Woensdag 05/08/2020

5 vuistregels voor een vlekkeloze comeback

HARDLEERS. Na achttien jaar maakt Faith No More een geslaagde comeback met Sol Invictus. Maar niet alle rockgoden van weleer komen terug langs de grote poort. Hoe haak je succesvol in op de tijdgeest? En waarom loopt het ook zo vaak fout?

"Faith No More spartelt wanhopig rond en zoekt zijn weg in een decennium waarin het duidelijk irrelevant is geworden." Woedend waren de fans toen ze de vernietigende Rolling Stone-recensie van Album of the Year (1997) onder ogen kregen. Nochtans had het Amerikaanse muziekblad het in uitgesteld relais bij het rechte eind. Een paar maanden later zou Faith No More, dat verwoestende oordeel indachtig, een officieel statement de wereld insturen. Daarin kondigden de leden aan dat ze "ongehinderd door elkaar hun eigen koers zouden varen". Of zoals frontman Mike Patton later stelde: "Binnen de groep hadden we elkaar, laat staan de wereld, niets meer te vertellen."

Achttien jaar na datum wordt Faith No More ironisch genoeg "relevanter dan ooit" genoemd door verschillende muziekbladen. Verder roemt het Britse tijdschrift Mojo de nieuwe plaat - terecht - om zijn onvoorspelbare karakter. Het muziekblad Q bestempelt de nieuwe langspeler dan weer als een van hun allerbeste ooit, terwijl The Guardian het houdt op een welgekomen terugkeer. Fasterlouder besluit: "Rock is niet dood. Ze had gewoon tijd nodig om te hergroeperen en een verjongingskuur te ondergaan."

Zou dat laatste kloppen? Er is wel iets van aan, dat popmuziek nooit zo succesvol gerecycleerd of opgepoetst werd als in de laatste vijftien jaar. Talloos zijn de flashbacks: in de laatste maanden alleen al kwam Blur opnieuw bovendrijven met een nieuwe plaat, terwijl ook D'Angelo, Afghan Whigs, Pink Floyd, Bobby Womack en Aphex Twin een gelauwerde doorstart maakten na meer dan tien jaar stilte. Eind dit jaar zouden ook The Libertines hun eerste plaat in elf jaar uitbrengen.

Wees flexibel (want samen is vaak beter dan solo)

De kracht waarmee bands tijdens een reünie terugslaan, hangt grotendeels af van de elasticiteit tussen de onderlinge leden. Een onzichtbare chemie zorgt er voor dat twee muzikale keikoppen die jarenlang van elkaar vervreemd raakten, elkaar opnieuw vinden, zonder dat de rek uit hun relatie blijkt te zijn gegaan. Hoe traumatisch het verleden ook was voor Faith No More - de groep grossierde in publieke vetes en interne strubbelingen - toch spreken ze vandaag vertederd over een onverklaarbare bloedband die nooit verdwenen is.

Een ander belangrijk glijmiddel om reünies te doen slagen, is dat ze het publiek gelukkiger moeten maken dan de afgeleide solocarrières. De comeback van Take That bleek de lucratiefste Britse reünie ooit. En zelfs de succesvolle soloslim van Sting staat in de schaduw van de reünietours die The Police ondernam. Het geheel blijkt inderdaad méér dan de som der delen.

Wees authentiek (laat poen en drugs erbuiten)

Geen wonder dat een artiest zijn wrok makkelijk laat varen in ruil voor harde valuta. Zo bazuinde Black Francis doodleuk rond dat de hereniging van de Pixies voornamelijk ingegeven werd door de lokroep van poen. Die botte eerlijkheid werd achteraf wel afgestraft: hun comebackplaat, zonder blikvanger Kim Deal nota bene, werd goeddeels neergesabeld door pers en fans. Een gebrek aan authenticiteit poetst het blazoen van een heropgerichte band allerminst op.

Dat beseft ook André 3000 van OutKast. Die gaf in een interview met The Fader aan dat geld zijn voornaamste beweegreden was om vorig jaar een comeback te maken met veertig concerten. Bij de eerste reünieshow van OutKast op Coachella vielen de zakelijke motieven van Big Boi en André 3000 inderdaad niet te negeren: op het podium heerste een lichtjes onbehaaglijke spanning tussen beiden. "Ik voel me een sell-out om zoveel jaren later terug op het podium te staan zonder nieuwe songs", zei 3000. "Maar ik ben nu eenmaal 39 jaar oud, heb een 17-jarige zoon, en ik sta in voor een aantal mensen. Het is beter om carrément toe te geven dat het me om het geld gaat, dan te doen alsof."

