Zaterdag 24/08/2019

48 uur in hip Lissabon

De drie beste hostels ter wereld liggen in Lissabon. Dat zegt veel over de populariteit van de Portugese hoofdstad bij al wat jong en hip is. Want Lissabon is goed op weg om Barcelona van de troon te stoten als cult-partyhoofdstad van Europa. Door Tina De Gendt

Met TAP Portugal (www.flytap.com) vlieg je dagelijks rechtstreeks van Brussel naar Lissabon. Heen en terug vanaf 148 euro. Lissabon International Airport (1) ligt op amper 10 kilometer van het oude stadscentrum. De taxirit erheen duurt ongeveer een kwartier en kost maximum vijftien euro. Met bus 44 of 83 raak je er binnen het half uur voor 1,20 euro.

Lissabon is de thuisstad van de ‘drie beste hostels ter wereld’ volgens de recente Hoscar-verkiezeing van Hostelworld.com (DM 13/03). Traveller’s House (2) ( Rua Augusta 89, www.travellershouse.com), de beste hostel ter wereld, heeft zijn naam niet gestolen. Hier kom je niet toe in een jeugdherberg, maar thuis bij vrienden. Zowel naar accommodatie als activiteiten toe is hier voor elk wat wils. Slapen kan vanaf 12 euro in een slaapzaal, 22 euro in een privé-kamer. Een verblijf bij de enthousiaste crew van Rossio Hostel (3) (Calçada do Carmo, 6 (Rossio Square), www.hostelworld.com/hosteldetails.php/Rossio-Hostel/Lisbon/20929) is je ticket om de stad van binnenuit te leren kennen. De tweepersoonskamers op de bovenste verdieping geven een spectaculair uitzicht op de Alfama-berg en het kasteel Sao Jorge. Slapen kan er vanaf 15 euro in een slaapzaal, 30 euro in een privé-kamer.

Behalve ‘derde beste hostel wereldwijd’ volgens Hostelworld is de Living Lounge Hostel (4) (Rua do Crucifixo 116, www.lisbonlounge.com) volgens de krant The Times ook ‘de beste boetiekhostel ter wereld’ omwille van de kunstige inrichting en loungy sfeer. Nooit omhooggevallen, altijd uitnodigend. Vanaf 18 euro in slaapzaal, 30 euro in privé-kamer.

Zon, zee, strand, geschiedenis, kunst, cultuur, design, een bruisend uitgaansleven en dat alles gedrenkt in overheerlijke bohémiensaus. Lissabon mag een minder klinkende naam zijn dan Barcelona, zodra je er bent, is er niet veel nodig om verliefd te worden op deze kuststad met zijn kronkelende klimstraatjes en spectaculaire uitkijkpunten. Dat van die klimstraatjes staat hier niet zomaar. Net zoals Rome, maar ook onder meer Brussel, Boekarest en Istanbul, werd Lissabon gebouwd op zeven heuvels. Dat betekent dat al die rechte lijnen op het stadsplan steil de hoogte ingaan.

Twee authentiek Lissabonse transportmiddelen moet je echt gezien - of gebruikt - hebben. De eerste is de Elevador de Santa Justa (5), een opvallende verticale constructie uit 1902 die je onwillekeurig doet voelen als Sjakie, die in het boek van Roald Dahl pijlsnel naar boven schiet in de Grote Glazen Lift. Gelukkig stopt deze lift wél voor hij de wolken bereikt, waardoor je amper een minuut later uitstapt op het uitkijkpunt van Largo do Carmo, pal in de historische wijk Chiado.

Een tweede, en mogelijk nog originelere manier om de hellingen op je luie achterste te trotseren, is aan boord van Tram 28. In Lissabon kan je er niet naast kijken, die schattige vierwieltrammetjes uit de jaren dertig. Eenmaal je echter de waanzinnige rit tussen de Largo das Portas do Sol en de Miradourho de Santa Catarina achter de rug hebt, zal je ze nooit meer schattig noemen. Een achtbaan is er niets tegen.

Eerst gaat het pijlsnel naar beneden door de haarspeldbochten van de Alfamawijk, dan scheert de tram langs de op het nippertje wegspringende voetgangers in het stadscentrum om kuchend en krakend de zo goed als verticale Santa-Catarinahelling op te tuffen en uiteindelijk op de Largo do Chiado tot stilstand te komen. En dat allemaal gratis en voor niets voor wie in het bezit is van een Lisboa Card (17 euro voor 24 uur), die recht geeft op gratis openbaar vervoer in de hele stad en grote kortingen op de belangrijkste monumenten.

Wie de hoogtepunten van Lissabon wil bezoeken, weet niet waar eerst te beginnen: er zijn tientallen musea, oude theaters, het Rossioplein (6) en de Praça do Comércio (7). De onbetwiste nummer één van de bezienswaardigheden is het Castelo de Sao Jorge (8) bovenop Alfamaheuvel. Veeleer dan een lesje geschiedenis geven de ruïnes van deze imposante middeleeuwse burcht een romantische blik in vervlogen tijden, op zonnige dagen nog versterkt door de wiegeliedjes van gitaristen die zich her en der in het kasteel installeren. Van onder de eeuwenoude olijfbomen rond het kasteel heb je bovendien een uniek uitzicht op de rode daken van de stad, de 17 kilometer lange brug over de rivier Taag (van dezelfde makers als de Golden Gate Bridge in San Francisco) en de Cristo Rei die vanop de berg aan de andere oever over Lissabon uitkijkt. Onder je voeten lonkt Alfama, de oudste wijk van de stad.

Er zijn twee manieren om door Alfama te lopen. Of je houdt krampachtig vast aan stadsplan en gids en dan is de kans groot dat je zal vinden wat je zoekt. Of je steekt dat stadsplan ver weg en staat jezelf toe hopeloos te verdwalen in dit labyrint van kleine straatjes met zijn roemruchte bewoners. Boven alles is Alfama immers de wijk van de fado, de oorspronkelijke protestmuziek van de ruige, getormenteerde outlaws van de Portugese samenleving uit het einde van de negentiende eeuw.

Hoewel de fado en de Alfamawijk sinds de vorige eeuw een flinke imagoboost hebben gekregen, heeft de wijk nog niets aan authentieke charme ingeboet. Voor trendy bars, de betere restaurants of een souvenirwinkel moet je hier niet zijn. In Alfama ligt er fruit in de winkels, conserven en vis.

Fado vind je hier in de oorspronkelijke setting tussen de tafels van een buurtrestaurantje met een bord voor je neus. Zelfs de wereldberoemde ‘Parreirinha de Alfama’ (9) (Beco do Espirito Santo 1), waar zowat alle grote namen, waaronder ook ‘de koningin van de fado’ Amalia Rodriguez, opgetreden hebben, blijft wat het altijd is geweest: een restaurant. Het eten is er weliswaar prijziger dan voorheen, maar de muziek gaat nog steeds door hart en ziel.

Shoppers zullen in bekoring raken in de wijk Chiado, want de winkels zijn hier gehuisvest in prachtige art-decostraten zoals de Rua do Carmo: zelfs H&M ziet er hier uit als een boetiek. De voornaamste bezigheid in de straten van Chiado is zitten, eten en drinken. En mensen kijken. Er zijn leuke adresjes in overvloed. Het Creoolse Noobai eetcafé (10), op de Miradourho de Santa Catarina, is een ideale stop voor een lichte lunch met een cocktail.

Centraler gelegen langs de trappen van de Calçada Nova de São Franciscostraat vinden we het keldercafé Fabulas (11). Met het interieur van een oude jazzclub en een niet te prijzige menukaart, is dit terecht een populaire stek bij het jonge volkje dat hier op elk uur van de dag in de zetels hangt. Loop je het café helemaal door, dan beland je via een binnenkoer met nog twee eetcafés op de Rua Garret.

In de Rua Garret vind je ook ‘A Brasileira’ , veruit de bekendste pastelaria van de stad. Als fastfoodketens in Lissabon maar geen voet aan wal krijgen, dan heeft de stad dat te danken aan haar pastelaria’s, de typisch e taverne-koffiehuis-broodjeszaak-cafés, waar je terecht kan voor eender welke consumptie, gaande van een koud biertje over een warme maaltijd tot koffie met taart. Je kan zowel aan de toog blijven staan als zitten en altijd is het snel en goedkoop. Zelfs in de historische art deco pastelaria A Brasileira (12) betalen we voor koffie met een taartje amper 2 euro. En dat terwijl we op het terras naast niemand minder dan Fernando Pessoa, de bekendste Portugese dichter aller tijden (of toch zijn bronzen afgietsel) zitten.

Vanop het zonnige terras van A Brasileira is het slechts een klein eindje wandelen naar de Bairro Alto, de uitgaanswijk van de stad. Het is drie uur in de namiddag en dat betekent dat de winkels hier ongeveer zullen opengaan. In de Bairro Alto gelden immers andere regels dan in de rest van de stad. Het is eigenlijk pas ’s avonds, wanneer de rest van de stad afsluit, dat de dag hier kan beginnen en de wijk wordt omgetoverd tot een paradijs voor al wat hip, jong of alternatief is. Tussen de vele retrobars, danscafés en trendy restaurants, vind je hier allerhande klerenwinkels ‘met een twist’. El Dorado (13) (Rua do Norte 23) is een vintage klerenwinkel waar je ook oude langspeelplaten vindt, de MaoMao-shop (14) (Rua da Rosa 85) is ongetwijfeld de meest originele T-shirtwinkel van de stad en Happy Days (15) (Rua do Norte 60) is een schoenenwinkel in de vorm van een boudoir, compleet met piano en chaise longue.

Helemaal uniek is de winkel Agencia 117 (16) in de Rua do Norte, de eerste boetiek van de wijk. In deze funky klerenwinkel slash kapperszaak vind je enkel ontwerpen van designers uit de Bairro Alto zelf. Elke stuk is uniek en gemaakt door de designers in het atelier boven de winkel.

Gewassen, gekapt en gestreken kunnen we van hieruit het beruchte nachtleven in de wijk verkennen. We beginnen met een aperitiefje in het trendy Friends of the Bairro Alto-café (17) (Rua da Rosa 99), wonen dan een jamsessie bij in Ogamico (Rua Ruben A Leitao 2) (18) of een fado-optreden in Tasca do Chico (19) (Rua do Diario do Noticias 39) en zetten nog enkele danspasjes in A Capela (20) (Rua da Atalaia 45), een kapel omgevormd tot een hotspot voor elektromuziek.

De meest bizar ingerichte bar van heel Lissabon vinden we iets verder bergop. De ‘Pavilhão Chines’ (21) (Rua Dom Pedro V 89), genoemd naar het ‘theehuis’ (lees: bordeel) dat hier in het begin van de twintigste eeuw gevestigd was, is uniek in de wereld. De uitbater heeft namelijk een collectie van duizenden souvenirbeeldjes. Kies een originele cocktail op de dranklijst, zelf proefden we een niet-alcoholische Voca Louca (dolle koe), gemaakt van de over heel Lissabon erg populaire groselha (zwarte bessensap), gemberbier, pistache-ijs en een kers. Het was nog lekker ook.

Met al die bezig- en bezienswaardigheden in het oude centrum zouden we haast vergeten dat Lissabon ook een kuststad is, de idyllisch mooie stranden van Cascais (22) en Estoril liggen op amper twintig minuten treinen. Als je dan toch onderweg bent, waarom dan niet even uitstappen in Belém, de monumentenwijk van de stad. Op een oppervlakte van minder dan één vierkante kilometer vind je hier het 500-jaar oude Mosteiro dos Jeronimos, het Monument ter ere van de Portugese Ontdekkingen, de zestiende eeuwse toren van Belém en niet te vergeten het Berardo Museum voor moderne kunst, een absolute must voor wie ook maar een beetje geïnteresseerd is in kunst.

Het ‘monument’ dat bij de inwoners van Lissabon zelf echter het meeste enthousiasme opwekt is de Antiga Confeitaria de Belem (23), waar per dag gemiddeld 10.000 pasteis de Belem over de toonbank gaan. Die pasteis de Belém, ronde custardtaartjes, zijn in België misschien een nobele onbekende, in Portugal en ook Latijns-Amerika zijn ze een ware delicatesse. Deze Antiga Confeitaria was niet alleen de eerste om ze te maken (al sinds 1837), maar blijft tot vandaag de enige bezitter van het felbegeerde originele recept van de populaire taartjes. Maar wat wellicht nog het meest verbaast is dat de taartjes hier, in deze hyperpopulaire pastelaria waar mensen tot ver buiten staan aan te schuiven, evenveel kosten als elders: 90 cent. Doe er voor ons dan maar twee.

Zoals met de taartjes is het ook met de rest van Lissabon: Ze lijken zich niet te veel aan te trekken van wat de rest van de wereld doet en denkt. Elders in de wereld zijn die taartjes misschien groter, duurder en minder aangebrand, maar hier zijn ze tenminste authentiek en dat is waar het voor de inwoners van Lissabon allemaal om draait. Ook in de rest van de stad krijgt authenticiteit immers voorrang op commercialiteit. Je ziet het aan de afgebladerde verf en de was die te drogen hangt in de straten, de uitsluitend Portugese menukaarten in de pastelaria’s, de dikke laag stof in de boekenwinkels, de mode in de klerenwinkels en op straat, de muziek die je hoort. Het is precies dat zelfbewustzijn dat aan Lissabon de bohémien-feel geeft die in andere Europese grootsteden zoek is geraakt. Dus kijk maar uit Barcelona: ‘la nouvelle bohémienne est arrivée’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden