Zaterdag 19/10/2019

75 jaar D-Day

75 jaar D-day: Waarom de geallieerden massaal burgerdoelwitten bombardeerden

Op 6 juni zal een groot deel van de Normandische kust ingenomen worden door vlaggen, speeches en staatshoofden voor de 75ste verjaardag van D-day, de dag waarop de geallieerden landden in Normandië.

'Kinderen begonnen te applaudisseren: 'Ze gaan Duitsland aanpakken!' Maar de bommenwerpers mikten op óns'

La Suisse normande is een stukje Normandië onder Bayeux en Caen. Drie jaar geleden was ik er op vakantie. De meidoorn kan er prachtig bloeien, de kerktorens zijn van graniet en er lopen smalle wegen tussen de hagen van de bocage, de beboste heuvels en de weiden met koeien. In datzelfde pastorale landschap waren dorpen en steden 75 jaar geleden tot puinhopen herleid. Niet door de Duitsers, maar door bombardementen van de geallieerden. De puinen zag ik bij een toevallig bezoek aan een lokale fototentoonstelling. In de brochuretekst stond dat Winston Churchill bij de planning van D-day had bepaald dat het ‘preventieve bombarderen’ van Normandische dorpen en steden tienduizend burgerdoden mocht kosten. Het werden er twintigduizend.

Ik had nooit gehoord van dat preventieve bombarderen. De Normandische kust heb ik nochtans al eerder bezocht, en tegelijk heb ik ook redelijk wat gelezen over de heldhaftige invasietroepen die kotsend uit hun amfibievoertuigen kwamen gekropen, maar de zware burgertol in het hinterland is me zeker niet als een zwarte bladzijde bijgebleven.

Eén van de zwaar getroffen stadjes was Condé-sur-Noireau. Ik bel met François Lefaivre (85), een plaatselijke historicus die een honderdtal getuigenissen heeft verzameld in twee boeken. Algauw blijkt dat hij niet zomaar een geïnteresseerde geschiedkundige is, ook zijn eigen familie moest een zwaar leed dragen. François Lefaivre was 10 jaar in juni 1944.

François Lefaivre «Condé was een levendig stadje met vijfduizend inwoners en veel winkels, alles was er te krijgen. Het was er goed leven, want er was genoeg werk in de katoenspinnerijen en daarnaast had je ook wevers die thuiswerkten. Rond Condé waren er verschillende boeren met melkvee. Mijn ouders waren jonge veertigers en mijn vader was inkoper van wijnen en sterkedrank, ons huis lag naast zijn magazijn. Wij waren thuis met acht kinderen, zes jongens en twee meisjes – het oudste was 13 jaar, het jongste anderhalf jaar.

»Op die namiddag van dinsdag 6 juni zagen wij grote groepen vliegtuigen in de lucht. Veel inwoners hebben ze gezien, omdat het zo’n prachtige zomerdag was en ze buiten waren. Het waren bommenwerpers, onderweg naar elders in Normandië, maar dat wisten we toen nog niet. Om acht uur ’s avonds waren wijzelf aan de beurt.

»Met de kinderen stonden we naar papa te kijken in de tuin. Hij was zoals zovelen ongerust geworden door de vliegtuigen. Hij had ook geruchten opgevangen over de landing, en daarom was hij een diepe put aan het graven, waarin we konden schuilen als er bommen zouden vallen. En toen kwam die vloot Flying Fortresses (Amerikaanse B-17-bommenwerpers, red.) overgevlogen, ze zwenkten af boven het centrum en dropten hun bommen. Eén van de eerste bommen is pal in onze tuin gevallen en zo heb ik mijn papa verloren. Ik herinner me nog de explosie, maar nog veel scherper is me het geluid bijgebleven van het glas dat uit alle ramen sprong.

»Mama heeft ons in paniek de straat opgestuurd onder de hoede van m’n zus van 13. Ik zie ons nog lopen, we droegen al onze pyjama om te gaan slapen en zo renden we Condé uit, op onze pantoffels. Iedereen vluchtte: volwassenen, kinderen, bejaarden, één bange stoet die de stad uit liep.

