Donderdag 17/10/2019

8 x brutalisme bij de deur

Wie weet staat er wel een bibliotheek, kerk of zelfs zwembad brutaal te wezen op een steenworp van uw eigen voordeur. Hou dus eens halt als u binnenkort voorbij een van deze acht bijzondere bouwsels rijdt.

Woning Paul Meekels, Wilrijk

De nu 87-jarige architect en stedebouwkundige Paul Meekels werkte tot 1959 in het bureau van Stynen, Bresseleers en De Meyer, eerst als stagiair, later als vennoot. Op de tentoonstelling 'Het nieuwe wonen' in Antwerpen zag hij een interieur van Jul De Roover. Hij deelde met hem de visie dat architectuur een gesamtkunstwerk moest zijn waarbij de architect zowel de woning als de invulling voorziet.

Tijdens de zomer van 1953 verbleef Meekels in de Unité d'Habitation, een wooncomplex van Le Corbusier in Marseille. Vanaf dan was hij erg geïnteresseerd in diens werk. Vooral het idee van de Modulor, waarbij de menselijke maat als uitgangspunt voor architectuurontwerp werd gebruikt, bleef hem bij en vanaf dan paste Meekels dat ook toe. "In mijn ouderlijke huis, waar ik nu nog steeds woon, zijn daardoor de klinken en lichtschakelaars op handhoogte. Geniaal", vertelt Koen Meekels, zoon van Paul Meekels en de huidige bewoner van dit huis.

In 1956 startte Meekels met de bouw van zijn woning. In de buurt volgden nog een reeks huizen. Zijn eerste grote opdracht was de bouw van het Janssen Pharmaceutica-complex in Beerse (1957-1959). Meekels was ook mede-ontwerper van de Pius X-kerk, hiernaast.

Keizershoevestraat 1 (enkel buitenkant te bezichtigen)

Pius X, Wilrijk

Parochiekerk in brutalistische stijl aan de Groenenborgerlaan in Antwerpen, naar het ontwerp van Paul Meekels en Lode Wouters uit 1961.

De parochiekerk behoort tot het vroege oeuvre van Paul Meekels, van net na zijn stage bij Léon Stynen midden jaren 50. Met deze kerk realiseerde hij een van de meest karaktervolle religieuze gebouwen uit de naoorlogse periode in het Antwerpse.

De lichtinval komt van de vensters tussen de twaalf betonnen balken van de dakconstructie, waardoor het plafond een zwevende indruk krijgt. Die is geïnspireerd op de Chapelle Notre-Dame du Haut in Ronchamp van Le Corbusier, waar Paul Meekels zo door gefascineerd was dat hij er elk jaar terugkeerde.

Paul Meekels en Lode Wouters ontwierpen zelf het meeste meubilair, zoals de knielbanken, later vervangen door stoelen met polyester zitkuipjes. Wel bewaard zijn de doopvont uit roestvrij staal en de vier biechtstoelen tegen de westelijke wand.

Groenenborgerlaan 216

Bib te Couwelaer, Deurne

De architect van de bibliotheek van Deurne, Jul De Roover, groeide op in een sociaal-artistiek milieu. Vóór zijn studies architectuur werkte hij in het houtbewerkingsatelier van zijn grootvader. Zijn ambachtelijke kennis van de schrijnwerkerij en voorliefde voor goed materiaal resulteerden in de zorgvuldige detaillering van het gebouw, het schrijnwerk uit aluminium en hout, en het meubilair.

"Dit was voor De Roover een opdracht waarin hij een standpunt kon innemen omtrent de rol van cultuur in het vrije denken van de mens. Het gebouw is ingeplant in het centrum van Deurne. De ontwerpfilosofie van Jul De Roover wortelt in de progressieve antiburgerlijke idealen van het interbellum. Samen met zijn schoonbroer Renaat Braem behoort hij tot een belangrijke generatie naoorlogse modernisten in België", weet Inge van Engelen bij Stad Antwerpen.

Te Couwelaerlei 120

CC Westrand, Dilbeek

Dit cultuurcentrum werd van 1969 tot 1973 gebouwd door architect Alfons Hoppenbrouwers in samenwerking met Rudy Somers.

Hoppenbrouwers koos voor een gebouw zonder rechte hoeken. Binnen ontmoeten de ruimtes elkaar in schuine hoeken. Het essentiële en elementaire van het ruwe beton trok Alfons Hoppenbrouwers, die naast architect ook broeder was, aan. Volgens Professor Emeritus Architectuurgeschiedenis Francis Strauven tekende hij voor een later project zelfs bedden in beton: "Hij heeft me ooit proberen te overtuigen van het nut van slapen op beton. Een matras leggen mocht gelukkig wel."

Kamerijklaan 46

Woning Van Wassenhove, Sint-Martens-Latem

Juliaan Lampens (°1926) bouwde tussen 1960 en 1990 eigenzinnige huizen in de regio Oudenaarde. Ze behoren tot de meest oorspronkelijke voorbeelden van de moderne architectuur in België. De originaliteit ligt vooral in de ruimtelijkheid en het non-conformistische woonconcept.

