Vrijdag 13/12/2019

Tour de France

40 jaar geleden won Lucien Van Impe de Tour in de zomer die niemand ooit vergeet

Julien Van Impe. Beeld Tonnoir

Of je nu 4, 9 of 40 was: wie de zomer van 1976 meemaakte, vergeet die nooit. Omdat hij zeer warm was en omdat met die hitte de wereld definitief van zwart-wit naar kleur overschakelde. Zeker naar het geel. Daarin won Lucien Van Impe de Tour. Als laatste Belg. Ooit.

als je een verjaardagskaart openmaakt en die dan, met een wonderlijk techniekje, 'Happy Birthday' begint te spelen, zo zou deze pagina moeten openen met 'Save Your Kisses for Me' of - opgelet, hier komt een oorwurm - 'Mississippi' van Pussycat. Hits uit 1976, de soundtrack bij een onvergetelijk jaar. Of Clark van Mere zou kunnen zingen, met de ingeslikte klinkers van de streek: "Lucien Van Imp' den Besten. En Thévenet de Lesten. Zijn gele trui is een beetje gruut. Maar hij geeft ze allemaal op hun bruud."

Geen idee of Clark van Mere later nog veel hits had, al zingt hij nog altijd in het Freddy Couché Trio en lees je op hun site dat "de kracht en de veelzijdigheid van zijn stem vaak wordt geprezen". In Aalsterse carnavalskringen kent iedereen Clark en dat is misschien wel een mooi symbool: de zomer van 1976 was carnaval in heel Vlaanderen. Vanwege die hitte dus en door Lucien, die het nog wat warmer maakte.

Tot vandaag is 1976 een graadmeter en het antwoord op veel vragen. Zoals deze.

- Is 2016 een schrikkeljaar? Dat is altijd even terugtellen want om een of andere vreemde reden heeft het hoofd vastgehouden dat 1976 er zeker een was.

- Braken we in 2003 met vijf opeenvolgende tropische dagen een record? Neen, in 1976 waren het er acht. En zelfs bijna veertien, want met één dag ertussen van 'amper' 29 graden, hadden we er voordien ook al vijf gehad.

- Wanneer werd Jimmy Carter president van de Verenigde Staten? Toen.

- Wanneer won een Belg voor het laatst de Tour? Juist.

Pindaboer

"Elke keer als ik ergens mijn bouwjaar moest opschrijven, begonnen mensen over die ene zomer die ze nooit vergeten waren. Toen het zo warm was dat zelfs de alcohol uit de wijn verdampte en het oude continent aan collectieve zinsverbijstering leed. Ze vertelden me over het dorp Mere, dat geel geschilderd was omdat Lucien Van Impe de Tour de France gewonnen had. (...) Of over die ene pindaboer, die president van Amerika wilde worden en aan de hemel beloofd had: 'Ik zal nooit liegen.'"

Liefst drie boeken verschenen recentelijk waarin 1976 centraal staat en deze zinnen komen uit dat van Stijn Tormans. In De zomer van 1976 verzamelde hij verhalen die zich niet énkel in dat jaar afspeelden, maar toch veel. Alleen uit Mere zelf bleef Tormans weg en dat is misschien jammer, maar ook een beetje goed. Want hij schrijft ook: "In alle verhalen van dit boek gaat iets of iemand dood. En soms is dat ook goed. Niets is zo irritant als misplaatste nostalgie. Die zomer van 1976 was een rotzomer, er was zelfs geen water."

Lucien Van Impe wordt op 20 oktober 70 en dood is hij niet. Maar misschien dat, met zijn laatste zege, wel definitief de hoop stierf dat ooit nog eens een Belg de Tour zou winnen. Want in de buurt van Lucien kwam de voorbije veertig jaar eigenlijk niemand. Dat Jurgen Van den Broeck in 2010 als derde in Parijs op het palmares staat, telt toch niet mee: daar kwam hij na schrapping van winnaar Alberto Contador en derde Denis Mensjov (allebei op doping betrapt). Zelfs uiteindelijke gele trui Andy Schleck zal die Tour nooit echt als zijn Tour-overwinning zien. Van den Broeck kwam nooit in aanmerking voor de eindzege. Voor- en nadien is er alleen maar veel leegte. Lucien Van Impe is de laatste.