Stuk stront!

Dat de spanningen hoog kunnen oplopen bij poenpakkers, zal The Police je vast weten te vertellen. In de aanloop naar hun uiterst lucratieve reünietour in 2007 kreeg drummer Stewart Copeland het aan de stok met Sting. Tijdens een repetitie schreeuwde Copeland naar verluidt: "Durf niet eens oogcontact te maken met me, en zeg me al helemaal niet hoe ik moet spelen, jij fucking stuk stront!" Het zal niet verbazen dat een comebackplaat niet dadelijk tot de opties behoorde.

Ook Mötley Crüe herkent zichzelf trouwens in die tensie. De groep speelt begin volgend jaar zijn laatste show ooit. Daarna valt finaal het doek. Uit voorzorg tekenden zij een bindend pact waarbij officieel vastgelegd werd dat er NOOIT een reünie mag komen, om te voorkomen dat ze blijven teren op hun woelige verleden. "Mötley Crüe is als een vriendin, die je niet kunt verdragen, maar met wie je de beste seks hebt", zegt bassist Nikki Sixx. "Je blijft terug gaan voor de seks, maar die trut drijft je tot waanzin."

Camaraderie boven centen. Die wet geldt, wil je een comeback écht geloofwaardig doen overkomen. The Libertines zijn daar het levende bewijs van. De bromance tussen Pete Doherty and Carl Barât kreeg het rond 2003 zwaar te verduren door drugsperikelen: knuffeljunk Pete werd zelfs de laan uitgestuurd door zijn beste vriend. What became of the likely lads? Ze legden het na jaren terug bij, en zelfs al zegde Doherty aanvankelijk toe om financiële redenen, de broederliefde laaide als vanouds op. Hun warme reünie in Hyde Park, liefdevol Smackstock genaamd, gaf dan ook de aanzet tot een nieuwe plaat die er dit jaar nog zou moeten aankomen.

Moraal van het verhaal? Het businessaspect dring je best zoveel mogelijk naar achteren wanneer je een comebackplaat bekokstooft. Blur maakte The Magic Whip (2014) bijvoorbeeld pas, nadat Damon Albarn en gitarist Graham Coxon - gezworen aartsvijanden - elkaar opnieuw het hof hadden gemaakt in de straten van Londen. Vervolgens waagden ze zich aan een handvol reünieconcerten.

Uitspattingen

Eenzelfde meerstappenplan hield ook Faith No More voor ogen. Verloren vriendschap herwinnen primeerde op zakelijke belangen. Dat blijkt uit het feit dat de groepsleden het in 2009 opnieuw aanlegden met hun bekendste snarendrijver Jim Martin, die na het succes van Angel Dust (1992) de groep had verlaten. Big Jim zag zo'n reünie wel zitten, maar mompelde dadelijk iets over een contract. Die eis brak hem zuur op: de rest van de groep haalde prompt de laatste gitarist Jon Hudson binnen voor hun poging tot Wiedergutmachung.

Rolling Stone volgde de band in de aanloop naar hun nieuwste tour, en zag een verrassend gezonde groep. Tijdens de gesprekken sloegen de leden zelfs openlijk een mea culpa over hun verleden: frontman Mike Patton hekelde zijn kinderachtige uitspattingen in de nineties, bassist Billy Gould blikte op zichzelf terug als "een disfunctionele lul" en toetsenist Roddy Bottum gaf ruiterlijk toe dat hij er in de succesjaren een geniepige drugsverslaving op na hield, wat de groep mee de dieperik heeft ingesleurd. Dat Mike Patton deze reünie met therapie vergelijkt, lijkt dan ook geen overdrijving.

Blijf ver weg van de pers

Met één teen heeft Faith No More zes jaar geleden de temperatuur van het water opgemeten, door een eerste tournee aan te vatten zonder nieuw materiaal. Op Pukkelpop leek het toen al alsof de groep nooit was weggeweest. Maar na tachtig shows deemsterde de interesse van Patton weg. In een nostalgiecircus, met "a bunch of 50-year-olds trying to rock out" zag hij geen toekomst.

Daarop werden met mondjesmaat nieuwe songs in de concerten binnengesmokkeld. De nieuwe plaat Sol Invictus hebben ze nadien volledig in eigen beheer opgenomen, geproducet en uitgebracht. En nog belangrijker: in alle stilte. Hooguit een tiental buitenstaanders - echtgenotes, beste vrienden - waren op de hoogte. Een meesterlijke zet, want op die manier kon de groep in alle rust werken, zonder druk van buitenaf. Tijdens de opnames van Angel Dust (1992) bivakkeerden journalisten en labelpiefen in de studio. Een nefaste situatie, herinneren de leden zich. Deze keer behield de groep het laatste woord over alle werk.

Te lang verdekt opgesteld blijven houdt niettemin een groot risico in. Een grafiek van The Guardian, waarin tijd afgemeten wordt tegen de gemiddelde waarderingsscore van een comebackplaat, toont aan dat een act best niet langer dan vier jaar wacht om een comebackplaat te maken. Zo bleken de kritieken, van pers én publiek, het minst mals voor een nieuwe plaat van Guns N' Roses (Chinese Democracy, 17 jaar na Use Your Illusion), No Doubt (Push and Shove, na 11 jaar), Hole (Nobody's Daughter, 12 jaar), The Stooges (The Weirdness, 34 jaar) of Pixies (Indie Cindy, 23 jaar). Ook de verkoop bleef in bijna alle gevallen ver beneden de verwachtingen.

Laat het heden rusten

Chinese Democracy (2008) van Guns N' Roses telt in voorgaande rij als de 'Titanic aller comebackplaten': een commerciële en artistieke flop. Net als de perfectionistische kluizenaar uit Citizen Kane werkte Axl Rose in stilte aan zijn nieuwe plaat, terwijl nieuwe genres opstonden en uitdoofden. De lijst huurlingen werd steeds langer, de verwachtingen steeds hoger. De rosse frontman probeerde krampachtig zijn megalomane drang naar grandeur te rijmen met de tijdgeest, maar kwam op die manier uit bij een vermoeiende versmelting van epische progrock, industrial, elektronica en nu-metal. Een muzikaal monster van Frankenstein. Drie jaar voor de release raamde The New York Times de kosten op 13 miljoen dollar, en kreeg de comeback een spottende bijnaam: "de duurste plaat die nooit zal verschijnen". Dat Axl Rose het enige overblijvende lid was van de oorspronkelijke line-up, waardoor Guns N' Roses een holle merknaam werd, maakte de 17 jaar lange wachtduur er niet minder zuur om.

Fleetwood Mac - nog zo'n band die evenveel ruzie als muziek maakte - strandde dan weer op een miezerige 48ste plaats in de hitlijst met Extended Play (2013), hun eerste studiomateriaal in tien jaar. Een week later was de plaat alweer uit de Billboard-charts verdwenen. Opmerkelijk genoeg bleef de concertverkoop al die tijd wél altijd lopen als een trein. Conclusie: de fans lustten wel brood van classics als Rumours (1977) en Tusk (1979). Een bittere pil om te slikken, voor wie een creatieve comeback op het oog heeft: soms moet je niet het verleden laten rusten, maar het heden.

Jezelf kopiëren mag (onder voorwaarden)

Nee, dan werden de comebackplaten van Aphex Twin, D'Angelo en Afghan Whigs in 2014 warmer onthaald. Nochtans leveren ook zij strijd met hun verleden. Tegen classics is immers geen kruid opgewassen.

Het verklaart misschien waarom Aphex Twin als een uitmuntende kopie van zichzelf klinkt op Syro. Innovatief klonk die nieuwe plaat niet. Dat moet natuurlijk ook helemaal niet. Nostalgie is vaak een betrouwbare raadgever wanneer je aast op een groot publiek.

Led Zeppelin kon bij zijn eenmalige comeback rekenen op 20 miljoen ticketaanvragen. Tijdens dat concert vertrouwde het enkel op classics, waardoor hun onsterfelijke verleden niet kon besmeurd worden door het onvoltooide heden. AC/DC maakte zeven jaar geleden dan weer een comeback met krek hetzelfde, herkenbare geluid.

En Faith No More? Die halen met plaat nummer zeven een wit voetje door even vertrouwd compromisloos als vroeger te klinken. Onvoorspelbaar, tegendraads en hard: ook dat kan de zekerheid zijn waar elke fan bij zweert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234