ik Tine veel keren vertwijfeld zuchten van 'ocharme, Ireen'. Tine zit daar écht mee."

Hoe krijgt u al die figuren en situaties bedacht? Maakte u ze mee, of is het pure fictie?

"Ik schrijf ze al schrijvend. Ik geloof niet in inspiratie. Ik geloof in: achter uw computer gaan zitten en eraan beginnen. En waar 'het' vandaan komt, dat weet ik niet, feit is dat 'het' komt. Grote ingevingen, het licht dat 's nachts ineens gaat branden, ik vertrouw het niet. Waar ik wel bij zweer, is bij die goede zin, die ene flits die alles zegt."

Werkt u voor eigen voldoening of werkt u voor het publiek?

"Ik denk nooit: 'Oh, wat was ik weer goed'. Ik wil bezig zijn, mijn werk doen, iets bedenken, iets uiteen halen en weer ineen vijzen. Het kan ook een gitaar zijn. Ik denk dat ik in de meest biologische zin van het woord mijn ei moet kwijt. Maar ik hoef niet aan de wereld kenbaar te maken dat ik het beste ei ter wereld heb gelegd."

U wordt wel eens als de negatieveling beschouwd. In het echt bent u vrij mild lijkt me, bedacht, lief zelfs. Waarom dat imago?

"Omdat ik in wezen natuurlijk wel kritisch ben. Ik bekijk per definitie de andere kant. Mijn moeder zei altijd: 'Onzen Hugo is ne hele lieve jongen, maar het is ne contrairen'. Dat is zo. Als iemand tegen mij zegt: 'Wat de kerk de afgelopen 2.000 jaar heeft aangericht is hemeltergend', dan begin ik onmiddellijk de kerk te verdedigen. Niet om tegendraads te doen, maar omdat ik vind dat er iets verdedigbaars valt te bedenken. Als men mij echter zegt dat de rooms-katholieke kerk de grootste weldaad uit de wereldgeschiedenis is, dan zeg ik: 'Momentje, vergeet vooral ook de elektrische gitaar niet'."

Bent u contrair, om de discussie interessant te maken?

"Om te beginnen omdat niets eenduidig is. Het is wellicht karakterieel maar ook levensbeschouwelijk maar ik kan er niet tegen dat mensen zeggen: 'Zo is het'. Ik heb ooit iets aangericht in Barcelona. (schudt het hoofd) Mijn vrienden spreken er nog over. We waren er op bezoek. Je kent dat. Gaudí kijken. Ik heb daar toen mijn mening gegeven over het werk van Gaudí, tot ieders grote verbijstering. Ontdaan waren mijn maten, in de zin van: 'Dat kán niet dat jij dat mottigen brol vindt, dat is toch prachtig, dat weet toch iedereen?' Komaan zeg, dat Parc Güell. Als Gaudí een groot kunstenaar is, was Anton Pieck een fucking genie. Die mottige draken, die kapotgeslagen keramieken en die scheve zuilen. Foeilelijk vind ik dat. En dan die Sagrada Familia. Ik vond het imposant om een kathedraal in aanbouw te zien, maar ik dacht tegelijk: o wee als dit ooit af geraakt. Naar wat voor een pretentieuze termietenheuvel zullen we dan moeten komen kijken."

U lijkt me inderdaad niet van het slenterende toeristische type.

"Waarom naar dingen gaan die je al duizend keer hebt gezien. Als je naar Parijs gaat en je ziet de Eiffeltoren zeg je toch meestal: ah ja, natuurlijk. Je ként dat vanbinnen en vanbuiten. Ik heb ooit de Mona Lisa in het echt gezien. Dat viel lelijk tegen. Het enige waar ik echt een schok van kreeg, was in mijn prille jeugd Beaubourg. Dat had ik namelijk nog nooit op foto gezien."

Maar waartoe dient reizen dan, volgens u?

"Eén: laat ons met rust, en twee: mijn kinderen, mijn vrouw en ik moeten het samen geweldig vinden. Het is nooit van 'ik moet' of 'ik handel hier mijn lijstje bezienswaardigheden af'. Ik vind ook dat als je echt iets wilt weten over kathedralen je niet noodzakelijk én in die van Chartres én in die van Amiens én in die van Reims moet zijn geweest. Je leert dat nog het beste uit een goed boek.

"Dat tijdelijk elders zijn, zet mensen er helaas ook toe aan absolute waarheden te gaan verkondigen. Sommigen gaan tien dagen naar Bulgarije en zeggen al 'typisch Bulgaars' of 'het échte Bulgarije'. Nog anderen hebben het over 'een heel andere wereld'. Ik denk dan: als je echt in een andere wereld wilt stappen ga drie weken in Deurne-Zuid wonen. Ik zal u zeggen in welke straat en ik zal u wijzen in welk café je de avonden door moet brengen. Dát is de totaal andere wereld."

