Zondag 09/08/2020

Reportage

Aalst is een triestige stad, en dat wordt uitbundig gevierd

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Tijdens Aalst Carnaval gaan alle Ajuinen loos. Wat maakt drie dagen rondlopen als voil janet zo speciaal? En: hebben niet-Aalstenaars er ook iets aan? Er is maar één manier om het te weten te komen: zelf met vrouwenkleren rondlopen op het carnaval.

"Oei, gij zijt niet verkleed. Ge zoudt toch mínstens een pruik moeten opzetten", zegt een jongeman wanneer hij hoort dat ik naar het carnaval ga. Ik zit in mijn normale plunje op de trein richting Aalst en als doorgewinterd carnavalganger stelt Dries (25) zich daar serieuze vragen bij.

Blijkbaar had ik een voorbeeld moeten nemen aan Elke (26), die al helemaal verkleed is opgestapt. Ze draagt een luipaardjas, een rosse pruik, een vals gebit, moonboots en foeilelijke panty's. Wanneer ze klaar is met zich te schminken, haalt ze een blikje bier boven. Het is halfdrie 's middags.

In dezelfde wagon zit ook Sarah (20). Het is haar niet aan te zien, maar ze vierde de hele nacht door, sliep twee uur, trok dan naar de les en is nu wéér op weg naar het carnaval. "Carnaval zit in de familie, mijn achterneef is Prins Carnaval", zegt ze. "Drie dagen nadat het carnaval gepasseerd is, begin ik al uit te kijken naar de volgende editie."

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Ongewassen mannen

Dries, student aan het KASK in Gent, heeft ooit meegemaakt dat een lector hem zonder pardon uit het leslokaal gooide. "Ga maar elders de boer uithangen!", beet de docent. Dries had zich recht van Aalst Carnaval naar de les gerept, de meest groteske stukken van zijn outfit had hij onderweg uitgespeeld, maar de moeite werd niet geapprecieerd.

Wordt er in Gent soms op hun carnaval neergekeken? "Ja!", antwoorden de drie in koor. Misschien is dat ook wel een beetje terecht, want Dries verklapt dat persoonlijke hygiëne tijdens carnaval niet altijd hoog in het vaandel wordt gedragen. "Er zijn mensen die zich drie dagen niet wassen, die stinken soms nogal. Sommige mannen zien zelfs drie dagen lang hun bed niet, ze slapen gewoon op straat of op hun carnavalwagen", vertelt hij.

"Als ik een jaar niet kan gaan, heb ik hartzeer", zegt Elke. "Ik vind het leuker dan de Gentse Feesten. Op de Gentse Feesten maak je zo geen zotte toestanden mee, het is er kalmer. Je kunt naar optredens gaan, terwijl je enkel om te feesten naar Aalst gaat. We kunnen eens vuil doen. Het carnaval is misschien ook intenser omdat het minder lang duurt."

Bekijk de volledige fotoreeks: Een nacht tussen de voil janetten in Aalst

Diepgaand onderzoek

Aalst Carnaval leuker dan de Gentse Feesten? Een hypothese die diepgaand onderzoek vraagt! Een panel van kenners zal mij bijstaan, met daarin Gents nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. en Nicolas Marichal, oppersmeerder van het Botramkot op de Vlasmarkt. Ook aanwezig zijn Gerald en Joris Claes, de broers die van de Charlatan de grootste naam in het Gentse nachtleven hebben gemaakt. Belgica, de nieuwste film van Felix Van Groeningen, is losjes op hun avonturen gebaseerd.

Wat veel mensen niet weten, is dat de Charlatan ieder jaar opnieuw de deuren sluit tijdens Aalst Carnaval, want Gerald en zijn broer leerden feesten in Aalst vóór ze Gent ontdekten. Als deze specialisten mij geen antwoord kunnen bieden, kan niemand dat.

Edmond staat mij op te wachten in het station van Aalst. Het duurt een ogenblik vooraleer ik hem herken, want hij draagt mascara, rubberlaarzen, een (veel te) korte broek, een beige blazer en vrouwelijke parafernalia. Edmond neemt me mee naar Hotel de la Gare, waar de rest van mijn onderzoekspanel zit. Nicolas ziet er griezelig vrouwelijk uit, ondanks zijn baard. Hij heeft zich gisteren volledig laten opdirken en één nacht carnaval heeft er hem niet mannelijker doen uitzien. "Ik ben gaan slapen als Amy Winehouse en opgestaan als Selah Sue", zegt hij.

