Vrijdag 27/01/2023

1953

Louis Paul Boon. 'De Kapellekensbaan'

Gelijk het leven

Johan Vandenbroucke

Het zag er een tijd naar uit dat Louis Paul Boons meesterwerk De Kapellekensbaan (1953) niet zou worden uitgegeven, of toch niet in de zo geprezen experimentele vorm. In de jaren na de oorlog (later bleek het zijn creatiefste periode) had Boon het financieel erg moeilijk. Zijn boeken verkochten slecht, in 1947 (het jaar van Mijn kleine oorlog) werden De voorstad groeit en Abel Gholaerts verramsjt. Boon was ontslagen bij het communistische dagblad De roode vaan en genoodzaakt opnieuw als gevelschilder te gaan werken. Angèle Manteau, uitgeefster van z'n eerste drie boeken, durfde het risico van een nieuwe roman niet aan, en zeker niet van het experimentele boek dat Boon aanbood.

In Memoires van Boontje (een bundel stukjes die hij tussen 1975 en 1977 schreef voor het socialistische, Brugse Vlaams weekblad): "Maar ik schreef dan maar dat onmogelijke boek, dat ik De Kapellekensbaan noemde. Ik dacht: het gaat toch niet uitgegeven worden, waarom zou ik dan niet eens mijn goesting doen? (...) Waarom, zo zei ik tot mezelf, beschrijft ge niet meteen uw eigen leven terwijl ge aan het sukkelen en het krossen zijt met uw eigen leven."

Boon was in 1942 al begonnen met een roman over het leven van een buurvrouw, met als titel Madame Odile (later Ondine). Na de oorlog herschrijft hij het verhaal van Ondine en verweeft het met eigentijds gesitueerde fragmenten en een aantal Reinaert-verhalen. Aan Herwig Leus en Julien Weverbergh, de samenstellers van Boonboek, verklaarde hij hoe hij plotseling besloot zijn dagelijkse belevenissen "tussen het verhaal van Ondine te vlechten. (...) Toen heb ik gedacht: 'ik ben op een verkeerd spoor, ik ga een romannetje schrijven zoals iedereen een roman schrijft, het leven van een meisje van haar geboorte tot haar dood', een roman moet iets anders zijn, je moet daar helemaal inzitten met je hart je geest je kloten, met alles."

Het resultaat was een meerlagige roman, een mengeling van tijd- en verhaallijnen. De geschiedenis van Ondine, een sociaal drama tijdens de opkomst van het socialisme in Vlaanderen, wordt voortdurend vermengd met actuele gebeurtenissen uit de Kapellekensbaan, gesprekken en discussies met geestesgenoten en alter ego's (dichter en dagbladschrijver johan janssens, de kantieke schoolmeester, mossieu colson van tminnesterie), vaak over het vorderen van de roman, maar ook over de neergang van het socialisme en de kanker van de maatschappij.

In die tweede laag zitten ook journalistieke fragmenten en de Reinaert-stukjes die dan weer reflecteren op politieke actualiteit. Dat alles in die onnavolgbare Boon-stijl, op dat simpel lijkende, sympathieke babbeltoontje dat tegelijk cru en gezapig kan zijn. In de woorden van Boon: "een roman waarin ge alles holderdebolder uitkeert, kwak, gelijk een kuip mortel die van een stelling valt, ernaast en erbij uw aarzelingen en twijfels omtrent het doel en nut van de roman, daarbij en daarenboven iets dat ge zoudt kunnen noemen de reis van nihilisme en realisme (...) en daarnaast zoudt ge nog kunnen randbedenkingen geven, plotse invallen, nutteloze omschrijvingen, gekapseerde erotische dromen en zelfs dagbladknipsels..."

In De Kapellekensbaan zelf is sprake van "een plas, een zee, een chaos", maar volgens Hugo Claus, in een monografie over Boon uit 1964, is het "evenwel geen chaos. De mierenhoop blijft overzichtelijk, de gang van het over vele niveaus verspreide verhaal is te volgen." Verder had Claus, die naar eigen zeggen geen talent heeft voor essayistisch werk, het over "het hallucinante beeld dat Boon vervormt en kneedt onder onze ogen - want het boek ontstaat doordat wij ingewijd worden in de meest intieme geledingen van zijn creativiteit en dit op een nog niet eerder ervaren wijze. (...) Dit alles jaagt door elkaar, knoopt zich aaneen, dendert verder in hijgende zinnen, korte hoofdstukken die kaleidoskopisch een wereld opvoeren waar geen ontkomen aan is."

