Zondag 15/12/2019

28ste editie van Brugs festival is met 27.000 bezoekers de succesrijkste tot nu toeCactus staat meer dan ooit in bloei

Geen Cactusaffiche is compleet zonder een authentiekeHHH), de 62-jarige, excentriek ogende stiefbroer van Bob Marley, te strikken. Met zijn wiegende rocksteadyritmen stond de man garant voor tot skanken aanzettende good time music, die zeer werd gesmaakt. Begeleid door zijn elfkoppige Solomonic Reggaestra, waarin onder meer drie blazers en evenveel backingzangers het mooie weer maakten, haalde Livingston, zoals de man echt heet, herinneringen op aan Trenchtown en The Wailing Wailers met ‘Rule This Land’ en wisselde hij eigen songs als ‘I’m the Toughest’ af met Marleyklassiekers als ‘No Woman No Cry’, ‘One Love’ en ‘Lively Up Yourself’. Het klonk allemaal weinig exceptioneel, maar wat telde, aldus Bunny Wailer, is dat zijn muziek “de mensen samenbracht”. Naar de golvende massa te oordelen was zijn missie geslaagd.De geest van Bob Marley was ook volop aanwezig tijdens het aanstekelijke optreden van Michael Franti & Spearhead (HHHH). De Jamaicaanse gastzangeres Charleen Anderson begon de set in haar eentje met ‘Redemption Song’, terwijl de groep afrondde met ‘Could You Be Loved?’. Daar tussenin bouwde Franti, met behulp van flarden hiphop, reggae, dub, soul en funk, een feestje waarop hij alle Cactusgangers ongeremd aan het dansen kreeg. Er werd al moonwalkend gerefereerd aan Michael Jackson (‘Billie Jean’), Musical Youth (‘Pass the Dutchie’) en Gloria Jones (‘Tainted Love’) en ook tijdens ‘Rude Boy’s Back in Town’ en ‘All I Want is You’ gingen alle remmen los. Maar Franti blijft natuurlijk een geëngageerde artiest die, zelfs terwijl hij staat te entertainen, zinnige dingen te melden heeft over de oorlog in Irak (‘Time to Go Home’), de toestand van de planeet (het prachtige, akoestische ‘Hey World (Don’t Give Up)’ of opgroeiende kinderen die het huis uitgaan (het gevoelige ‘I Got Love For You’). Hoewel de frontman zich met iets teveel appetijt bezondigde aan goedkope volksmennerij, was de show van Spearhead ronduit onweerstaanbaar.Behalve dan misschien voor de fans van Tracy Chapman (HHH), die reikhalzend uitkeken naar de doortocht van de zangeres uit Cleveland, Ohio. Chapman is het type singer-songwriter dat het publiek onvermijdelijk polariseert: de een valt voor haar melodieuze folkrockliedjes-met-een-boodschap, de ander vindt haar oeverloos saai en baalt van de overdosis sérieux waarmee ze op het podium staat. In Brugge lag de waarheid in het midden. Chapman wisselde liedjes uit haar jongste cd Our Brightest Future af met oude bekenden als ‘Baby Can I Hold You’, ‘Fast Car’, ‘Talking ’bout a Revolution’ en ‘Telling Stories’, waarbij vooral de even smaakvolle als organische muzikale invulling door haar groep opviel. De toeschouwers zongen de nummers woord voor woord mee, maar al bij al was Chapmans set toch een beetje braaf. De eerste dag van Cactus had een iets explosievere afsluiter verdiend.Bovengetekende heeft een zwak voor Joan as Police Woman (HHH) en voor de introspectieve liedjes uit platen als Real Life en To Survive, maar dat neemt niet weg dat hij van Joan Wasser ook al vervaarlijk kabbelende concerten heeft meegemaakt. De zangeres liet zich zaterdag begeleiden door een drummer en een extra toetsenman en slaagde er tijdens de eerste helft van de set helaas niet echt in de aandacht vast te houden. De kentering kwam er pas toen ze een paar liedjes ten gehore bracht uit haar pasverschenen Cover-cd: ‘She Watch Channel Zero’ van Public Enemy en ‘Sacred Trickster’ van Sonic Youth waren niet alleen interessante keuzes, la Wasser dééd er ook iets mee. Toen ze haar piano ruilde voor een elektrische gitaar en eindelijk hits uit haar eerste langspeler, waaronder ‘Eternal Flame’ en het stuwende ‘Christobel’ aansneed, hoorde je ons allang niet meer mopperen. Dank zij hun cd’s Robbers & Cowards en Loyalty to Loyalty wisten de Californische Cold War Kids (HHH) de jongste drie jaar ook in onze streken een zekere aanhang te verwerven. Het stond dus in de sterren geschreven dat de heren op Cactus een goede beurt zouden maken. De Kids zijn een hardwerkende maar ietwat gezichtsloze band die tussen pop en indierock laveert, met een zanger (Nathan Willett) die door zijn hoge stem vaag aan Jeff Buckley herinnert. Niet alle songs van het vijftal bijten zich meteen vast in je geheugen, maar de keren dat ze dat wél doen willen ze er niet meer weg. De hoogtepunten waren dan ook singles als ‘Something is Not Right With Me’, ‘Hang Me Up to Dry’ en het op een onweerstaanbare pianoriff gebouwde ‘We Used to Vacation’, dat bruiste als een dafalgantablet in een glas water. In het laatste nummer kakelde de zanger als een haan. We zullen er maar van uit gaan dat de man net zo euforisch was als de toeschouwers op de eerste rijen.!!! (HHH), spreek uit als chick chick chick, was, althans op papier, een gedroomde festivalact. Het gezelschap uit Sacramento speelt hitsige punkfunk die verwant is aan die van A Certain Ratio en LCD Sound System en waarbij bewegen imperatief is. Op Pukkelpop zagen we de groep al tweemaal het dak van de tent blazen, maar zondag op Cactus sloeg de vonk nooit echt over. De muziek van !!!, met het ritme als ruggengraat, werd strak gespeeld, er zat hoogspanning op de krassende gitaren, de bas klonk zo stevig dat je er heipalen mee in de grond kon beuken en occasioneel liep er zelfs een krolse sax door het klankbeeld. Vroeger beschikte de groep echter over twee frontmannen die elkaar opjutten op het podium, terwijl er vandaag slechts eentje overblijft. Daardoor werd de set vanzelf minder spannend. Naar het einde toe kwam er wat meer leven in de brouwerij. Alleen: toen was het kalf helaas al verdronken. Het is alweer drie jaar geleden sinds de Britse Magic Numbers (HHHH) hun jongste cd uitbrachten, maar het Cactuspubliek was hen duidelijk niet vergeten. Het kwartet viel een warm onthaal te beurt en hun bruisende, veerkrachtige, soms bitterzoete popliedjes bleken een ideale soundtrack bij een zonnige zomerdag. The Magic Numbers zien er ontstellend normaal uit: ze zouden gewoon in je straat kunnen wonen en hun optreden had daardoor de informele allure van een buurtfeest. Niettemin zijn de songs van zanger Romeo Stodart (‘Take a Chance’, ‘Forever Lost’, ‘I See You, You See Me’ of ‘Mornings Eleven’), met hun kogelronde gitaartjes en de kwikzilveren backing vocals van Angela Gannon en Michele Stodart, onweerstaanbaar. Nieuwe nummers zoals ‘Hurts So Good’ beloofden dan weer het beste voor de derde plaat van het kwartet, die zopas werd ingeblikt. The Magic Numbers is momenteel de enige popband die we in staat achten een klassieker à la Rumours van Fleetwood Mac uit de mouw te schudden en in Brugge bewezen ze dat ook pretentieloos amusement soms grote kunst kan zijn.Met Calexico, het herenigde Lamb en Jamie Lidell stevende het festival daarna af op een fijne apotheose.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234