Woensdag 07/12/2022

19 miljoen moslims, slechts 500 IS-strijders

Nieuw onderzoek bevestigt het: uit het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, vertrekken nauwelijks kandidaat-IS-strijders naar het kalifaat. Hoe komt dat, en vooral: kunnen wij daar iets van leren?

IS voert in Indonesië een uiterst agressieve propaganda in de hoop aanhangers te strikken, maar dat blijkt niet goed te lukken. In het nieuwe rapport van The Soufan Group, een onderzoeksgroep van ex-inlichtingenspecialisten, staat dat er al 500 tot 700 Indonesiërs zijn vertrokken naar Syrië en Irak. Op een bevolking van 250 miljoen onder wie meer dan 190 miljoen moslims is dat zeer weinig.

Het Institute for Policy Analysis of Conflict (IPAC) in Jakarta ziet een unieke combinatie van factoren als verklaring, waaronder de Nahdlatul Ulama (NU). Dat is een islamitische organisatie die zo'n 50 miljoen volgers heeft en al lang het omgekeerde van IS predikt, namelijk een tolerante islam vol mededogen en tolerantie voor andere geloofsgroepen.

Totalitaire visie

NU wordt als een van de meest progressieve islamitische bewegingen ter wereld beschouwd en promoot een spirituele en niet-letterlijke interpretatie van de Koran met de nadruk op geweldloosheid en het omarmen van wie anders denkt. De stroming ontstond zo'n 500 jaar geleden en is het resultaat van de 'ontmoeting' tussen de islam en het hindoeïsme en boeddhisme, die voordien de belangrijkste religies in de regio waren. De Indonesische islam vermengde zich met lokale geloofsovertuigingen en gebruiken en vandaag is het land een pluralistische samenleving met overwegend moslims maar ook christenen, hindoes en boeddhisten en een seculiere overheid.

Volgens onder andere het IPAC is dat een erg slechte voedingsbodem voor de totalitaire visie van IS. En NU werkt momenteel aan een campagne die IS wereldwijd moet counteren. In een film van 90 minuten die de organisatie online maar ook in conferentiezalen en op grote bijeenkomsten zal verspreiden in de VS, Europa en Azië worden beelden uit het IS-universum aangevallen als in strijd met de islam.

"Zo'n tegenverhaal is de enige manier waarop ook westerse regeringen de IS-propaganda kunnen afweren", reageert Nico Prucha, islamkenner (King's College Londen), in The New York Times.

Maar Indonesië valt nog meer op omdat het het grootste aantal moslims heeft. Bij het IPAC zien ze NU als een deel van de verklaring, al mag die niet overschat worden. "De mensen die alsnog door jihadisten zoals IS gerekruteerd worden, zijn niet de mensen die aanhanger zijn van NU. Er is wel een impact, maar die is minder groot dan de omvang van de beweging doet vermoeden", zegt directeur Sidney Jones in The Atlantic.

Minstens even belangrijk zijn de andere factoren die Indonesië typeren, analyseert het IPAC: het is politiek stabiel, niet repressief, de moslims zijn politiek vertegenwoordigd, het land is niet bezet door een buitenlandse macht, er is geen sociale onrust en de moslims zijn geen minderheid die zich verdrongen of gediscrimineerd voelen. In de periode net na 1998, toen na zo'n dertig jaar het autoritaire Souharto-regime viel, was dat bijvoorbeeld anders en wisten jihadistenbewegingen door de onrust wel veel rekruten te lokken.

Ook het feit dat er een vrijheid van meningsuiting is, speelt volgens Jones in het voordeel van Indonesië. Radicalen kunnen hun ideeën en sympathieën uiten, zonder dat ze naar geweld hoeven te grijpen om gehoord te worden, ook al maken sommigen daar misbruik van.

Kort samengevat ziet het Indonesische anti-IS-recept er dus zo uit: een stabiel politiek systeem met democratische vrijheden, religieus pluralisme en een land waar moslims zich gerespecteerd en gehoord voelen en waar een grote meerderheid de extreme praktijken van jihadisten luidkeels veroordelen.

Repressieve dictatuur

Wie de lijst van landen neemt van waaruit de meeste Syrië- en Irak-strijders vertrekken, kan volgens Jones ook makkelijk zien dat daar de omgekeerde situatie heerst. Tunesië, met zo'n 6.000 strijders de grootste 'leverancier', is politiek onstabiel. Nummer twee Saudi-Arabië (2.500 strijders) is een repressieve dictatuur en in het derde land, Rusland (2.400 strijders), worden moslims zwaar gediscrimineerd.

Op de vraag of ook westerse landen iets met het Indonesische verhaal kunnen, reageert Mark Singleton, directeur van het International Centre for Counter Terrorism in Den Haag, voorzichtig. "De analyse van het IPAC lijkt me plausibel maar er is meer onderzoek nodig. De campagne van NU lijkt me iets, deradicalisering van binnenuit is nodig, al vraag ik me ook af of bijvoorbeeld moslims in België of Nederland oor zullen hebben naar de Indonesische islam. Zij hebben net lokale frustraties en boosheid die meespeelt in hun motivatie. Maar het is het proberen waard.

"Verder is het belangrijkste verschil tussen onze landen en Indonesië vooral dat de moslims daar een meerderheid vormen en de islam in alle aspecten van het leven verweven zit. Hier primeert het gevoel van nergens bijhoren als minderheid. We weten dat IS daar zeer direct op inpikt, onder andere in chatrooms."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234