Vrijwel alles wat Boon bezighield in die tijd kreeg een plaats in de roman. Zo ook de Reinaert-stukjes die eerder al in het tijdschrift Front stonden en in 1955, opnieuw wat omgewerkt, gebundeld werden in Wapenbroeders. Boon had om den brode veel fragmenten gebruikt als journalistieke bijdragen. Piet van Aken oordeelde dat het boek niets meer was dan "een aantal bijeengescharrelde krantehoekjes, zonder enig verband". Er waren meerdere critici die in de structuur geen samenhang zagen, zoals Maurice Roelants: "Er is uit De Kapellekensbaan een korte voortreffelijke roman te puren. Doch het thans gepubliceerde boek bevat te veel chaotisch vulsel..."

In een interview met Jessurun D'Oliveira zei Boon: "bij het scheppen van het kunstwerk speelt toch het vormen een rol. (...) Hoe vreemd het ook voor de anderen mag lijken, tracht gij daar toch een architectonisch geheel van te maken. (...) In het begin van De Kapellekensbaan is er dan de ironie waaruit ik zelf zeg: dit boek is een plas, een zee, een chaos, terwijl ik in mijn diepste wezen ervan overtuigd was dat dat niet waar is hè." In hetzelfde interview: "Ik geloof, moest ik de moed hebben, - moest dat zin hebben ook - dan zou ik er een heleboel uit weggooien denk ik. Ik weet het niet, want ik herlees nooit iets wat ik gemaakt heb."

Ook Boons vroegere wapenbroeder Maurice Roggeman was niet te spreken over De Kapellekensbaan: "Dat is een opeenstapeling van herhalingen." Die onvrede had een persoonlijk kantje: het personage Tippetotje was door Roggeman geïnspireerd. Boon: "Ja, dat is eigenlijk een hele trieste geschiedenis. Dat was oorspronkelijk (...) de schilder Maurice Roggeman, mijn jeugdvriend. Die werd zeker ogenblik lastig omdat ik altijd over zijn barones schreef, daarom heb ik de schilder veranderd in een schilderes, en de barones in een baron." Een detailopmerking: die geslachtsverwisseling verklaart meteen ook waarom de schilderes zo'n opvallend oog voor vrouwelijk schoon heeft.

Via Richard Minne was Boon in contact gekomen met Reinold Kuipers, directeur van De Arbeiderspers. Toch kwam er niet meteen een publicatie. In juli 1950 schreef Boon een brief met het voorstel het boek te splitsen in Madame Ondine en een deel met "de meest geslaagde hoekjes over de Kapellekensbaan, plus een strenge keuze uit deze die sedertdien verschenen in Belgische bladen, onder titel: wereld van vandaag". Het bericht dat De Arbeiderspers de roman in zijn bedoelde vorm wilde uitgeven, doorkruiste Boons brief. Maar door allerlei oorzaken op de uitgeverij verliep er nog drie jaar. Boon: "Ik had ze reeds ten dode opgeschreven, maar koppig gelijk een ezel, die ik ben, schreef ik ondertussen het vervolg erop: Zomer te Ter-Muren."

Ondanks positieve recensies, vooral in Nederland, werd De Kapellekensbaan niet meteen een verkoopsucces. Pas in de jaren zestig bereikte de roman echt een groot publiek. Boon vermeldde graag dat Herman Teirlinck hem na verschijning vroeg: "Maar wanneer gaat gij eindelijk eens een boek schrijven dat op iets trekt?"

De Kapellekensbaan verscheen bij De Arbeiderspers. De rubriek 'De jaren' verschijnt in 1999 wekelijks. In 52 weken tijd brengen wij een selectie van de opmerkelijkste boeken tussen 1945 en nu. 'De jaren' is afwisselend gewijd aan de Nederlandstalige en anderstalige letteren.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234