Vrijdag 19/07/2019

getuigenissen

500 gram fraude aub: waarom het voedselagentschap de schandalen opstapelt

Mensen aan het werk in een versnijderij, die niets te maken heeft met het schandaal rond slachthuis Veviba. Beeld ID/ Patrick De Roo

Twee schandalen om u tegen te zeggen in amper een jaar tijd: wat loopt er mis bij het federaal voedselagentschap (FAVV)? Ons kent ons, en ons verklikt ons niet, zo blijkt uit gesprekken met inspecteurs en veeartsen. "Na een inspectie zijn we op restaurant gegaan met de directeur van een slachthuis. Voor een steak bearnaise natuurlijk."

"Laat u niks wijsmaken, het gaat hier niet om een klein schandaal”, blaast getuige 1. Hij is een ex-werknemer van het voedselagentschap, met ervaring als inspecteur en later op het hoofdkwartier van het voedselagentschap zelf. “Als we het gebruik van verboden vlees in gehakt plots geen probleem meer mogen vinden, tja, waarom controleren we dan eigenlijk nog? Ik heb het gezegd na de eiercrisis (2017) en ik zeg het nu opnieuw: dit is zeker niet ons laatste voedselschandaal.”

Het schandaal rond slachthuis Veviba in Bastenaken lijkt een scenario voor Rundskop II. Het bedrijf van de familie Verbist, een van de grootste spelers in de vleessector, heeft wellicht jarenlang slachtafval in gehakt verwerkt, gesjoemeld met etiketten op bevroren vlees, en gewoon vlees laten doorgaan voor duurder biovlees.

Wat nog het meest verontrust in deze zaak, is dat het voedselagentschap al in september 2016 vanuit Kosovo een gouden tip binnenkreeg over het bedrog. Toch werd het slachthuis pas twee weken geleden gesloten, nadat bij een huiszoeking van het gerecht 138 van de 200 gecontroleerde pallets vlees niet in orde bleken. In de achttien maanden tussen de tip en de sluiting informeerde het voedselagent-schap het gerecht maar gingen er voor de rest geen rode knipperlichten aan. Het voedselagentschap voerde alleen een aantal routinecontroles uit in het slachthuis, maar die leverden niks zorgwekkends op. De veeartsen die permanent toezicht houden, hadden evenmin iets gezien.

Hoe kon dit gebeuren? Waarom is niemand erin geslaagd om de overplakte etiketten of de ‘magische verdwijning’ van tonnen slachtafval op te merken? Getuige 1 snapt er niets van. “Dit schandaal was absoluut vermijdbaar. Als het voedselagentschap een tip binnenkrijgt, moet het zo’n fraude gericht kunnen opsporen.”

Om de vleesindustrie te overzien heeft België sinds de dioxinecrisis (1999) het voedselagentschap FAVV.

De missie van het voedselagentschap: nakijken dat vlees ook góéd vlees is. Directeur Herman Diricks is ervan overtuigd dat dit ook lukt. Hij zegt graag dat zijn agentschap een van de beste ter wereld is, met een ijzersterke reputatie als het aankomt op inspecties. Maar de afgelopen maanden is dat niet gebleken. Vorige zomer had het voedselagentschap weken nodig om een sluitende uitleg te geven over de aanwezigheid van het giftige antiluizenmiddel Fipronil in duizenden eieren. Nu is er het Veviba-schandaal. De regering is alvast een audit gestart.

‘Keelstukken’

Het voedselagentschap zelf houdt vol dat er geen fouten gemaakt zijn. Het Veviba-schandaal is alleen te wijten aan spijtig toeval. “We hebben ons werk gedaan”, benadrukt topman Diricks. Hij blijft erbij: alleen als er harde bewijzen zijn dat de voedselveiligheid in het gevaar is, mag je op de alarmknop duwen. En die waren er niet.

Sommige collega’s geven Diricks gelijk. “Het is niet omdat er in een dorp een moordenaar rondloopt dat de politiecommissaris van dat dorp daar per definitie schuld aan heeft”, zegt veearts Miguel Stevens. Als auditeur controleert hij de voedselveiligheid in slachthuizen voor supermarkten en ziet de inspecteurs van het FAVV elke dag in actie. “Het voedselagentschap doet wel zijn best. Er zijn weinig landen waar je zo veilig vlees kunt eten als in België. Als in een ander land de varkenspest uitbreekt, gebeurt er niets. Als hier een varken twee keer hoest, installeren we een schutskring van twintig kilometer. Bij ons komt alles in de krant, in het buitenland blijft alles binnenskamers.”

Andere inspecteurs, die liever anoniem blijven om geen problemen te krijgen op de werkvloer, zijn minder mild. “Ook ik ben verbaasd dat we deze fraude niet eerder konden opsporen”, vertelt getuige 3, iemand die het agentschap door en door kent. “Het gaat hier niet om bijzonder hoogtechnologische maffiapraktijken. Veviba trok de oorspronkelijke etiketten van de karkassen, soms hingen de flarden er blijkbaar nog aan. Zoiets hadden we toch moeten zien?"

