Dinsdag 18/02/2020

4 winnaars en 4 verliezers in de technologie

Internetbedrijven durfden weer naar de beurs in het jaar dat Sony en BlackBerry snel zullen willen vergeten. De balans van digitaal 2011.

1. Yuri Milner (winnaar)

Yuri wie? Dat is precies wat alle investeerders in Silicon Valley zich krap twee jaar geleden afvroegen toen de Russische eigenaar van Digital Sky Technologies fors investeerde in Facebook, waarvan hij inmiddels 10 procent bezit. Sinds dit jaar kent iedereen in Silicon Valley de 50-jarige Milner, die in twee jaar tijd 12 miljard dollar investeerde in technologiebedrijven. Terug in zijn vaderland na een studie in Amerika kocht de Rus een macaronifabriek met behulp van de steenrijke en omstreden oligarch Alisher Usmanov. Inmiddels staat Milner op eigen benen en heeft hij belangen in alle technologiebedrijven die er toe doen in 'de Valley'. Zynga, Facebook, Spotify, Groupon en Twitter, stuk voor stuk drijven ze ten dele op de dollars van Milner.

Niettemin is hij nog steeds een buitenbeentje in de Verenigde Staten. In tegenstelling tot veel investeerders in Silicon Valley laat Milner graag zien dat hij goed in de slappe was zit. Eerder dit jaar kocht hij een huis in Los Altos Hills voor een slordige 100 miljoen dollar. Het was een van de duurste huizen die dit jaar van eigenaar wisselden in de VS. Ook zijn manier van werken verschilt aanzienlijk van andere venture capitalists. Waar 'reguliere' investeerders alleen geld stoppen in jonge, snelgroeiende, vaak nog verlieslatende bedrijven in ruil voor een zetel in het bestuur en voordelen bij een eventuele beursgang, stelt de Rus nauwelijks voorwaarden. Hij betaalt veel geld voor een relatief klein aandeel en laat 'zijn' bedrijven daarna behoorlijk met rust. Dat zijn horizon breder is dan de VS, blijkt uit het feit dat hij alleen in het laatste jaar al 1 miljard dollar investeerde in tech-startups in China. Ook in eigen land blijft hij actief; daar heeft hij al jaren 's lands grootste internetbedrijf Mail.ru in handen. En natuurlijk zijn eigen macaronifabriek.

2. Google Chrome (winnaar)

De opmars van Googles internetbrowser Chrome was al een tijdje bezig, maar zette in 2011 wel heel hard door. In november dit jaar streefde Chrome de geheide wereldwijde nummer twee Firefox al voorbij in marktaandeel, maar nu lijkt het ook hard op weg de absolute marktleider Internet Explorer (IE) van zijn troon te gaan stoten. Met een wereldwijd marktaandeel van 28,5 procent in december is het er nog niet, want IE had op dat moment nog 36,6 procent van de markt in handen.

Dat het voor Google Chrome de goeie kant op gaat blijkt echter uit de laatste cijfers van StatCounter, die een vergelijking maakt tussen de verschillende versies van alle browsers. Op 15 december maakte de marktonderzoeker bekend dat de laatste versie van Chrome (Chrome 15) sinds deze maand een groter marktaandeel heeft dan Internet Explorer 8, veruit de meest gebruikte IE-versie. In Europa moet Chrome nog wel aan de bak, daar staat het na Firefox en IE gewoon nog op de derde plek. Aan oud-topman en huidig president-commissaris van Google Eric Schmidt zal het in ieder geval niet liggen. Tijdens een recent bezoek aan Nederland hield hij niet op 'zijn' browser te promoten. "Het is de beste, de snelste en de meest gratis browser die er is", zei Schmidt tot vervelens toe.

3. De Cloud (winnaar)

In 2009 en 2010 was 'The Cloud' vooral nog een buzzwoord dat te pas en te onpas werd gebruikt door bedrijven die zo aan wilden geven dat ze helemaal bij de tijd waren. Verdere vragen over het onderwerp werden bijna altijd beantwoord met wollige verhalen die deden vermoeden dat de Cloud nogal laag hing en vooral een hoop mist veroorzaakte. In 2011 lijkt de Cloud behoorlijk volwassen te zijn geworden alsmede de bedrijven die iets in die Cloud willen.

