Vrijdag 21/02/2020
Sylvie Keymolen en haar dochter. ‘De kinderen zijn veilig nu, maar ik ben bang voor hun toekomst. Ze hebben zoveel meegemaakt, ik weet dat ze nooit meer dezelfde zullen zijn.’

Mishandeling

18 jaar cel voor ‘het monster van Vilvoorde’: ‘Hij liet me soms kiezen waar hij zou slaan’

Sylvie Keymolen en haar dochter. ‘De kinderen zijn veilig nu, maar ik ben bang voor hun toekomst. Ze hebben zoveel meegemaakt, ik weet dat ze nooit meer dezelfde zullen zijn.’Beeld Saskia Vanderstichele Humo 2020

Mike M. (36) uit Vilvoorde is door de rechtbank van Brussel veroordeeld tot 18 jaar cel voor de mishandeling van verschillende jonge vrouwen en kinderen. Onder zijn slachtoffers: Sylvie Keymolen (34) en haar twee dochters Xandra* en Melissa*. Zij vertellen over de onthutsende gruweldaden: ‘Hij liet me soms kiezen waar hij zou slaan. Ik koos altijd een plek waar je het niet direct zou zien: mijn armen, mijn benen, mijn ribben.’

“Wanneer mijn vader ons is beginnen te slaan? Eigenlijk al zo lang ik het me herinner”, zegt Xandra. De 14-jarige tiener heeft een verbeten blik op haar gezicht – wie doet mij wat? – en begint haar verhaal, rauw en zonder omwegen, alsof ze vertelt over een horrorfilm die ze heeft gezien.

Xandra: “Mijn vader sloeg mij en mijn zus bijna elke dag. In de buik, in de ribben, op de armen. Hij schopte ook altijd tegen mijn onderbenen. Soms kneep hij mijn keel dicht tot ik bijna flauwviel. Hij strafte voor het minste. Mijn zus heeft eens in de hondenmand moeten slapen. Mij sloot hij dikwijls op in de kelder, met het licht uit en de deur op slot. Ik ben nog altijd bang in het donker. Hij bond ons vast aan de trapleuning, met handboeien heel strak rond de polsen. Ik herinner me dat hij me daar eens een hele dag heeft laten staan omdat ik een vaas had laten vallen. Mijn oma (langs vaderskant, red.) kwam thuis en zag me staan. ‘Wat heb je gedaan?’ vroeg ze. ‘Een vaas laten vallen.’ - ‘O’, zei ze, en ze liep door.”

“Als mijn vader met ons speelde, was dat altijd heel bruut. Zelfs met één vinger kon hij ons al veel pijn doen. Ik lag eens in de zetel, hij duwde zijn vinger in mijn buik en ik kromp in elkaar. ‘Zoveel kracht heb ik in één vinger’, zei hij. ‘Het is beter dat je niet weet hoeveel kracht ik heb in mijn hele hand.’ Als we niet direct kwamen als hij ons riep, blies hij ijzeren pijltjes naar ons met een blaaspijp. Op een dag had hij een zweep gekocht. Daar sloeg hij ons mee, we hadden striemen op onze rug en onze armen. Hij sloeg ook de hond met de zweep als wij niet in de woonkamer waren. Dan hoorden we het beest janken. Het is pas gestopt toen mijn zus en ik de zweep verstopt hebben.”

Sinds drie jaar woont Xandra terug bij haar moeder, maar tot haar 11de woonde ze samen met haar twee jaar oudere zus Melissa (17) bij hun vader en oma. Hun moeder zagen ze nauwelijks, want door een onbegrijpelijke beslissing van de jeugdrechtbank verloor die het hoederecht over haar dochtertjes in 2008, toen ze 5 en 3 jaar oud waren.

Xandra: “Ik had altijd blauwe plekken als ik naar school ging, op mijn armen en benen. Soms vroegen de andere kinderen hoe ik daaraan kwam. Dan verzon ik telkens wat: ‘Gevallen met de fiets’, ‘gestoten tegen de kast.’ Voor elke blauwe plek een ander verhaal. Ze moesten niet weten wat er bij ons thuis gebeurde, vond ik. Ik vocht ook veel op school, de andere kinderen waren bang van mij. Ik ken de plekken waar het pijn doet. Mijn vader leerde mijn zus ook hoe ze iemand bij de keel moet grijpen en tegen de muur ophangen.”

“Hij controleerde ons altijd, moest op elk moment weten waar we waren. Thuis moesten we toelating vragen als we wilden drinken of naar het toilet gaan. Als we te lang op het toilet zaten, kwam hij ons eraf halen. Als hij in de zetel wilde liggen, moesten we bij hem komen zitten en legde hij zijn hoofd en zijn benen op onze schoot. Dan moesten we uren onbeweeglijk blijven zitten terwijl hij rustte of televisie keek. We moesten ook zijn voeten masseren. (lachje) Ik kan geld verdienen als masseuse, zo vaak heb ik het gedaan. Hij zette ons ook vaak in de hoek op onze knieën, met een boek op ons hoofd. Het duurde soms zo lang dat het zwart werd voor je ogen.”

“Er was dikwijls geen eten in huis. We moesten frietjes voor hem halen, maar wij kregen niks. ‘Kijk maar wat er in de koelkast ligt’, zei hij. Die was leeg. Ik heb eens een kwart pakje bakboter opgegeten omdat ik zo’n grote honger had. Als hij sliep, stonden we soms op om eten in de kasten te zoeken. Ik herinner me dat we stiekem een blikje makreel aten.”

“In onze slaapkamers hing hij camera’s. ‘Je weet nooit wat er kan gebeuren’, zei hij. Als het lampje van de camera blauw was, betekende dat dat hij alles aan het opnemen was. Het lampje was altijd blauw.”

Heb je ooit een filmpje van jezelf gezien?

Xandra: “Op een nacht ging ik beneden naar het toilet en zag dat zijn computer nog openstond. Het scherm was in twee verdeeld: mijn kamer links was leeg, want ik was er niet, en rechts in beeld zag ik mijn zus in haar kamer in bed liggen. Ze sliep. Ik was nooit op mijn gemak in mijn kamer. Ik voelde mij altijd bekeken. Als ik zijn voetstappen op de trap hoorde, was ik bang, want je wist nooit in welke stemming hij zou zijn. Soms filmde hij ons ook in de badkamer met zijn laptop, als we in bad zaten.”

“Mijn zus kreeg nog meer slaag dan ik, ze moest ook meer straf schrijven. Ze heeft eens een hele krant moeten overschrijven. Ze weet nog goed welke: het was in de zomer van 2011, toen die man al die mensen doodschoot op dat eiland (de slachtpartij van Anders Breivik op het Noorse eiland Utoya, red.).”

“Later heb ik gehoord dat zij ook seksueel misbruikt is. Mijn zus heeft daar nooit iets over gezegd, en ik wil het eigenlijk ook niet weten. Ze schaamt zich. Soms, als ik boven op mijn kamer was, hoorde ik mijn zus beneden schreeuwen. Dan wist ik dat hij haar pijn deed. Ik durfde nooit naar beneden te gaan. Nu denk ik dat dat misschien de momenten waren waarop hij die dingen met haar deed.”

“We waren allebei heel ongelukkig. Ik lag elke nacht in mijn bed te huilen. 'Wat is er mis met mij? Waarom doet hij dat?’ Ik heb van kleins af aan een Bumba-beertje, waar ik nog altijd mee slaap. In dat beertje zitten al mijn tranen.”

Xandra en Melissa zagen hun vader Mike M. drie weken geleden voor het eerst in lange tijd terug in de Brusselse rechtszaal, waar het proces tegen ‘het monster van Vilvoorde’ begon. Naast Sylvie Keymolen en haar twee dochters meldden zich nog drie andere slachtoffers, jonge vrouwen met wie M. een gewelddadige relatie had. Stuk voor stuk kwetsbare meisjes die het moeilijk hadden en die hij beloofde te helpen. Ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal. Zodra ze bij Mike M. inwoonden, veranderde zijn gedrag. Hij sloot ramen, deuren en rolluiken, nam de gsm van de slachtoffers af en liet niemand binnen of buiten. Dan begon de terreur.

“Dit is één van de zwaarste mishandelingsdossiers in jaren”, zei procureur Ine Van Wymersch bij de start van het proces, en ze vroeg voor Mike M. dan ook een straf van twintig jaar cel en vijftien jaar terbeschikingstelling van het gerecht. De uitspraak viel op vrijdag 7 februari: achttien jaar gevangenisstraf. 

Xandra: “Toen ze mijn vader de rechtszaal binnenbrachten, met handboeien aan, keek hij recht in mijn ogen en lachte hij. Dat bracht me helemaal van mijn stuk. Ik had mij voorgenomen om heel stoer te doen, maar ik zat te trillen van de zenuwen. Ik was wel blij dat de mensen op het proces ons geloofden. Toen ik aan de politie vertelde wat hij allemaal deed, zeiden ze dat dat mishandeling en foltering was. Daar schrok ik wel van, want ik dacht eigenlijk dat geweld normaal was. Ik kende niks anders. Het was nu eenmaal mijn vader, dat was ons leven. En ik kon tegen niemand iets zeggen, snap je? Anders zou hij nog kwader worden.”

Advocate Chantal Van den Bosch: ‘We hadden die kinderen jaren miserie kunnen besparen als de school sneller in actie was gekomen.’Beeld Saskia Vanderstichele

REDDENDE ENGEL

Herkenbare verhalen voor haar moeder, Sylvie Keymolen, die lange tijd vermoedens had dat haar ex de kinderen mishandelde.

Sylvie Keymolen: “Toen ik zelf slachtoffer was, heb ik nooit aangifte durven doen bij de politie omdat ik doodsbang voor hem was. Maar ik wist tot wat hij in staat was. Door het vreemde gedrag van de kinderen begon ik te vrezen dat hij ook hen terroriseerde. Ik ben verschillende keren naar de politie gestapt, maar omdat ik geen bewijzen had en de kinderen zelf niets vertelden, kon die niets doen. Op den duur zagen ze mij als een hysterische zottin die wraak wilde nemen op haar ex.”

Hoe heb je Mike M. leren kennen?

Keymolen: “Ik was 15, ik zag hem in een bowling. Ik weet niet meer waarom ik verliefd op hem werd. Omdat hij ouder was, denk ik, hij was bijna 18. Ik zag hem als mijn reddende engel. Ik wilde weg uit het pleeggezin waar ik was opgegroeid, en hij beloofde me te helpen. Mijn pleegouders meenden het goed, maar ze waren heel streng en katholiek. Als tiener begon ik te rebelleren, ik wilde mijn eigen leven leiden. Hij beloofde dat ik bij hem en zijn moeder mocht intrekken. Zijn moeder behandelde mij in het begin als een prinses. Ik had het gevoel dat ik een nieuwe familie had gevonden.”

Was je vriend toen al agressief tegen jou?

Keymolen: “Op een keer, toen we elkaar nog maar pas kenden, moest ik op tijd thuis zijn bij mijn pleegouders. Ik moest mijn bus halen, maar hij wilde dat ik bleef. Plots sloeg hij me een bloedneus, zijn vuist recht in mijn gezicht. ‘Nu kun je tegen je pleegouders zeggen dat je te laat bent omdat je gevochten hebt met een vriendin’, zei hij. Ik had toen al moeten weten dat dat niet normaal was, maar ik dacht: hij wil me gewoon langer bij hem.

“Soms hield hij me heel stevig in zijn greep, zodat ik niet weg kon. Dat soort kleine dingen. Ik stond er niet echt bij stil. Mijn pleegouders wilden me op internaat sturen omdat ik onhandelbaar werd. Dat vond ik vreselijk, ik wilde helemaal niet op internaat. Toen kwam hij met het idee om me zwanger te maken, dan zou het internaat me nooit aanvaarden. Ik was blij met zijn oplossing. Ik dacht dat hij me echt wilde helpen.”

“Ik was 16 toen ik zwanger raakte van Melissa. En hoera, ik moest niet naar het internaat. Mike regelde een OCMW-appartement voor ons in Vilvoorde, en ik ging deeltijds onderwijs volgen om daarnaast ook te kunnen werken. Tijdens de zwangerschap hield hij zich tamelijk rustig. Ik denk dat hij ervoor wilde zorgen dat het contact met mijn pleegfamilie verwaterde. Na de geboorte van Melissa liep het mis.”

“Hij was heel controlerend. Hij belde mij om de haverklap om te weten wat ik deed, en met wie. ’s Middags kwam hij naar school, ’s avonds haalde hij me op. Hij had alle tijd van de wereld, want hij ging niet meer werken. Maar naar de baby keek hij niet om. Hij liet haar gewoon in haar bedje huilen als ik er niet was. Op den duur durfde ik Melissa niet meer alleen laten met hem.”

“Hij sloeg me steeds vaker, werd kwaad om niks. Soms bond hij me vast aan de verwarming en liet me dan uren zitten, met een glas water net buiten handbereik. Ik wist nooit wat ik had misdaan. Als hij honger had, moest het eten direct op tafel staan. Ik moest een lijst maken van alles wat in de kasten en koelkast stond, en die uit het hoofd opzeggen. Als ik pakweg de beschuiten vergat te noemen, bokste hij me in de maag. Soms liet hij me kiezen waar hij zou slaan. Ik koos altijd een plek waar je het niet direct kon zien: mijn armen, mijn benen, mijn ribben. Hij kraakte altijd eerst zijn knokkels. Ik haat dat geluid, nog altijd.”

Heb je je nooit verzet?

Keymolen: “In het begin wel, maar dan werd hij nog bruter. Hij heeft eens zo hard geschopt en geslagen tot ik zeven gekneusde ribben had. Dat doet zoveel pijn dat je haast niet meer kunt ademen. Zijn moeder heeft me nadien naar het ziekenhuis gebracht. ‘Je bent van de trap gevallen’, zei ze voor we binnengingen. ‘Ik wacht hier in de wachtkamer.’ Ze wist dus heel goed tot wat haar zoon in staat was.”

“Hoe meer hij me sloeg, hoe minder zelfvertrouwen ik had. Misschien doe ik iets verkeerd, dacht ik. Ik vroeg me voortdurend af wat ik moest doen om hem tevreden te houden.”

“Op een keer heeft hij een uitschuifbare matrak op mij stukgeslagen. Je moet al hard slaan om zo’n ding kapot te krijgen. Mijn gehuil maakte hem woest, hij pakte me onder de schouders beet en hing me uit het venster. We woonden op de zevende verdieping, en hij had een week eerder de kat al naar beneden gegooid. ‘Als je niet zwijgt, laat ik je los.’ Ik heb toen uit alle macht geprobeerd om geen geluid meer te maken, en hij trok me terug naar binnen. Voor hem leek het een spelletje, maar ik stond doodsangsten uit.”

Kon je niemand in vertrouwen nemen?

Keymolen: “Mijn pleegouders merkten wel dat er iets aan de hand was. Als kind was ik heel vrolijk en levendig, nu zagen ze me nooit meer lachen. Ik stelde hen altijd gerust, want ik wilde niet dat ze zich zorgen maakten. En ik wilde laten zien dat ik mijn eigen leven best kon leiden. Vrienden had ik al lang niet meer. Ik vertrouwde niemand. Ik heb ook nooit een klacht ingediend bij de politie, ook al heeft hij me een paar keer proberen te vermoorden.”

Waarom niet?

Keymolen: “Omdat ik doodsbang was voor zijn reactie, en voor wat hij Melissa zou aandoen. Het is raar: je kúnt weglopen, maar je doet het niet, omdat je zo bang bent dat hij je toch zal vinden. En dan ben ik dood, dacht ik. Hij was zo onvoorspelbaar, en dat werd nog erger toen hij aan de cocaïne ging.”

“Ik ben verschillende keren met verwondingen in het ziekenhuis beland. Ik diste elke keer een ander verhaal op, ook toen de dokters steeds achterdochtiger werden. ‘Mevrouw, bent u zeker dat u ons niks wil vertellen?’ – ‘Nee nee, er is niets.’”

Je werd opnieuw zwanger.

Keymolen: “Tot mijn grote ontzetting. Hij dwong me altijd tot seks, ik durfde me niet te verzetten en onderging het. Toen hij mijn groeiende buikje opmerkte, was hij woest. Hij klopte met een bezemsteel in mijn buik tot ik begon te bloeden. Maar de baby overleefde.”

“Xandra was een huilbaby. Ik denk dat dat kind ook gevoeld heeft dat de zwangerschap niet gewild was. Na haar geboorte kreeg ik een zware depressie. Ik had twee kleine kinderen en een gewelddadige man die op coke leefde. Zijn agressie nam nog toe. Ik was wanhopig.”

“Soms had ik zin om hem te vermoorden. Om mijn kinderen te beschermen, en zelf te kunnen ademen. Maar hoe? Ik liep dagenlang te broeden op allerlei scenario’s. Op een dag stond ik naast zijn bed met een kussen in de hand, klaar om hem te verstikken. Maar ik was te bang. Als hij wakker werd, was ík het die zou sterven. En er was altijd een klein stemmetje dat zei: ‘Doe het niet.’”