Van alle manieren waarmee je met vlees kunt sjoemelen, is etiketten vervalsen een van de meest voorkomende. Karkassen die bij een vleesbedrijf binnenkomen, krijgen een houdbaarheidsdatum van twee à drie jaar opgeplakt. Als de karkassen binnen die tijdspanne niet verkocht raken, zit het bedrijf met een probleem. “Ofwel betaal je dan 100.000 euro voor de vernietiging van dat oude vlees”, vertelt getuige 3, een boekhouder in de vleessector, “ofwel sla je aan het frauderen. Hoe roder de cijfers, hoe groter de verleiding.” In het geval van Veviba wordt vermoed dat het slachthuis met behulp van valse etiketten toch nog van zijn oude stock wilde af raken.

De partij vlees die in Kosovo werd geleverd, was twaalf jaar oud. Ritselaars weten dat ze de chemie aan hun kant hebben: diepgevroren vlees van jaren oud vormt, zolang het nooit ontdooid is, geen gevaar voor de volksgezondheid. De smaak en het textuur van het vlees verslechteren, maar je wordt er niet ziek van.

Slachtafval verwerken in gehakt is bedrog van een heel andere orde. “Pure criminaliteit”, vindt veearts Stevens. Bij Veviba zouden de ‘keelstukken’ gebruikt zijn. Die worden als slachtafval aanzien omdat het dier daar de keel overgesneden wordt, en het mes waarmee dit gebeurt bacteriën kan bevatten. Slachthuizen moeten deze stukken vernietigen. Wie deze keelstukken, elk jaar tonnen onbruikbaar vlees, door de gehaktmolen draait en als normaal vlees verkoopt, heeft een lucratieve zwendel beet.

Geen respect

Blijft de vraag: waarom heeft het voedselagentschap niets gezien? Bij het FAVV werken 1.300 mensen. De helft van hen houdt zich bezig met de controle op voeding. Op vlees, maar ook op boter, fruit of gummibeertjes. De inspecties in de slachthuizen gebeuren meestal door veeartsen of bio-ingenieurs. Tussen beide groepen bestaat een oude en gekoesterde rivaliteit die volgens ingewijden de werking van het agentschap geen deugd doet.

In principe is er bij elke slachting van een dier een veearts aanwezig. Die volgt de ‘slachtlijn’ op en controleert of het dier gezond is, de slachting juist verloopt en het karkas correct opgeslagen wordt in de koelkast. Een halve procent van alle karkassen van runderen wordt in beslag genomen voor de slacht. “Op de slachtvloer zelf staan soms tot acht dierenartsen te inspecteren. In de snijzalen niet”, zegt veearts Stevens.

Op de latere versnijding en verpakking van het vlees is geen permanente controle omdat wordt verondersteld dat dit vlees al een nauwgezette keuring achter de rug heeft. Om mistoestanden te voorkomen in de snijzalen, worden er standaard vier controles per jaar uitgevoerd. Maar frauderen is er dus een stuk makkelijker.

Beeld ID/ Patrick De Roo

Allés controleren is economische fictie. Een handvol statistieken: jaarlijks worden er 11 miljoen varkens geslacht, 550.000 runderen, 360.000 kalveren, 150.000 schapen en 6.000 paarden. Opgeteld geeft dat 12,2 miljoen slachtingen per jaar. Een gemiddelde Belg verorbert elk jaar 78 kilo vlees. Bij een kwart van de gezinnen ligt bijna dagelijks vlees op het bord. “België gaat voluit voor een industriële vleesindustrie”, zegt getuige 1. “De politiek en de Boerenbond zetten daar al decennia op in. Veel en goedkoop vlees, want Belgen zijn vleeseters. Het gevolg is dat vleesbedrijven alleen naar hun winst kijken en geen band meer hebben met de dieren, wat de kans op wantoestanden vergroot.”

Bij Test-Aankoop maken ze dezelfde vaststelling. De consumentenorganisatie klaagt al jaren over een gebrek aan ethiek binnen de vleessector. “Hoe krijg je het uitgelegd dat er in ham eigenlijk soms amper ham zit?”, werpt woordvoerder Simon November op. “Dan weet je dat vleesbedrijven heel ver durven gaan. Wij maken ons hier zorgen over. Zeker omdat het voedselagentschap altijd sust dat er heel strenge controles zijn, maar de schandalen stapelen zich intussen pijlsnel op.”

Voedselinspecteurs hebben het imago van droogkloten. Van strikte vijftigers in een witte labojas die alleen hun checklist en thermometer vertrouwen. Meerdere veeartsen en inspecteurs van het voedselagentschap benadrukken dat dit niet strookt met de realiteit. Ze denken wel drie keer na voordat ze een slachthuis sluiten.

“Altijd stel je je de vraag of de volksgezondheid wel echt in het gedrang komt”, licht getuige 2 toe. “Pas na drie, vier, vijf proces-verbalen trek je aan de alarmbel en moet een slachthuis vijftien of dertig dagen sluiten. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. Ik heb het in mijn veertigjarige carrière nooit gedurfd. Voor mij was het slachthuis een tweede thuis, al gebeurden er nog zulke wrede dingen.”