En dat is nu, als de Tour vandaag aan de Mont Saint-Michel start, veertig jaar geleden. Hoe lang dat is, zit in al die vragen over wat er in 1976 gebeurde vervat en vandaag rijdt zelfs geen enkele renner meer mee in de Tour die in dat jaar geboren is. Dat kon zelfs niet gezegd worden toen Eddy Merckx in 1969 als eerste Belg sinds Sylvère Maes in 1939 de Ronde van Frankrijk won. Als kind leek dat een eeuwigheid. 1939? Dat was voor de Tweede Wereldoorlog, waar we in de geschiedenislessen over leerden en in dat kinderhoofdje van toen was dat prehistorisch. Allicht is 1976 voor kinderen van 9 dat vandaag ook. Erger nog: het is de prehistorie met nog eens tien jaar erbij.

Even naar Histories, een Canvas-programma uit 2003, onder de titel 'De hondsdagen van 1976'. De uitzending begint tijdens een misviering ergens in Brussel of Wallonië, dat zien we niet, maar de voorbeden zijn in het Frans. Het meisje, ze moet vijftig zijn vandaag, zegt: "Op vraag van onze bisschop bidden wij de Heer opdat hij ons behoede voor een rampzalige hitte en opdat we de nodige solidariteit zouden opbrengen tegenover hen die erg getroffen zijn."

De Tour door Mere

We bidden nog in 1976 en Lucien Van Impe doet dat zeker. In de clichés die het wielerjargon rijk is, duiken wel vaker katholieke termen op, de Ronde van Vlaanderen is niet voor niks de 'Hoogmis van het Voorjaar'. In Nederland noemen ze de koers in Vlaanderen een katholieke sport. Wat er katholiek is aan doping, verlinken of elektrisch aangedreven fietsen, is onduidelijk.

"Doping, ik heb het nooit goed begrepen", vertelt Van Impe in Lucien!, boek met uitroepteken dat onlangs verscheen. "Ik besef dat ik de naam heb van de enige renner die zonder doping de Tour heeft gewonnen. Ik heb er geen idee van of dat klopt." En iets verder: "Bij de controle stonden we helemaal in ons blootje, de dokter stond erop te kijken terwijl we plasten. Aangenaam was dat niet. Maar iets flikken? Eigenlijk was dat onmogelijk. Wie het toch probeerde, was een dwaas."

Maar dat Lucien Van Impe God om bijstand vroeg, is wel zeker. In datzelfde boek: "'Mijn bidon: mijn enige fetisj. Ik kon niet zonder, ik hield daarvan, van die drinkbus in mijn fiets. Voor de rest was ik niet bijgelovig. Ik maakte wel een kruisje, bij de start van de koers. Ik heb er nooit één overgeslagen. Een kruisteken: het was iets wat ik van thuis had meegekregen.' Elke zondag trok het gezin van Jef en Julia Van Impe immers naar de kerk."

Of er in 1976 voorbeden voor Lucien worden gehouden, valt niet na te gaan. Maar je mag bijna zeker zijn dat het in Mere wel gebeurt. Het is een klein dorpje, onder de rook van Aalst, bekend van de E40-afrit Erpe-Mere en nu van 'hier-begint-bijna-de-trajectcontrole'. In de zomer van 1976 is daar nog geen sprake van, maar het straffe is: als in november 1975 het Tour-parcours wordt voorgesteld en Van Impe zachtjes durft uit te spreken dat hij die Tour (op maat getekend van de Franse klimmer en vorige winnaar Bernard Thévenet) kan winnen, ziet hij nog iets. De vierde etappe, van Le Touquet naar Bornem, zal in Mere passeren.

Maar wat in Frankrijk élke régional de l'étape wordt gegund - even voor het peloton uit rijden om vrouw en kinderen te kussen - mag Van Impe niet. "Ik was kwaad, ik was ziedend", schrijft hij in Lucien!. Hij demarreert. "Ik reed mijn dorp binnen met een minuut voorsprong." Iets verder: "In Mere reed ik helemaal alleen voorbij Octopus, het café van mijn broer Raymond." Er hangt een spandoek: 'Lucien, rij wat vlugger op de collekes en ge bereikt Parijs in een trui zonder bollekes.' In Bornem wint Hennie Kuiper, er liggen geen cols in Vlaanderen, zijn tijd zou nog komen.

