Zaterdag 16/11/2019

23 plekken, 23 Brusselse verhalen

Brussel bruist van internationaal literair talent. Het tijdschrift DW B vroeg aan 23 aangespoelde auteurs om een verhaal of gedicht te schrijven rond een specifieke plek in de stad die ze zijn gaan liefhebben. Wij gingen een middag op stap met de Poolse Grażyna Plebanek en de Palestijnse Nisma Al Aklouk.

'Qua diversiteit is deze stad echt avant-garde'

Naam: Grażyna Plebanek
Geboren: 1967
Komt uit: Polen
Locatie: Zuidstation

Het Brusselse verhaal van de Poolse schrijfster Grażyna Plebanek begint met een zeer herkenbare beschrijving van het Zuidstation. De vertrekhal waar we allemaal al eens geweest zijn, die langgerekte, tochtige koker met het lage plafond waar mensen kriskras door elkaar lopen en waar ook geuren zich met elkaar vermengen. Je ruikt er de olie van de roltrappen, de dampen van wafels en het vet van de Quick. Sinds ongeveer een jaar vallen ook de patrouillerende para's op, wier wapens vloeken met de alledaagsheid van een treinstation maar die van hun oversten opdracht kregen om treinreizigers met een 'bonjour/goedendag' te begroeten.

Grażyna schrijft over een vrouwelijke politieagent die het station als een soort waakhond domineert. Alles wat vreemd is - en in het Zuidstation is dat nogal wat - trekt haar aandacht.

Het is duidelijk dat Grażyna al enkele jaren in Brussel woont. Want ze weet hoe ze een Belgische flik moet neerzetten: als een geüniformeerde mens vol tegenstellingen. De Agente is tegelijk streng, raisonnabel, achterdochtig, menslievend. Als ze enkele jongeren met een jointje in hun rugzak betrapt, berispt ze hen eerst om hen vervolgens weer los te laten. En als ze honger heeft, koopt ze altijd twee broodjes: een voor haarzelf en een voor De Professor; een dakloze man die van het station zijn thuis maakte.

In een capsule

Bij het regelen van dit interview zei Grażyna dat ze het liefst wou afspreken in Sam's Café, in de grote stationshal, recht tegenover de terminal van de Eurostar- en Thalys-treinen. "Dit is mijn uitvalsbasis", vertelt ze. "Een deel van de research voor mijn korte verhaal en mijn recente roman gebeurde op dit terras. Je zit hier in een soort Brusselse capsule: een oogopslag is voldoende om te weten dat Brussel een van de meest internationale, veelzijdige en diverse steden ter wereld is.

"Dit station is ook supergelaagd. Voor ons zie je de chique mensen die uit Parijs en Londen komen, een beetje verder heb je de gewone pendelaars en als je de roltrappen naar beneden neemt, kom je ook veel daklozen tegen die hier de nacht doorbrengen. Ze slapen op karton of matrassen. En wat opvalt, is dat je daar elementen van een huiselijk leven ziet: schoenen die netjes op een rijtje staan, een doosje met boeken. Daklozen maken zichzelf een thuis. En als je goed kijkt, merk je ook sporen van liefde: een man die zijn matras aan een vrouwelijke lotgenoot afstaat en zelf op een stuk karton slaapt."

Ter voorbereiding van haar verhalen bracht de schrijfster ook enkele dagen door met Brusselse agenten. "Dat ik hun gedrag nogal dierlijk beschrijf, is geen toeval. Want hoe meer ik met agenten optrok, hoe meer ik de indruk kreeg dat ik met waakhonden op stap was die hun territorium bewaken en reageren op elke vreemde impuls. Ja, daarmee bedoel ik dat ze ook nogal snel op andere huidskleuren reageren. Hun reacties zijn zeer animaal."

"Let op, ik wil daarmee niet beledigend overkomen of die agenten oneer aandoen. Ik vind alle mensen nogal dierlijk in hun gedrag. Voor mijn recente roman heb ik me verdiept in literatuur over dierengedrag. Wij, mensen, doen steeds alsof we opgetrokken zijn uit beschaving. Maar in feite zijn we dieren die leven op instincten en voortdurend bezig zijn met ons territorium, onze stam, onze behoeften. Kijk naar wat er in de VS en in veel Europese landen gebeurt. De opkomst van het populisme en de ruwheid. Ik heb de indruk dat het huidige gedrag van veel mensen te maken heeft met een gevoel dat we met te veel in een te kleine ruimte leven. Ons territorium wordt bedreigd. Een gevoel dat op de spits wordt gedreven door bepaalde politici."

Grażyna zegt dat we ons niet moeten schamen voor die instincten en die angsten. "Dat heeft geen zin, we ontsnappen er toch niet aan. Het is beter om hun bestaan te erkennen. Dat is een eerste stap om ermee te kunnen omgaan. Want anders is er het gevaar dat onze instincten omslaan in woede. Woede maakt van de mens het gevaarlijkste dier op aarde, want enkel mensen doden voor een idee of voor het plezier. Wij moeten leren om goede dieren te zijn."

Verder dan Warschau

Tegelijk benadrukt Grażyna dat het in Brussel nog wel meevalt met die dierlijke agressiviteit. Zie ziet de stad bijna als het tegendeel van een hellhole. "Brussels is a sweet town. Ik kom uit Warschau: een stad die dubbel zo groot is en waar de concurrentie tussen mensen veel intenser is. Het gaat er veel ruwer aan toe dan hier. Ik woonde ook een tijd in Stockholm, maar daar had ik het gevoel dat ik eerst honderd procent Zweeds moest worden om erbij te kunnen horen.

"In Brussel kun je opgaan in het grotere geheel en toch jezelf blijven. In deze stad hoef je jezelf niet te verliezen. Het is een zeer inspirerende realiteit en het is geen toeval dat mijn drie recentste romans zich hier afspelen. Qua diversiteit is Brussel echt avant-garde, in die zin dat het een van de weinige steden is die een echte afspiegeling zijn van de wereld. Ik besef dat Brussel geen gemakkelijk verhaal is, maar ik zie wel dat deze stad voortdurend aan het zoeken is en net daardoor staan Brusselaars al veel verder dan bijvoorbeeld de inwoners van Warschau die nog maar aan het begin van de internationalisering staan."

"Ik merk het ook steeds meer aan mezelf. Ik ben nog altijd Pools, maar ook al erg Brussels. Die dubbele cultuur zit in mij en dat voelt eigenlijk best wel natuurlijk aan. Het valt me het meest op als ik even terug in Warschau ben. Ik merk dat mijn vrienden heel veel bezig zijn met Poolse politiek en de Poolse maatschappij. Ik heb dat niet volledig losgelaten, maar heb minstens evenveel affiniteit met de gevoelswereld van bijvoorbeeld de Congolese diaspora in Brussel. En ik kan me ook erg inleven in de wereld van de Marokkaanse mannen op de sportclub waar ik aan kickboxen doe.

"Ik wil die verscheidenheid niet idealiseren. Het gaat ook niet over optimisme of pessimisme. Maar ik denk wel dat een stad met mensen die zichzelf niet hoeven te verliezen en dankzij hun vergissingen kunnen leren, een mooie toekomst heeft."

'Ik wist niet dat ik zo ingewikkeld kon zijn. Zo Brussels'

Naam: Nisma Al Aklouk
Geboren: 1986
Komt uit: Gaza
Locatie: Grote Moskee Jubelpark

De Palestijnse schrijfster Nisma Al Aklouk koos voor haar verhaal een locatie die regelmatig in het nieuws komt: de Grote Moskee aan het Jubelpark, volgens onze inlichtingendienten nog steeds hét distributiecentrum van de radicale islam.

Niet dat deze geladen plaats een hoofdrol krijgt in haar verhaal. Wel speelt zich in het gebouw een scène af die de essentie van Nisma's werk raakt. Een van de hoofdpersonages, de Palestijnse Brusselaar Sarah, gaat voor een sollicitatie naar de Grote Moskee. Maar de sjeik die haar moet aanwerven, weigert met haar te praten omdat ze geen hoofddoek draagt. Sarah is nochtans gelovig.

"Ik zie dat zo vaak", zegt Nisma. "De samenleving die een persoon wegdrukt. Sarah denkt er goed aan te doen om een job te zoeken die nauw bij haar cultuur en taal aansluit, maar ze belandt in een situatie waar de islam misbruikt wordt als een machtssysteem. Sarahs islam koppelt wederzijds respect aan persoonlijke vrijheid, terwijl de islam van de sjeik neerkomt op een tuchtreglement dat vooral voor vrouwen erg streng is."

Hetzelfde overkomt het andere hoofdpersonage Laure: een Belgische van Italiaanse afkomst die besloot om Arabisch te studeren en veel in het Midden-Oosten gereisd heeft. Zij draagt wél een hoofddoek: niet omdat ze gelovig isj maar omdat ze gewoon een hoofddoek wil dragen. Ook zij wordt bij elk sollicitatiegesprek wandelen gestuurd en haar zoon schaamt zich voor haar kledingstijl.

Sociale dwingelandij

Nisma: "Mij gaat het niet zozeer om die hoofddoek. Wat ik vooral wil zeggen, is dat bijna alle samenlevingen het erg moeilijk hebben om mensen te respecteren zoals ze zijn. Sociale druk vreet de persoonlijkheid weg en dat proces manifesteert zich in allerlei gedaantes. Onlangs vroeg een vriend me of ik mijn uitnodigingen voor Palestijnse debatavonden niet langer via Facebook maar discreet via zijn privémail wilde versturen. Hij zei dat hij net een nieuwe baan had en geen slechte indruk wilde wekken bij zijn baas. Zijn sympathie voor de Palestijnse zaak is onveranderd, maar hij wil er niet langer voor uitkomen."

