Zaterdag 16/01/2021

60 jaar strips met grote ogen

De manga, of het Japanse beeldverhaal, bestaat zestig jaar. In eigen land zijn die strips goed voor 40 procent van alle publicaties, in het Westen is hun populariteit tot duizelingwekkende hoogtes gestegen. De Britse auteur Paul Gravett legt in zijn jongste boek haarfijn oorsprong en invloed van manga's uit. Een gesprek over homo's in meisjesstrips, erotiek, vooroordelen, taboes en grote ogen.

door Geert De Weyer

Great Russell Street in Londen, de kelderverdieping van stripwinkel Gosh. Het enthousiaste kind in Paul Gravett komt naar boven wanneer hij enkele net gearriveerde manga's door zijn handen laat gaan. "En mensen maar denken dat manga enkel staat voor figuurtjes met grote Bambi-ogen of monsters met fallusachtige tentakels", zucht hij, meewarig het hoofd schuddend. De 48-jarige Britse curator en journalist (The Guardian, The Comics Journal, Dazed & Confused) is de eerste om toe te geven dat manga's (letterlijk: 'onverantwoorde beelden') hier nog vaak op gefronste wenkbrauwen onthaald worden. "Goed, het is een andere cultuur. Ja, er zijn die Bambi-ogen en die babyfaces; En ja, het is vaak heel melodramatisch, maar dat is allemaal geen excuus om het links te laten liggen. En manga vereenzelvigen met porno is al helemaal flauwekul. Het is niet omdat onze media, als ze het al over manga hebben, enkel dat in de verf zetten dat de Japanse strip een en al porno is."

Net daarvoor hebben we het in een brasserie uitvoerig over manga's gehad. Nu wijst Gravett zijn favoriete albums aan. Divers is wel het minste wat je van zijn keuze kunt zeggen. In de ene manga neemt een schattig konijn met hangoren en machinegeweer de rol van een Amerikaanse G.I. in Vietnam voor zijn rekening ('Apocalypse Meow'). 'Buddha' vertelt het levensverhaal van Boeddha, in 'Gon' houdt een kleine dinosaurus lelijk huis en in 'Akira' scheuren zware motoren door een postapocalyptisch neo-Tokio.

"Hiermee is het voor mij 25 jaar geleden allemaal begonnen", klinkt het plots. Gravett bladert door 'Barefoot Gen', het befaamde drama van een jongetje dat probeert te overleven in de puinhopen van Hiroshima. Auteur Keiji Nakazawa was zeven toen de atoombom zijn mooie thuisstad met de grond gelijk maakte. "Enkele jaren terug had deze stripwinkel amper één rek met manga's, nu is het een hele muur", zegt Gravett. Elk jaar nog neemt de populariteit ervan duidelijk nog toe, en ook buiten de stripwereld worden uitgevers minder afkerig van de mangacultuur. Naast Gravetts Manga, Sixty Years of Japanse Comics bracht ook uitgeverij Taschen net een lijvig (en inderhaast opgesteld) naslagwerk op de markt, dat 140 bekende en onbekende manga-artiesten kort voorstelt. In het Nederlands verschenen vooralsnog slechts een handvol manga's, maar stripuitgevers bekijken almaar meer de mogelijkheden voor oosterse strips.

Ondertussen ligt de mangacultuur ook onder vuur. The New York Times schreef twee jaar geleden nog dat Japan erg weinig literatuurliefhebbers telt, wat te wijten zou zijn aan de voorliefde voor strips. Gravett grijnst. "Manga's zouden literatuur lezen ontmoedigen en Japanse kinderen zouden problemen hebben met taal. (schudt het hoofd) Wist je dat Japan een van 's werelds hoogste percentages literatuurliefhebbers heeft? Beduidend hoger dan de VS. Kijk, in de eerste plaats is het een tikje snobistisch om te beweren dat enkel literatuur leesbevorderend werkt, en in de tweede plaats moet je in een manga ook aardig wat lezen. Die aanval van The New York Times was slechts een van de vele. De krant heeft trouwens een rechtzetting moeten publiceren omdat hun berichtgeving pertinent onjuist was. Maar het kwaad is natuurlijk wel geschied. Misschien is die minachting wel bewust, maar toen diezelfde The New York Times even later een groot stuk aan de impact van graphic novels, zeg maar de betere Amerikaanse strip, wijdde, werden manga's opnieuw met de grond gelijkgemaakt. Deze keer heette het dat ze vooral voor meisjes in het leven geroepen waren. Ook dat is niet waar."