Gerald ziet eruit als een verwijfde SS-officier met zijn roze pruik en leren kepie. "Hoe komt het dat gij niet verkleed zijt?", vraagt hij. "Ge gaat slagen krijgen als ge zo buiten komt. Hop, naar boven, An gaat u onderhanden nemen!"

An is de vriendin van Gerald. Zij is Gentse en het is ook haar eerste carnaval. "Ik kwam hier toe en ik was al scheef. Dat moet, hé. Je moet je verstand op nul zetten, het is niet goed als je te veel begint te denken", zegt ze. Ze steekt me in een bloemetjeskleed, trekt een krullende pruik over mijn kop en begint oogschaduw en ander gerief op mijn gezicht te kliederen. Twintig minuten ben ik in Aalst en ik zie er al uit als een voil janet. Nog nooit ben ik zo snel mijn waardigheid kwijtgespeeld.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Bubbel van waanzin

"Voelt ge 't al?", vraagt Gerald. "Dat gaat hier nog wat worden vanavond!" Edmond neemt me mee naar buiten. Langs het stationsplein passeert een stoet van voil janetten, omgebouwde brandweerwagens pompen tegen elkaar op een hoop beats de lucht in. "Wij als Gentenaars moeten toegeven dat het hier 100.000 keer zotter is dan op de Gentse Feesten", beweert hij. "Aalst heeft alléén maar het carnaval. In grote steden als Antwerpen en Gent hebben de socialisten het carnaval afgeschaft omdat het volksverlagend was, denigrerend voor de mensen. Maar Aalst had een katholiek bewind en hier is het blijven bestaan."

"Eén ogenblik nadat het laatste nummer is afgelopen, is Aalst weer de triestigste stad van Vlaanderen", vult Nicolas aan. We wandelen naar het stadscentrum. Voil janetten duwen karretjes voort die dikwijls hevig roken. Andere manwijven lopen rond met een vislijn en ambeteren onschuldige burgers door de vis aan de haak in hun gezicht te zwieren. In een park staat een jonkvrouw in haar bloot gat, ze heeft net geplast en wrijft haar voorkasteel droog terwijl iedereen erop staat te kijken.

Overal sloffen de Aalstenaars rond in hun eigen bubbel van waanzin. Het vertier van carnaval is minder braaf dan ik had gevreesd. Aan de Hopmarkt stappen we een café binnen. Alle tafels en stoelen zijn weg, er klinken carnavalskrakers. Ongezelliger dan dit wordt het niet, maar zolang er bier is, hoor je de voil janetten niet klagen.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Doordat ik de drang voel om te urineren, ga ik pissen. Het hele gedoe met die rok is belachelijk lastig: tegen dat je je zeikspel te voorschijn hebt gehaald, heb je jezelf bijkans bepist. Gelukkig zijn de pissijnen, speciaal voor de voil janetten, een halve meter lager aan de muur gevezen dan in een normale stad. Eén carnavalist is verkleed als terrorist en pleegt een aanslag - helaas niet met een bom, maar met eau de cologne. We worden ongevraagd bespoten.

"Zo straf, het is voor de hele nacht!", klaagt Nicolas. "We rieken nu allemaal naar wc-eend!", constateert Edmond. Dat brengt ons bij een vraag waar wij als outsiders mee worstelen: hoever ga je mee in de ongein, waar trek je je grenzen? "Wat kun je weigeren in Aalst? Ik wil bijvoorbeeld niet dat ze tegen mijn been pissen. Daar stopt het voor mij", zegt Nicolas. "Edmond daarentegen zou heel graag hebben dat er iemand in zijn botjes pist, zodat ze klotsen."

Aan het Vredeplein stappen we het gelijknamige café binnen. Joris zal hier vannacht dj spelen. Ik merk op dat de muren zijn afgeplakt met vellen plastic. "Ze hebben dat in elk café gedaan, voor het geval ze met verf beginnen te smijten", verklaart Edmond.

