Vrijdag 09/12/2022

48 uur in TANGER

Als meest noordelijke stad van het Afrikaanse continent, amper vijftien kilometer van de Spaanse kust verwijderd, is Tanger altijd een ‘poort’ geweest. Van welke richting je ook komt, aan de andere kant van de stad ligt een nieuwe wereld te wachten. Voor het gros van de Europese toeristen is Tanger de eerste kennismaking met het Afrikaanse continent, dat ze ontdekken tijdens een daguitstap vanuit Andalusië. Van Algeciras varen ze ’s morgens per speed-ferry in 35 minuten de straat van Gibraltar over om dan ’s avonds op dezelfde manier terug te keren naar het veilige Spanje.

Slapen in de poort

Tanger heeft nochtans meer dan genoeg te bieden om er langer dan een dag door te brengen en is bovendien bijna even makkelijk bereikbaar vanuit België als vanuit Spanje. Royal Air Maroc vliegt je vanaf 177 euro elke dag van de week in minder dan drie uur heen en terug, rechtstreeks vanuit Zaventem naar de luchthaven van Tanger, die op een halfuurtje van de stad ligt. Ook Ryanair (enkele vluchten vanaf 30,99 euro) en Jetairfly (enkele vluchten vanaf 29,99 euro) onderhouden een rechtstreekse verbinding naar Tanger, maar die vertrekken vanuit Charleroi.

Een taxi vanuit de luchthaven naar de stad zou niet meer dan 15 euro mogen kosten, maar de meeste hotels regelen pick-ups voor hun klanten.

Het feit dat de meeste bezoekers aan Tanger dagtoeristen zijn, valt ook op te maken uit de kwaliteit van de hotels in de stad. Zo is de referentie nog steeds het intussen 140 jaar oude Continental (1). Het hotel is weliswaar ideaal gelegen tussen de medina en de oude haven, maar vandaag teert het vooral op vergane glorie.

Gloednieuw is dan weer het hotel Ibis Moussafir City Center (www.ibishotel. com) (2), dat pas dit jaar zijn deuren opende. Het hotel is gelegen in de nieuwbouwrand rond de oude medina, in de buurt van het eveneens onlangs opgekalefaterde zandstrand van Tanger. De basic kamers hier kosten 40 euro.

Wie naar Tanger komt om in de watten gelegd te worden, kan in het centrum echter ook terecht in het El Minzah (3), het andere historische hotel van de stad waar onder anderen Winston Churchill en Rita Hayworth (weliswaar afzonderlijk) ooit de nacht doorbrachten. Het hotel beschikt over een eigen welnesscentrum en niet minder dan vijf bars. Kamerprijzen starten hier vanaf 160 euro.

Oude haven, nieuwe marina

Vanaf halftien zijn ze er, de lading dagjesmensen uit Spanje. Ze worden gedropt in de haven om zich dan zo snel mogelijk een weg te banen naar het topje van de medina, als een kolonie mieren die een roomsoes beklimt. De oude haven van de stad laten ze meestal, ook letterlijk, links liggen. Vooral vroeg in de ochtend is die haven nochtans ideaal voor een frisse wandeling. Binnenkort wordt ze omgebouwd tot een moderne jachthaven met bars, discotheken en winkels. Zevenduizend toeristen per dag zal ze kunnen accommoderen. Maar voorlopig is het er nog heerlijk verdwalen tussen de wit-blauwe loodsen en honderden oude vissersbootjes. Hier wordt ook dagelijks de vismarkt opgetrokken, waar mannen en vrouwen in lange djellaba’s luidkeels onderhandelen over de prijs, terwijl de levend verse vis in huifkarren wordt geladen en bergop naar de medina gebracht.

In het zog van de huifkar banen ook wij ons een weg naar de oude binnenstad. Van onderaf gezien verschilt de medina weinig van de wereldberoemde Andalusische witte steden, maar in de smalle steegjes laat Tanger zijn Afrikaanse ziel zien. Wordt de grote Rue de Belgique (4) naar boven nog geflankeerd door Spaanse en Portugese art nouveauhuizen, dan is het achter de grote stadspoort aan de Gran Socco (5) één grote wirwar van straatjes en steegjes, geuren en kleuren.

Daar blijkt Tanger een in elk opzicht eindeloos verwarrende stad. Wie zich voorneemt te verdwalen, vindt zijn weg terug maar wie er een stadsplattegrond bij neemt, loopt hopeloos verloren. Een gesprek met de lokale winkelier kan beginnen in het Engels, overgaan in het Spaans en eindigen in het Frans, maar de barman naast de deur spreekt enkel Arabisch. De anglicaanse St. Andrewskerk (6) ziet eruit als een moskee en de Grote Moskee (7) blijkt Romeinse roots te hebben. De cd-verkoper roept dat muziek door God verboden is. De munteenheid is de dirham, maar euro’s worden overal aanvaard. De reclameborden zeggen Knorr-soep, terwijl alles ruikt naar munt. Munt en ras-el-hanout, die typisch Noord-Afrikaanse kruidenmix.

Matisse en de Rolling Stones

Het minste wat je kunt zeggen is dat Tanger een stad met eigenheid is, niet te vergelijken en niet te plaatsen. En dat is niet alleen ons opgevallen. In de negentiende en twintigste eeuw werd de stad overspoeld door kunstenaars. Met name de dichters van de Beat Generation, Paul Bowles en William Burroughs, lieten zich door Tanger inspireren en spendeerden er een groot deel van hun leven. Maar ook de schilders Matisse, Degas en Delacroix bleven langer hangen dan voorzien en later waren de Rolling Stones niet uit de stad weg te slaan.

Ook vandaag blijft Tanger een stad waar artiesten en kunstliefhebbers thuis zijn. Behalve in de Gallery of Contemporary Art (8), waar het werk van vooraanstaande Marokkaanse kunstenaars te bewonderen valt, is ook de Galerie Delacroix (9) en het Museum van Carmen-Macein (10), met enkele werken van Picasso, een bezoek meer dan waard. Wie dan nog niet verzadigd is, kan verder terecht in de Medina Art Gallery (11) http://medinagallery.com) en de Lawrence-Arnott Art Gallery (12) , waar mooie expo’s lopen.

Maar ook in de duistere steegjes ligt de kunst, met grote en kleine K, voor het rapen. Jehoeft in Tanger geen schilder te zijn om kunst te maken. Kunstenaars zijn zeker ook de pottenbakkers, zilversmeden, tapijtwevers en leerbewerkers die overal in de stad aan het werk zijn. En dan hebben we het nog niet over de specialiteit van het huis gehad: de kookkunst.

Thee with a view

De Marokkaanse keuken is niet voor niets wereldberoemd en hoewel de typische specerijen en kruidenmengelingen vandaag overal ter wereld te vinden zijn, smaakt een tajine of couscous nog steeds nergens beter dan in Marokko zelf. Voor een warme lunch op een ‘coole’ plek zakken we af naar Le Nabab (13), een gloednieuw toprestaurant in een stijlvol pand achter een onverdacht poortje in de Rue de Kadiria. Voor een menu met voor-, hoofd- en nagerecht betalen we slechts 15 euro. Een lekkere huiswijn staat, zoals wel vaker in Tanger, niet op het menu, maar is wel te koop voor voor 10 euro.

Wie de Marok-kaanse keuken niet lust, hoeft in Tanger echter niet op de kin te kloppen. Een lange immigratiegeschiedenis heeft ook zijn impact gehad op het culinaire leven. Japanse sushi in Kokoshi (14), Franse haute cuisine in La Fabrique (15), Italiaanse romantiek bij Anna e Paolo (16) en op elke hoek van de straat een visrestaurant. Neen, honger zul je hier als toerist niet lijden.

Een Marokkaanse maaltijd zou echter niet compleet zijn zonder een verse muntthee achteraf. En in Tanger is er eigenlijk maar één plek om dit ritueel tot uitvoering te brengen: Café Hafa (17). Wanneer je binnenkomt kun je niet ontsnappen aan het jaar van oprichting, 1921, maar ook het interieur is volledig in de stijl van de jaren twintig opgetrokken. De echte attractie ligt echter buiten, op de trapterrassen van het café, waar je met enig geluk in dezelfde stoel als Paul McCartney, John Lennon, Mick Jagger of Keith Richards zit en van je thee sipt terwijl de zon langzaam verdrinkt in de straat van Gibraltar.

Graven uit het verleden

Ook ’s morgens vlak na het ontbijt is dit een populaire trekpleister en de ideale vertrekplaats voor een wandeling door de tijd. Vanaf het Café Hafa komen we al snel terecht in de vijfde eeuw voor Christus, toen de Feniciërs hun perfect rechthoekige grafstenen uit der rotsen houwden. Een korte wandeling brengt ons via de vijftiende-eeuwse stadswallen naar de zeventiende-eeuwse Dar-el-Makhzen (18) , het paleis van de sultan dat tegenwoordig een mooi oudheidkundig museum herbergt. Van hieruit banen we ons een weg door de tijdloze wirwar van steegjes naar de kleine socco, het mini-marktplaatsje dat het kloppende hart van de oude stad vormt.

Wanneer we de ‘Grand Socco’, de grote markt aan de rand van de medina, uiteindelijk bereikt hebben, zijn we de twintigste eeuw binnengestapt. Het immense plein wordt geflankeerd door de oude synagoge, waarbinnen een mooi museum van de de Stichting Lorin (19) te vinden is. Net om de hoek ligt het museum van de Amerikaanse Legatie (20), de oudste Amerikaanse ambassade ter wereld. Aan de andere kant van het plein rijst de moderne minaret van de Sidi Bou Abid-moskee op, maar de echte parel van dit plein is de Cinéma Rif (21), de oudste (1947) bioscoop van Noord-Afrika. Onlangs is hij onder handen genomen. De Rif mag zich nu met recht een bruisend cultuurcentrum noemen. Voor minder dan twee euro zie je hier wereldcinema van wereldniveau.

En ook van wereldniveau is het uitzicht dat de voorbijgangers bij valavond wacht aan de Place de France, waar het vechten is voor een plastic stoel op het terras van het beruchte Grand Café de Paris (22). Alle geluiden en geuren van de stad lijken hier weg te smelten bij het uitzicht op Europa, dat je van hieruit bijna kunt aanraken.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234