Lampens bouwde voor het eerst in deze stijl voor zijn eigen gezin in 1960. Tot dan toe had hij om den brode klassieke landhuizen met torens en tempelfrontons gebouwd naar de smaak van dat moment. Voor zichzelf wilde hij een stijl die paste bij de internationale evoluties in moderne kunst en architectuur, wars van overtolligheden en geconcentreerd op het elementaire. Hij begon projecten uit te tekenen waarin hij alle opsmuk stuk voor stuk elimineerde, met als sluitstuk de burgerlijke woonwijze met afzonderlijke kamers. Hij droomde van een tot de essentie teruggebracht samenwonen, een wonen dat volgens hem nauw betrokken zou zijn op de ware natuur. Pas na de Expo 58 durfde hij het ontwerp voor zijn eigen huis uitvoeren - hij hoopte dat de publieke opinie er dan klaar voor was.

De leraar Albert Van Wassenhove wilde na het zien van de kapel van Kerselare (zie verder) absoluut een huis van Lampens. Ook dit huis is een voorbeeld van Lampens' open woonconcept. Sinds april is het te huur voor een weekend of midweek. Verblijven kan er nog tot en met 2 oktober, voor drie dagen en twee nachten. De huurprijs bedraagt 550 euro en de maximumcapaciteit van de woning is twee personen. Reserven kan via de website museumdd.be

Brakelstraat 50

Clarissenklooster, Oostende

Paul Felix bouwde dit klooster in 1957, nog vóór het Tweede Vaticaans Concilie en dus nog in de tijd dat de priesters met de rug naar het volk de mis deden. "De stijl was toen nog volop neogotisch of neoromaans", zegt Marc Felix, de zoon van Paul Felix en ook architect (onder meer van de bib van Oostende, aan de overkant van het zwembad).

"Mijn vader had al het Pius X-college gebouwd in Leuven in modernistische stijl. Hij werd benaderd door de zusters clarissen omdat hun klooster gerenoveerd moest worden na een overstroming. Daar was echter geen renovatiemogelijkheid meer aan. Met het geld dat de zusters tijdens de misviering hadden opgehaald - als 'arme klaren' bezaten zij niets - ging Felix aan de slag voor de bouw van het nieuwe klooster.

"Nadat hij samen met de moeder-overste het 13de- eeuwse programma van de clarissen had bestudeerd, vertaalde hij hun geloften van armoede naar een hedendaagse vormentaal. De sobere, onthechte levenswijze paste wonderwel bij de sobere bouwstijl van het brutalisme. Het gebouw was revolutionair en lokte studenten en architecten uit de hele wereld. Zelfs uit Japan", herinnert Marc Felix zich.

Mariakerkelaan 212

Bedevaartskapel O.-L.-Vrouw van Kerselare, Edelare

Op deze plaats stond al sinds 1460 een kapel die in 1570 was vergroot door de baron van Pamele als blijk van dankbaarheid. Hij was tijdens een bedevaart naar het Heilige Land door een krokodil aangevallen en door het aanroepen van Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare was hij gered. De opgezette krokodil heeft nog tot 1850 in de kerk gehangen.

Nadat een brand de kapel volledig had vernield, schreef de kerkfabriek begin jaren 60 een ontwerpwedstrijd uit die gewonnen werd door Juliaan Lampens en zijn oud-leraar Rutger Langaskens. Om tegemoet te komen aan de smaak van de kerkfabriek hadden zij een traditioneel ontwerp ingezonden, met een aantal torentjes. Eens de wedstrijd gewonnen, schoof Lampens dit plan terzijde en ontwikkelde hij een nieuw ontwerp, dat hij buiten het weten van de kerkfabriek uitvoerde. Alleen de pastoor was op de hoogte. De kapel was af in 1966 en werd volledig uitgevoerd in ruw beton, met moedwillige onregelmatigheden in de bekistingsnaden. Buiten noch binnen is er opsmuk.

De kapel is geïnspireerd op het beeld van een reptiel dat met opengesperde bek uit de bodem - of uit de waterpartij - opduikt. Het is een goedaardig dier dat zijn bovenkaak over het voorpleintje uitstrekt om de toestromende bezoekers te verwelkomen en te beschutten. Zo blies Lampens de oude legende met zijn architectuur nieuw leven in, zo wist Francis Strauven, Professor Emeritus Architectuurgeschiedenis aan de UGent, ons te vertellen.

Kerselare 98

Zwembad, Oostende

Het Oostendse zwembad (afgewerkt in 1978) bouwde Paul Felix in samenwerking met architect Jan Tanghe, die later medeoprichter was van de Bond Beter Leefmilieu.

Felix en Tanghe hadden de plaats voor het nieuwe zwembad zelf aan de staat voorgesteld omdat ze de ligging vlak bij de zeedijk ideaal vonden. In eerste instantie lag het ontwerp twee meter lager omdat Koning Boudewijn geëist had dat hij het zwembad niet zou zien liggen vanuit zijn nabijgelegen Koninklijke villa. Net voor de bouw startte, besliste de koning om geen gebruik meer te maken van de villa, waardoor het oorspronkelijke ontwerp toch kon.

De architecten wilden absoluut dat je het zwembad meteen te zien kreeg als je het gebouw naderde. Dit in tegenstelling tot vele andere zwembaden waarbij je eerst langs de kleedhokjes moet. Door de hogere ligging voorzagen ze terrassen en in het begin ook waterpartijen langs de trappen. Het beton lieten ze ruw, waardoor het gebouw een stevige, robuuste indruk geeft. Dat counterden de architecten door de toevoeging van de kleine terrassen rondom.

Er zijn plannen om het gebouw af te breken en een nieuw zwembad te bouwen, maar er is, via petities en online, veel animo om dit gebouw te beschermen of te herbestemmen.

Koningin Astridlaan 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234