Woensdag 27/10/2021

20 maart: Marc Dutroux komt vrij 21 maart: hij koopt een krik

'Ik heb bij haar gewaakt, vier dagen lang.' Als we Marc Dutroux geloven, heeft hij er vanaf de dag van zijn vrijlating alles aan gedaan om de levens van de volkomen ondervoede Julie Lejeune en Mélissa Russo nog te redden. Maar wees gerust: er zijn niet echt veel goede redenen om Marc Dutroux te geloven. Waar een klantenkaart bij de Makro goed voor kan zijn.

Door Douglas De Coninck

Het is woensdag 20 maart 1996. Na 105 dagen voorarrest mag Marc Dutroux de gevangenis van Jamioulx verlaten. Hij krijgt dat 's ochtends vroeg te horen en belt vanuit de gevangenis onmiddellijk naar Henriette Puers, de moeder van Michelle Martin in Waterloo, bij wie zij met haar kinderen tijdelijk is ingetrokken. Het is dan 8.02 uur 's ochtends, en Du-troux zal nog enkele uren moeten wachten. De gevangenisdirecteur heeft een halve dag verlof en kan niet meteen de nodige documenten ondertekenen. Pas iets voor vijven in de namiddag zwaait de poort voor hem open.

Marc Dutroux neemt in Nalinnes stadsbus 52 en stapt 26 minuten later uit aan de halte aan station Charleroi-Sud. Vanuit een telefooncabine belt hij om 18.09 uur opnieuw naar Puers, wellicht om zich ervan te vergewissen of Michelle Martin al in de Route de Philippeville 128 is aangekomen (1). Het is de bedoeling dat zij hem de nieuwe sleutels brengt. Sinds de huiszoekingen van 13 en 19 december zit er een nieuw slot op de voordeur. Maar Dutroux moet wachten. Martin vindt niet onmiddellijk opvang voor zoon Frédéric en komt vermoedelijk pas rond een uur zeven 's avonds aan in Marcinelle.

Dutroux en Martin gaan samen het huis binnen waar Julie en Mélissa sinds 5 december 1995 aan hun lot zouden zijn overgelaten. Zouden, want vanaf dat tijdstip vervagen de feiten en zijn er alleen nog verklaringen.

Marc Dutroux: "Het was een cata-strofe. Ik trof de kinderen aan, stervende. Ze verkeerden in een vergevorderde staat van ondervoeding. De hygiënische emmers zaten vol. Ze hadden in plastic flessen geürineerd, overal lagen er papieren zakdoeken. Ze hadden zelf de matras weggehaald zodat de urine de grond kon bereiken."

Op het proces-verbaal, opgesteld terwijl Dutroux dat alles aan de speurders vertelt, is één woord geschrapt. Dat heeft Dutroux aan het eind van zijn verhoor zelf gedaan. Er stond eerst dat de lichamen op een 'matras' lagen. Met de balpen heeft hij dat woord geschrapt en vervangen door 'planken'. Want het moet juist zijn.

Marc Dutroux: "Ik heb Mélissa, die rechtop zat, gevraagd wanneer ze voor het laatst had gegeten of gedronken. Ze antwoordde: 'Gegeten, dat weet ik niet meer maar gedronken: vier dagen geleden.' Julie begreep wat ik zei. Ze kon haar arm nog bewegen, maar ze kon niet meer rechtop komen of zich bewegen. Ik heb me toen gehaast om water te gaan halen, en een pipet. Op die manier heb ik Julie druppel na druppel doen drinken. Daarna heb ik Mélissa wat te drinken gegeven. Ik heb een bad tot tien centimeter hoogte laten vollopen met water, op 37 graden. Ik ben naar beneden gegaan om Julie te halen en heb haar in het bad gezet. Toen ben ik Mélissa gaan halen (...). Toen ik me omdraaide en naar Julie keek, begreep ik dat dit het einde was. Ik heb haar uit het bad gehaald en nog mond-op-mond-ademhaling uitgevoerd, maar niets hielp nog. Julie was dood. Ik ben teruggegaan naar Mélissa (...). Ik heb haar gewassen en heb haar naar mijn bed gebracht, op de plaats waar ik normaal zelf slaap. Ik zette de verwarming op de hoogste stand en dekte haar toe. Ik ben mijn spullen gaan zoeken en vond een doos Madeleine-koekjes. Ze heeft een halve opgegeten. Ze heeft ook een klein beetje gedronken (...). Ze had veel moeite om te slikken. Ik heb bij haar gewaakt. Ik ben daar vier dagen gebleven."

"Mijn vrouw was daar toen ik in dat huis aankwam. Ik weet niet meer wanneer ze vertrokken is. Ik herinner me dat ik haar heb verplicht om het huis schoon te maken, want het was onmogelijk om er een pas te verzetten zonder in de hondendrollen te trappen. Het was afschuwelijk. Mijn vrouw heeft me geen enkele keer geholpen bij het verzorgen van de meisjes. Ze stond erbij als een plant (...). Ik heb helemaal alleen mijn plan moeten trekken."

"Wat Julie betreft, weet ik niet meer hoe ik het gedaan heb. Ik weet dat ik haar ledematen met touw heb vastgebonden. Het kwam erop aan haar lichaam in een vuilniszak te doen passen en het geheel in de diepvriezer te krijgen. Ik wist immers niet hoe lang ik bij Mélissa zou moeten blijven (...). Ik was ervan overtuigd dat het enkele dagen zou duren voor ze weer voldoende kracht zou hebben. Ik ben permanent bij haar blijven waken. Ze kreeg moeilijkheden om te slikken. Ik denk dat ze water of fruitsap in haar longen had gekregen. Ik heb verschillende keren mond-op-mond-beademing uitgevoerd, waarna ze zich beter voelde (er volgt een heel verhaal over een medische behandeling die hij zou hebben toegepast, ddc). Daarvoor ben ik naar de apotheker gegaan en heb ik een versterkend middel gekocht en injectienaalden. Die apotheek bevindt zich in Marcinelle, op de weg naar de gevangenis van Jamioulx. Het was de apotheker met nachtdienst. Het was een weekend. Het was een man die me bediende. Het leek beter te gaan met Mélissa, ze had het volle bewustzijn teruggevonden. Ik ben in slaap gevallen. Toen ik wakker werd, was ze overleden."

Wat hebt u toen gedaan?

"Ik heb haar naar beneden gebracht en heb haar eveneens in een plastic zak gestopt. Ik heb dat gedaan na een moment van rouw. Ik was uitgeput."

Wat hebt u met het lichaam gedaan?

"Ik heb toen Julie uit de ijskast gehaald en heb de twee lichamen meegenomen naar Sars." (2)

Het allergruwelijkste aan dit hele verhaal is dat het ongeveer de enige bron van informatie is die de families van de kinderen hebben over de omstandigheden van hun dood. Marc Dutroux is er inmiddels zelf al achter dat hij dit alles misschien maar beter niet kan herhalen tijdens het proces. Een aantal stukjes uit zijn relaas konden worden getoetst aan de feiten zoals ze zich werkelijk voordeden, en dan is er tezelfdertijd een magere troost en een reden tot extreme ergernis. Het verhaal is verzonnen. Misschien niet van A tot Z, maar toch wel ergens tot in de buurt van de W of de X. Want Dutroux heeft na zijn vrijlating andere dingen gedaan dan kinderverpleger gespeeld, zo is uit een aantal materiële vaststellingen op te maken.

Op vrijdag 22 maart 1996, pal midden in de periode waarin Du-troux zegt vier dagen lang te hebben gewaakt naast het bed van Mélissa, is zijn naam genoteerd in het beleggingskantoor Riga et Cie in de rue Léopold in Charleroi door bediende Chantal Andouche. Zij kent Marc Dutroux als klant nummer 161.417 en kan aan de hand van agenda en computer bevestigen dat hij die dag in haar kantoor is geweest. Hij heeft voor 171.894 frank aandelen gekocht in het beursgenoteerde Recticel. (3) Alvorens dat te doen, is hij kennelijk eerst nog langs gelopen bij de bank om 170.000 frank van de rekening van Martin te halen.

Op donderdag 21 maart, één dag na zijn vrijlating, is Dutroux volgens zijn eigen klantenkaart gaan shoppen in de Makro in Lodelin-sart. Hij heeft er om 13.16 uur precies een hydraulische krik van het merk Perel (model 5001) aangekocht. Het is een krik op wieltjes, waarmee je een gewicht tot 1.500 kilo kunt optillen tot een hoogte van 33 centimeter. Marc Dutroux heeft er 999 frank voor betaald. (4)

Die krik, zo weten we, is aangekocht met een welomschreven doel. Tijdens haar bezoek aan de kelder in Marcinelle, eind januari 1996, heeft Michelle Martin niet alleen nagelaten om eten in de kinderkooi te deponeren, ze heeft ook te hard aan de poort gerukt. Het hele gevaarte, ruim 200 kilogram zwaar, is naar beneden gedonderd (DM 7/2). Blijkbaar is dat voor Dutroux, eenmaal vrij, de eerste prioriteit: de poort herstellen.

"Ik denk", zegt Michelle Martin later, "dat hij op dat ogenblik nog geloofde dat Mélissa het zou halen. Hij wou hiermee doorgaan en haar blijven vasthouden in die bergplaats. Misschien is dat de reden waarom hij die poort wou terugzetten." (5)

De herinneringen van Martin aan de eerste dag in vrijheid van haar man zijn niet zo scherp. In een eerste verhoor poneert ze dat ze hem met de wagen is gaan ophalen aan de gevangenis. Later beaamt dat ze rechtstreeks naar Marcinelle is gereden. Julie en Mélissa heeft ze niet te zien gekregen. Alle informatie die zij over hun lot heeft, is informatie die ze van hem kreeg: "Toen hij me met de wagen terug naar Waterloo bracht, zei hij me onderweg opeens dat hij maar niet kon begrijpen waarom ik niet meer had ondernomen voor de kinderen." (6)

Dutroux brengt Martin diezelfde avond al terug naar Waterloo? Dat is, heen en terug, algauw een uur rijden. Hij laat de stervende kinderen nog een uurtje langer lijden? Later, in een volgend verhoor, is Martin explicieter. Er is dan helemaal geen sprake meer van Julie en Mélissa, alleen nog van zorgen over de inbrekers die tijdens zijn gevangenschap het huis zijn binnengedrongen: "Ik herinner me dat hij naar de zolder is gegaan om te kijken langs waar de inbrekers binnen konden zijn geraakt." (7)

Een kind ziet meteen de talloze ongerijmdheden in de verschillende versies over die ene dag waarvan je toch zou mogen aannemen dat die diep in de geheugens van Du-troux en Martin gegrift zitten. Toch aanvaardde onderzoeksrechter Jacques Langlois in zijn eindconclusies de stelling dat Julie en Mélissa op 20 maart 1996 nog een heel klein beetje leefden. Hij baseert zich daarvoor op wat Dutroux zegt over de voedingsreserves die hij voor zijn arrestatie in de kelder achterliet en het verslag van een nutroloog die berekende dat die hoeveelheid ("in theorie") voor twee kinderen van acht nipt kan volstaan om er 105 dagen op te overleven. Het eindrapport is verder een bloemlezing van de diverse verklaringen. Nu eens van Dutroux, en dan weer van Martin. En van apotheker Pierre Buchet.

De zaak van Buchet is gevestigd in de rue du Sanatorium 36 in Marcinelle. Dit is de lokale apotheek met wachtdienst in het weekend van 23 op 24 maart 1996. Dit is ook de apotheek die Dutroux aanwijst wanneer hij begin 1997 aan de zijde van de speurders een autoritje maakt door zijn vroegere wijk. Het was hier, zegt hij, dat hij die avond is binnengestormd voor "een doosje Neo-Genyl" en "een setje injectienaalden". Dat is het middel, zegt hij, dat hij heeft gebruikte om Mélissa weer op krachten te brengen en waarvan hij pas achteraf vaststelde dat zijn behandeling "eerder nefast" was dan helend...

Samen met de speurders duikt apotheker Pierre Buchet in de computer met zijn bedrijfsadministratie, en zie wat daar te voorschijn komt: een bestelbon voor 6 ampullen Neo-Genyl (2 milliliter). Datum: 24 maart 1996. Spreekt Dutroux dan toch de waarheid? Politiemensen kicken op dergelijke vondsten: een document dat een gesproken woord bevestigt. De print uit de computer van de apotheker kreeg een prominente plaats in het dossier. Hij wordt nu ook niet gebezigd als een keihard bewijsstuk, maar als een 'aanwijzing' dat het 'zou kunnen', wat Dutroux vertelt.

Maar het zou, bijvoorbeeld, ook kunnen dat Dutroux vier dagen na zijn vrijlating begint te piekeren over wat voor onheil hem wacht als ooit de lichamen van Julie en Mélissa zouden worden ontdekt. Het zou kunnen, het is zelfs heel erg aannemelijk, dat zij die dag al morsdood zijn en dat het nachtelijke bezoek aan de apotheek een set-up is. Dutroux werd al eerder vervolgd voor kinderontvoeringen. Hij weet best hoe het er in een strafonderzoek aan toegaat. Hij heeft zich in de jaren tachtig trouwens al eens onderscheiden als een maniak in het creëren van (en anticiperen met) valse bewijsstukken.

Soms is het nuttig zo'n dossierstuk twee keer te lezen. Kijken we even naar wat de apotheker in februari 1997, bijna een jaar na de feiten, precies vertelde. Pierre Buchet: "Ik heb geen enkele herinnering aan de passage van een welbepaalde klant. Ik heb opzoekingen verricht in mijn boekhouding. Zo heb ik een leveringsbon teruggevonden van de verdeler met wachtdienst Asphaco op datum van 24 maart 1996 voor een bestelling, door mij, van een doosje Neo-Genyl INJ."

Lezen we dat goed? Ja. De print toont niet aan dat de apotheker dit medicijn op 24 maart 1996 heeft verkocht, maar gekocht, en wel tussen zaterdag 23 maart om 16 uur en zondag 24 maart om 11.28 uur: het tijdstip waarop het bestelwagentje van Asphaco voor zijn winkel stopte en het product afleverde. En, zegt Buchet nog: "Mijn bestelling was eigenlijk een aanvulling van de stock." (8)

De print laat toe te besluiten dat het zou kunnen dat iemand tijdens dat weekend het laatste doosje Neo-Genyl kwam kopen, en dat het zou kunnen dat die iemand Dutroux was.

Marc Dutroux heeft in de dagen na zijn vrijlating nog meer dringends te regelen, zo vertelt Françoise Grégoire. Zij is in Waterloo vrijwilligster bij een organisatie voor seniorenhulp en komt vaak aan huis bij Henriette Puers. Zij is er op dagelijkse basis aanwezig wanneer de depressieve Martin tijdens de 105 dagen durende gevangenschap van Dutroux in Waterloo woont. "Ik was haar vertrouwenspersoon en kookte elke dag voor hen", zegt Grégoire, die de speurders ten bewijze van haar rol een emotioneel dankbriefje overhandigt van Martin met drie fotootjes van haar kinderen erbij.

Françoise Grégoire: "Michelle Martin reed in die tijd elke ochtend op en neer naar Marcinelle waar ze honden moest voederen in een huis (...). Ze vertelde me dat ze ooit twee jaar in de gevangenis had gezeten wegens medeplichtigheid aan een verkrachting door haar echtgenoot en dat hij foto's maakte van kinderen met een andere volwassen man. Ik herinner me ook dat ze zei dat ze zelf pornografische cassettes had gefilmd met kinderen, en dat ze daarvoor was veroordeeld (...). De moeder (Henriette Puers, ddc) durfde niet naar haar eigen zolder gaan omdat daar voorwerpen met dubieuze afkomst lagen die Dutroux daar had verstopt. Meteen na zijn vrijlating is hij die spullen komen halen met een vrachtwagen." (9)

"Het ging om apparaten, cassettes en wapens (...). Omtrent die cassettes zei Michelle Martin me dat ze het wel plezierig vond om te filmen terwijl haar man meisjes verkrachtte. Ze heeft dat vaak herhaald (...). Ze sprak me ook over haar vrienden en noemde de naam van Nihoul. Zij zei dat hij de vriend was van het koppel en dat hij vaak op bezoek kwam (...). Er was, zei ze, een commerciële band tussen Dutroux en Nihoul (...). Ze vertelde ook dat Dutroux bescherming genoot van belangrijke personen die ze zelf ook kende maar van wie ze de namen niet noemde."

Een tweede bejaardenhelpster uit Waterloo, die in die periode ook geregeld aan huis kwam bij Puers en Martin, bevestigt het verhaal: "Ik hoorde Martin ook zeggen dat haar man beschermd werd. Ik ben later beginnen te begrijpen dat Michelle Martin loog zoals ze ademde." (10)

De vraag is dan uiteraard waarover. Over die protecties, of over de gebeurtenissen van 1995 en 1996?

Behoudens nieuwe evoluties blijven de ouders van Julie en Mélissa weg op het proces. Het onderzoek heeft hen geen antwoord gegeven op de vraag wie hun dochtertjes ontvoerde. En ook niet echt op de vraag hoe en wanneer zij stierven.

Marc Dutroux gaf de speurders overigens wel een antwoord toen ze hem vroegen waarom hij op 21 maart 1996 zo'n acute nood had aan een hydraulische krik: "Op 21 maart ging het plots heel goed met Mélissa."

(1) Verificaties bij Belgacom, 5 juni 2000, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.778.

(2) Verhoor Marc Dutroux, 19 september 1996, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.244.

(3) Vaststellingen BOB Brussel, 22 augustus 1996, pv 112.695.

(4) Vaststellingen federale politie Neufchâteau, 5 maart 2001, pv 100.131.

(5) Verhoor Michelle Martin, 26 mei 1999, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.740.

(6) Verhoor Michelle Martin, 6 november 1996, BOB Brussel, pv 116.201

(7) Verhoor Michelle Martin, 22 juli 1997, GP Aarlen, pv 8.177.

(8) Verhoor Pierre Buchet, 20 februari 1997, (9) BOB Marche-en-Famenne, pv 100.312.

Verhoren Françoise Grégoire, 17 en 20 augustus 1996, BOB Waver, pv's 110.804 en 110.810

(10) Verhoren Françoise Grégoire en Monique Pouchain, 14 november 1996, GP Aarlen, pv 2.895.

De dag waarop Marc Dutroux de gevangenis verlaat en Julie en Mélissa na een 105 dagen durende hongerwinter 'stervend maar nog levend' aantreft in de kinderkooi

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234