Dinsdag 12/11/2019

150 jaar geleden werd Henry van de Velde geboren

Het Brusselse Jubelparkmuseum organiseert een laattijdig verjaardagsfeestje voor de verloren zoon van de Belgische art nouveau. De langverwachte overzichtstentoonstelling over architect en designer Henry van de Velde is een terechte wiedergutmachung.

De omvang en de kwaliteit van wat Henry van de Velde (1863-1957) in zijn lange leven heeft gerealiseerd, is onwaarschijnlijk. Talloze iconen van de toegepaste kunsten staan op zijn naam: boekbanden en theejurken, complete interieurs in exclusieve houtsoorten, het logo van het tijdschrift Van Nu en Straks, het privémuseum van mevrouw Kröller-Müller in de Hoge Veluwe, de Gentse Boekentoren, treincoupés, zwierig tafelzilver, het strakke maar elegante Belgische paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1937.

Van de Velde maakte niet alleen menig Gesamtkunstwerk, hij was er zelf een. Als kers op de taart schreef hij ook nog essays en een vuistdikke autobiografie. Met wat de man allemaal heeft ontworpen, vul je gemakkelijk drie of vier forse musea en een stevig uit de kluiten gewassen stad. Dat beseffen ze vooral in Duitsland, waar de Alleskünstler zich in 1900 vestigde. Onze oosterburen maken van zijn 150ste verjaardag een maandenlang feest, met exposities in Weimar, Erfurt, Jena, Bürgel, Chemnitz en Nürnberg, indrukwekkende catalogi, hotelarrangementen, randactiviteiten en de onvermijdelijke merchandising.

Het retrospectief Passie - functie - schoonheid in het Jubelpark waaide over uit het Neues Museum in Weimar, waar het in juni de deuren sloot. De chronologische parade van meer dan 500 objecten, foto's en tekeningen komt dus niets te vroeg. Gelukkig kan Brussel eigen accenten leggen en enkele unieke stukken toevoegen. Zo wordt het bureau-ensemble dat Van de Velde in 1934 voor koning Leopold III tekende voor het eerst getoond, naast kristallen vazen die artistiek directeur Léon Ledru van Val-Saint-Lambert vormgaf met Van de Veldes woekerende lijnen in het achterhoofd.

Krachtlijn

Al die internationale belangstelling zou doen vergeten dat de Antwerpse apothekerszoon zijn eerste stappen op het pad van de roem in België zette. Hij leerde schilderen en belandde in de Brusselse kunstscene. In 1887 zag hij op de salon van Les XX Seurats monumentale doek La Grande Jatte, dat anderhalve generatie nieuwlichters bekeerde tot het pointillisme. Samen met Willy Finch en Théo Van Rysselberghe stippelde Van de Velde dat het een aard had, bij voorkeur op het strand en in stemmige Vlaamse dorpjes.

Nog bij Les XX ontdekte Van de Velde het werk van Vincent van Gogh. Uit de kolkende verfstromen op de doeken van de Nederlander distilleerde hij een slingerende lijn, die hij almaar vereenvoudigde, tot hij een minimalistische, abstracte vormentaal overhield. Met de krachtlijn had hij eindelijk zijn vege teken gevonden.

Er stond geen maat op Van de Veldes dadendrang. In 1892 en 1893 exposeerde hij bij Les XX wandtapijten met gestileerde figuren in landschappen, waarin elke lijn een golfslag is geworden. Met dank aan de Japanse prentkunst, die in het hippe Brussel een heuse hausse beleefde, zette hij zo de eerste stap naar de toegepaste kunst. Hij borg zijn schildersgerei op en stortte zich op design en architectuur.

Concurrent Victor Horta zag het met lede ogen aan: voor hem was Van de Velde een usurpator, een indringer in het vak. Als autodidact bouwde Henry in 1895 zijn woning Bloemenwerf in Ukkel - het pand staat vandaag te koop. De villa was het eerste in een reeks manifesten voor het nieuwe bouwen. Alles heeft er een logische plaats, schrijft criticus Emmanuel de Bom, "overal licht en klaarte, geen vervalsching, geen marmer geschilderd op deuren, effen bestreken ramen en deuren".

Een uitgekookte Belg

Van de Veldes echtgenote Maria, die door Van Rysselberghe werd geportretteerd, droeg huisjurken die haar man ontwierp. Bloemenwerf was een bijenkorf voor artiesten en linkse intellectuelen: de anarchistische broers-Reclus, de schilders Signac en Pissaro, Emile Verhaeren en buurman George Minne. Als Henri de Toulouse-Lautrec in Brussel is, komt hij langs. De grapjas merkte op dat zelfs de kleuren van de gerechten en het vaatwerk waarin ze werden opgediend met elkaar harmonieerden.

Kunstpausen als Siegfried Bing en Julius Meier-Graefe introduceerden Van de Velde in de hoogste kringen. Voor Bings nieuwe Parijse galerie mocht hij het interieur tekenen. Henry's internationale carrière was gelanceerd, al werd hier en daar gemord dat Bings huisstijl "riekt naar vicieuze Engelsen, morfine snuivende Joodse wijven en een uitgekookte Belg".

In 1900 was Brussel te klein geworden. De slimme Belg verkaste naar Berlijn, later naar Weimar en Zwitserland, waar nog minstens twee carrières hem opwachtten. In Tervuren bouwde hij in 1927 een vierde eigen huis als een esthetisch programma; in die tijd maakte hij van de kunstschool Ter Kameren een Belgisch Bauhaus.

Met veel oog voor detail wordt het hele verhaal vandaag in Brussel uit de doeken gedaan. Dat werd tijd.

Tot 12 januari 2014 in het Jubelpark, Brussel. Dinsdag tot zondag, 10 tot 17 uur.

De uitstekende catalogus is een uitgave van Lannoo en kost 45 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234