Vrijdag 03/04/2020

120 jaar brood en patékes

Dit is het verhaal van vijf generaties bakkers aan de rand van Park Spoor Noord, een familie die de buurt heeft zien ontstaan, stuiptrekken en weer opstaan. 'Mensen wonen hier weer omdat ze hier willen wonen. Niet omdat ze niet anders kunnen.'

Het is de kwetsbaarheid die ontroert en kwetsbaarheid is er bij de familie Van Baelen volop. De familie die al meer dan 120 jaar op dezelfde plaats pistolets en patékes bakt, heeft een paar weken geleden onverwacht afscheid moeten nemen van vader Staf. Zoon Kris en moeder Lieve staan er alleen voor. En dat doet pijn. Een plotse dood is fantastisch voor degene die sterft, zegt Kris. "Maar het is verschrikkelijk voor wie achterblijft. Ik zie hem hier op elk moment binnenkomen."

Kris is de vijfde Van Baelen die aan het hoofd van de bakkerij staat. Als kind legde hij fruit op de taarten die grootvader bakte. Op 17 jaar trok hij naar de bakkersschool om zijn vader te kunnen opvolgen. "Ik was goed in bakken en ik deed het graag." Hij is nu 37 jaar, een man met uitgesproken gezichtstrekken en een zachte blik. Onder zijn witte t-shirt glimt een gouden kettinkje.

Alles aan deze bakkerij met achterhuis herinnert aan zijn voorgangers. In het portiekje hangt een foto, de korrel grof door de uitvergroting. Kris is de baby op de arm van zijn boomlange vader. Zijn moeder nog een meisje, geflankeerd door de fiere grootouders. Jarenlang hebben zij zo geleefd, in dit huis dat met het gezin mee is gegroeid. Vooraan de winkel, achteraan de bakkerij. Daartussen woont de bakker met zijn gezin. Op de eerste verdieping de grootouders. "We waren altijd één grote familie."

Pannenkoeken

De dag voor zijn dood schilderde Staf nog letters in eiwitglazuur op de zelfgemaakte chocoladen paaseieren. Hij heeft nog zakken potgrond ingeladen, van vijftien kilo alstublieft, zijn zoon afgewimpeld die het sjouwwerk voor hem wilde doen. Hij is toch geen oude sukkelaar zeker. Staf is naar Schilde gereden. Daar, in het groen, heeft hij met zijn vrouw hun droomhuis gebouwd, met twee glazen pergola's en een binnenzwembad. Het resultaat van veertig jaar hard werken. Hij geeft zijn vrouw een zoen, zegt dat hij haar graag ziet en gaat slapen met plannen om een schommel voor zijn kleinkind te installeren en op pannenkoeken te trakteren. 's Morgens ligt Staf dood in bed. In juli zou hij 75 zijn geworden.

Lieve wil de villa voorkopen. "Ik kan niet meer naar dat huis. Ik zie zijn sloffen staan en ik moet schreien." Ze zet haar bril niet meer af, ze veegt de tranen niet weg. "Je kan je die leegte niet voorstellen. Meer dan veertig jaar samen. En van de ene op de ander dag heb je niks meer."

"Het ergste," zegt Kris, "vind ik dat hij zo weinig heeft kunnen genieten."

Het belletje dat een klant aankondigt, rinkelt. Zijn moeder snelt naar voor. Ze blijft langer weg dan nodig is voor de bestelling van wat brood en koffiekoeken. Klanten zijn hier minstens kennissen en meestal vrienden.

Maandag is Staf gestorven, woensdag deden Kris en zijn moeder de bakkerij weer open. "De eerste dag heb ik hier in de living zitten huilen. Als ik toen niet was opgestaan, zat ik er nu misschien nog." Dan merk je echt wat het betekent om in een volkse buurt te wonen, zegt hij. "We hebben enorm veel steun en vriendschap van onze klanten gekregen. Wij stonden hier allebei te huilen achter de toog. De klanten vonden het niet erg. Ze zijn even hard geschrokken van zijn dood."

