Woensdag 20/10/2021

1977, het jaar zonder toekomst

Punk veroverde de wereld in 1977 zoals een brutale snotjongen een snoepwinkel binnenstapt, de rekken leeggraait en weer naar buiten rent zonder te betalen. Het verschijnsel dat de muziekwereld op zijn kop zette, was ongemeen krachtig maar ook uiterst kort. Een klein jaar lang gonsde het van de punks en toen was het voorbij.

DOOR KOEN DE MEESTER EN BART STEENHAUT

Na de initiële aardverschuiving die de luide oerschreeuw van The Clash, The Sex Pistols, The Stranglers, Buzzcocks, The Damned, The Adverts, Undertones en The Jam veroorzaakte, gingen de groepen al snel andere muzikale oorden opzoeken en samen werden ze geplaatst onder de noemer new wave. Daar pasten dan evengoed bands als de New Yorkse artrockers Talking heads als de retropop van The Pretenders onder. Toch zal wat punk los heeft gemaakt een blijvend gevolg hebben, niet alleen in de mentaliteit van de muzikanten, maar ook muzikaal. In de jaren tachtig en negentig blijven er maar punkgroepjes bijkomen, gek genoeg veelal in de VS. Met succes tot op vandaag, denk maar aan Green Day en 'onze' Janez Detd. We vroegen aan Jean-Jacques Burnel van The Stranglers en Pete Shelley van The Buzzcocks om hun licht nog eens over die periode te laten schijnen. En vlak voor zijn dood hadden we ook nog een ontmoeting met Joe Strummer, het boegbeeld van The Clash.

Voor Shelley, de nog steeds jongensachtige zanger van de Buzzcocks, is het ontstaan van het fenomeen simpel: "Het begon allemaal dankzij The Sex Pistols. Het was ergens in april 1976 of zo. Ik kende Howard Devoto, onze eerste zanger van school. Hij had de eerste gig van The Sex Pistols in Manchester georganiseerd en was gek op Iggy & The Stooges en Captain Beefheart. Ik hield vooral van de toenmalige Duitse muziek van Neu! en Kraftwerk, synthesizers interesseerden me enorm. Maar toen kwam punk en de ongelooflijke impact van Sex Pistols-zanger Johnny 'Rotten' Lydon. Het soort van shockerend nihilisme dat Lydon uitstraalde, was gewoon een revelatie. Ook de verbijsterende sound van de gitaar van Steve Jones blies me van mijn sokken. In juli 1976 traden we voor het eerst op en een maand later speelden we al in Londen, samen met The Sex Pistols en The Clash. The Clash was volledig anders dan de Pistols."

Dat vond ook Strummer zelf. "Wij moeten zowat de enige punkgroep zijn die zich nooit achter die 'no future'-slogan heeft geschaard. Onze instelling was weliswaar kritisch, maar we bleven optimisten."

Het verschil tussen beide was volgens Shelly haast tastbaar aan te wijzen. "We voelden onmiddellijk dat er heel wat vijandschap was tussen de beide kampen. Ik vond dat toen erg vreemd, want The Pistols hadden van Strummer eerder een grote kans gekregen toen ze in het voorprogramma van zijn oude band The 101'ers mochten staan. We hebben eind 1976 nog gespeeld op de 'Anarchy In The UK'-tournee van The Pistols, en dat was een nachtmerrieachtige belevenis. Het publiek dacht dat het even vijandig moest zijn als de stem van Johnny Rotten en voor ons was dat geen lolletje. Na onze eerste ep Spiral Scratch is Howard eruit gestapt. Hij wilde iets anders en is in alle rust en vrede vertrokken. De eerste single van zijn groep Magazine, Shot By Both Sides, had een melodie van mij. Howard wou die graag gebruiken, nou geen probleem."

Shelley maakte ook de eerste dagen van The Clash van dichtbij mee: "Ondertussen waren we nog steeds bevriend met The Clash. We hebben op hun 'White Riot'-tournee gespeeld. Dat was in mei 1977. Ook daar hadden we met heel wat vijandigheid af te rekenen, al was The Clash muzikaal dik oké. Onze eerste elpee Another Music In A Different Kitchen is een klein jaar later verschenen. We werden nog een punkband genoemd, maar we speelden gewoon powerpop. Op dat moment (januari 1978, KoDM) was Johnny Rotten trouwens al uit de Sex Pistols gestapt. Voor mij was dat echt het definitieve einde van de hele beweging.

"Punk gaf je echt een waanzinnig opwindend gevoel, maar wel eentje dat snel voorbij was. We hebben een reeks hitsingles gehad waar ik nog steeds trots op ben. Ze zijn ook aardig omdat ze nog steeds een deel van mijn huur betalen. Van 'Ever Fallen In Love (With Someone You Shouldn't have)' krijg ik nog steeds het meest royalty's. Ik weet niet specifiek of het door de versie van Fine Young Cannibals alleen is. Onze meest geliefde plaat blijkt ook nu nog Singles Going Steady te zijn, laatst zag ik een artikel in een Brits blad en daar stond ze op de derde plaats van de beste compilaties ooit. Een bespreking ervan eindigde met de woorden: 'Hear it and weep', maar ik voel geen nostalgie voor die periode."

