Dinsdag 27/10/2020

1930-2013 Joe Farman

De oudste van de drie wetenschappers die in 1985 het gat in de ozonlaag boven de Zuidpool empirisch bewezen, is niet meer. Joe Farman van de British Antarctic Survey overleed vorige zaterdag op 82-jarige leeftijd.

'Grote verliezen van ozon in Antartica.' Het artikel van 16 mei in het referentietijdschrift Nature zat achteraan weggestopt, op pagina 207 - geprangd tussen een stuk over neutronensterren en de ontdekking van een Ordovicische ofioliet in Ierland. Omgekeerd evenredig was de impact. Joe Farman, zijn collega's Brian Gardiner en Jon Shanklin van de Universiteit Cambridge kondigden niets minder aan dan the end of the world as we know it. Hun ontdekking veranderde voorgoed de omgang van de mensheid met haar planeet en het klimaat.

Farman had sinds begin jaren tachtig de ozon in de stratosfeer gemeten, op 22 kilometer hoogte. Hij gebruikte nog klassieke meetapparatuur: heteluchtballonnen en Dobson-spectrometers, eenvoudige instrumenten die in de polaire ijle lucht enkel goed werkten als ze in een dekbed waren ingeduffeld. Op het ogenblik dat zijn onderzoek dreigde op de schop te moeten ten gunste van satellieten, die de Amerikanen al gebruikten om atmosferische metingen te doen, ontdekte Farman in 1982 wat de NASA-technologie niet zag: een verontrustende daling van de concentratie ozon (O3) tijdens de Antarctische lente. Tegelijk mat hij in de hoge atmosfeer een toename van chloorfluorkoolstoffen (CFK's), waarvan miljoenen tonnen waren gebruikt als koelmiddel, drijfgas in spuitbussen of oplosmiddel. Farman geloofde eerst zijn ogen niet en dacht dat zijn meter stuk was. Hij verving het toestel door een nieuw exemplaar in 1984, maar dat toonde daarop een nog grauwere realiteit aan: de hoeveelheid ozon boven de zuidpool was met 40 procent afgenomen. Het 'ozongat' was een feit.

Historische gevolgen

Farman bevestigde zo voor het eerst empirisch de theoretische theses van de latere Nobelprijswinnaars Paul Crutzen en Mario Molina uit de jaren zeventig dat chemicaliën, die door de mens waren geproduceerd, leidden tot een verdunning van de ozonlaag. Ozon is in onze bovenste luchtlagen een levensnoodzakelijke molecule, bestaande uit drie zuurstofatomen, die alle leven op onze planeet beschermt tegen het schadelijkste deel van de ultraviolette straling uit zonlicht. Het blauwe gas wordt voortdurend aangemaakt en vernield in de stratosfeer. In een onvervuilde omgeving is deze cyclus van productie en ontbinding in een permanent evenwicht. Farman toonde haarscherp aan hoe we het uit balans brachten, met het risico dat het aantal huidkankers, cataracten en schade aan genetisch materiaal van levende wezens op lange termijn catastrofaal konden worden.

Zijn proefondervindelijke ontdekking had historische gevolgen. Twee jaar later al zag het zogeheten Protocol van Montréal het daglicht, dat het industriële gebruik van CFK's en andere gehalogeneerde koolwaterstoffen gefaseerd bande. Farman kreeg politieke steun van premier Margaret Thatcher, zelf chemicus van opleiding, en mocht trots zijn op het resultaat. Van kracht geworden op 1 januari 1989, en sindsdien zes keer aangepast, werd dit succesvolste milieuverdrag ooit geratificeerd door alle landen.

De hoeveelheid ozonvernietigende gassen boven de zuidpool bereikte bijgevolg zijn voorspelde maximum rond het jaar 2000 en neemt sindsdien gestaag af. Volgens computermodellen, waar Farman ook aan meewerkte, zal het ozongat zich uiteindelijk herstellen. Het ozongat van vorig jaar was het kleinste uit het voorbije decennium.

Ambassadeur van de planeet

Volgens professor Alan Rodger, directeur ad interim van de British Antarctic Survey (BAS), is de mensheid met Farman dan ook een "uitmuntend fysicus" verloren "wiens werk de manier heeft veranderd waarop we de natuurlijke wereld gadeslaan".

Ook na zijn ontdekking zat Farman niet stil. "Hij werd een energieke ambassadeur voor onze planeet", zegt Rodger.

Farman liet nooit een gelegenheid liggen om politici te waarschuwen voor selectieve blindheid. Ronduit boos reageerde hij op diegenen die de klimaatverandering nog ontkennen, want ook hij was in de jaren tachtig geconfronteerd met industrielobby's die veel geld investeerden om het gat in de ozonlaag als een fabeltje af te schilderen. "De ozonlaag verdwijnt helemaal niet", kopte The Wall Street Journal nog in 1984.

"Damned stupid" noemde hij iedereen die nog toelaat de CO2-uitstoot te verhogen, terwijl het vandaag onomstotelijk vaststaat dat koolstofdioxide in belangrijke mate bijdraagt tot klimaatverandering. Ook moest hij met lede ogen toezien hoe de fluorkoowaterstoffen (HFK's), die de CFK's vervingen, het broeikasgaseffect versnellen. Farman zag zelf voor zijn ogen de ijskap afsmelten op zijn geliefkoosde Zuidpool, waar hij jaarlijks werkte van 1956 tot zijn pensioen bij de Antartic Survey in 1990.

Rust was niet aan Farman besteed. Altijd sportief geweest - als getalenteerde hockey- en rugbyspeler in zijn jeugd - fietste Farman nog elke dag naar de faculteit Chemie van de Cambridge Universiteit om er verder onderzoek te doen. Was hij daar niet, dan werkte hij in zijn moestuin waar hij experimenteerde met nieuwe methodes om sneller compost te kweken.

Tot afgelopen februari, toen hij geveld werd door de beroerte die hem nu fataal werd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234