'Iedereen eet brood'

De eerste bakker Van Baelen vestigt zich in de jaren 1890 in de Essenstraat, in het hart van de noordelijke Antwerpse wijken die dan in volle industriële ontwikkeling zijn. Het brood wordt nog tot bij de havenarbeiders gebracht, met een kar getrokken door vier bouviers. Het brood wordt gebakken in de kelder van het huis waar de familie nog steeds woont. De tweede Van Baelen stapt in een coöperatieve bakkerij, de derde Van Baelen gaat weer thuis bakken. Dat is Kris' grootvader. Er wordt een bakkerij aan het huis gebouwd.

"Mijn grootvader was een man van bijna twee meter, die kon in dat keldertje niet bakken, hoor." Die bakkerij is nagenoeg onveranderd. Er zijn wat meer machines, de oven gaat nu automatisch, maar in wezen is er weinig veranderd. "We doen alles nog ambachtelijk, het meeste volgens origineel familierecept", zegt Kris. "Pudding, crème au beurre, koffiekoeken, we maken alles zelf. Hier zien geen twee eclairs er hetzelfde uit." Hij snelt naar de winkel en keert terug met een tijgerpistolet. Hij klopt met de korst op het plastieken tafelkleed. "Kijk, die korst is ingebakken. Bij industriële pistolets komt het los als je ze doorsnijdt." De meeste recepten gaan hier al honderd jaar mee, zegt hij. "Van de broodpudding tot de biscuit, ik maak alles zoals mijn grootvader het deed." Hij zwijgt even. "Zo leven ze toch een beetje voort."

De fabrieken gingen dicht, de werkmensen verdwenen. Migranten trokken in de goedkope achterhuizen en kleine arbeiderswoningen. Kris is opgegroeid met hun kinderen. Ze speelden basket op het pleintje om de hoek, aan de trappen die vandaag naar het park leiden. Op dat pleintje lag ook café De Bonten Os, de kroeg vol zatte Vlaams Blokkers die even wereldberoemd werd door de Panoramareportage uit 1988 over racisme in de Seefhoek. Het café heeft een nieuwe naam: 'Sinjoor'. De uitbaters zijn Turken. De Belgische vlag wappert boven het terras, een herinnering aan het WK.

Hij heeft als jonge zelfstandige even getwijfeld om elders broodjes te gaan bakken, zegt Kris. "Ik was nog maar 26 toen ik in de zaak stapte en de buurt ging zienderogen achteruit. In de tijd van mijn grootvader waren er veertien winkels in deze straat. Mijn vader had het moeilijk met de verloedering, maar hij wilde niet weg uit de zaak die zijn vader en grootvader hadden opgebouwd. Onze winkel bleef wel goed draaien. Wij waren blij met de komst van de migranten. Iedereen eet brood."

Bakfiets

Nu komen mensen hier weer wonen omdat ze dat willen, niet omdat ze niet anders kunnen, zegt hij. "De stad heeft lang niet naar deze straten omgekeken. Nu wordt er geïnvesteerd, en dat loont. Ik vind het in elk geval fantastisch hoe de wijk er nu uitziet. Dat merk je aan de winkel, dat zie je op straat. In de industriële gebouwen zitten nu serviceflats en studentenkoten. Er zijn weer jonge mensen, gezinnen met kinderen."

Het is bijna half elf in de voormiddag. Kris moet zo zijn bed in. Hij is al bezig sinds middernacht. Zwaar? "Dat valt wel mee. Het went. Ik ben ook 22 jaar geweest. Op het moment dat mijn maten van de basket op stap gingen, moest ik de werkbroek aantrekken. Ik vind het niet meer erg. Je moet hard werken als je iets wil bereiken."

Schrijf maar op dat hij nog altijd alleen is, zegt zijn moeder. Ze vraagt wie nog een kopje wil en zet de Senseo aan. "Hij heeft een gouden karakter en het is een fantastische bakker." Maar ja, zegt ze. "Zo'n zaak moet je als koppel samen doen. En wie wil er nu nog in het weekend werken? Ik begrijp het niet, hoor. Ik heb hier mijn drie kinderen grootgebracht. Als er eentje uit de buurt ziek was, konden ze hier altijd terecht. Mijn dochter moet nogal rekenen om haar kindjes op school, in de crèche en weer thuis te krijgen. Ze heeft een bakfiets gekocht omdat ze te veel tijd verloor in de file. En die is psycholoog."

Kris lacht verlegen, maar hij laat haar uitspreken. Hij is niet het type dat zijn moeder onderbreekt. Hij haalt zijn schouders op. In het leven, zegt hij, is het altijd wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234