Getuige 1 beaamt dit volledig: “Een slachthuis sluiten betekent dat het bedrijf veel geld verliest, dat mensen zonder werk zitten, dat de media erop springen. Jij en jij alleen bent dan verantwoordelijk dat er in de Delhaize geen preparé meer ligt. Het is dan menselijk om te zeggen: ‘Allee, ik zal dit nog een keertje door de vingers zien, maar zorg dat het niet meer voorvalt!’ Zo kunnen er dus ongelukken gebeuren.”

Problemen worden in zo’n klimaat niet meteen gemeld aan ‘Brussel’, waar de hoofdzetel van het voedselagentschap staat. Kleine afwijkingen van de kwaliteit van het vlees regelen veeartsen en het slachthuis liever in der minne. Feit is dat die veearts soms beter overeenkomt met de directie van het slachthuis dan met zijn patrons van het FAVV. “De bedrijven spelen hier ook handig op in”, vervolgt getuige 1. “Ze hebben bijna allemaal een kwaliteitsmanager aan boord, een dikbetaalde man die inspecteurs begeleidt tijdens controles op hun slachtvloer.”

En hoewel het al vele jaren verboden is, bevestigen verschillende inspecteurs dat er soms ook diners georganiseerd worden. “Na een inspectie zijn we op restaurant gegaan met de directeur van een slachthuis. Voor een steak bearnaise natuurlijk.” In het ethisch charter van de inspecteurs staat nochtans dat ze “enkel frisdranken, koffie en lichte maaltijden” mogen aannemen. Cadeaus en alcohol zijn uit den boze.

Het blijft niet altijd bij vriendelijke pogingen tot toenadering. “Het zijn allemaal een beetje deugnieten op de slachtvloer”, zegt getuige 2. “Ze proberen er steevast de kantjes vanaf te lopen. Met sommige uitbaters valt te klappen, anderen proberen je te kloten. Bij de minste opmerking voelen ze zich geviseerd. Ze kijken de dierenartsen constant op de vingers en proberen hen op fouten te betrappen. Die kunnen ze dan gebruiken wanneer een inspecteur hen in het vizier neemt.

“Soms kan die chantage ver gaan. In slachthuizen hangen steeds meer camera’s. Uitbaters gebruiken die beelden om de dierenartsen onder druk te zetten zodat ze zelf wegkomen met hun fouten.” Eigenlijk hangen die camera’s er om de behandeling van de beesten te controleren.

42 euro per uur

Een van de terugkerende klachten onder voedselinspecteurs is dat ze te weinig verdienen. Zeker de freelancers. “Ik betaal mijn loodgieter 85 euro per uur”, zegt auditeur Stevens. “Die veeartsen krijgen 42 euro per uur. Hun bijscholingen moeten ze dan nog eens zelf betalen.” Het gevolg? Ze kloppen zo veel mogelijk uren, rijgen zo veel mogelijk inspecties aan elkaar en zijn niet bijzonder gemotiveerd.

“Door die lage lonen trek je ook niet de beste mensen aan”, zegt Stevens. “Die veeartsen werken om den brode. Niet met een onuitputtelijke drang om de voedselveiligheid te dienen.”

Een andere klacht: het slachten moet steeds sneller en de inspecteurs moeten dus maar volgen. Nieuwe procedures maken dat de inspecteurs steeds meer tegen de tijd moeten werken. Als ze een proces-verbaal opstellen, hebben ze daar bijvoorbeeld maar een vijftal minuten voor. Anders loopt hun computerprogramma vast.

“Op die manier worden inspecteurs ontmoedigd om iets te vinden, want ze weten dat ze zichzelf zo in de shit werken”, zegt getuige 1. “Een controle die vlekkeloos verloopt, daar heb je weinig werk aan. Een controle waar veel problemen opduiken, levert onbetaalde overuren op. Dit is zeker geen bewuste strategie van de leiding van het voedselagentschap, maar wel een realiteit op de slachtvloer. In de directie zit het vol met ingenieurs. Dan krijg je zulke oplossingen. In theorie klinkt het allemaal goed: we stroomlijnen onze procedures. In de praktijk loopt het helemaal anders.”

Het voedselagentschap brengt daar tegen in dat ze geen weet hebben van informaticaproblemen. Het is wel onomstotelijk bewezen dat het agentschap de laatste jaren meer met minder moet doen. Het agentschap verloor 18 procent van zijn overheidsdotatie, wat zich vertaalt in 8 procent minder inspecties te lande.

De regering heeft voor de vlucht vooruit gekozen en laat het voedselagentschap doorlichten. Minister van Landbouw Denis Ducarme (MR) wil alle inspectieverslagen over Veviba sinds 2001 op zijn bureau. Het kan volgens hem niet dat de voedselwaakhond twee keer in een jaar tijd de mist in gaat. Maandag geeft Diricks tekst en uitleg in het parlement. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden