Donderdag 23/01/2020

230 meter diep in Kempense onderwereld

‘De Morgen’ daalt mee af in Mols labo dat berging radioactief afval in kleigrond onderzoekt

De nationale instelling voor radioactief afval, Niras, presenteert binnenkort aan de regering haar plannen voor de berging van hoogradioactief afval in ons land. Niras zal voorstellen om het afval op grote diepte te begraven in de meest elastische kleilagen in onze ondergrond. Belgische wetenschappers bestuderen die optie in het Hadeslaboratorium in Mol, op 230 meter diepte. De Morgen daalde met de nucleaire vorsers af in hun onderwereld.

Voor we in de lift mogen, krijgen we een helm op en moeten we een logboek tekenen. De lift komt eerst traag op gang. Iets later wordt de snelheid opgedreven en duikt het rammelende, smeedijzeren geraamte in razend tempo 230 meter diep onder de grond, ver weg van het daglicht en van de frisse lucht. “Sommige bezoekers krijgen het hier al lastig”, zegt Marc Demarche, adjunct-directeur-generaal van Niras. Beneden zien we geen typisch labo of wetenschappers in witte stofjas, wel een 200 meter lange koker met neonverlichting waar we door moeten. “Het eerste stuk van deze galerij werd vrijwel volledig manueel uitgegraven. Intussen gebruiken we krachtige boormachines”, legt Peter De Preter uit. Hij is de directeur van het Hadesproject in Mol. “Gelukkig zijn er tijdens de bouw nooit zware ongelukken gebeurd”, voegt Demarche eraan toe.

Het ondergrondse werk is nochtans niet zonder gevaar: bij het graven moeten de wanden razend snel worden geplaatst, want de klei is beweeglijk en kan meteen weer inzakken. Getuige enkele gaten in de wanden waarlangs de klei langzaam binnensijpelt. Het heeft iets bedreigends, maar de begeleidende wetenschappers stellen ons gerust. De klei is volgens hen heel betrouwbaar en zelfs ideaal om er hoogradioactief afval achter te stoppen, want het betreft hier een zichzelf herstellende dikke modderlaag die amper water doorlaat.

De Preter en Demarche tonen trots de recentste aanbouw in hun ondergronds laboratorium: de Praclaygalerij, in 2007 uitgegraven voor een warmte-experiment. Hoogactief kernafval geeft tijdens de vele jaren dat het wordt bewaard een warmte af van 80° Celsius en dat dient uiteraard veilig gestut. Vanaf begin volgend jaar wordt de Praclaygalerij opgewarmd en zal over een termijn van tien jaar gemeten worden welk effect die opwarming heeft op de kleilagen.

We merken ook andere meetapparaten en toestellen op. Niras en SCK, het studiecentrum voor kernenergie, doen hier allerlei proeven, net als de Europese collega’s. “Wij Belgen waren hoe dan ook pioniers. Wij waren de eersten die een laboratorium in de diepe kleilagen hebben gebouwd om nucleair onderzoek te doen”, zegt De Preter. De bouw van het hele labo kostte tot nog toe zo’n 40 miljoen euro. Vijftig à zestig medewerkers van SCK en Niras voeren onder de naam Euridice proeven uit, onder- maar ook bovengronds. Jaarlijkse kost van hun werk: 10 miljoen euro.

Niras werd in 1980 opgericht. De instelling kreeg van de overheid de opdracht het kernafval te beheren en zette het bestaande onderzoek van SCK verder. Drie soorten nucleair afval moesten worden onderzocht: laag-, middel- en hoogactief afval. Dat laatste is het gevaarlijkste goedje. Daarin zit bijvoorbeeld het verglaasde afval, afkomstig van de opwerking van brandstof uit de Belgische kerncentrales, dat nadien in beton wordt ingekapseld. Elk van de drie categorieën heeft een extra onderverdeling tussen afval volgens de kortere of langere levensduur van afbreekbaarheid. Bij ‘langdurig’ kunnen we ons amper iets bij het tijdsbestek voorstellen. Middel- en hoogactief afval vormen honderdduizenden jaren een gezondheidsrisico. Met laagactief afval gaat het over ‘slechts’ honderden jaren.

Wat het laagactief afval betreft, gaf de overheid al haar fiat voor een voorgestelde permanente oplossing. De 70.900 kubieke meter afval zal vanaf 2016 bovengronds worden opgeslagen in Dessel. Over de berging van middel- en hoogactief afval, volumes van respectievelijk 10.490 en 4.900 kubieke meter, moet de regering nog beslissen. Ook nog even kanttekenen dat er in ons land nog duizenden kubieke meters afval zijn die niet afkomstig zijn van kernenergieproductie. Bij Umicore in Olen, bijvoorbeeld, zit 55.000 kubieke meter laag- en middelactief afval opgeslagen. Op een stortplaats D1 genaamd, in open lucht, bevindt zich nog eens een viervoud aan laagactief afval. Wat daarmee moet gebeuren, is nog absoluut niet duidelijk.

“We bestuderen dat momenteel samen met Umicore”, zegt De Preter. “Maar dat afval maakt op zich geen deel uit van onze studie voor geologische berging.” In het ondergrondse laboratorium in Mol wordt evenmin geborgen. De Preter: “Daar bestaat soms verwarring over, maar laat het duidelijk zijn: dit is een onderzoekscentrum en dat zal ook altijd zo blijven. We spuiten hier kleine hoeveelheden radioactieve stoffen in de klei en meten nadien op hoe snel de radioactiviteit zich verspreidt. De eigenlijke bergingsplaats zal elders komen.”

De provincies Antwerpen en Limburg situeren zich op lagen Boomse klei en lijken uitverkoren. “Een alternatief zijn ook de ‘ieperiaanse’ kleilagen in delen van Oost- en West-Vlaanderen.” Een plek kiezen en de lokale gemeenschap overtuigen van het project, het zal heel wat voeten in de aarde hebben. De onderzoekers zijn zich daarvan bewust. “We zouden op eenzelfde manier te werk willen gaan als toen we het laagactief afval wilden stockeren. We hebben toen samenwerkingsverbanden opgezet met verschillende gemeenten.” Na jaren overleg met de bewoners en de gemeentebesturen kwam uiteindelijk in overleg met de gemeente Dessel een oplossing uit de bus. De ondergrondse afvalinstallatie die Niras nu ten lande wil uitbouwen, kan ten vroegste in 2040 in gebruik worden genomen. Voorwaarde is evenwel dat de Belgische regering groen licht geeft.

Is er een go, dan is de kans groot dat De Preter het eindresultaat van zijn onderzoek niet meer zal meemaken. Hij wuift de opmerking weg. “Ach, dit onderzoek is op zich zo ongemeen boeiend en fascinerend dat je het finaliseren ervan los kunt laten. Door op een wetenschappelijk onderbouwde manier met het afval om te gaan, hebben we geleerd op ‘diepe termijn’ te redeneren en rekening te houden met effecten op duizenden jaren. Dat was natuurlijk wel nieuw. Onze wetenschap is dan ook een voorloper, onder meer door de manier van denken en plannen. Vergelijk het met hoe we nu nadenken over de effecten en de gevolgen van de opwarming van de aarde. Wij, nucleaire wetenschappers, hebben het pad een beetje geëffend om op termijn te leren denken.”

Toch hebben kortere termijnen ook een belang. Er moeten voorstellen worden gedaan, scenario’s uitgewerkt en data in het vooruitzicht gesteld. “Begin juni presenteren we ons plan voor de opslag van middel- en hoogactief afval in de diepe kleilagen”, zegt Demarche. “Dat zal nadien door een onafhankelijke commissie worden geëvalueerd. Tegen het einde van 2010 bezorgen we het dossier aan de regering. Die moet dan over alle elementen beschikken om een principebeslissing te nemen.

“Kiest de regering voor de ondergrondse berging, dan kunnen we op zoek gaan naar een geschikte locatie. De regering kan de beslissing ook uitstellen. Tot dan blijft het afval bovengronds opgeslagen bij onze dochterfirma Belgoprocess of bij de kerncentrales zelf, in beheer van Electrabel. Sowieso moet het afval zestig jaar lang bovengronds afkoelen. Het alternatief voor een ondergrondse berging is dat het afval blijvend opgeslagen wordt aan de oppervlakte.

Bij de begrippen straling en radioactiviteit doemen onvermijdelijk beelden op van zwaar verminkte slachtoffers van Hiroshima en misvormde kinderen uit Tsjernobyl en omgeving. Zouden Demarche en De Preter boven een bergingsplaats voor radioactief afval gaan wonen met hun gezin? Ze knikken overtuigd. “De veiligheidsrisico’s zijn zeer beperkt”, zegt De Preter. “Als er ooit straling ontsnapt uit de klei en aan de oppervlakte komt, dan zal die honderden keren kleiner zijn dan de natuurlijke radioactieve straling in onze kosmos.”