Sylvie Keymolen: ‘Toen ik een tweede keer zwanger was, werd hij woest. Hij klopte met een bezemsteel in mijn buik tot ik begon te bloeden. Maar de baby overleefde.’Beeld Saskia Vanderstichele

VECHTEN OP SCHOOL

Het waren uiteindelijk de drugs die Mike M. de das omdeden. De politie pakte hem op wegens drugshandel, en M. verdween voor zes maanden achter de tralies. Sylvie herleefde. Eindelijk verlost. Tot hij vrijkwam met een enkelband, en de strijd om de kinderen losbarstte. M. trok in bij zijn moeder en wilde de kinderen bij zich. In 2008 spande Sylvie een zaak in om het hoederecht over Melissa en Xandra te krijgen. Tot haar verbijstering verloor ze de zaak en werden de meisjes toegewezen aan haar ex en zijn moeder. Haar ex had een goede advocaat die Sylvie afschilderde als een onberekenbare, instabiele moeder die in schuldbemiddeling zat (“Door schulden die híj had gemaakt, nota bene.”). Haar eigen pro-Deoadvocaat bakte er weinig van. De rechtbank slikte het verhaal van de ex en de kinderen gingen bij hun vader en hun oma wonen. Sylvie kreeg hen maar eens in de veertien dagen te zien. Het zou tot 2016 duren voor de meisjes bij hun vader werden weggehaald. Maar toen was er al heel veel kwaad geschied.”

Wanneer had je voor het eerst vermoedens dat hij de kinderen niet goed behandelde?

Keymolen: “Ik zag het eerst aan Xandra, toen nog een kleuter. Ze wreef haar Bumba-beertje tussen haar benen, en stak een potlood in haar poep. Op het proces heb ik vernomen dat ze haar vader imiteerde: hij deed die dingen bij haar zus. In het kinderziekenhuis zeiden ze dat dat gedrag op seksueel misbruik kon wijzen, en ik ben nadien naar de politie gestapt. Daar hebben ze Xandra audiovisueel verhoord, maar ze was nog zo klein, ze kon het niet vertellen. Het verhoor leverde niks op, en zondagavond gingen de kinderen gewoon terug naar hem.”

“Nadien ben ik nog verschillende keren naar de politie gestapt, omdat ook Melissa zich vreemd gedroeg. Ze was plots heel gesloten en vertelde nooit iets over haar papa, terwijl ze als kleuter een flapuit was. Maar niemand geloofde mij, en ik had geen bewijzen.”

Waarom heb je toen niet over je eigen mishandeling verteld?

Keymolen: “Natuurlijk had ik dat moeten doen, en ik voel me laf, ik ben nog altijd boos op mezelf dat ik er toen niet over kon praten. Ik probeerde het te vergeten omdat ik me rot schaamde. Pas toen de kinderen in 2016 terug bij mij kwamen wonen en stilaan begonnen te vertellen, was dat voor mij het begin om mijn eigen verhaal ook te doen.”

De kinderen hebben verschillende signalen gegeven op school, en aan het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Toch duurde het drie jaar – drie jaar! – voor de jeugdrechtbank een onderzoek startte.

Keymolen: “Melissa liep rond met blauwe plekken en had aan het CLB verteld dat het kwam van de slagen van haar vader. De kinderen hadden gedragsproblemen en waren erg agressief. Ook Xandra heeft al in 2010 – ze was toen 5 – aan een leerkracht verteld dat haar papa haar altijd pijn deed, en dat ze speelde en sliep in de kelder. Je zou denken dat ze meteen ingrijpen, maar de oma kwam dan naar het CLB en minimaliseerde de verhalen.”

“Ik wist daar niks van. De school hield me overal buiten omdat de oma zei dat ik de meisjes zou proberen te ontvoeren. Het CLB heeft nooit contact met mij opgenomen. Ik moet zeggen dat ik op dat moment zelf erg diep zat. Ik was mijn kinderen kwijt, de politie geloofde mij niet, ik had niks meer om voor te vechten. Ik wilde er gewoon niet meer zijn.”

Weet je nog dat je dat aan de juffrouw vertelde, Xandra?