»Die bommen waren een complete verrassing. Later hoorden we dat Amerikaanse vliegtuigen in de namiddag vlugschriften hadden uitgestrooid. Daarin stond dat ‘uw verblijfplaats’ – Condé werd niet genoemd – weldra gebombardeerd zou worden en dat de bewoners moesten vluchten. Niemand heeft die vlugschriften gezien. Ze zijn op te grote hoogte uitgegooid en later teruggevonden in de velden, zeven, acht kilometer verderop.»

Op veel plaatsen in Normandië zijn de vlugschriften voorbij hun doel gewaaid. De in het Frans gestelde boodschap was alarmerend, maar ook vaag: ‘U bevindt zich op een vitale plek die essentieel is voor de troepenbewegingen van de vijand. U moet zich met uw gezin van deze gevaarlijke plek verwijderen, en dat minstens enkele dagen, want deze plek zal zonder ophouden gebombardeerd worden. Blijf ook niet op de wegen, verspreid u zoveel mogelijk op het platteland. VERTREK NU! U HEBT GEEN MINUUT TE VERLIEZEN!’

Zelfs als mensen dat lazen, dan nog konden ze niet begrijpen dat hun dorp een vitaal doelwit was. In Condé was er geen enkele Duitse militaire installatie.

Lefaivre «Er waren misschien tien Duitsers in onze gemeente, en het waren brave huisvadersoldaten. Die 6de juni hadden zij sommige inwoners gezegd dat er gebombardeerd zou worden. Zij wisten ervan, allicht had hun staf weet van die vlugschriften, maar niemand wilde hen geloven: ‘De geallieerden? Condé bombarderen? Waarom zouden ze?!’

»Niemand begreep waarom ons stadje zo zwaar is aangevallen. Wij lagen op 70 kilometer van de kust! En de stad Bayeux, op amper 10 kilometer van de kust, is gespaard en intact gebleven!»

Pas lang na de oorlog zal duidelijk worden dat de geallieerden in een strook van 60 à 80 kilometer onder het landingsgebied alle belangrijke wegen wilden doorknippen om de opgeroepen Duitse versterkingen af te remmen. Er is letterlijk gesteld dat die strook vanuit de lucht ‘platgelegd moest worden’.

Voor dat luchtoffensief vertrokken bijna duizend bommenwerpers vanuit Zuid-Engeland. In Normandië had men nog niet eerder zulke grote eskaders vliegtuigen gezien. In sommige dorpen en steden begonnen kinderen spontaan te applaudisseren (‘ze gaan Duitsland aanpakken!’), maar de vliegtuigen hadden het op Normandië gemunt. Wegen, kruispunten, spoorwegen, stations, bruggen: alles wat voor Duitse troepentransporten kon dienen, werd aangevallen. En dus ook de steden en provinciestadjes, opdat de Duitsers er niet konden inkwartieren of zich bevoorraden. De operatie was in februari 1944 op papier gezet en kreeg de bedenkelijke naam ‘Royal Flush’. Dat is een term uit het pokerspel, maar flush betekent evengoed ‘leegmaken’ en ‘doorspoelen’. En zo werden plaatsen als Caen, Lisieux, Falaise, Isigny, Vire, Argentan en Saint-Lô aangevallen en voor 75 tot 95 procent verwoest.


Graf in het veld

De vluchtende kinderen Lefaivre vonden intussen onderdak in een boerenschuur, anderhalve kilometer buiten Condé.

Lefaivre «Die schuur zat volgepakt met vluchtelingen. Er lag hooi, maar niemand heeft een minuut geslapen. Er is uren aan een stuk gebeden, en rond tien uur ’s avonds is er een tweede bombardement gevolgd. Deze keer waren het Engelse Lancaster- en Halifax-bommenwerpers, en zij hebben vooral brandbommen op Condé gegooid. De eerste bommen hadden de stad al zwaar vernield, maar dat was niet genoeg, de honderden huizen moesten tot op de grond platgebrand worden. De ene golf vliegtuigen na de andere volgde, het nachtelijke bombardement wilde maar niet stoppen. Er zijn ook hulpverleners gedood die in het puin naar overlevenden van het eerste bombardement zochten.

'Duitse soldaten hadden sommige inwoners gezegd dat er gebombardeerd zou worden, maar ze werden niet geloofd: 'Waarom zouden de geallieerden Condé bombarderen?'

»Ik weet nog dat ik in de vroege morgen uit de schuur wilde en dat ik vanop een heuvel Condé zag liggen, dat was één vuur, één grote rookkolom. Alles stond in brand, zelfs de kerk. Het leek alsof ons dorp was uitgekozen om het einde van de wereld in te luiden. Blussen was onbegonnen werk. Geen enkele straat, geen enkel gebouw was te benaderen door de vele vuurhaarden. De volgende morgen zijn er vanuit de omtrek wel brandweerlui en Rode Kruisvrijwilligers naar Condé gegaan om in het smeulende puin naar overlevenden te zoeken. De huisartsen en verpleegkundigen van de gemeente hadden een primitieve hulppost opgezet, maar er waren niet eens draagberries. De gewonden werden aangevoerd op houten vensterluiken.»

Voor het tweede bombardement was de Britse Royal Air Force ingezet. Zij voerde een carpet bombing uit, zoals in Dresden en Hamburg, een werkwijze die erop gericht was om elke vierkante meter van het doelwit te verwoesten. Ook het dichtbevolkte Caen, zestigduizend inwoners, werd zonder enige waarschuwing of evacuatie gebombardeerd, terwijl het toch om een ‘geallieerde’ bevolking ging.

Door de bombardementen vielen op die 6de juni in Normandië drieduizend burgerdoden, dat zijn evenveel slachtoffers als er soldaten sneuvelden op de ‘moorddadige stranden’ van de landing.

In die juninacht moesten veel Normandische vluchtelingen schuilen in het open veld of in holle zandwegen. Later zochten ze onderdak in boerderijen, maar ook in verlaten ijzermijnen of in grotten van steengroeven. Sommige boerderijen waren zo overbevolkt dat mensen tussen de koeien sliepen. In een grote kerk in Caen bleven vluchtelingen een maand wonen, kleine zijkapellen werden als slaap- en eetzalen ingericht.

Lefaivre «Door de twee bombardementen vielen in Condé 276 doden, onder wie meer dan twintig kinderen. De doden kon men niet begraven, omdat ook het kerkhof was getroffen en omgewoeld. Ze zijn ter aarde besteld in grachten langs de weg en in putten die in de velden waren gegraven. Pas na de oorlog heeft men de slachtoffers opgegraven om ze een deftige uitvaart te kunnen geven. Ook mijn vader had een veldgraf, ik weet niet eens wie hem daar tijdelijk heeft begraven.»

HUMO Was uw mama thuisgebleven?

Lefaivre «Nee, dat durfde ze niet. Ze is later op de avond ook in die schuur aangekomen. En de volgende morgen zijn we met de meeste vluchtelingen naar Bouilly getrokken, een gehucht dat 2 kilometer verderop lag. Daar zijn we opgevangen door een boerenfamilie, mensen die we amper kenden, maar die ons met alle zorgen omringd hebben. We zijn er tot midden augustus kunnen blijven, tot de dag dat ook dat gehucht werd gebombardeerd. Ineens doken er bommenwerpers op en mama liep met de twee kleinsten op de arm naar de schuilplaats, 500 meter verder, maar onderweg is ze omvergeblazen. Zij heeft het overleefd, maar de kleintjes waren gedood door schrapnels. Ik heb het lijkje van mijn zusje en mijn broertje zien liggen, allebei zonder hoofdje, 3 en net geen 2 jaar waren ze. Later is gezegd dat de boordcommandant zich van dorp had vergist.»