Niras is zich wel bewust van de kritiek op kernenergie en het opslaan van kernafval. “Het afval is er, dus moeten we allemaal onze verantwoordelijkheid op ons nemen”, zegt Demarche. “Onze oplossing heeft niets te maken met de pro’s en contra’s van kernenergie. We ruimen het afval dat de vorige generaties hebben geproduceerd. Het zou niet correct zijn om het zonder oplossing achter te laten. Na decennialang onderzoek, zowel hier als internationaal, bestaat er een consensus over geologische berging. De tijd is rijp om ook daarover keuzes te maken.”

De Preter: “De geleiding van de kleistructuren is miniem. De klei doet haar werk zoals het hoort.” En wat met het warmte-experiment in de Praclaygalerij? Hoe kan men daar het effect van inschatten? Het onderzoek moet zelfs nog beginnen. Is het dan niet wat vroeg om de regering al te vragen daarover te beslissen? “Nee, de berging in klei is een goede oplossing”, stelt De Preter. “De temperatuurtest is alleen maar nodig om onze ontwerpen voor de uiteindelijke bergingsplaats te verfijnen.”

Onderzoek voeren is één zaak, communiceren met de buitenwereld een andere. Niras deed alvast een beroep op de Koning Boudewijnstichting om via een onafhankelijke en betrouwbare instelling in contact te treden met de publieke opinie. De stichting stelde een burgerforum samen: 32 Belgische burgers van diverse pluimage. Zij bogen zich drie weekends lang over de vraag: hoe beslissen over het langetermijnbeheer van hoogradioactief en langdurig afval?

Het resultaat is een rapport waarin de burgers zich voorzichtig uitspreken voor de berging in de diepe kleilagen. Maar het document staat bol van onbeantwoorde vragen. De 32 burgers stellen zich vragen over de omkeerbaarheid, over de mogelijkheid om het afval weer uit te graven. Ze vragen zich ook af hoe het financiële plaatje eruitziet. De bouw van een bergingsplaats voor middel- en hoogactief afval zou zo’n 3 miljard euro kosten. “Dat is ook de reden waarom Niras zo aandringt op een principebeslissing. We willen onze begroting beginnen maken”, zegt Demarche. “Sowieso duurt het nog jaren voor de ondergrondse berging in gebruik kan worden genomen. Pas tegen 2020 hopen we een gepaste site te hebben gevonden. Het middelactief afval zouden we vanaf 2040 beginnen te bergen, het hoogactief afval vanaf 2080.”

Ook voor kernafval geldt: de vervuiler betaalt. De uiteindelijke ontmanteling van de kerncentrales van Electrabel wordt nu al gefactureerd aan de klanten. Alleen wie voor groene stroom kiest (40 procent van de eindgebruikers, FVC), is vrijgesteld. De provisies komen in de kas van het speciaal daarvoor opgerichte Synatom terecht en bedragen ruim 4 miljard euro. In theorie. Synatom wordt beheerd door Electrabel en die wendt bijna 80 procent van de fondsen aan voor eigen gebruik, iets wat het burgerforum niet ziet zitten. Het heeft intussen opgeroepen om het geld veilig onder te brengen in een onafhankelijke, beter gecontroleerde organisatie. Ook de provisies voor het nucleair passief van het SCK roepen vragen op. Het SCK kreeg er in het jongste blunderboek van het Rekenhof van langs wegens “een onvolledige boekhouding en te grote commerciële risico’s met de provisies die dienen voor het beheer van het nucleair afval”.

Groen!-volksvertegenwoordiger Tinne Van der Straeten, die ook bij het burgerforum als spreker werd uitgenodigd, vraagt meer tijd voor beraad. “Waarom moet het nu zo snel gaan?”, vraagt ze. “Ik wil niet halsoverkop een beslissing nemen na amper twee weken behandeling in de commissie. Dit is een zeer technisch dossier. We moeten de tijd krijgen om het afvalplan grondig te bestuderen, in samenspraak met de wetenschappers en met de burgers. Het is geen kwestie van ideologie. We moeten allen de verantwoordelijkheid op ons nemen voor het afval dat we hebben geproduceerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234