Xandra: “Ik heb het weleens per ongeluk aan een juffrouw verklapt. Ze vroeg me waarom ik de kinderen altijd sloeg. ‘Logisch, dat doet papa bij mij ook’, zei ik. Daarna is de directrice mij uit de klas komen halen om erover te praten. Maar ik was veel te bang dat mijn vader erachter zou komen, en heb niks meer gezegd. ‘Vraag het aan mijn zus, en laat mij erbuiten.’ Mijn zus durfde meer te vertellen.”

Had je vriendjes op school?

Xandra: “Nee, ik werd gepest, want ik was een dikkerdje. Op een dag had mijn papa al mijn haar afgeschoren, al mijn mooie lange krullen weg, en toen werd ik nog meer uitgelachen. Melissa en ik vochten altijd op school, ik vond dat leuk toen. Op den duur waren alle jongens bang voor mij. Toen ik op de lagere school zat, heb ik weleens iemand knock-out geslagen. Toen voelde dat goed om de sterkste te zijn. Nu weet ik niet goed meer wat ik daarvan moet vinden.”

Sylvie Keymolen: ‘Ik ben verschillende keren naar de politie gestapt, maar omdat ik geen bewijzen had en de kinderen zelf niets vertelden, kon die niets doen. Op den duur zagen ze mij als een hysterische zottin die wraak wilde nemen op haar ex.’

Op school waren er dus al sinds 2010 allerlei verontrustende signalen, Sylvie Keymolen.

Kemyolen: “In 2012 heeft het CLB foto's gekregen van de striemen op hun rug van de zweepslagen. Die kwamen van hun tante, die zich ook zorgen begon te maken over het extreme geweld van haar broer. Ze hebben toen met de vader en de oma gesproken. Hij zei dat de kinderen elkaar met de zweep hadden geslagen om te spelen, en blijkbaar volstond dat als uitleg. Melissa zei dat papa drugs gebruikte, dat de spuiten in de badkamer lagen. Oma is zelf ook eens gaan vertellen dat haar zoon de kinderen pijn deed en hen met een zweep sloeg als zij er niet was. Maar ze heeft haar klacht nadien weer ingetrokken en zei dat ze fel overdreven had. Pas in april 2013 is er een onderzoek bij de jeugdrechtbank geopend, op vraag van het CLB, omdat de familie van de vader geen enkele inkijk gaf, en de problemen bleven aanslepen.”

SCHULDIG VERZUIM

In 2016 werden Melissa en Xandra toegewezen aan hun moeder, nadat hun vader opnieuw de gevangenis in ging wegens drugs- en wapenhandel. Waarom duurde het zo lang voor de kinderen bij hun vader weggehaald werden? ‘We hadden hen jaren miserie kunnen besparen als het CLB sneller in actie was gekomen', zegt advocaat Chantal Van den Bosch, die in 2016 geraadpleegd werd door Keymolen en ervoor zorgde dat die na acht jaar het hoederecht over haar kinderen terugkreeg.

Procureur Ine Van Wymersch haalde op het proces ook al zwaar uit naar het CLB, dat van de zweepslagen op de hoogte was, maar haar beroepsgeheim boven de bescherming van de meisjes stelde.

Chantal Van Den Bosch: “Ik hoor van verschillende CLB-medewerkers dat ze van hun directies en in hun opleidingen de uitdrukkelijke richtlijn krijgen om níét naar de politie te stappen. Ze moeten het altijd eerst bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) aankaarten en proberen de zaken op basis van vrijwilligheid op te lossen. Dus proberen ze eerst een overleg te houden, een gesprek met de ouders, en nog eens een teamvergadering, en een bemiddelingspoging... Daardoor blijven dossiers waar de kinderen in acuut gevaar zijn soms veel te lang in de hulpverlening hangen. Er stroomt niks door naar de politie, waardoor er ook geen sporen zijn van de klachten en daders onder de radar kunnen blijven. In deze zaak had het CLB onmiddellijk naar de politie moeten stappen, en niet pas na drie jaar. Het had de kinderen veel leed bespaard.”

Schieten we in Vlaanderen tekort als het om het detecteren van kindermishandeling gaat?

Van Den Bosch: “Ik denk dat de scholen een heel belangrijke rol te spelen hebben. Als een kind met blauwe plekken rondloopt, of het gedraagt zich agressief, dan is er iets mis. Zwijgen is dan schuldig verzuim.”