Ros gras

Wisten we in die dagen al van Jimmy Carter? In de herinnering knippen we uit de krant foto's van Van Impe en plakken die in een schrift dat mama ons gaf. Een eigen krant maken. Dan al. Er is geen televisie thuis, alleen de stem van Jan Wauters op de radio. Maar die is weg. Op reis gaan we dat jaar zeker niet, neen jongen, vorig jaar zijn we toch twee weken naar Luxemburg geweest. Weet je dat niet meer? We gaan nog eens in 1978, met Intersoc naar Davos. Misschien dat die Tour van Lucien daarom zo in het geheugen zit: er is niks anders.

Enkel de hitte. Dorpen die zonder water vallen, je mag de auto niet wassen en het gras wordt elke dag rosser. In onze tuin verdwijnt het zelfs: dat heb je als de hele buurt alleen in die ene tuin mag voetballen.

In De hondsdagen van 1976 zegt de stem dat de kranen dicht moeten en dat wie een plonsbad vult, zelfs drie dagen cel riskeert. Het naturisme herleeft. Er rijden legertanks door de heide om branden te blussen. Limonade wordt schaars, gevangenen in Leuven-Centraal braden in hun cel en komen in opstand, 51 dagen hitte met soms temperaturen tot boven de 36 graden kunnen zelfs de stoerste mannen niet aan. De postbodes kreunen: "Men is te allen tijde verplicht een kepi aan te hebben en normaal een plastron", zegt de tv-reporter in de plechtige taal van toen.

De hete zomer van '76. Beeld photo_news

Tournée générale

Als het over de Tour in de jaren 70 gaat, moet de naam van Eddy Merckx wel vallen. Dat doet hij hier, meteen voor het laatst: Merckx rijdt die Tour niet mee, zijn teller zal op vijf eindoverwinningen blijven hangen.

Dat is de kans voor Van Impe, al blijven Joop Zoetemelk en de oude Raymond Poulidor en plots ook Raymond Delisle wel nog over. En op Alpe d'Huez, aan het einde van de negende rit, die Zoetemelk wint, pakt hij de gele trui. In 1976, de zomer van ons leven, schrijft auteur Geert De Vriese: "... de bierpomp kan de bestellingen amper aan in Café Van Impe. 'Julia, tournée générale!' Moeder Van Impe schenkt ze nog eens vol. Haar man heeft geen tijd om haar te helpen achter de toog. 'Dit gaat voor', zegt Jef Van Impe vanuit de woonruimte achter het café, waar petjes, truien en stickers verkocht worden. Veertig frank (1 euro) voor een petje, dertig frank voor een reuzensticker voor op de barre choque van de auto."

In wielerblad Bahamontes poseerde Van Impe onlangs voor de gevel van zijn huis. Dat heet 'Alpe d'Huez', wat vreemd is: hij won er nooit en een jaar later werd hij er zelfs door een auto van de Franse televisie in de gracht gereden, waardoor hij de Tour van '77 definitief verloor. Maar daar de gele trui nemen, was blijkbaar belangrijker. Voor het eerst schudde hij die onnozele bolletjestrui van zich af.

Roken bij de dokter

Al veertig jaar beiert dit liedje te pas en te onpas door het hoofd. "Lucien Van Impe wint de Tour de France, Lucien Van Impe is nog gene zwans." We bieden u het zomaar aan, ook wie toen nog niet geboren was, mag delen in die ellende. Nog ellende: 'Music' van John Miles, 'Love Hurts' van Nazareth, 'This Melody' van Julien Clerc en, voor wie dat wil, 'Bohemian Rhapsody' van Queen. 'Hotel California' van The Eagles is van die zomer en op Jazz Bilzen speelt Tjens Couter, de eerste groep van Arno.

In Frankrijk heeft Van Impe geen behoefte aan muziek. Wel aan een washandje. In Lucien! vertelt hij hoe hij tijdens de Tour zijn drinkbus omwikkelde met zilverpapier en hoe hij daarrond dan een nat washandje wikkelde dat hij net voor de start in ijskoud water had gedompeld. "De hele Tour lang reed ik met diezelfde bidon. Als je goed naar foto's uit de Tour van 1976 kijkt, dan zie je hem aan mijn fiets zitten, mét het washandje."