Nog weken na D-day werden delen van Normandië gebombardeerd. In plaats van grondtroepen te riskeren, bestookten de geallieerden het terrein en de oprukkende Duitsers met vliegtuigen en met zware artillerie die aan de kust stond opgesteld. De vluchtende bevolking zat letterlijk tussen twee vuren. In het heetst van de strijd waren 150.000 van de één miljoen inwoners wanhopig op zoek naar een veilige plek.

'Ik heb het lijkje van mijn zusje van 3 en mijn broertje van net geen 2 zien liggen, allebei zonder hoofdje. Later is gezegd dat de bommenwerper zich van dorp had vergist'


Dode stad

In Normandië zouden uiteindelijk twee miljoen soldaten worden ingezet: Duitse troepen groeven zich in en de geallieerden boekten maar heel traag vooruitgang. Het geallieerde oppercommando had gedacht Normandië in drie weken te kunnen bevrijden, het zouden drie maanden worden. Eén dorp werd tien keer bevrijd en tien keer heroverd door de Duitsers. Ondertussen probeerde moeder Lefaivre met haar kinderen weg te raken uit de frontlinie.

Lefaivre «We zijn te voet naar Les Tourailles getrokken, 35 kilometer ten noorden van Condé. We vonden er een leegstaande watermolen en daar hebben we de bevrijding afgewacht. Het was al midden september voor we terug naar huis durfden. In juli waren er al mensen teruggekeerd, maar dat waren enkelingen. Condé is de hele zomer een compleet verlaten stad geweest, une ville morte. Zeventig zaken van middenstanders waren met de grond gelijkgemaakt. Het was een vlakte vol puinhopen. Condé is bevrijd op een ogenblik dat er haast niemand was.

»Mama is in die zomer één keer teruggekeerd om tussen het puin naar documenten en familiejuwelen te zoeken, wat heel gevaarlijk was, want het luchtruim werd bewaakt door Britse Spitfires. Als zij beweging zagen in verlaten ruïnedorpen, dachten ze niet aan burgers, maar aan Duitse infiltranten, en dan werd je vanuit de lucht met mitrailleurs beschoten.

»Overal lag zoveel puin, ik herkende de straten niet meer. Ons eigen huis was verwoest, maar papa had vóór de oorlog een tweede huis gekocht, even buiten Condé. Dat was overeind gebleven en toen zijn we daar gaan wonen.»

HUMO Ik las dat Normandië zowat de enige regio was waar de geallieerde bevrijders niet met open armen zijn ontvangen.

Lefaivre «Dat is de waarheid. Wat wil je? Je woont in een vredig provinciestadje, je ligt in de luwte van het oorlogsgeweld en ineens ligt alles plat en vallen er bijna driehonderd doden onder de vijfduizend inwoners. Niemand die het begreep. Je kon toen ook racistische commentaren horen, dat die piloten van de Flying Fortresses zeker domme negers waren geweest.»

HUMO Condé had ook geen scholen meer.

Lefaivre «Daarom heeft mijn moeder mij en nog een broer naar een internaat in Reims gestuurd. Pas met Kerstmis zagen we ons gezin terug. Ik was blij verrast: veel lag nog in puin, maar in huis was er al licht én kerstversiering. En de mensen waren niet bij de pakken blijven zitten. Ze waren met de wederopbouw begonnen. Voor een kind was die bedrijvigheid heel avontuurlijk. De Amerikaanse, Engelse en Canadese soldaten trokken kleine bungalows op voor dakloze gezinnen, en ook gemeubileerde barakken die als winkel of klaslokaal konden dienen. Zweden schonk zelfs vierhonderd prefabhuizen aan de regio Calvados en daarvan zijn er zestig in Condé gebouwd. Dat waren comfortabele huizen met zelfs douche én centrale verwarming, een ongekende luxe in die tijd.