The Stranglers kwamen op een heel andere wijze in de punk terecht. Bassist en zanger Jean-Jacques Burnel herinnert zich hoe de band al vanaf 1974 aan het ploeteren was: "Je kent het wel, je speelt in een groepje en je probeert overal concerten los te peuteren om toch maar zoveel mogelijk ervaring op te doen. Wel, op een bepaald moment stonden we ineens in het voorprogramma van een Amerikaanse band die The Ramones heette. Dat was in juli 1976 en dat optreden maakte ongelooflijk veel indruk. Niet alleen op ons, maar ook op een heleboel aanwezigen. Het was in The Roundhouse in Londen en The Sex Pistols en leden van The Clash kwamen kijken.

"De publiciteit die errond hing, deed ons wel goed. We hadden immers al meer dan een jaar lang demo's rondgestuurd. Een traumatische ervaring, want we zijn door liefst 25 platenfirma's afgewezen. Eind van dat jaar hebben we dan toch een contract getekend. Onze songs lagen al klaar en we namen de eerste en de tweede plaat samen in één keer op. Tien dagen heeft het ons maar gekost. Dat was in de tijd dat groepen als Pink Floyd en de Eagles twee jaar in de studio zaten. Ik weet echt niet wat die kerels daar deden. De hele commentaar op de zogenaamde dinosaurusgroepen die vanuit de punk kwam, was onder meer op die excessen gericht. Wij wilden spelen in plaats van wat te zitten pielen. Dat was onze attitude en daardoor pasten we toen wel in het punkplaatje."

The Stranglers mochten in die tijd wel de eerste punkband zijn die een langspeelplaat (The Stranglers IV: Rattus Norvegicus) uit had, toch kreeg de groep nooit dezelfde legendarische status als sommige van de andere bands. Burnel denkt de verklaring te weten: "Met de Pistols konden we niet opschieten, maar met de andere bands wel. We werden echter al snel verguisd door de Britse muziekpers. Een van de grote fouten die we maakten, was dat we echt goed wilden spelen. Er is altijd een nieuw fundamentalisme bij elke stroming en wij gingen zwaar in de fout. Niet alleen wilden we beter spelen, we maakten al eens een instrumental en... we hadden synthesizers! De zonde der zonden!

"We werden ook heel politiek incorrect bevonden en dat heeft ons parten gespeeld. Onze platen werden uit winkels als Rough Trade verbannen, omdat ze seksistisch, fascistisch en racistisch zouden zijn... Eigenlijk waren wij volgens sommigen alles dat op istisch eindigde! Het toppunt is dat wanneer vrouwen als Peaches (die zichzelf naar een track van The Stranglers heeft genoemd, KoDM) seksistische praat vertellen het dan wel mag! We trokken er ons niets van aan. We wisten immers dat het niet zo was en daarom hebben we er ook nooit meer aan gedacht."

In die tijd waren er nochtans wilde verhalen over de gevechten van punkbands als The Sex Pistols, The Clash en The Stranglers. Van The Stranglers werd zelfs gezegd dat ze journalisten aftuigden, maar Burnel nuanceert het: "Ik kan me niet herinneren dat ik één journalist eerst geslagen heb, al haalden we er wel spelletjes mee uit. Ik denk vooral aan die keer dat ik er eentje aan de Eifeltoren heb vastgebonden. Al de groepen moesten echter wel op het podium van zich afbijten, want de agressie van de 'fans' was enorm. Je kunt het al op voorhand voorspellen als iemand het podium opstapt met slechte bedoelingen. Ik herinner me skinheads die naar mij de nazi-groet uitbrachten en ik had er geen enkel probleem mee om hen af te troeven. Ik heb ook ooit een fles op mijn hoofd gekregen en hield er een litteken aan over. Spijtig genoeg voor de gast die hem gooide, had ik hem gezien en hij heeft het geweten!

"De enige journalist met wie ik ooit heb gevochten, was Jon Savage. Het was in de dagen dat ik allergisch was aan kritiek, zeker persoonlijke. Nu ben ik daar wijzer in geworden, maar toen... Savage had op Cambridge gezeten en hij was een echt bekakt type. Hij zag zichzelf als een van de grote 'experts' op het gebied van punk en had niets dan dédain voor ons. Ik was op pad met een heleboel vrienden, onder meer Nick Lowe en Elvis Costello, en liep hem tegen het lijf in een pub. Ik riep tegen hem: 'Jij staat in de weg van mijn creatieve ontwikkeling!' en gooide mijn glas cola in zijn gezicht. Hij gaf me daarop een stomp en toen had ik een fantastisch excuus om hem in elkaar te rammen. Het is 27 jaar geleden, maar Savage is het nooit vergeten. De man is al die jaren bezig geweest ons uit de geschiedenis weg te vlakken. Hij is een echte revisionist, volgens hem bestonden de Stranglers in 1977 niet."

Burnel heeft er echter geen spijt van, want ondertussen worden The Stranglers door een nieuwe generatie met andere ogen bekeken. Hun punkverleden heeft hen zelfs op de merkwaardigste plaatsen gebracht: "We hebben in Kosovo en Bosnië opgetreden tijdens de oorlog voor de Britse troepen, want hun generaal was 25 jaar geleden een punkfan! We hebben echt veel geluk gehad, het was één lange onuitwisbare belevenis."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234