Misschien zijn de Amerikanen beducht voor de toekomst van hun eigen comic-cultuur én -imperium. Jarenlang waren hun superhelden immers exportproducten, nu brengen DC en Marvel, de twee grote uitgeverijen van comics, zelfs mangaversies op de markt van Superman, Batman en Spider-Man. Want in de VS is er nu eenmaal een publiek voor.

"Het zou inderdaad kunnen dat ze bang zijn voor de eigen positie", zegt Gravett. "Weet je, die angst voor manga is eigenlijk dezelfde als die voor Amerikaanse horrorcomics, toen die in de jaren vijftig in Europa verschenen. Het zou kinderen schrik aanjagen, vervreemden zelfs. Nu heet het dat kinderen het niet leuk vinden om van rechts naar links te lezen, zoals in de Japanse strips. Maar wie zegt dat? Het is in ieder geval gebleken dat dat zeker geen punt is. Weet je, ouders hier willen hun eigen stripcultuur doorgeven. Manga is hun ding niet. Ze zien niet in dat hun kinderen misschien net van die geheimzinnigheid houden."

Is Shonen Jump Magazine nog steeds het grootste striptijdschrift ter wereld?

"Dat zegt men wel, maar het is niet continu marktleider. Toen de publicatie van 'Dragon Ball' (razend populair bij kinderen, ook in Europa, GDW) in Shonen Jump stopte, ging de oplage bijvoorbeeld achteruit. Laten we zeggen dat het samen met Kodansha, Shonen Sunday en Shonen Champion voortdurend bovenaan prijkt. De oplage is nog steeds drie à vier miljoen exemplaren per nummer."

Het cliché wil dat er een manga is voor iedereen, of je nu poetsvrouw, notaris of wat dan ook bent.

"Dat is ook zo. Er is werkelijk een enorme variatie. Het belangrijkste binnen de manga is de openheid voor nieuwe ideeen. Dat vind ik enorm verfrissend. Kijk, ik hou van superhelden, maar die heb je al zo lang. En van pakweg Spider-Man bestaan er meer dan tien afgeleide stripreeksen. Dat interesseert me niet meer. Omwille van de hele business daarrond, de merchandising en de films worden die figuren in leven gehouden. In manga's eindigen verhalen. Toegegeven, je moet er soms lang op wachten, maar er is tenminste een einde. Dat zorgt voor nieuwe ideeen. Je merkt dat de manga zichzelf daardoor steeds opnieuw heruitvindt, je ontdekt steeds nieuwe genres.

"(enthousiast) Ken je 'Apocalypse Meow'? Dat is een zeer goed gedocumenteerd epos over Vietnam. De Amerikanen zijn konijnen en de Vietcong katten. Je kunt het de Japanse Maus (Art Spiegelmans met een Pulitzer Prize bekroonde holocauststrip, waarin de nazi's katten en de joden muizen zijn, GDW) noemen. Ik vind het echt geweldig. 'Apocalypse Meow' is ongewoon en brutaal, maar tegelijk zijn de hoofdpersonages schattige konijntjes. Echt Beatrix Potter meets Francis Ford Coppola. "Een andere nieuwe reeks is 'Swan'. Daarin draait het helemaal om ballet. Dat hadden we in manga nog niet gezien. Maar ondanks dat toch beperkte gegeven werkt het: 'Swan' is bijzonder populair. Je ziet nu ook dat een stripuitgever als Casterman zich aan de wat volwassener mangaromans waagt. Ook dat wijst erop dat deze cultuur zich uitbreidt en een nieuw publiek aanboort."

