Donderdag 20/01/2022

2.500 Belgische nazicollaborateurs krijgen nog altijd Duits pensioen

Duitsland betaalt nog steeds de pensioenen voor zo'n 2.500 Belgische nazicollaborateurs. Dat stelde Alvin De Coninck vast toen hij onderzocht waarom de Duitse fiscus de pensioentjes van Belgische oorlogsdwangarbeiders wil belasten.

Eind vorig jaar raakte bekend dat de Duitse fiscus zo'n 13.500 gewezen Belgische dwangarbeiders een belasting van 17 procent wil doen betalen op hun oorlogspensioentje. Met terugwerkende kracht bovendien, vanaf 2005. Voor de hoogbejaarde slachtoffers is dat een slag in het gezicht.

"Dit schandaal verbergt een nog groter schandaal", zegt Alvin De Coninck, zoon van een verzetsstrijder. Hij trok op onderzoek naar wat eerst een communicatiefout leek. Samen met politici van de partij Die Linke vroeg hij her en der in Duitsland cijfers op.

"De Bondsrepubliek werd na de oorlog de volkenrechtelijke opvolger van het Derde Rijk en nam alle plichten over", aldus De Coninck. "Ook tegenover militairen in het naziregime. Zij ontvangen een pensioen voor hun dienstjaren in de oorlog. Dat is ergens ook normaal. Maar ook buitenlanders die in dienst traden van het Duitse leger, zoals bijvoorbeeld Leon Degrelle, kregen een pensioen. Dat is ooit zo beslist door de administratie van Karl Dönitz (de opvolger van Hitler, ddc).

"In heel Europa krijgen nog zo'n 900.000 mensen een Duits oorlogspensioen. Na de val van de Muur kwamen er 100.000 pensioenaanvragen bij van gepensioneerde ex-Wehrmachtvrijwilligers uit de Baltische staten. Daardoor werd dat opeens een zware uitgavenpost. In 2010 zag de Duitse regering zich genoodzaakt tot het zogeheten Härtz-besparingsprogramma. Men koos voor een 'makkelijke' maatregel: een belasting van 17 procent op oorlogspensioenen. De maatregel viseerde niet de dwangarbeiders, maar hun beulen."

In Duitsland gaat de federale staat over pensioenen en de deelstaten beslissen over belastingen. "De privacywet verhindert dat de ene dienst zicht krijgt op de bestanden van de andere", zegt De Coninck. "Alles zit in één pot, en men kan niet zien of iemand dwangarbeider is geweest, dan wel SS-bewaker in een concentratiekamp." Het geheel laat volgens hem zien dat in België niet alleen 13.500 dwangarbeiders (of hun weduwen) een Duits pensioentje krijgen, maar ook ongeveer 2.500 collaborateurs (of hun weduwen). Deze generatie is inmiddels aan het slinken. Alles bij elkaar zouden het er na de oorlog 38.000 zijn geweest.

Dat er zoiets zou bestaan als een 'nazipensioen' is al jaren voer voor speculatie. Oud-senator Fred Erdman (sp.a) ijverde in 1997 voor een onderzoek na berichten over 324 collaborateurs met een Duits pensioen, maar kreeg nooit bevredigende antwoorden. Op basis van enkele cases die hij zelf onderzocht, concludeert De Coninck dat Duitsland guller is voor oorlogsmisdadigers dan voor slachtoffers: "Ik stoot op aanvullende pensioenen van 425 tot 1.275 euro per maand. Bij de dwangarbeiders spreken we van 50 euro per maand."

De Coninck schuimde met zijn dossiers verschillende kabinetten af. In de Kamer verzekerde minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) aan Dirk Van der Maelen (sp.a) dat hij de problematiek van de dwangarbeiders begin februari aankaartte bij zijn Duitse ambtsgenoot Guido Westerwelle. Die verzekerde dat Belgische dwangarbeiders de aanmaningsbrieven mogen negeren. De studie van De Coninck zal worden gepubliceerd door het studie- en documentatiecentrum oorlog en hedendaagse maatschappij (Soma).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234