»Ik durf het haast niet te zeggen, maar die eerste tien jaren na de oorlog waren prachtige jaren. Er was zoveel onderlinge hulp, zoveel solidariteit. In ons huis hebben wij andere dakloze families van Condé opgevangen, het was de zoete inval bij ons! Er was ook een intens sociaal leven, er waren feesten en optochten, ons kapotte stadje gonsde van het leven. Het was geen joie de vivre, maar een joie de survivre. Men had de klap overleefd en men wilde absoluut de draad weer oppakken.»

HUMO De burgerslachtoffers zijn door de wederopbouw van de geallieerden naar de achtergrond verdrongen in Frankrijk. Vanaf wanneer is men zich dan toch voor hen beginnen te interesseren?

Lefaivre «Pas in de jaren 90 begon je erover te lezen in de pers. Ik heb een eerste keer getuigenissen verzameld in de jaren 80 en toen zag ik hoe blij de mensen waren dat ze eindelijk hún verhaal van de bevrijding konden vertellen. Ik was nieuwsgierig naar het oorlogsverleden dat ik als kind had meegemaakt. Ik stelde ook aldoor vragen aan m’n moeder, maar zij heeft er nooit over willen vertellen, nooit. Het verdriet om vader en de twee jongsten is altijd blijven wegen. Wat ik weet van mijn familie, heb ik aan anderen moeten vragen. En uit die onbevredigde nieuwsgierigheid zijn mijn boeken ontstaan.

»Ons gezin was drie leden kwijt, maar er waren gezinnen met acht kinderen waar niemand van was overgebleven. In Condé hadden de meeste inwoners absoluut niks meer: al wat ze bezaten, kon in één koffertje. Nog elk jaar is hier een herdenking en worden er kransen gelegd bij het monument voor de slachtoffers. Bij zo’n reünie wordt er natuurlijk verteld over vroeger, en elk jaar zie ik mensen die nog altijd fel onder de indruk zijn. Ik ben hier heel mijn leven huisarts geweest en ik heb dus ook getraumatiseerde mensen gesproken. Bejaarden die tot op het einde van hun leven nachtmerries hadden. Of mensen die wel wilden vertellen, maar als ze twee zinnen gezegd hadden, konden ze niet meer spreken, zo overmand waren ze nog altijd.»

Ik verbleef in 2016 enkele dagen vóór de 72ste verjaardag van D-day aan de Normandische kust. Het was een komen en gaan van militaire re-enactors. Jeeps en Rode Kruisvoertuigen paradeerden in een karavaan door de dorpen, er werden selfies gemaakt bij een antiek stuk afweergeschut en vlakbij kon je bier en hamburgers krijgen aan lange tafels onder camouflagezeilen. De jeeps waren opgetuigd met kentekens, jerrycans en opvouwbare scheppen; sommige voertuigen hadden een versnellingspook met een greep in de vorm van een handgranaat. De sfeer was uitgelaten, tussen schoolreis en carnaval in, met militaire praalhanzen die soms rechtop stonden in hun jeep als om de troepen te schouwen.

In Merville-Franceville hadden de re-enactors zelfs carte blanche gekregen. Daar is een openluchtmuseum op de plek waar vroeger een Duits artilleriebolwerk was, en op dat museumterrein – mét ook een Brits monument – hield een Duitser de wacht op een bunker. Als een echte schildwacht stapte hij heen en weer in Stahlhelm, hoge laarzen, lange feldgrau jas, het geweer over de schouder. Onderaan bij de bunker waren zijn Duitssprekende kameraden in Wehrmacht-uniform, met adelaar en hakenkruis-insigne, een kampvuur aan het maken. Drank en vlees lagen paraat, de gezellige avond kon beginnen. Ik weet dat oorlog sommige mannen fascineert, maar ik kan me moeilijk inbeelden dat voor dat rollenspel meer dan een half miljoen soldaten zijn gesneuveld in de zomer van 1944.

Lefaivre «Het is degoutant. Niet om aan te zien. Zij zien de oorlog als een spektakel, als een feestje waarvoor je je kunt opkleden. Gelukkig blijven ze aan de kust en komen ze met hun ‘festiviteiten’ niet tot hier afgezakt.

»Hier komen wel andere toeristen, Fransen en buitenlanders, maar niemand lijkt op de hoogte van de burgerdoden. Ik heb zelfs een Engelse oud-strijder gesproken die aan de landing had deelgenomen en ook hij wist van niks.»

'Een vrouw wijst bij de aankomst van een Britse bevrijder beschuldigend naar het puin in Caen. 'Je stad vernield en tweeduizend doden, dat zet je niet zomaar uit je hoofd'


Te weinig schade

Om de bredere context van die dodelijke zomerweken te kennen, neem ik contact op met Jean Quellien (72). Hij is emeritus professor hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van Caen en heeft meerdere boeken over de bevrijding geschreven – één daarvan is in het Nederlands vertaald als ‘Normandië 44’. Quellien is in 1946 geboren in Coutances, een kleine stad die voor 60 procent werd vernield en waar bijna driehonderd burgerslachtoffers zijn gevallen.

HUMO De grootste stad die onder een bommentapijt kwam te liggen, was Caen. Géén militair doelwit en toch is ze tot op de grond verwoest, met in totaal tweeduizend doden.

Jean Quellien «Volgens de planning moest Caen op die eerste dag door grondtroepen veroverd worden. Om eventueel oprukkende Duitse versterkingen tegen te houden moesten vooraf de bruggen over de Orne worden gebombardeerd. Dat hebben Amerikaanse bommenwerpers in de namiddag van 6 juni gedaan. Toen ’s avonds bleek dat de geallieerden niet tot in de stad zouden raken, werd aan de Amerikaanse piloten gevraagd om luchtfoto’s van hun schade voor te leggen. Het Britse oppercommando was niet tevreden. Ze vond de schade aan de bruggen en wegen ‘te gering’ en om te verhinderen dat de Duitsers in de komende uren en dagen vrij door Caen konden trekken, is beslist om de stad volledig plat te bombarderen. De Royal Air Force is er diezelfde nacht nog mee begonnen, en de bombardementen op Caen zijn nog weken blijven doorgaan, tot men de schade voldoende vond.»

HUMO Hebben al die gebombardeerde woonkernen en knooppunten van autowegen, spoorwegen en waterwegen de Duitse troepen echt afgeremd? Volgens een artikel in Le Monde was het ‘moeite voor niks, het vormde geen onoverkomelijk obstakel’.

Quellien «Achteraf heeft men schoorvoetend toegegeven dat er veel burgerdoden zijn gevallen voor een mager resultaat, maar dat kon men vooraf niet weten. Het oppercommando van de geallieerden was heel bang voor een scenario waarbij hun troepen terug naar de kust gedreven zouden worden door de oprukkende Duitsers, en dat ze daar klem zouden zitten tussen de zee en de Duitse troepen, en dus is er preventief gebombardeerd. Met die duizend bommenwerpers zijn ze tot midden juni blijven bombarderen. Het lukte niet zomaar om alles in enkele dagen plat te leggen.»

'We droegen al onze pyjama om te gaan slapen en zo renden we Condé uit, op onze pantoffels. Iedereen vluchtte: volwassenen, kinderen, bejaarden, één bange stoet die de stad uit liep'

HUMO Is er nooit beslist om voorzichtiger en preciezer te bombarderen?

Quellien «Het is rudimentair begonnen en zo zijn ze verdergegaan. Om de bruggen van Caen te bombarderen is bijvoorbeeld voor de Amerikaanse B-24 gekozen, maar dat zijn logge viermotorige toestellen, die kunnen helemaal niet precies richten. En omdat zij hun werk slordig hadden gedaan, is dan maar de hele stad verwoest. Dat wijst niet bepaald op behoedzaam gedrag.

»Aan de universiteit hebben we de notulen van de voorbereidende vergaderingen tussen de stafchefs van de Britse en de Amerikaanse luchtmacht en daaruit blijkt dat de Amerikanen wel oog hadden voor de burgers. De Britten waren niet met hen begaan. Zij wilden bombarderen, punt. Zij hebben de nachtelijke vluchten voor hun rekening genomen, en nooit heeft de Royal Air Force de burgers willen waarschuwen.

