Donderdag 02/04/2020

20 kilometer als eresaluut

Georges Bertholet zal zondag niet winnen. En zijn tijd is van geen tel. Van de 37.000 atleten die morgen de 20 km door Brussel lopen, is hij de oudste. Iedereen die er start heeft een doel. Iedereen die er loopt wil zich bewijzen. Georges is 90. En ook Georges heeft een doel: 'Ze kijken mee, hier boven.' Matthias Declercq

De wereld verandert snel, hé man. Vindt ge dat niet?" Georges Bertholet stapt een roltrap op aan de uitgang van het station Brussel-Centraal en gaat langzaam naar boven. Hij toont zijn treinabonnement, met een ongeziene fierheid. Op het document staat het centraal gedrukt: 'Carte pour raison patriotique.' Heren in pak passeren, met een zwartlederen tas aan de hand en brillantine in het haar, als glanzend vernis. Oud-strijder Georges krijgt een kleine duw op de trap, maar zegt niks. Met zijn rechterhand houdt hij de leuning vast, schrijdt omhoog en ziet het betonnen ovaal met hotel Le Méridien oprijzen. "Goh, vroeger groeide hier nog gras."

Hij neemt het plein langzaam in zich op en blijft staan. Een iel ventje, met een trainingsjas van Defensie - "gekregen van Flahaut!" -, het is de protagonist van een stille film. Alsof de wereld rond hem in slomo passeert. Alsof hij even op pauze drukt en de omgeving verstart en vervaagt. "De wereld draait hier snel. Vindt ge dat niet?"

Georges Bertholet passeert later aan de Place Saint-Cathérine. En weer: "Waar is dat gras?" Als hij wandelt maakt hij geen geluid. Alsof niemand hem ziet. Hij kijkt naar de kasseien en lacht: "Wat denk je, zou ik hier zondag demarreren?"

Nieuwe heup, nieuwe knie

Deze man is negentig jaar en is morgen de oudste atleet aan de start van de 20 km door Brussel. Hij zal opgaan in een peloton van 37.000 deelnemers. Misschien zal niemand hem zien. En zal niemand hem horen. Hij start achteraan, zal het startschot van Freddy Thielemans misschien amper merken - "mijn oren, tja, dat is de leeftijd, hé" - maar hij zal de wedstrijd wel uitlopen. En af en toe stoppen. Want een nieuwe heup en een nieuwe knie, dat bolt niet goed.

Iedereen wil er bij zijn. De 20 km door Brussel is veel meer dan een loopwedstrijd. Het is een event, een maatschappelijk toneel waarin iedereen een rolletje speelt. Samen met de Antwerp Ten Miles, of de Beach Run, of wat dan ook, is de 20 km door Brussel de exponent van een loophype. Het is een peloton van verlangen. Een peloton van doelen ook. Niemand loopt zomaar: het is het ego in de massa, zoiets. Er lopen blinden mee, mensen met kanker, bedrijven, teambuilders, managers, topsporters, jonge dames, kinderen, Kenianen, Chilenen, handbikers, bv's, politici, bakkers en beenhouwers. Er wordt gelopen voor waterputten in Burundi, voor de spaarpot van het Rode Kruis, voor zichzelf, voor de eer, voor drie kussen of voor een bonnetje en een sandwich.

Georges weet waarom hij loopt. "Omdat ik sterk ben, kameraad. Omdat ik nooit ga sterven. Wees gerust." Hij hoeft geen bühne, ook niet als oudste. Georges doet mee want Georges heeft geen 'zittend gat'. "En ik heb niet veel douleurs."

Dat zegt de man die huidkanker heeft. Zijn gezicht is bevlekt. Sommige plekken zijn ontdaan van het bigroze pigment, en ogen als witte wolken. Zijn gezicht is een schilderij, een stilleven van negentig jaar.

"Ik zou kunnen zeggen dat ik deelneem om toch de geschiedenisboeken te halen. Dat iedereen naar mij kijkt. Ik zal het u eerlijk zeggen: ik loop ook omdat de dood mij niet afschrikt. Stilvallen, je moet daar voor opletten. Ook als je negentig jaar bent."

En dan zegt hij het, bij een kop koffie. Nee, hij praat niet, hij fluistert. "En ja, ik loop ook voor, euh, ja, euh, Céline en Jeanette." Hij ritst de rode trainingsvest dicht en duwt zijn kobaltblauwe pet tot net boven de ooggrens. Het verhaal valt even stil. De koffiedamp stijgt op. Georges blaas in de mok, om zijn lippen niet te verbranden. Zijn gelaat hangt in de wazige damp.

"Céline en Jeanette, euh?"

"Céline en Jeanette waren mijn twee dochters. Zondag kijken ze mee, hierboven. Voor hen loop ik écht, als een eerbetoon, een eresaluut."

Céline was 26 en stierf in 2006. Plots stond de dood aan de deur, in Gembloux, en werd een bloedklonter in de hersenen fataal. Vier jaar later, in 2010, valt Jeanette weg (54). Door een bloedklonter in de hersenen, jawel. "Ik heb dat nooit kunnen begrijpen. Nog altijd lukt het mij niet. Ik moest vertrekken, zij toch niet? Negentig jaar en ik heb nu, de laatste jaren, mijn twee dochters begraven, mijn eigen kinderen. Ik heb nog een zoon, Charles. Begrijp je dat ik zondag meeloop?

"Ga ik naar hun graf, dan begin ik te praten. Dan ziet niks of niemand me en sta ik daar tegen mezelf, en tegen hen, te babbelen. Gewoon, om te zeggen dat ik het niet begrijp. En dat ik ga lopen opdat de dood me niet grijpt. Dat kan niet. Thuis noemen ze mij Tarzan. Die leeft nog altijd.