Voor wie de Cloud tot op heden gemist heeft: met cloud-computing wordt het leveren en gebruiken van allerhande diensten via internet bedoeld: van e-maildiensten en tekstverwerkingsprogramma's tot muziekdiensten en programma's om online samen te werken aan allerlei documenten. Een van de kenmerken is dat de gegevens niet meer lokaal op je computer zijn opgeslagen, maar ergens 'rondzweven' in de Cloud. Grote voordeel daarvan is dat je vanaf alle apparaten met internettoegang bij je muziek, je e-mail en al je andere bestanden kunt.

Op de zakelijke cloudmarkt speelt Microsoft met zijn Office 365 een belangrijke rol, maar ook voor consumenten kwamen er in 2011 steeds meer diensten bij in de wolk die internet heet. Apple lanceerde zijn eigen iCloud (voor toegang tot muziek en films), Amazon een Cloud Player en Google is met diensten als Picasa, YouTube en Gmail een cloudspeler bij uitstek. Analisten schatten dat de wereldwijde cloudmarkt in 2011 goed was voor een omzet van rond de 50 miljard dollar.

4. Minecraft (winnaar)

Meer dan een computerspel is Minecraft het verhaal van een man die er in zijn eentje in slaagde een miljoenenbedrijf op te bouwen in een wereld die gedomineerd wordt door grote spelers met miljoenenbudgetten. De 32-jarige Zweed Markus Persson lanceerde de proefversie van Minecraft in 2009 en werkte het spel in het jaar daarna verder uit. 2011 betekende de absolute doorbraak van het spel, waarin spelers een virtuele fantasiewereld kunnen volbouwen met eigen creaties en zich moeten wapenen tegen allerlei monsters.

Minecraft heeft een cultstatus bereikt hoewel (of juist omdat) het oogt alsof het voor computers van twintig jaar geleden is gemaakt en geen handleiding kent. Persson, een klassieke technerd die op zijn zevende begon met programmeren, koos ervoor het spel alleen via zijn eigen website aan te bieden. Daar kunnen spelers het spel online spelen of het downloaden. Alle euro's (20 euro per spel) die gebruikers besteden vloeien direct in de zakken van de Zweed. Voor zover het daar nog in past natuurlijk, want in 2011 harkte Persson met zijn spel vele miljoenen binnen. Ruim 18 miljoen mensen registreerden zich op zijn site, onder wie er 4,5 miljoen het spel ook daadwerkelijk aanschaften. Inmiddels is Minecraft ook te spelen op het mobiele platform van Apple en wordt er druk gewerkt aan een versie voor de Xbox360.

1. Tabletmakers die niet Apple heten (verliezer)

Dat een tablet echt iets anders is dan een grote smartphone, weten inmiddels heel wat elektronicafabrikanten. Waar spelers als Samsung, HTC en BlackBerry op de smartphonemarkt nog enige concurrentie van betekenis vormen voor Apple, is er op de tabletmarkt nog steeds geen enkele partij die een serieuze deuk heeft kunnen slaan in de dominante marktpositie van Apple. Elke zichzelf respecterende telefoon- of elektronicafabrikant deed een poging een concurrent voor de iPad in de markt te zetten. Motorola met zijn Xoom, HP met de TouchPad, BlackBerry met de PlayBook, Samsung met zijn Galaxy Tabs, de lijst van dappere strijders is eindeloos.

Maar Apple lijkt er weinig last van te hebben. Wereldwijd neemt haar marktaandeel wel iets af, maar volgens marktonderzoeker IDC ligt het eind 2011 nog steeds rond de 70 procent. De nummer twee, Samsung, ligt mijlenver achter met een marktaandeel van 6 procent. Sommige spelers staakten in 2011 in arren moede maar hun verwoede pogingen Apple het leven zuur te maken. HP stopte de productie van zijn TouchPad, Dell hing zijn Streak 7 aan de wilgen en Sharp trok de stekker uit zijn Galapagos. De geruchten dat BlackBerryfabrikant RIM ook zou stoppen met de productie van zijn PlayBook (marktaandeel minder dan 1 procent), blijven hardnekkig de ronde doen. RIM blijft even hardnekkig ontkennen.

2. BlackBerry (verliezer)

Een beter voorbeeld van hoe snel de techbranche verandert dan BlackBerry is nauwelijks voorstelbaar. In 2009 en 2010 was het nog een van de opvallendste spelers in de wereld van mobiele telefoons. Van succesvolle, maar ietwat grijze smartphone voor de zakelijke markt had producent Research in Motion zijn BlackBerrytelefoons getransformeerd tot überhippe telefoon voor jongeren. Voornaamste reden: ping. De gratis chatdienst was een instantsucces onder pubers met beperkte budgetten.

