Vrijdag 03/02/2023

'69, année érotique

Een orgeltje, een aangebrande tekst en genoeg gekreun om een pornofilm mee te bevoorraden. Meer hadden Serge Gainsbourg en Jane Birkin niet nodig om het beroemdste stel van de jaren zestig te worden. Het controversiële 'Je t' aime moi non plus' werd in 1969, ondanks de ban van de paus en het gedwongen stilleggen van de platenpers, een wereldhit, die vandaag nog altijd tot de verbeelding spreekt. Jane Birkin kan het nog navertellen. 'Ik heb dat nummer vooral uit jaloezie ingezongen.'DOOR BART STEENHAUT

Serge Gainsbourg was al een begrip in Frankrijk voor hij Jane Birkin leerde kennen. Hij was jaren voordien nog leraar geweest en speelde piano in bars en rokerige nachtclubs. De als Lucien Ginsburg geboren zanger hield op dat moment vooral van jazz en klassiek, maar nadat hij in 1958 een optreden van Boris Vian zag, ging hij zich ook zelf op het schrijven van liedjes toeleggen. De kritieken waren vernietigend, en met zijn pretentieuze houding joeg de jonge zanger een flink deel van het publiek tegen zich in het harnas. Als schrijver voor anderen had Gainsbourg aanzienlijk meer succes. Hij bezorgde Juliette Gréco een aantal van haar grootste hits, en ook Petula Clark, Françoise Hardy en Dominique Walter namen chansons van hem op. En nadat hij zelf een eerbetoon aan de ravissante Brigitte Bardot had opgenomen ('Initialles B.B.') bereikte zijn populariteit een hoogtepunt.

In 1968 ontmoette Gainsbourg Jane Birkin tijdens de opnamen van Slogan, een film waar hij zelf in meespeelde. Birkin was een jonge Engelse actrice die na een gestrand huwelijk met filmcomponist John Barry Groot-Brittannië was ontvlucht. Het werd geen liefde op het eerste gezicht. "Ik vond hem koel en afstandelijk. Arrogant, zelfs", herinnert Birkin zich. "Pas nadien kwam ik erachter dat zijn hart net gebroken was door Bardot. En naarmate we elkaar leerden kennen, voelde ik me beter bij hem. Hij viel voor me omdat ik nauwelijks borsten had. Dat was een geschenk uit de hemel, want ik had enorme complexen over mijn gebrek aan borsten en mijn veel te grote kont. Mannen houden doorgaans wel van een mooi handjevol. Ik droomde altijd van een relatie met een plastisch chirurg. Of met iemand die er als een priester uitzag. David Attenborough, bijvoorbeeld. Iemand voor wie het uiterlijk minder belangrijk was."

Jaloezie

Gainsbourg nam 'Je t' aime moi non plus' aanvankelijk al in oktober 1967 op met Brigitte Bardot, maar naarmate de releasedatum naderde, begon de actrice hem te knijpen en vroeg ze uiteindelijk om het duet niet uit te brengen. Haar affaire met Gainsbourg sprong af en ze keerde terug naar haar echtgenoot.

Bovendien was Birkin jaloers dat hij zo'n seksueel geladen song met iemand anders zou opnemen. "Toen Serge me een jaar later uiteindelijk vroeg of ik misschien wilde inspringen zag ik dat meteen zitten. Ik zou het trouwens nooit verkropt hebben, mocht hij me dat niet voor hebben gesteld. Er kwamen zo vaak bloedmooie actrices bij hem over de vloer die hem haast smeekten om het met hen op te nemen. Maar ik gunde het hen gewoon niet. Het klinkt wat raar, maar ik heb het nummer gewoon ingezongen uit jaloezie. Een puriteins meisje dat haar eigen grenzen verlegde voor de man van wie ze zielsveel hield. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, want het blijft een prachtig nummer."

Nochtans bleek aanvankelijk lang niet iedereen het daarover eens. Meer nog: de tekst van 'Je t' aime moi non plus' werd zo provocerend bevonden dat Franse politici een wetsvoorstel indienden om de censuurwetgeving te verstrengen. De single werd verbannen in Spanje, Zweden, Brazilië en Groot-Brittannië. Het Vaticaan sloeg het nummer in de ban en de platenbaas van Phillips belandde achter de tralies omdat hij de song in kwestie had uitgebracht. "Volgens Serge was de paus de beste pr-man die we ons konden wensen. Hij liet een communiqué verspreiden waarin stond dat we uit de kerkgemeenschap zouden worden verstoten, wat ons een golf van publiciteit opleverde. Serge kon het allemaal niet zoveel schelen, en ik was sowieso niet katholiek."