"Zelfs la grande guerre kreeg mij niet klein. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte ik deel uit van het verzet, van L'Armée Secrète. Ik heb 's nachts in de struiken gelegen, samen met mijn kameraden, om een konvooi van de Duitsers te overvallen. Ik en mijn mitrailleur, we hebben den Duits serieus doen verschieten. Later ook nog. Ik vocht met de Amerikanen in de Ardennen, tijdens het Von Rundstedt-offensief. Ik moet zeggen: het was daar serieus koud."

Daags voordien, zei zijn schoonzoon Ronald aan de telefoon: "Mijn schoonvader heeft in België veel bruggen opgeblazen. En euh, ik bedoel dat letterlijk."

Georges: "De oorlog was een spel voor ons. Ik was een tiener en ging op avontuur. En ik leef nog. In mijn leven heb ik veel gelopen, vooral voor den Duits (lacht). Die zetten mijn ouders onder druk: Il est où, ce Georges?"

Bij de rijkswacht

Noem het contemplatie op spikes en druivensuiker. Een kruisteken hangt niet om de hals, maar Georges Bertholet bidt een rozenkrans en kijkt morgen even omhoog. Vorig jaar liep hij ook al door Brussel. Hij hoorde een tamboerijn en werd teruggeworpen in de tijd. Altijd passeert die film. Te veel tijd om te denken. "Ben ik alleen, dan floept het voor mijn ogen: Congo. Dat zal morgen ook zo zijn. Ik zie beelden van vroeger. Ik herleef de tijd. Dat doet lopen met me.

"Na de Oorlog was ik even bij de rijkswacht. Ik hield de wacht aan het koninklijk paleis, maar evengoed draafde ik te paard door Brussel. Maar ik zei aan mijn chef: 'Ik ga hier weg.'

"In '48 ben ik in Congo gearriveerd. Daar woonde familie van mij. Vijftig jaar ben ik er gebleven. Vijftig jaar. Ik trok de brousse in op zo'n 200 kilometer van Goma. Ik zwom elf rivieren over, dronk water uit een conservenblik en zocht en vond een stuk land diep in het bos, jaagde de nijlpaarden weg en begon er een koffieplantage, net als mijn nonkel. Mijn eerste werk: bruggen bouwen over die elf rivieren.

"De Congolezen verklaarden mij gek: T'es fou? Op de plantage werkte al gauw honderd man. Meneer, het was de tijd van mijn leven. Ik kan dat niet goed uitleggen. Alles heb ik daar meegemaakt. Ooit schoot ik een olifant neer. Dat klinkt wreed, maar ik kon niet anders. Soms passeerde zo'n beest op de plantage. Geen probleem, passeer maar beste vriend. Maar was het een speelse olifant? Dan stonden die beesten veel te geweldig en rukten al mijn planten uit de grond. Wat moest ik doen? De boel laten vernielen door dat dier? Ik heb hem neergeschoten. Kijk, hier."

Georges haalt een kleine foto uit zijn rugzak. Een zwart-witte prent waarop een olifant theatraal in beeld ligt. Hij poseert met zijn geweer. Op de achtergrond wordt er gedanst op de rug van het kadaver. Georges: "We hebben daar met het hele dorp serieus lang kunnen van eten. Buffels, net hetzelfde. Ik heb er zo'n honderd van mijn erf geschoten. Een stukske buffel, dat is nog zo slecht niet. (lacht) Er liepen ook apen op de plantage. Fantastische beesten. Ik was toen rijk, ja. Maar mijn mensen hadden een goed leven. De eerste televisie in de streek stond in mijn woonkamer. Iedereen kwam 's avonds kijken naar de Tour de France en naar Claude François. Manneke, manneke.

"Het is helaas niet blijven duren, in Congo. In '98 kwam ik even terug naar België om mijn kinderen te bezoeken. Bij de terugkeer in Kivu was mijn plantage ingenomen door rebellen. De miserie was er al een tijdlang aan de gang. Wat kon ik doen? Niks. Ik stond daar en zag hoe alles was geplunderd. Alles. Een van mijn mensen is vermoord op de plantage zelf. Vrienden van me zijn gemarteld. Hun nagels werden uitgetrokken. Ze stonden met wapens te zwaaien op mijn eigendom.

"Ik ben dan maar definitief teruggekeerd naar België. Af en toe speelt de goesting terug op. Mijn hart ligt er nog altijd. Maar ik ben negentig jaar. Wat kan ik nu nog doen? Luisteren naar Radio Okapi, die altijd bericht over Congo. Ik kan het niet laten."

Luisteren naar Georges is als luisteren na een liveverslag van een voetbalmatch. En ze gaan lopen. En ze gaan lopen. "Zou ik niet beter een boek schrijven? Ik heb nog tijd genoeg. Alleen zou niemand mij geloven. Mijn leven was ongelofelijk en is dat nog altijd. Van niks heb ik spijt. Edith Piaf had gelijk: Je ne regrette rien."

Dat leven zal zondag voorbijrazen. Roger Bertholet zal de finish wel halen. De vorige keren kwam hij ook aan, weliswaar ruim buiten tijd, en zag hoe de organisatie de nadarhekken al afbrak. Hij ging naar de organisator: "Zijn er geen medailles meer?" Hij kreeg een gouden plak, "zonder koordje".

Morgen gaat hij van start, wandelt via de oorlog, naar de rijkswacht om in Congo die olifant te zien. En die aap, en die buffels, en die nijlpaarden. Om dan finaal aan te komen in het Jubelpark, daar groeit er wel nog gras. Hij zal naar boven te kijken en gedag te zeggen. Hier, voor jullie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234