In het westen heerst nog steeds het beeld dat ero-manga's het aanbod bepalen.

"Ze verkopen natuurlijk erg goed, het publiek voor porno is nu eenmaal erg groot. Zeker in Japan doet dat soort manga's het goed. Dat heeft te maken met de 'decompressie' in Japanse strips. Bij ons, bijvoorbeeld in Kuifje-strips, wordt zoveel mogelijk informatie en actie samengebald in één plaatje of één pagina. Mangatekenaars daarentegen zullen een scène net uitspreiden over twintig pagina's of meer. Dat is natuurlijk uitermate interessant voor seksscènes, die dan sowieso een pornografisch karakter krijgen. Op die manier lijken ze namelijk veel explicieter dan wat wij hier gewoon zijn. Onze religieuze en culturele taboes maken dat we daar afwijzend op reageren. Ook sommige onderwerpen en thema's in manga's baren ons zorgen. In 'Dragon Ball' zie je hoe het hoofdpersonage ongegeneerd het verschil tussen jongens en meisjes onderzoekt. Dat is ons, westerlingen, iets te confronterend. Terwijl dat in feite niet zo ver van de leefwereld van kinderen staat."

De Japanse overheid heeft pornografie in manga's aan banden proberen te leggen met artikel 175, dat het tonen van schaamhaar, penetraties en geslachtsorganen verbood. De laatste jaren zie je dat intieme naakt echter weer opduiken.

"Klopt. Vroeger kon een penetratie niet, nu wel. Maar ook weer niet helemaal. De wet, of toch de interpretatie ervan, staat ter discussie. In januari van dit jaar is er een rechtszaak aangespannen tegen een extreem pornografische manga, wellicht omdat de beelden realistischer waren dan gebruikelijk in de klassieke manga's. Dat waren Japanners niet gewoon. Het was een testcase, om te zien hoe ver je kunt gaan. De tekenaar heeft de zaak verloren. Hij kreeg het verwijt dat zijn weergave niet cartooneskgenoeg was. Die uitspraak heeft wel gevolgen voor toekomstige uitgaven. Je merkt dat uitgevers iets voorzichtiger zijn geworden. Ook krantenkiosken plaatsen zulke strips lang niet altijd meer op ooghoogte. Natuurlijk moet je niet alle erotische manga's over dezelfde kam scheren. Er zit goed werk bij, zowel inhoudelijk als grafisch."

Artikel 175 heeft er natuurlijk wel voor gezorgd dat Japanse striptekenaars meesters van de suggestie zijn geworden.

"Die beperktheid is een traditie geworden. De ingrepen die in het verleden gebeurden, zijn dan ook niet min. Geslachtsorganen werden soms bedekt met een pixelbalkje. Of het schaamhaar werd gewoon weggegomd. Het nodigt je als lezer uit om je eigen fantasie aan te spreken, maar het gevolg was ook dat men er in het Westen pedofiele trekjes in zag. Dat vrouwen en meisjes in manga's er toch al erg jeugdig uitzien hielp ook niet bepaald. In nog andere plaatjes, bijvoorbeeld als er fellatio wordt afgebeeld, zie je alles, behalve de penis. Die is een schimmige witte vlek, of hij wordt plots een zwaard, of er ligt een aubergine voor."

Zulke manga's worden openlijk op bussen, metro's en treinen gelezen. Voor de modale Japanner zijn ze heel gewoon. Blijkbaar zorgt dat niet voor meer geweld en verkrachtingen.

"Het geweld in manga's vertaalt zich inderdaad niet in meer misdaad. Wat dat betreft scoort Japan erg goed in de statistieken, maar er zijn wel andere problemen. Het land is niet vrij van misdaad en heeft erg hoge zelfmoord- en diefstalcijfers. Japan is enorm veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. De laatste jaren is er ook sprake van een recessie. Het land is niet langer nummer één. Maatschappelijk voelt Japan zich gekwetst. Naar het schijnt zijn ook veel tieners getraumatiseerd. Het is niet zo algemeen bekend, maar heel wat tieners zouden zich als een soort psychiatrische patient in hun eigen huis opsluiten. Dat is niet de fout van manga's, maar ze verwijzen er vaak wel naar."