Vrank en vrij

In het café ontmoeten we Filip, een Gentenaar met Aalsterse roots die hier heel wat carnavalesker praat dan we gewoon zijn. Ik ben diep onder de indruk van zijn hoofddeksel, een constructie van pruiken en kunstplanten. Ik zou weleens willen weten waarom de mensen zich zo uitdossen. "Waarom? Als ge chaos kunt creëren, waarom zoudt ge 't níét doen? Wat is dat nu voor een onnozele vraag?", zegt Filip. "Weet ge trouwens wat de beste cafés zijn? Die waar enkel tl-licht brandt en waar er geen muziek speelt. Dat zijn de plezantste. Daar kunt ge elkaar nog rustig uitschijten en verwijten."

De elektriciteit valt uit en de menigte begint spontaan te zingen. Als fiere Gentenaars voelen we ons nu geknecht. Hier in Aalst kent het volk nog zijn liederen, zelfs de jonge gasten zijn vertrouwd met het canon. Wat hebben we in Gent? 't Vliegerke en... dat is het. Ik zou geen ander Gents volkslied kunnen noemen.

Gerald stelt ons voor aan Mollie, auteur en zanger van enkele carnavalsliederen. De man probeert ons uit te leggen waarom carnaval zo belangrijk is. "Ge zijt ne keer vrank en vrij, ge kunt nu iedereen aanspreken. Op andere momenten wordt ge dan raar bezien, maar op carnaval mag het. Er is een verbondenheid als ge mensen in het dialect aanspreekt", legt hij uit, om er dan aan toe te voegen: "Kom, pak mij vast, dat ik niet val."

We trekken de Aalsterse nacht in. Hier en daar moeten we passeren langs blokkades waar flikken handtassen controleren. Daar krijgt de illusie van anarchie toch een flinke knauw. In een smal straatje haalt Gerald zijn leuter boven en begint hij tegen een gevel te pissen. "Het geeft niet, want dat huis is toch van mij", zegt hij.

Wanneer hij leeg gepist is, houdt een voil janet hem staande. Het blijkt zowaar een vermomde flik te zijn! Gerald zal een GAS-boete krijgen wegens openbaar wateren. Dat zint hem niet. "Ik ga procederen! Ik mag zoveel tegen mijn eigen gevel pissen als ik wil!", foetert hij.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Marginaal! Allemaal!

"Schrijf maar op: ge komt meer flikken tegen dan voil janetten", zucht Mollie. Samen met Edmond ga ik snel even de gezagsdragers interviewen. Burgemeester Christoph D'Haese (N-VA) is de eerste die ik aanklamp voor een portie promopraat over zijn stad. "Ik ben trots dat ik hier burgemeester mag zijn. Aalst is één van de meest charmante steden van 't land, zo niet de meest charmante", stelt hij. Ik vraag hem niet of hij dat ironisch bedoelt, want hij lijkt het te menen.

Edmond stelt me ook voor aan Dennis De Wolf, de Prins Carnaval, een functie die nog belangrijker is dan het burgemeesterschap. "In Aalst leven we voor die drie dagen carnaval, daar werken wij een heel jaar voor. Dat maakt Aalst uniek", zegt Dennis. Nicolas is kapot gefeest, we escorteren hem naar het hotel en vervolgens neemt Gerald ons mee naar een keet waar hij plaatjes moet draaien, de Cinema.

We krijgen het gezelschap van ene Frederik, ook een Gentenaar. Frederik bekijkt het volk op de dansvloer en fluit: "Zo ego-loos, zo fuck alles." Die observatie raakt zowat de essentie van Aalst Carnaval. Gerald mag draaien wat hij wil - echte dansmuziek, opera of foute Oilsjterse paradenummers -, de voil janetten en andere gekostumeerden blijven dansen. "Wij zijn van Oilsjt. Marginaal! Allemaal!", luidt de tekst van een parodie op 'Heads Will Roll' van de Yeah Yeah Yeahs. 't Is goed dat het hun woorden zijn, niet de mijne.

Wanneer ik 's morgens met Edmond een laatste pint drink in de lobby van Hotel de la Gare, wordt er aan de overkant van het smerige stationsplein nog volop gefeest in cafés die maar van geen ophouden weten. "Aalst is zeer mislukt. Deze stad heeft de trein naar de toekomst gemist", doceert Edmond. "Deze stad heeft geen fierheid, tenzij tijdens die drie dagen van het carnaval." Dan bezingen de Aalstenaars drie dagen lang hun eigen marginaliteit en ze doen dat met zo'n overgave dat ze de ambiance van de Gentse Feesten overklassen.

Bekijk hier de volledige fotoreeks.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234