Nisma's verhaal dat in DW B werd afgedrukt, is een hoofdstuk uit de nog te publiceren roman Brusselse vrouwen, die gaat over vijf vrouwen van verschillende nationaliteiten die allen in Brussel wonen. "Elk op hun manier worstelen ze met hun cultuur en hun afkomst. Sommigen hebben aanvankelijk geen besef van die sociale druk, anderen als Sarah zijn zich daarvan heel erg bewust en verzetten zich.

"Sarah wil haar vrijheid niet prijsgeven. Meer nog: ze gaat helemaal op in dat gevecht tegen sociale dwingelandij. Die strijd verloopt met ups and downs: soms wint ze, soms belandt ze in de hoek waar de klappen vallen. Maar alles is beter dan vrijheid in te boeten. In die zin is Sarah ook wel een rustige ziel: ze weet wat ze wil, ze leidt haar leven en is zelfverzekerd. Andere vrouwen zijn dan weer sterk in de zin dat ze zich ondanks alle sociale druk staande weten te houden. Ze leren incasseren, of ze passen zich aan. Maar het zijn allemaal sterke karakters en overlevers."

De vrouwen in Nisma's boek lijken allemaal speciallekes, maar eigenlijk zijn het zeer typische Brusselse dames. Nisma: "Brussel is daarin toch wel uniek. Je komt hier mensen tegen van over de hele wereld. Je hoort Frans, Nederlands, Engels, Duits, Arabisch, Italiaans, Spaans. Als je hier lang woont, merk je dat misschien niet meer. Maar al die verschillen maken van Brussel toch wel een complexe plaats. En ik bedoel dat als een compliment.

"Ik kom uit Gaza en dat is eigenlijk het tegendeel van Brussel. Gaza zit potdicht: de grenzen zijn quasi hermetisch afgesloten en er is geen menselijke circulatie. Wie in Gaza woont, kan niet weg; wie naar Gaza wil, raakt niet binnen. Het gevolg is uniformiteit: er leven enkel Palestijnen, je hoort alleen maar Arabisch. Toen ik enkele jaren geleden in Brussel arriveerde, schrok ik echt wel van de verscheidenheid. Maar net dat aspect trekt me steeds meer aan. Verscheidenheid is zuurstof. Het zorgt voor een open geest."

Worsteling

In Brussel leven is niet altijd simpel, dat geeft Nisma ook toe. "Dan heb ik het opnieuw over die worsteling met origines en cultuur. De vrouwen die ik beschrijf, dragen hun afkomst met zich mee maar zitten tegelijk in een fase waarin ook andere culturen, andere talen en eigen keuzes hun persoonlijkheid hebben gevormd. En toch proberen mensen in hun omgeving hen steeds weer in een vastomlijnde categorie te steken: de sjeik dwingt Sarah in het keurslijf van de diepgelovige moslim, Laures familie zou het liefst hebben dat ze opnieuw aansluiting vindt bij haar Italiaanse roots.

"Maar daarvoor is het te laat. Laure heeft daarvoor te veel gereisd en omdat ze Arabisch spreekt denkt ze ook voor een stuk in het Arabisch. Die taal was haar vrije keuze en net daardoor is die taal haar zo dierbaar. Tijdens een verblijf in Palestina was ze trouwens verliefd geworden op een Palestijn. Ook dat schept uiteraard een band."

De vrouwen over wie Nisma schrijft, laten zich niet meer in een doosje steken. "Als iemand aan een Brusselse vrouw vraagt waar zij vandaan komt, volgt er vaak een ingewikkeld antwoord. Sommige Brusselse vrouwen zien er misschien wel Marokkaans uit, maar ze behoren tot de vierde generatie, zijn hier geboren en kennen het land van hun voorouders enkel als vakantieland. Een vrouw als Laure ziet er dan weer erg Belgisch uit, maar draagt onbewust de sporen van Italië en is verzot op het Arabisch."

Nisma geeft toe dat ze zichzelf herkent in haar vijf hoofdpersonages: "De vrouwen die ik beschrijf, zijn heel verschillend maar hebben ook wel karaktertrekken van mezelf. Ik wist niet dat al die karakters in mij konden bestaan en ik geef toe dat het schrijven me bijzonder veel energie kost. Hoe langer ik hier leef, hoe meer nieuwe aspecten ik in mezelf ontdek. Ik wist niet dat ik zo ingewikkeld kon zijn. Zo Brussels."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234