Maandag 26/10/2020

OpinieAna Milosevic

Aalst Carnaval: spot en satire kunnen luchthartig zijn, maar clichés kunnen ook wreed zijn

Het kan de Aalstenaars weinig schelen dat ze niet langer tot het Unesco-werelderfgoed behoren.Beeld Bas Bogaerts

Ana Milosevic is postdoctoraatsonderzoeker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC). @europeanness op Twitter.

Waar ligt de grens tussen satire en een grove stereotypering van etnische of religieuze groepen? Zondag ging ik naar het carnaval van Aalst om beter te begrijpen waar de humor ophoudt.

Aalst werd vorig jaar van de lijst van het immateriële erfgoed van Unesco geschrapt na klachten van de Joodse gemeenschap en internationale waarnemers. De stoet van dit jaar beloofde nog controversiëler te worden, want de organisatoren kozen voor de harde lijn. Niemand zal ze in Aalst vertellen wat grappig is en waar ze mee mogen lachen.

De praalwagens stonden klaar voor het vertrek, goed voor tonnen glitter en piepschuim en vele uren werk, nog los van het maken van de kostuums en het repeteren van de choreografie van de honderden deelnemers aan de stoet. Elke praalwagen had een specifiek thema en een boodschap. 

Het thema brexit nam afscheid van het Verenigd Koninkrijk. Het echtpaar Sussex werd niet gespaard: een prins Harry met een rosse pruik liep rond met een donatiebus, terwijl een bootje wachtte om hem met vrouw en kind naar Canada te brengen. Mannen in steriele pakken lachten met het coronavirus. Als prinses verklede meisjes liepen aan de hand van hun ouders met zwart gemaakte gezichten. Naast hen, een groep koloniale ‘ontdekkingsreizigers’ die zich het bier goed lieten smaken. Waarschijnlijk vonden ze hun kostuums niet problematisch of beledigend. Een Belgisch-Afrikaanse familie keek zwijgend toe – ik denk dat hun zoontje de prinses wel zag zitten.

Kleurrijke praalwagens tijden shet carnaval.Beeld BELGA

Toen zag ik de T-shirts met officiële slogans van het carnaval: ‘Unesco, wa’n klucht’, ‘Weir lachen mé iederiejn’. Het probleem: zowel de slogans als de praalwagens gebruikten stereotype voorstellingen van Joden die recht uit de iconografie van de nazi’s kwamen.

Aalst heeft al een slechte reputatie sinds lachende nazisoldaten met cilinders zyklon B naast een praalwagen liepen die op een van de spoorwagons leek waarmee de Joden naar de dodenkampen werden gebracht. Dat soort carnavaleske spot kostte de stad haar erkenning door Unesco. De carnavallinten die in de aanloop naar het feest van 2020 werden verspreid, voorspelden al dat de stoet de confrontatie niet zou schuwen: ‘Weir lachen mé iederiejn’. Toen ik voor het vertrek van de stoet tussen de praalwagens en de carnavalvierders rondliep, werd het mij duidelijk dat de Joden de volle laag zouden krijgen. “Als Unesco het smerig wil spelen, kunnen wij dat ook.”

Het hoofdthema van het carnaval was precies de controverse rond antisemitisme. Het carnaval van Aalst 2020 was een soort tegenoffensief: een verzet tegen elke vorm van censuur, ook als dat betekent dat je anderen kwetst. Door met Unesco te spotten wilden ze in Aalst duidelijk maken dat het hun carnaval is: ‘Oilsjt es van ons’.

Aalst laat zich de wet niet voorschrijven en dus werden de Joden buitengewoon beledigend voorgesteld. Ik zag een groep die Joden als gigantische mieren afbeeldde en die een kartonnen ‘klaagmuur’ voortduwde – een woordspeling, want ‘klaagmuur’ is ‘klaugmier’ in het Aalsterse dialect. Ik nam foto’s van een bord met ‘tnief reglement joeds fiejstcomittee’ en de regels ‘giejn gespot met joeden’, ‘zeker nie de woarheid spreken van de joed’. Een andere groep, verkleed als een orthodox joodse familie, duwde een kinderwagen met borden: ‘Unesco is niet koosjer’, ‘Geld’, ‘Sjalom’. Er was een wagen met ‘Cirk Unesco’ en twee Joden als marionettenspelers.

De beelden die in Aalst werden gebruikt, vertoonden een opvallende gelijkenis met de karikaturen die Der Stürmer in 1939 publiceerde. Net als vorig jaar werden Joden met haakneuzen en kisten en zakken vol geld opgevoerd. Maar dit jaar had de spot in Aalst een heel nieuwe toon. Er werd opzettelijk een gevaarlijk spelletje gespeeld.

Terwijl de stoet voorbijtrok, besefte ik dat de meeste praalwagens op de ene of ander manier naar Joden verwezen. Ik dacht bij mezelf: in het nazi-Duitsland van de jaren 1930 hadden de carnavalsoptochten ook de Joden als mikpunt en vonden de Duitsers dat ook grappig. De stoet was dan misschien een poging om Unesco van repliek te dienen, maar kwam over als een antisemitisch vertoon.

Een antisemitische beeldentaal, los van de echte intentie van het carnaval, versterkt negatieve clichés en normaliseert dat discours in de samenleving. Het is waar dat niemand kan bepalen wat wel en wat niet grappig is. Spot en satire kunnen luchthartig en mild zijn, maar clichés kunnen ook wreed zijn. Het is gemakkelijk om minderheden te bespotten en te beschimpen en dan te zeggen: het is maar satire.

Sommige bezoekers waren slechts naar Aalst gekomen om met eigen ogen te zien of de beweringen van antisemitisme gegrond waren. Ze waren unaniem: ze zullen nooit meer naar Aalst terugkomen. Andere mensen leken zich echt te amuseren. Zelf vond ik geen woorden om de stoet aan mijn kind uit te leggen.

“Mamma, zijn de Joden mutante mieren? Is Valerie (zijn babysit) een mutant? Ik dacht dat carnaval om snoep ging?”

“Dacht ik ook, zoon, dacht ik ook.”

Ana Milosevic.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234