“Ik heb andere dossiers van kindermishandeling waarin het CLB fantastisch werk heeft geleverd. Maar het hangt af van het engagement van individuele medewerkers, wat natuurlijk nefast is. Kinderen durven eindelijk hun verhaal aan iemand te doen, met horten en stoten, en zien dat er niets verandert, dat papa hen nog steeds pijn doet. Hoe moeten zij nog vertrouwen hebben in volwassenen en in de hulpverlening?”

Hoe zijn de kinderen beginnen te vertellen over de dingen die hun papa hun aandeed, Sylvie Keymolen?

Keymolen: “Ze konden heel goed opschieten met mijn nieuwe partner Geoffrey, met wie ik nu ook een dochtertje heb. Aan hem hebben ze meer verteld dan aan mij, ik denk omdat ze voelden dat ik zelf nog veel te verwerken had. Het begon met kleine opmerkingen. Waarom hij zo veel bezig was met hen. Waarom hij zo lief was. Hun vader was niet zo. Waarom sloeg hij niet? Het was geen groot verhaal. Af en toe een woord, of een zinnetje. Melissa zei iets over een zweep. Xandra wilde nooit douchen, ze werd panisch onder warm water. Na een paar keer vertelde ze dat haar vader haar soms strafte door haar onder een kokend hete douche te zetten.”

“Gelukkig hebben ze ook de dame van de sociale begeleiding in vertrouwen genomen. Zij is met de meisjes naar de politie gestapt. Daar zijn ze audiovisueel verhoord. De agenten vertelden achteraf dat ze bijna naar buiten moesten omdat ze het verhaal niet konden aanhoren. Ik besefte in het begin niet dat het zó erg was, en dat Melissa ook seksueel misbruikt was. Het was moeilijk op het proces om al die dingen te horen.”

“Na acht jaar heb ik mijn kinderen teruggekregen, en daar ben ik blij om, maar in welke staat? Melissa is erg getraumatiseerd en heeft een hechtingsstoornis. Ze zit nu in een psychiatrische gesloten instelling. De problemen op school waren te groot, ze was agressief tegen leerlingen en leerkrachten. Ze experimenteert met drugs en heeft al twee keer een overdosis genomen. Xandra doet het beter op school, maar er zijn ook agressieproblemen. Ze probeert te tonen dat het haar niet raakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze volgt therapie, en praat makkelijker over wat er is gebeurd dan Melissa, die zich erg schaamt over het seksuele misbruik.”

“De kinderen zijn veilig nu, maar ik ben bang voor hun toekomst. Ze hebben zoveel meegemaakt, ik weet dat ze nooit meer dezelfde zullen zijn. Omdat ik er zelf ook nog altijd mee zit. De nachtmerries, de angst voor een piepende deur, het verstijven als iemand me aanraakt. Hij heeft me mijn jeugd afgenomen, en mijn ziel. Hoe moet dat dan zijn voor mijn kinderen? Zullen ze ooit nog een normaal leven kunnen leiden?”

Hoe gaat het met je nu je bij je moeder woont, Xandra?

Xandra: “Goed. Ik was zo blij dat ik bij haar kon wonen dat ik me wel kon gedragen. Ik wilde het niet verpesten. Behalve op school, dat was moeilijker. Ik volg aso, moderne wetenschappen. Ik heb goede punten, maar ik heb nog altijd momenten dat ik iemand wil slaan. Zeker als het een man is.”

“Mijn vader hoop ik nooit meer te zien. Of misschien nog één keer, als ik volwassen ben. Ik droom ervan om hem dan in de gevangenis te gaan opzoeken, om te laten zien wat ik heb bereikt, hoe goed ik mijn leven voor elkaar heb, terwijl hij in de gevangenis zit, snap je? Ik wil hem zo klein mogelijk laten voelen.”

Wat zijn je dromen voor de toekomst?

Xandra: “Ik zou wel advocaat willen worden. Of onderzoek voeren bij de politie. Want als er iets gebeurt zoals wat ik heb meegemaakt, dan weet ik wel hoe ik ermee moet omgaan. Ik zou er werk van maken, omdat ik weet dat de politie bij mijn moeder vijftien jaar lang niks heeft gedaan. Ik zou vóórtzoeken, en die persoon echt willen helpen.”

Als je eens wist, dinsdag op Canvas om 21.20 uur. 

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234