We kijken goed en we zien het niet. Misschien omdat Lucien de Tour-organisatie nog misleidde door boven dat washandje nog de reclame van de officiële sponsor van de drinkbussen te kleven. "Prachtige bidon", zegt hij dan nog. "Ik heb hem al die jaren bewaard. (...) Ik koester hem. Als ik er - heel stiekem - aan ruik, dan ruik ik de zomer van 1976."

Freddie Mercury van Queen. Beeld Anwar Hussein Collection
Roken in de woonkamer was heel gewoon in de jaren 70. Beeld Collectie Huis van Alijn

1976 stinkt. Naar zweet en, zoals de hele jaren 70, naar rook. Dat moet bijna onze geur geweest zijn in dat decennium. Iedereen rookt en overal mag het: in de wachtplaats bij de dokter, op de trein, op restaurant en thuis rookt vader elke dag een pakje Zemir en moeder een pakje Kent King Size. Op tafel staat een schaal met zeker vijf pakjes van andere merken, "voor als er volk komt". Als er ergens een Museum van de Geur zou bestaan, dan zou in het flesje van 1976 de geur van rook zitten: wat moeten we gestonken hebben.

We weten het niet. Zoals we lang niet weten wie er die zomer in Kanegem - dorp van Briek Schotte en van Godfried Danneels - boerenschuren in brand steekt. Zeven keer slaat hij toe en bij de laatste vermoordt hij ook nog zijn buurman. Wekenlang houden boeren de wacht, gewapend met een stok of met een geweer, tot een 15-jarige jongen uit het dorp opgepakt wordt en bekent. In 1976, de zomer van ons leven: "Het zou om wraak gaan. Zeker de allereerste brand. Het gevolg van een slecht afgelopen liefdesaffaire met de dochter van die boerderij, klinkt het plots." De 'Pyromaan van Kanegem' wordt opgenomen in de jeugdinstelling van Ruiselede.

Lucien Van Impe raakt zijn gele trui na Alpe d'Huez nog even kwijt, aan Raymond Delisle, allemaal in opdracht van zijn Franse ploegleider Cyrille Guimard. Guimard vindt de Gitanes-ploeg niet sterk genoeg om die trui tot het einde te verdedigen. Maar enkele dagen later is de renner uit Mere te ongeduldig: hij wint een etappe in de Pyreneeën en zo meteen ook de Tour.

Op het podium in Parijs kust een Vlaamse boerenvrouw haar zoon: Julia straalt. In Mere worden ze gek.

Geen seks

We plakken de laatste foto in ons schriftje, hij komt uit de krant en is dus nog zwart-wit, maar in het hoofd van een jongen van 9 krijgt de wereld plots kleur. Op die laatste foto staat Lucien bij koning Boudewijn en koningin Fabiola in een wit pak met olifantenpijpen, op zijn gezicht een brede lach en Lucien fris gewassen met een proper washandje. "Een man die blijkbaar volwassen is geworden op zijn dertigste", zegt Fred De Bruyne op televisie.

Zegt Lucien in Lucien!: "Geen seks in de Tour. Ik was te moe. En dat was niet goed, seks. Sorry."

Plots, zomaar op een dag, regent het. Ik sta in mijn speelkamer, zie de regen vallen en herinner me de banaliteit van het gevoel. De immense teleurstelling ook. Zomaar. Plots. Zomaar plots gaat iets voorbij en komt iets nooit meer terug. De zomer van 1976. Zoals later dat jaar Ivo Van Damme zomaar zal verongelukken, die jongen die op de Olympische Spelen van Montreal in de zomer nog twee medailles heeft gewonnen. Zoals acht jaar later mijn beste vriend zal doodgaan en 22 jaar later mijn broer. Zomaar. Plots. Zomaar plots gaan ze weg en komen ze nooit meer terug. Zoals de zomer van 1976, die altijd blijft en nooit meer terugkeert. De zomer die ruikt naar zweet en een zuur washandje.

De 'Pyromaan van Kanegem' moet vandaag 55 zijn. Zou hij nog elke nacht aan de zomer van 1976 denken?

Stijn Tormans - De zomer van 1976 Polis, 260 p., 19,95 euro
Geert De Vriese - 1976, de zomer van ons leven Houtekiet, 350 p., 21,99 euro
Lucien Van Impe en Filip Osselaer - Lucien! Lannoo, 253 p., 19,99 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234