Vrijdag 15/10/2021

48 uur in …Zuid-Engeland

Zuid-Engeland is meer dan de witte kliffen van Dover. Neem een trein naar de top van de kliffen, ontdek de halve boten op het strand van Hastings en ga naar een middeleeuwse markt. Dit is Engeland in een zuiders jasje. Hier eet je geen vettige fish-and-chips, maar zalm, vers gerookt door de visboer. Door Tina De Gendt

Er is geen mooiere manier om naar Engeland te varen dan met de boot. De nieuwe ferrylijnen van Norfolkline maken de autorit naar Calais overbodig. Je kunt nu ook vanuit Duinkerke naar Dover vertrekken, wat je een halfuur reistijd bespaart (www.norfolkline.be, 26 euro enkel van Duinkerke naar Dover). Tijdens de twee uur durende boottocht kun je genieten van het ontbijtbuffet, dat zowel croissants als spek met eieren aanbiedt. De krijtrotsen van Dover die uit de ochtendmist oprijzen, maken het plaatje compleet.

George Clooney bij de meerminnen

Een korte autorit brengt ons vanuit Dover naar Rye, de belangrijkste haven van Zuidoost-Engeland. In de elfde eeuw maakte deze kuststad deel uit van de verdedigingslinie tussen Engeland en het continent. De Ypres Tower en de Landmark Tower zijn daar nog stille getuigen van. De meeste monumenten dateren uit de veertiende eeuw, toen Rye bloeide als belangrijke haven. Vandaag is het in Rye erg aangenaam snuffelen in de vele boetiekjes die het oude stadscentrum telt. Ook internationale beroemdheden durven dit kleine kuststadje al eens te vereren met een bezoek, zoals de eigenares van de Mermaid Inn in Mermaid Street haar gasten met graagte vertelt (www.mermaidinn.com, 115 euro per persoon per nacht). In dit vijftiende-eeuwse hotel hebben grote namen als Charlie Chaplin, Pierce Brosnan, Johnny Depp en George Clooney al de nacht doorgebracht.

Zo treurig Zuid-Engeland er bij regen kan uitzien, zo vrolijk is het zodra de zon doorbreekt. De glanzend groene velden met schapen en de bloeiende natuur onderweg naar Battle overtuigen ons een omweg te maken langs een echte Engelse Garden. Net voorbij het stadje Bodiam vinden we er drie op korte afstand van elkaar: Hurst Green, Pashley Manor en Merriments Gardens. In de Merriments Gardens worden maar liefst duizend plantensoorten gekweekt. Je kunt er ook kopen om in je eigen tuin te planten. (www.merriments.co.uk, 5,20 euro inkom). Hoewel tuinplanten in Engeland een pak duurder zijn dan op het vasteland, gaat de eigenaar er prat op dat hij ook een aantal Fransen in zijn clientèle heeft, die “voor de uitstekende kwaliteit van de planten en het grote aantal unieke soorten” komen. Behalve kijken en kopen kun je als bezoeker ook lekker eten in Merriments Gardens. Geen fish-and-chips hier, maar gezonde slaatjes en hoofdgerechten met ingrediënten uit eigen streek en tuin.

Battle is een stadje dat zijn bestaan - en zijn naam - dankt aan het slagveld uit 1066. De ‘Battle of Hastings’ vond namelijk niet plaats in Hastings, maar op een open veld zo’n tien kilometer landinwaarts, waar later Battle zou worden gesticht. De troepen van Harold van Wessex en van Willem van Normandië raakten hier slaags op 14 oktober 1066, een slagveld dat eindigde met de dood van Harold en de overwinning van William, die zich voortaan koning van Engeland mocht noemen. Dit deel van Zuid-Engeland draagt nog altijd de naam ‘1066 Country’. Om zijn overwinning te vieren liet hij op de exacte plaats waar zijn rivaal Harold het leven had gelaten een abdij oprichten, de Battle Abbey (www.english-heritage.co.uk/battleabbey, 7,70 euro inkom). De abdij is tot op vandaag bewaard gebleven en is een bezoek meer dan waard. Na de tien minuten durende introductiefilm over de slag bij Hastings is het allesbehalve moeilijk de strijd voor de geest te halen. Ook op het jaarlijkse ‘re-enactment’ in september heb je maar weinig fantasie nodig om je voor te stellen hoe de Normandiërs inhakten op de troepen van Harold en hoe die laatsten genoodzaakt waren het hazenpad te kiezen. Vlak voor de abdij is op het moment van ons een bezoek een driedaagse Medieval Fair aan de gang, met een middeleeuws marktje, waarzeggers en zelfs enkele troubadours die de boel opvrolijken.

Battle mag dan klein zijn, de inwoners doen er alles aan om het er zo gezellig mogelijk te maken, met kleine musea op elke hoek van de straat en winkeltjes die je honderd jaar en verder terugnemen in de tijd. Een heel unieke combinatie van winkel en museum biedt Yesterday’s World, vlak naast de abdij, waar een zekere Ann Buckley een huis van vier verdiepingen vol heeft gestapeld met allerhande spulletjes uit de eerste helft van de twintigste eeuw (www.yesterdaysworld.co.uk, 8 euro inkom). Wie gek is op retro - ondergetekende pleit schuldig - kan makkelijk een volledige dag doorbrengen tussen de kinderkamers, apotheken en naaikamers uit de jaren dertig.

Hoewel Battle amper vierduizend inwoners telt, zijn er meer dan 25 accommodatiemogelijkheden. Het Bannatyne’s Beauport Park Hotel, een driesterrenhotel met golfterrein en wellnesscentrum (www.bannatyne.co.uk, vanaf 110 euro per kamer per nacht) huist in een onlangs gerenoveerd Engels landhuis, waar je ondanks de moderne inrichting de geesten van vroeger nog voelt dwalen. Hoewel het hotel middenin het groen ligt, ben je hier niet verstoken van alle entertainment. Op een halfuurtje wandelen ligt de Black Horse, een pub die een reputatie heeft opgebouwd bij liefhebbers van rock en alternatieve muziek, onder meer door de organisatie van het jaarlijkse Black Horsefestival in mei, dat artiesten uit heel Engeland weet aan te trekken.

Van het Bannatyne’s Beauport Park Hotel is het maar een kort eindje naar Bexhill-on-Sea, een typisch Engels kuststadje dat in 1935 werd opgeschud door de bouw van het De La Warr Pavilion, op dat moment het eerste modernistische gebouw van Groot-Brittannië (www.dlwp.com, gratis toegang). Tot op vandaag is de schok voelbaar die de inwoners moeten hebben gekregen toen dit grote, futuristische complex op de zeedijk werd geopend. “Het heeft lang geduurd”, zegt Sally Lycett, persverantwoordelijke van het Pavilion, “maar ondertussen hebben ze het wel aanvaard en zijn ze het zelfs beginnen koesteren.” Het De La Warr Pavilion doet tegenwoordig dienst als cultureel centrum van Bexhill. Behalve exposities van plaatselijke kunstenaars worden er ook openluchtfilms vertoond en Random Fridays georganiseerd, waarbij op vrijdag telkens een verrassingsoptreden plaatsvindt in het auditorium van het complex. Ook overdag is het gebouw een bezoek waard: lunch er ’s middags in het restaurant met een uitzonderlijk panorama over het strand. Volgens Sally Lycett kun je hier lekker en duurzaam (want lokaal) eten en de beste koffie van Bexhill drinken met het beste uitzicht.

We volgen de kustweg richting Hastings, een stadje dat zich lijkt te verschuilen tussen twee rotsen aan de zee. Hoewel Hastings 90.000 inwoners telt, is het centrum niet te druk. In winkelstraat George Street heerst gezelligheid dankzij de kleine boetiekjes en koffiehuisjes. Wie Hastings vanuit de hoogte wil zien, kan met de West Hill Cliff Railway, een spoorweg die zo steil is dat het een lift lijkt, naar de top van het klif klimmen. Dat bespaart je honderd treden te voet. Op de West Hill worden we getrakteerd op een uniek uitzicht over de oude stadskern van Hastings, de haven en de glinsterende Noordzee. Achter ons ligt het Hastings Castle, of liever wat ervan overblijft: Willem de Veroveraar nam veroveren ernstig, van dit ooit glamoureuze fort staan nog maar een paar muren recht.

Bovenop het klif vertrekt een pad dat naar de Smugglers Adventure at St. Clements Cave leidt (www.smugglersadventure.co.uk, 8 euro inkom). Dit netwerk van ondergrondse gangen was in de zeventiende en achttiende eeuw het epicentrum van de smokkel tussen Frankrijk en Zuid-Engeland. Behalve als schuilplaats begonnen de smokkelaars de grotten op het einde van de achttiende eeuw ook als bordeel in te richten, waardoor het bestaan van de grotten ook de burgemeester van Hastings ter ore kwam, die besloot de grotten onmiddellijk af te sluiten. Dat ze vandaag wel te bezichtigen zijn, heeft Hastings te danken aan ene Joseph Golding, die rond 1820 op de oude ingang botste tijdens het tuinieren. Golding zag meteen het potentieel van de grot als publiekstrekker en groef er eigenhandig nog een aantal gangen en zelfs een heuse balzaal bij, die tot midden de jaren zeventig van de twintigste eeuw dienst deed als jazzcafé. Het jazzcafé is er nu niet meer. In de oude gang loopt een permanente tentoonstelling over smokkelaars.

Vanuit de grotten brengt een smal straatje ons terug naar het hartje van Hastings. Smalle steegjes die de grote straten met elkaar verbinden, zijn er in Hastings in overvloed en worden twittens genoemd. Sommige zijn zo smal dat je er zo voorbijloopt. Dat zou jammer zijn, want in de twittens ontdek je de unieke achtertuintjes van Hastings. In één twitten schuilt bijvoorbeeld Sinnock Square, waar op amper 40 vierkante meter een bonte collectie van potplanten te vinden is. Ook niet te missen is Piece of Cheese, een hoekhuis dat zijn naam dankt aan zijn opvallende vorm en kleur en vandaag als bed and breakfast kan worden afgehuurd. Een derde twitten, de steile verbindingsweg naar Oxford Terrace, steelt elk jaar in augustus de show wanneer tijdens de stadsfeesten een wel erg bijzondere wedstrijd plaatsvindt: deelnemers moeten dan op een oude, volgeladen boodschappenfiets de helling op zonder dat ze het briefje van 5 pond verliezen dat onder hun billen op het zadel wordt gelegd.

Vanop Oxford Terrace heb je een prachtig uitzicht op de zee en op wat voor haven moet doorgaan. Van oudsher meren de schepen in Hastings immers niet aan op een dok, maar worden ze op het strand getrokken. Vanop het terras zie je een honderdtal zwarte dozen op het strand staan: de nethuizen, waar vissers dagelijks hun vangst aan de man brengen. Tussen de nethuizen staan ook twee bijzondere exemplaren die de vorm van een halve boot hebben. “Het zijn ook halve boten”, verklaart de gids. “Als een schipper betrapt werd op het vervoeren van smokkelwaar, en dat waren er nogal wat in Hastings, werd zijn schip in tweeën gezaagd. Enerzijds als straf, anderzijds om te controleren dat er geen valse bodem was gemaakt. Met de overgebleven helften kon de schipper doen wat hij wilde, en het enige wat je met een halve boot kunt aanvangen is er een huis van maken.”In de oude haven is een intact exemplaar van zo’n vissersboot te bewonderen in het charmante Fishermen’s Museum in de vroegere Sint-Niklaaskerk (ophs.org.uk /fishermens_museum, gratis toegang). Wie meer interesse heeft voor gebroken schepen kan terecht in het Shipwreck Museum een eindje verderop, waar een ware schat aan vondsten uit gestrande schepen wordt tentoongesteld (www. shipwreck-heritage.co.uk, 1,20 euro inkom). Onder meer de inhoud van De Amsterdammer, een schip met 24 kisten vol zilver dat in 1748 vastliep voor de kust van Hastings, wordt hier tentoongesteld. Ook het wrak zelf is nog te bezichtigen op een strand ten westen van Hastings, waar het karkas bij laagtij uit het strand lijkt op te stijgen.

Hoewel het zien en ruiken van zoveel verse vis ons hongerig heeft gemaakt, slaan we de vele fish-and-chipsshops aan het strand over en lopen we richting viswinkel Rock-a-Nore Fisheries, een familiezaak die gespecialiseerd is in gerookte vis. Behalve pladijs, kabeljauw en gerookte zalm ligt hier ook ‘heet gerookte zalm’ in de etalage. “Het roken van vis is een zeer oude traditie in Hastings”, vertelt uitbater Sonny Elliott. “Vroeger deden de vrouwen het thuis, maar nu zijn wij de enige winkel waar de vis ter plaatse wordt gerookt.” Toen Elliott de zaak dertig jaar geleden overnam van zijn vader verkocht hij enkel lokaal gevangen vis zoals pladijs en kabeljauw. “Maar de Engelsen worden almaar avontuurlijker in hun smaak”, zegt hij met enige spijt in zijn stem. “Ze durven al eens tonijn of heilbot eten, dus verkopen wij die nu ook. Roken doen we nog altijd op authentieke wijze.”Met vis in de maag en zee in de longen wordt het tijd om afscheid te nemen van Zuid-Engeland. En hoe doe je dat beter dan de tocht naar Dover niet langs de snelweg, maar langs de kronkelwegen van de kust af te leggen? Ideaal om nog een laatste keer van het landschap te genieten.PraktischHeen en terug: Vanuit Duinkerke vertrekken dagelijks elf Norfolklineferry’s naar Dover. De prijs voor een enkele reis van Duinkerke naar Dover begint vanaf 26 euro op basis van een personenwagen. Er zijn het hele jaar door Short Breakpromoties. Voor een retour binnen drie dagen betaalt u 56 euro, voor een retour binnen vijf dagen 62 euro. Info: www.norfolkline.be.Slapen: Overnachten in een stad of liever in de natuur? Op de website van 1066 Country vind je de verschillende accommodatiemogelijkheden, van campings tot vijfsterrenhotels. Voor een overnachting in The Mermaid Inn in Rye en het Bannatyne’s Beauport Park Hotel bij Battle kunt u terecht op de respectievelijke websites: www.mermaidinn.com en www.bannatyne.co.uk.Zien en doen: Op www.visit1066country.com vind je alle bezienswaardigheden in de regio en worden ook de evenementen in de streek aangekondigd. Niet te missen: de oude stad van Hastings, de abdij van Battle en een bezoek aan een typisch Engelse Garden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234