Zondag 01/08/2021

AchtergrondGroepsverkrachtingen

200 groepsverkrachtingen per jaar in België: ‘Daders filmen het net om te verhinderen dat meisje naar politie stapt’

De Westerbegraafplaats in Gent, waar een 14-jarig meisje verkracht werd door vijf jongens. Beeld Eric de Mildt
De Westerbegraafplaats in Gent, waar een 14-jarig meisje verkracht werd door vijf jongens.Beeld Eric de Mildt

Vier aangiftes per week. Het aantal meldingen van groepsverkrachtingen zit dan wel in dalende lijn, het zijn er nog altijd véél. Dat zedenfeiten worden gefilmd én gedeeld, zoals in het geval van het 14-jarige meisje uit Gavere dat uit het leven stapte, gebeurt ook steeds vaker, merkt professor seksueel strafrecht Liesbet Stevens (KU Leuven). ‘Zélf bewijsmateriaal maken en het daarna nog verspreiden ook. ‘Hoe dom kan je zijn?’, zou je denken. En toch gebeurt het met een reden.’

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de site www.zelfmoord1813.be.

Het aantal groepsverkrachtingen in ons land zit in dalende lijn. Tien jaar geleden stapten jaarlijks ongeveer 250 slachtoffers naar de politie om aangifte te doen. In 2019 waren er 201 meldingen. Ter vergelijking: er gebeurden toen 3.315 aangiftes van verkrachtingen door één dader, zonder pogingen mee te tellen. Volledig cijfermateriaal uit 2020 is nog niet voorhanden, maar verwacht wordt dat we onder de grens van de 200 aangiftes van groepsverkrachtingen duiken.

“Een verklaring voor de dalende trend hebben we niet. We kunnen enkel hopen dat de daling te danken is aan het feit dat we de jongste jaren meer inzetten op de strijd tegen seksueel geweld”, zegt Liesbet Stevens, professor seksueel strafrecht (KU Leuven) en adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Let wel: gelukkig wordt Stevens niet van de statistieken. Integendeel. “Tweehonderd aangiftes van groepsverkrachtingen per jaar? Dat zijn er omgerekend vier per week. Dat is nog steeds gigantisch veel. Een uitzonderlijk fenomeen zijn groepsverkrachtingen alleszins niet. Uit statistieken van de Zorgcentra na Seksueel Geweld blijkt dat er in 12 procent van de verkrachtingen sprake is van minstens twee plegers. Dat is veel. Té veel.”

Jonge mannen

Valt er een profiel van de daders te schetsen? Stevens ziet wel een aantal gelijkenissen. “Zoals in alle verkrachtingszaken zijn het vooral mannen die zich schuldig maken. De leeftijdscategorie? We weten uit onderzoek dat jonge vrouwen tussen 15 en 25 jaar het grootste risico lopen om geconfronteerd te worden met seksueel geweld. We weten óok dat in drie op de vier van de gevallen het slachtoffer de dader effectief kent. Net zoals bij verkrachtingen met één dader zijn de daders van een groepsverkrachting bijgevolg vaak jonge mannen.”

Dat, zoals in het geval van het 14-jarig meisje, zedenfeiten worden gefilmd én verspreid, gebeurt tegenwoordig vaker, weet Stevens. “Zélf bewijsmateriaal maken en het daarna nog verspreiden ook. ‘Hoe dom kan je zijn?’, zou je denken. En toch zien we het steeds vaker. Vaak maken de daders de beelden met de bedoeling om het slachtoffer er later mee af te dreigen. Ze willen op die manier verhinderen dat hun slachtoffer naar de politie stapt. Vergeet ook niet: filmpjes maken en ze vervolgens delen, het gaat tegenwoordig met onze smartphone zó gemakkelijk. Het is dan ook logisch dat we het fenomeen vaker tegenkomen.”

Over het concrete dossier van het 14-jarige meisje wil Stevens liever geen grote uitspraken doen. Over de strafmaat die de vijf jonge verdachten riskeren evenmin. “Wanneer er meerdere mensen bij een verkrachting aanwezig waren, kan een rechter dat als verzwarende omstandigheid aanvaarden. Nét zoals de jonge leeftijd van een slachtoffer en het gegeven dat feiten tot de dood hebben geleid verzwarende omstandigheden kunnen zijn. In theorie kan een straf dan erg zwaar – tot zelfs levenslang – uitvallen. Maar er zijn genoeg voorbeelden te vinden van verkrachters die met een lichte straf wegkomen.”

Geen primeur

Dat het verspreiden van online beelden zónder toestemming uitdraait op een zelfdoding, is in ons land – helaas – geen primeur. Zo stapte de 15-jarige Glenn De Cooman in 2017 uit het leven nadat een naaktfoto werd verspreid via Instagram. “Het is toen voor het eerst dat de rechter een rechtstreeks verband legde tussen de verspreiding van de beelden en de zelfdoding”, zegt Niels Van Paemel, beleidsadviseur bij Child Focus. “Ik heb de indruk dat justitie dergelijke zaken sindsdien meer au sérieux neemt. Vorig jaar is de wet op wraakporno bijvoorbeeld herbekeken. Er is toen beslist dat een direct verband tussen het ongewenst verspreiden van beelden en bepaalde strafbare daden als verzwarende omstandigheid wordt gezien.”

Cijfermateriaal van Child Focus toont ondertussen aan dat het de verkeerde kant opgaat met de online veiligheid van onze minderjarigen. Sinds de start van de coronacrisis noteerde Child Focus een stijging van 65 procent (!) van online seksuele uitbuiting. In 2020 werden 465 dossiers geopend, tegenover 276 dossiers in 2019. Het gaat dan bijvoorbeeld om het delen van intieme foto’s zonder toestemming, maar ook om fenomenen zoals ‘grooming’ (het door pedofielen actief benaderen van minderjarigen) en ‘sextortion’ (seksuele afpersing via het internet).

De oorzaak van de stijging ligt volgens Van Paemel voor de hand. “Tijdens de coronacrisis zijn onze kinderen massaal thuisgebleven. Ze zaten meer dan ooit online, zonder veel controle van hun ouders die moesten werken. Als kinderen meer online rondhangen, stijgt automatisch de kans op risicogedrag. De honger naar ‘likes’ op sociale media zoals Instagram en TikTok is bij onze minderjarigen vaak zó groot dat ze het minder nauw nemen met de veiligheidsregels. Ze zetten hun profielen bijvoorbeeld op openbaar, waardoor mensen met slechte bedoelingen makkelijk contact kunnen leggen.”

Illusie

Online seksuele uitbuiting hélemaal uit de wereld helpen is een illusie, beseft Van Paemel. Toch kunnen we béter doen, vindt hij. “De gemiddelde leeftijd dat kinderen in het bezit van een smartphone zijn is in twee jaar tijd gedaald van ongeveer 11 naar 9 jaar. En toch is het vak mediawijsheid pas verplicht vanaf het eerste middelbaar. We zouden onze kinderen er al vanaf de eerste kleuterklas over moeten leren, vind ik. Daarnaast moeten we – leerkrachten, politie, ja ook ouders — meer tijd en energie steken in het opbouwen van een vertrouwensband met onze kinderen. Als ze het slachtoffer worden van online seksuele uitbuiting, moeten ze het gevoel hebben ergens terecht te kunnen met hun verhaal. Zonder dat er veroordelende reacties komen, zoals: ‘Je had maar niet zo dom moeten zijn.’”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234