Waarschijnlijk nog overrompeld van het eigen succes begon RIM vol vertrouwen aan 2010. Nog voordat de champagne goed en wel was uitgewerkt, was daar opeens de massale opkomst van WhatsApp: een gratis sms-dienst die op vrijwel alle telefoons te installeren is. Weg unieke positie, weg groot voordeel. Een enorme storing in oktober die ervoor zorgde dat BlackBerryklanten wereldwijd bijna een week lang niet konden bellen, deed de rest voor het Canadese bedrijf. Op de zakelijke markt verloor het zijn leidende positie aan Apple, terwijl het er zelf niet in slaagde ook maar iets van Apples marktaandeel af te snoepen op de tabletmarkt. Met zijn PlayBook bedient RIM aan het eind van het jaar minder dan 1 procent van de markt. 2011 werd het eerste jaar sinds 2005 dat RIM minder telefoons verkocht dan in het voorliggende jaar. De koers van het aandeel zakte volledig in: van 70 dollar in het begin van het jaar naar rond de 14 dollar op dit moment.

3. Adobe Flash (verliezer)

"Misschien moet Adobe zich wat meer bezighouden met het ontwikkelen van nieuwe software voor de toekomst en minder met kritiek leveren op Apple omdat wij het verleden wel achter ons laten", schreef toenmalig Applebaas Steve Jobs in april 2010 in een open brief aan Adobe. Jobs legde in zijn schrijven uit waarom Apple geen gebruik wenste te maken van Adobe Flash op zijn mobiele apparaten. De software van Adobe, waarmee animaties, webvideo's en webapplicaties gemaakt kunnen worden, zou volgens Jobs energie slurpen, iPhones en iPads om de haverklap laten crashen en bovendien niet ontworpen zijn voor apparaten met touchscreens.

Adobe hield stug vol dat het geloofde in Flash voor mobiele apparaten en trok zich niets aan van de kritiek van Jobs. Een kleine maand na het overlijden van Jobs, kondigde Adobe echter alsnog het einde aan van Flash voor mobiele apparaten. Het bedrijf slaagde er nooit in zijn software zo te ontwikkelen dat het stabiel draaide op mobiele telefoons en tablets. In zijn persverklaring repte Adobe daarover echter met geen woord. Wij geloven dat HTML5 de toekomst heeft voor mobiele apparaten, luidde de boodschap.

4. 77 miljoen PlaySationgebruikers (en Sony) (verliezer)

Bijna tien seconden hield Sonybestuursvoorzitter Kazuo Hirai zijn diepe buiging in mei van dit jaar vol om zijn grote spijt te betuigen tegenover zo'n 77 miljoen klanten. Die spijt was op zijn plaats. Terwijl intern al langer bekend was dat de beveiliging van het eigen PlayStation Network wel wat zwaktes vertoonde, werd dat probleem niet aangepakt. Gevolg: in april van dit jaar kwamen de gegevens van 77 miljoen klanten in handen van hackers, variërend van naam-, adres- en woonplaatsgegevens tot wachtwoorden, e-mailadressen, geboortedata en - in ruim 10 miljoen gevallen - zelfs creditcardgegevens. Volgens analisten ging het om de grootste online kraak van persoonsgegevens in de geschiedenis.

Niet alleen de kraak zelf zette kwaad bloed bij PlayStationklanten, ook de uitermate trage reactie van Sony op het incident wekte woede op. De kraak werd door Sony al op 17 april ontdekt, maar het netwerk bleef tot en met de 20ste gewoon online. Daarna legde het bedrijf het netwerk een week plat zonder daar een reden voor te geven. Pas op 28 april maakte Sony de hack wereldkundig. Sony schat de schade inmiddels op 170 miljoen dollar, maar die zou weleens forser uit kunnen pakken. In de VS lopen nog rechtszaken van gedupeerden, onder wie een aantal gameontwikkelaars en videoverhuurders die zeggen dat ze inkomsten zijn misgelopen omdat ook de webwinkel voor de PlayStation een week lang dicht was geweest. Beleggers rekenden het bedrijf dit jaar keihard af. Met een koers van rond de 16 euro staat het aandeel bijna op het laagste niveau in jaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234