Wie in de sloppenwijken van Calcutta rondliep, was wel in een totaal andere wereld, toch?

"Dat zal dan wel zijn, maar pas als je moeder Teresa in persoon bent of in die krotten woont, kunt je er een mening over kwijt die er echt toe doet, lijkt me. De rest zijn dwaze oordelen."

Bent u bezig met hoe andere mensen over u denken? Bart wil door de hele wereld graag gezien worden, bij u lijkt me dat iets minder het uitgangspunt.

"Iedereen wil in een bepaalde mate graag gezien worden. Ik zal in vergelijking met Bart nog iets meer waarde hechten aan het oordeel van een kleine groep die er voor mij toe doet. Als Stijn Coninx na een dag opnames van Het peulengaleis zegt 'goede dialogen Hugo', dan vind ik dat heel oké. Een applaus van duizend man, ik ben daar niet ongevoelig voor, maar ik heb lang genoeg op podia gestaan en genoeg mensen bezig gezien om te weten dat applaus iets is wat je op straffe des doods gaat opeisen. Spontaan kun je dat niet steeds noemen.

"Ik was aanwezig op het slotgala van vijftig jaar tv in het Sportpaleis, in zo'n blok vooraan, vip nummer vierhonderdenacht. Bart stond op dat ellendige podium. Peeters zijnde dacht hij uiteraard: 'Ik moet dat publiek hier mee krijgen'. Bart klapt in zijn handen, iedereen moet meeklappen. Je kunt niet anders. Ik heb hem na het optreden gezegd: 'Bart, jij hebt iets aangericht dat ik jou de volgende twee jaar niet vergeef. Je hebt me gedwongen als een idioot in mijn handen te staan klappen voor jou. Je maakt jezelf wijs dat je het publiek mee hebt. Je hebt het verdorie afgedwongen en bij sommige tegen elke vezel van hun ziel in. Dit zou strafbaar moeten zijn.' Waarmee ik vooral wil zeggen: applaus is relatief.

"Ik herinner me nog de tijd van de grote rivaliteit tussen De Kreuners en The Radio's op Marktrock in Leuven. De uitdaging was: wie geraakt het verste. Ben Crabbé was daar een groot waarnemer van. Hij zei dan: bij The Radio's klapt het publiek tot aan café den Allee mee, maar bij de Kreuners nog vier cafés verder. Echt waar. Daar gaat het bij die gasten over. Met De bomen hadden we dat niet. Toen tijdens het optreden applaus losbrak, zeiden we door de micro: 'Hé mannen, doe eens gewoon'. Met Clement Peerens was het experiment nog groter. We kwamen dan in een Oost-Vlaams jeugdhuis op met de woorden: 'Dag simpele boeren van het platteland, we come in peace'. Dat lukte heel goed, buiten die ene keer misschien in Lochristi. (gniffelt)"

Clement Peerens, Petrik en Jehan, boerken Kevin, en zeggen dat u van opleiding filosoof bent.

"Die studie heeft hoe dan ook geholpen. We werden er getraind in het ontzenuwen van rammelende theorieën en slechte redeneringen. We leerden er dat het mogelijk is u met bloedige ernst te verdiepen in stelsels die evengoed als klinkklare onzin kunnen worden beschouwd. Wat is essentieel in de geschriften van Thomas van Aquino? Waarom maak je je samen druk tijdens een onnozel gezelschapsspel? Waarom je afvragen, zoals bij mij op de achterbank van de auto laatst twee elfjarigen deden: 'Bestaat er een ander universum dat identiek is aan dat van ons'? Ik was daar als kind ook al mee bezig. Met klassieke solipsismen. Zoals: is niet alles wat bestaat een verzinsel? Ben ik aan het dromen als ik wakker ben en omgekeerd? Zolang ik niet omkijk is wat zich achter mijn rug bevindt dan niet gewoon weg? Nogmaals, ik worstel daar niet mee. Ik vind ook niet dat er één hogere belangrijke vraag telkens weer dient hersteld. Ik stel wel vast dat ik me altijd weer iets afvraag. Vanochtend nog, voor ik naar de zee vertrok en op mijn terrasje in de zon nipte van mijn ochtendkop koffie. Ik genoot, maar tegelijk dacht ik: stel dat de zon er niet was nu, zou ik me dan even gelukkig voelen?"

Het peulengaleis, vanaf vrijdag 2 september op Canvas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234