Hoe komt het trouwens dat er in manga's voor meisjes zo vaak homopersonages opgevoerd worden?

"Sommige van die homoseksuele figuren zijn zo vrouwelijk dat ze in feite seksloze substituten worden. Ik moet daarbij meteen denken aan boysbands bij ons. Vaak zijn die jongens aantrekkelijk en steevast gedragen ze zich als seksobjecten. Onder hen vind je ook erg androgyne types. Men denkt dat jonge meisjes die hun eigen seksuele identiteit exploreren bij zulke knappe jongens een soort geborgenheid vinden. Zo kunnen ze veilig en indirect fantaseren over het andere geslacht. Maar het is wellicht nog iets complexer dan dat. In manga's verschijnen die jongens met een uiterst rank figuur en lang haar. Zo zouden meisjes zich zelfs kunnen identificeren met zo'n jongen, of misschien zelfs met de twee jongens. Misschien, zo denkt men, gaat het zelfs zover dat pubermeisjes zich voorstellen dat die jongens in feite verklede meisjes zijn en dat ze de verschillen met de andere sekse kunnen observeren en ontdekken. Heel wat van die manga's worden nu vertaald. Het lijkt me erg interessant te kijken hoe westerse meisjes zullen reageren op zulke verhalen. Misschien levert het enkel een homopubliek op, ik weet het niet."

Betekent het ook een grotere tolerantie ten opzichte van homo's?

"Neen, helaas. De populariteit van zulke manga's heeft zich niet vertaald in een brede aanvaarding van homoseksualiteit in Japan. Het lijkt er ook op dat homo's dat genre niet lezen. Voor hen is er nog een aparte soort erotische manga's."

Als je het bij elkaar optelt, lijkt de slotsom we de Japanse cultuur nog steeds niet begrijpen.

"Ik begrijp haar in ieder geval nog steeds niet. Er hangt een enorme sfeer van mystiek over Japan. De cultuur is uniek, heel wat manga's barsten ook van de legendes. Dat zie je bijvoorbeeld in een anime als Spirited Away (een animatiefilm die twee jaar geleden in Berlijn de Gouden Beer wegkaapte, GDW). Ook boeddhisme en allerlei normen en waarden komen er in voor. De Amerikaanse schrijver Peter Carey publiceerde onlangs een boek over Japan, Wrong about Japan. Hij was daaraan begonnen toen zijn zoon zich almaar meer ging verdiepen in anime en manga. Bij het schrijven zijn heel wat van Careys vooroordelen gesneuveld. Hij is overigens niet de enige Amerikaan die zich steeds meer voor Japanse of oosterse cultuur interesseert. Regisseur Quentin Tarantino bracht in Kill Bill anime en manga tot leven en in de VS prijkte onlangs nog de Chinese martial arts-film Hero bovenaan in de box-officelijsten. Het is toch onvoorstelbaar dat zo'n oosterse film alle Amerikaanse blockbusters van zich af weet te houden? Nu al is de Japanse cultuur even groot als de Amerikaanse. Dat is een enorm belangrijk feit. De Verenigde Staten hebben zo lang gedomineerd, maar vinden nu overal manga's op hun pad. Of ze willen of niet." n

Manga, Sixty Years of Japanese Comics is verschenen bij Laurence King Publishing en wordt gedistribueerd door Exhibitions International.

Deze reportage kwam tot stand m.m.v. van Eurostar, dagelijks acht treinen vanuit Brussel-Zuid naar Londen, reisduur 2 uur en 20 minuten. Meer info op www.eurostar.com.

'Als ze het al over manga hebben, zetten onze media enkel in de verf dat de Japanse strip een en al porno is. Maar dat wil niet zeggen dat ze gelijk hebben''Japanse kinderen zouden problemen hebben met taal omdat ze te veel strips lezen. Wist je dat Japan een van 's werelds hoogste percentages literatuurliefhebbers heeft?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234