»De enige toegeving van de Britten aan de Amerikanen was dat die enkele uren vooraf pamfletten mochten gooien om de bevolking te waarschuwen. Maar de pamfletten zijn bijna nergens op de juiste plek terechtgekomen. En waar ze wel goed neervielen, werd er geen geloof aan gehecht omdat de inwoners niet konden begrijpen dat hun woonplaats een doelwit kon zijn.»

'Er waren gezinnen met acht kinderen waar niemand nog van leefde. De meeste inwoners hadden niks meer: alles kon in één koffertje'

HUMO In een oorlogsmuseum aan de kust zag ik een foto waar bewoners tussen het puin van hun huis het glas heffen met enkele Amerikaanse bevrijders. Maar de suppoost fluisterde me in dat die foto ‘vooral bedoeld is voor de Amerikaanse en Britse bezoekers’. Zijn ouders hadden gezegd dat de ontvangst van de bevrijders in Normandië maar koeltjes was.

Quellien «Er zijn zeker plaatsen waar ze hartelijk zijn ontvangen. Het hing af van de aangerichte schade en de dodentol. De inwoners van Caen hadden het in elk geval moeilijk om met de armen wijd open te staan. Ik heb een foto waarop een vrouw bij de aankomst van een Britse bevrijder beschuldigend naar het puin wijst. Je stad vernield en tweeduizend doden, dat zet je zomaar niet uit je hoofd.»

HUMO François Lefaivre zei me dat de interesse voor de burgerdoden pas in de jaren 90 is gewekt. Allicht was er vele jaren schroom om de bevrijders als ‘doders’ aan te wijzen.

Quellien «Ja, ook aan onze universiteit heeft het veertig jaar geduurd voor wij een onderzoek naar de dodentol begonnen. Oorspronkelijk circuleerde het getal van tienduizend burgerdoden en iedereen nam dat klakkeloos over. Met onze historici hebben we het per stad en dorp onderzocht en zo zijn we tot twintigduizend slachtoffers gekomen, een wetenschappelijk gefundeerd getal.

»In de jaren 90 zijn historici ook anders gaan denken. De studie van de oorlogen verlegde zich van de gevechten en de slagvelden naar de slachtoffers. Aanvankelijk vooral de Joden en de gedeporteerden in de kampen, later ook de burgerslachtoffers.

»De Franse nationale pers volgde ook in de jaren 90. Maar het heeft nog tot 2014 geduurd voor een Franse president officieel over de Normandische burgerslachtoffers wilde spreken – François Hollande was de eerste. Tot 2014 werden de burgers alleen lokaal herdacht, voor de Franse staat leken ze niet te bestaan.

»In 1977 werd in de Conventie van Genève opgenomen dat carpet bombing van dichtbevolkte steden als een oorlogsmisdaad moet worden beschouwd. Dat is wat de grote Duitse steden hebben ondergaan op het eind van de oorlog, en dat lot hebben ook de Normandische steden ondergaan. Met dezelfde bommenwerpers! Maar de term ‘oorlogsmisdaad’ zul je in geen enkel officieel document terugvinden, het ligt té gevoelig.»

HUMO Met de 75ste verjaardag zullen weer veel militaire re-enactors naar Normandië afzakken.

Quellien «Ik heb het daar héél moeilijk mee. De oorlog is geen vorm van vermaak, geen spel om na te spelen. Je ziet ook vooral Amerikaans materieel en Amerikaanse uniformen. Zij zijn de helden bij de re-enactors. Alsof zij alleen de bevrijding van Normandië hebben bewerkstelligd, wat compleet fout is.»

HUMO Hebben de Britse of de Amerikaanse regering ooit hun excuses aangeboden?

Quellien «Van beide regeringen is nooit één excuus gekomen.»

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234