Door de hele hetze werd 'Je t' aime moi non plus' een enorme hit. Eerst in Zuid-Amerika, waar er genoeg illegale perserijen waren die het plaatje toch fabriceerden. Van daaruit smokkelden Engelse toeristen de plaat Groot-Brittannië binnen in hoesjes van Maria Callas. Dat clandestiene karakter heeft volgens Birkin mee de mythe bepaald. "Je kon de cel invliegen als je met dat singletje betrapt werd. Zelfs toen het later ook in Engeland een hit werd, speelden ze op de BBC enkel de instrumentale versie. 'Je t' aime...' verkocht zo verschrikkelijk goed dat we het nauwelijks ernstig konden nemen. Het was alsof we een grote zak opendeden, en die zonder blikken of blozen met goud werd gevuld." In 1969 alleen al werden er twee miljoen exemplaren van aan de man gebracht.

Sodomie

Koningin Elizabeth van Engeland veroordeelde het nummer op haar beurt omdat ze dacht dat het over sodomie ging, ook al is er niets in de tekst dat daar rechtstreeks naar verwijst. Birkin: "Precies doordat ze de song zo interpreteerde, kreeg Serge het idee om later een film te maken die ook 'Je t' aime moi non plus' heette, en daar was anale seks inderdaad een van de thema's. Je kunt dus gerust stellen dat Elizabeth haar tijd ver vooruit was, en een grotere pervert dan Serge zelf. Die was daar op dat moment namelijk nog helemaal niet mee bezig. Maar hij leerde snel. Daarom wilde ik ook graag in die film meespelen. Ik besefte heel goed dat die rol de geschiedenis van het filmmaken zou veranderen. Aanvankelijk werd hij weliswaar door de critici afgekraakt. Men vond het een wansmakelijke, revolterende film. Ik voelde me beledigd. Razend, ook. Maar intussen heeft die film toch een zekere cultstatus verworven. Serge was een visionair, maar ik ben hem altijd blindelings gevolgd. Uit liefde. Alleen uit liefde."

Jeckyll en Hyde

Gainsbourg wist beter dan wie ook hoe hij de goegemeente moest shockeren. "Provocatie is als zuurstof voor mij", liet hij zich ooit ontvallen. Hij stak sigaretten aan met brandende dollarbiljetten, zong het Franse volkslied op een reggaebeat, schreef teksten over incest, en liet tijdens een live-uitzending op televisie aan Whitney Houston weten dat hij haar dolgraag wilde neuken. Gainsbourg maakte van zijn outsidersimago zijn handelsmerk, en was intelligent genoeg om in te zien dat zijn stoppelbaard, zijn liefde voor Gitanes-sigaretten en sterke drank niet alleen de verbeelding van het publiek prikkelde, maar ook de platenverkoop op peil hield. Alleen zou hij uiteindelijk het slachtoffer van dat imago worden en moest Gainsbourg het afleggen tegen zijn rock-'n-roll-alter ego Gainsbarre. "Het was als Jeckyll en Hyde: het ene moment was Serge de liefste man die je je kon voorstellen. Charmant. Grappig. Gevat. Maar zodra hij begon te drinken, merkte je dat hij zich niet lekker in zijn vel voelde. En na dat eerste glas kon hij algauw geen maat meer houden. Dan moest hij elke bar in Parijs binnen zijn geweest, en dronk hij cocktails en Bloody Mary's tot hij letterlijk niet meer recht raakte. Meestal wilde hij dan ook nog piano spelen, en moest ik hem letterlijk achter het klavier vandaan sleuren om hem mee naar huis te krijgen. Dan voelde ik me een oude zeur die het genie tot de orde moest roepen. En op de duur werd ik dat ook: een oude zeur die hem een klap moest geven zodat hij op zijn minst zijn ogen open zou houden terwijl hij de sleutel in het sleutelgat probeerde te moffelen. Soms klopte ik tot bloedens toe. De ochtend nadien vroeg hij zich dan af waarom er zo'n grote buil op zijn gezicht zat."

Die voortdurende staat van dronkenschap deed voor Birkin op de duur de deur dicht. "Ik moest bij hem weg omdat ik anders ook onderuit zou gaan. We waren onszelf kapot aan het maken. Maar desondanks voelde ik me vreselijk schuldig. Ik haatte mezelf om wat ik hem aandeed. Vergelijk het met de vrouwen en kinderen die in een reddingssloep stappen terwijl de boot aan het zinken is. Ze stappen wel in, maar tegelijk kotsen ze van zichzelf omdat ze hun mannen achterlaten in dat ijskoude water."

Birkin zegt dat het vooral Gainsbourgs fulltime dronkenschap was die haar begon te vervelen. "Onze relatie was doodgebloed, en het werd tijd voor iets anders. Ik zou 35 gaan worden. Een leeftijd waarop je denkt: het is nu of nooit. Net toen kwam ik een man tegen die mooi was. En onbekend. En failliet. Liefde op het eerste gezicht, kortom."

Toch bleef Gainsbourg nadien voor Birkin schrijven. Uit sadomasochisme, bijna. "Elke letter, elke zin, elke komma die hij op papier zette, had ik zelf meegemaakt. Dat was heel moeilijk soms, want hij schreef over hoe ik bij hem weg was gegaan en hoezeer hij daar het hart van in was. Eigenlijk vroeg hij me om over de pijn te zingen die ik hem zelf had aangedaan. Hij bleef me op een voetstuk plaatsen. En toen ik hem dan zag wenen terwijl ik die liedjes zong in de studio... dat dééd me iets. Zonder hem zou ik nooit geworden zijn wie ik nu ben. Ik zou nooit het lef hebben gehad om dat podium op te kruipen." Achteraf nam hun vriendschap weer een normalere gedaante aan, en hoewel ze er beiden andere relaties op na hielden, kwamen ze haast dagelijks bij elkaar over de vloer. "We werden soulmates. Ik kon niet zonder hem, en hij wilde niet verder zonder mij. We hadden een eigen kamer in elkaars huis." Ook op muzikaal vlak werd de samenwerking nog intenser. Zij zong de b-kanten van zijn singles in, waarop hij zijn vrouwelijke kant aan bod liet komen. "Serge besefte zeer goed dat we een klassiek koppel waren, en had zich voorgenomen ervoor te zorgen dat we ook zo de geschiedenis in zouden gaan."

Volksheld

Jane Birkin, 57 intussen, maakt nog steeds muziek en bracht onlangs een nieuwe cd uit. Serge Gainsbourg stierf op 2 maart 1991 aan de gevolgen aan een hartaanval. Hoewel het oeuvre van Gainsbourg in de Verenigde Staten geen noemenswaardige impact heeft gehad, blijft zijn invloed in de rest van de wereld nauwelijks te onderschatten. Een paar jaar voor zijn dood schreef hij nog een volledige plaat voor Vanessa Paradis, terwijl covers door onder meer Placebo, Arno, Jo Lemaire, Pet Shop Boys, Mick Harvey, Black Grape en France Gall de herinnering aan zijn werk levendig houden. Ook zijn eigen cd's blijven het goed doen. Onlangs werd Histoire de Mélody Nelson nog uitgeroepen tot de meest invloedrijke plaat uit de Franse muziek. "Dat zou hij fantastisch hebben gevonden. Gainsbourg vond het altijd veel belangrijker om bij jonge mensen geliefd te zijn dan dat een oude zak als Paul McCartney hem op handen droeg. Ik weet zeker dat al die jonge mensen op een veel integerder manier van Serge houden dan veel van zijn generatiegenoten destijds van hem hielden."

Gainsbourg was een volksheld toen hij stierf. Naast Coluche werd hij beschouwd als de meest geliefde man van Frankrijk. "Ik ben blij dat hij dat nog tijdens zijn leven heeft beseft. Op straat kwamen kinderen hem omhelzen, en iedereen wuifde naar hem. Daar putte hij veel voldoening uit, want zijn hele leven lang heeft hij boordevol complexen gezeten. Met zijn uitpuilende ogen en zijn veel te grote oren. Hij vond zichzelf spuuglelijk."

Gainsbourg ligt nu begraven op het kerkhof van Montparnasse, tussen andere legendes als Baudelaire en Rimbaud. "Serge verdient het om daar te liggen, want mettertijd zal blijken dat zijn teksten even literair waren als die van de grote Franse schrijvers. Hij heeft ook altijd muziek gemaakt omdat hij dat zelf wilde, en niet om andere mensen te plezieren." Op de vraag of ze zijn graf nog weleens bezoekt blijft het eerst angstwekkend stil. "Neen. Nooit. Of toch. Eén keer. Om aan een paar Engelse vrienden te laten zien hoe geliefd hij wel was. Maar de dag dat ik Serge begraven heb, hem daar in de grond zag stoppen, is de dag dat ik afscheid van hem heb genomen. Sindsdien blijf ik er weg, want ik kan de confrontatie niet aan. Ik weet wel dat hij er niet meer is, maar zijn dood blijft zwaar om dragen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234