Woensdag 22/09/2021

10 MILJOEN CLUSTERBOMMEN?

Sinds 2006 gaat België voorop in alle campagnes voor een internationaal verbod op clusterbommen. Wat we de wereld misschien vergaten te vertellen, is dat het Belgische leger er zelf ook bezat. Geen klein beetje zelfs. We hadden er 10 miljoen, ongeveer één per Belg. Wat hadden onze generaals in gedachten toen ze de regering in 1985 ervan overtuigden dat we die werkelijk heel hard nodig hadden? door Kim Van de Perre

Pieter De Crem had deze week een leuk weetje ter gelegenheid van de viering van zijn duizend dagen als minister. België heeft de laatste clusterbom vernietigd. In totaal ging het om 10.250.935 stuks submunitie, netjes verdeeld over 115.210 obussen. Volledig conform het Verdrag van Oslo. Dat verdrag, dat op 1 augustus in werking trad, verbiedt het gebruik, de productie en de transfer van clustermunitie en stelt dat elke voorraad binnen acht jaar vernietigd moet worden. Ons land moest enkel Spanje, Moldavië en Noorwegen in snelheid laten voorgaan.

Het Belgische leger wilde naar eigen zeggen zo snel mogelijk af van zijn voorraad clustermunitie. In de wereld van de verwoestende wapens hebben deze springtuigen de reputatie van smerigste aller bommen. Anno 2010 zijn er in de wereld nog altijd kinderen die armen en/of benen verliezen omdat ze het wagen door een veld te lopen dat jaren geleden gebombardeerd werd met splinterbommen.

HET OBUSSENSCHANDAAL

De obussen werden niet eens zo lang geleden aangekocht, in 1985, door toenmalig minister van Landsverdediging wijlen Alfred - Freddy - Vreven (PVV). Een aankoop die hij tot op zijn sterfbed heeft betreurd.

Defensie bestelde de obussen, samen met de nodige ontstekingsmechanismen, in het voorjaar van 1985 bij het Amerikaanse bedrijf General Defence Corporation (GDC), voor de som van 6,7 miljard Belgische frank (166 miljoen euro). Vreemd wel, vond de Nederlandse licentiehouder Eurometaal, want zij boden hetzelfde voor een goedkopere prijs aan. De Amerikaanse inlichtingendienst FBI kwam erachter dat GDC een commissieloon van 400 miljoen Belgische frank had uitbetaald. Acht miljoen daarvan ging naar tussenpersoon en garagehouder Johan Lampaert, die in Jersey speciaal een spookfirma had opgezet. 49 miljoen frank verdween in de zakken van een Belgisch legerofficier. Het Belgische gerecht startte een onderzoek maar tot een straf kwam het nooit. De zaak sleepte jarenlang aan en bleek uiteindelijk verjaard.

Vreven kwam in opspraak, maar uiteindelijk werd geen enkele politicus vervolgd in de obussenaffaire. De toenmalige defensieminister werd enkel als getuige gehoord. De zaak was wel een smet op het blazoen van de liberalen. Temeer omdat nooit duidelijk is geworden waar de rest van het smeergeld is terechtgekomen.

Blijft de vraag waarvoor het Belgische leger in de eerste plaats 10 miljoen clusterbommen nodig had? Welke vijandige mogendheid moest zo dringend gebombardeerd worden? Geen enkele, zo te horen.

“Je moet die aankoop vooral kaderen in de tijdgeest van toen”, weet Ernst Gülcher, de inmiddels gepensioneerde wapenexpert/ medewerker van het Europees Netwerk tegen de Wapenhandel (ENAAT). “De tijd van de Koude Oorlog, de Sovjetdreiging en de grote bewapeningswedloop. Ook de NAVO ging daar toen in mee, België kon gewoon niet achterblijven. Ze werden ingeslagen ‘voor het geval dat’. Een concrete aanleiding kan ik echt niet bedenken. Ze golden vooral als afschrikking.”

Bovendien zat de schrik voor een daadwerkelijke aanval er in 1985 nog dik in, weet professor krijgskunde Luc De Vos. “Toen ik na een trip naar Bulgarije in 1986 de val van het IJzeren Gordijn voorspelde, werd ik gewoonweg uitgelachen”, aldus De Vos. “Diplomaten en politieke partijen noemden mij een fantast. Terwijl ik met mijn eigen ogen had gezien in welke staat hun leger zich bevond en hoe de publieke opinie zich tegen het regime begon te keren. Maar in België had men daar toen nog geen oren naar. Ons leger bestond toen nog uit meer dan honderdduizend manschappen, twee divisies en zes brigades. En het budget lag drie keer zo hoog. De gedachte ‘we moeten ons hier straks kunnen verdedigen als ze aanvallen’ zat diep ingebakken. Vervolgens wachtte men tot het Sovjetregime zichzelf kapotmaakte. Dat is uiteindelijk ook gebeurd: ze zijn economisch kapot gegaan aan die bewapeningswedloop. De aankoop van die obussen paste gewoon in die indijkingsstrategie, ze werden niet daadwerkelijk gebruikt.”

Toen bleek dat de Sovjetdreiging was geweken, werden de door Vreven aangekochte clusterbommen netjes opgeborgen in munitiebunkers, in het jargon ook wel ‘iglo’s’ genoemd. En daar bleven ze liggen, 25 jaar lang. “De exacte locatie mogen wij niet vrijgegeven”, zegt defensiewoordvoerster Ingrid Baeck. “Staatsgeheim. Daar ligt immers nog andere munitie opgeslagen.”

VOORAL BURGERSLACHTOFFERS

Legergeneraals weten: er bestaan weinig efficiëntere wapens waarmee je zonder gevaar voor de eigen manschappen de vijand in een handomdraai kunt neutraliseren. De obussen, af te schieten uit een vliegtuig of tank, zijn gevuld met submunitie, waardoor ze in de lucht transformeren tot een waar bommentapijt. Verre van precies, maar je bereikt meteen een grote oppervlakte. Perfect als je niet exact weet waar de vijandige troepen zich hebben ingegraven. Met minimale inspanning een maximaal effect. En bovendien lang niet duur. Er is wel een nadeel: lang niet alle submunitie komt na het afschieten tot ontploffing.

“Pas na de oorlog volgt de ellende”, zegt Hildegarde Vansintjan van Handicap International. “De venijnige bommetjes bleven gewoon liggen, wachtend tot iemand er op trapte. De fatale voetstap. Die dingen zijn ook uiterst gevoelig. Bovendien hebben ze erg veel weg van felgekleurde conserveblikjes, waardoor ze meteen het oog van spelende kinderen trekken.”

Het rapport Circle of Impact dat Handicap International uitbracht in 2007 stelt dat 98 procent van de slachtoffers van clustermunitie burgers betreft. Na volwassen mannen worden jongetjes tussen vijf en vijftien jaar die meehelpen in het veld of bij het hoeden van het vee het vaakst zijn. Zij die de ontploffing overleven, verliezen doorgaans een of meer ledematen of houden ernstige beschadiging over aan ogen en organen. De organisatie heeft officieel weet van 13.306 slachtoffers, maar schat dat het werkelijke aantal veeleer de honderdduizend benadert. Vietnam, Libanon, Georgië, Kosovo, Afghanistan: in vrijwel elk groot conflict van de laatste decennia werd op een gegeven moment een beroep gedaan op clusterbommen. Alleen al gedurende de twee Golfoorlogen werden ongeveer 22 miljoen stuks submunitie gedropt.

“Clusterbommen zijn wapens die blijven doden”, aldus Vansintjan. “In Laos zorgt verdoken clustermunitie nog jaarlijks voor circa 300 gewonden. Niemand die echter weet hoeveel bommen er nog liggen. Clustermunitie wordt wel degelijk nog gebruikt als militair wapen. Er is nog veel werk aan de winkel. Zeker met het oog op de slachtoffers.”

WAAROM NU PAS?

Het heeft lang geduurd voor de eerste stappen naar een algemeen verbod werden gezet. Dat kwam er uiteindelijk pas in 2008, met het Verdrag van Oslo. Het werd ondertekend door 108 landen, en geratificeerd door 40 ervan. Maar onder meer de Verenigde Staten, Israël, Pakistan, China en Rusland zijn nog altijd niet toegetreden. België heeft daarentegen altijd een voortrekkersrol gespeeld in de strijd tegen clustermunitie. Zo kondigde het in 2006 als eerste land ter wereld een verbod aan.

Pieter De Crem mag dan trots verkondigen dat België ook een van de eerste landen is die hun clustermunitie daadwerkelijk vernietigden, vraag is waarom dat niet vroeger is gebeurd. Al in 2003 lanceerde de Cluster Munition Coalition, een groep van 85 niet-gouvernementele organisaties uit 42 landen, een officiële anticlusterbomcampagne, waarbij uitdrukkelijk om een productie- en handelsverbod werd gevraagd.

Had de Belgische regering gewild, dan had ze zich de heisa kunnen besparen. “Op een gegeven moment toonden de Britten interesse voor onze clustermunitie”, weet François-Xavier De Donnéa, die in 1985 Vreven opvolgde als defensieminister. “Dat was ten tijde van de Golfoorlog in 1990. De Britten zeiden dat ze die bommen goed konden gebruiken in Koeweit en stelden voor om ze over te kopen. Guy Coëme was toen minister van Landsverdediging.”

“Dat is al zo lang geleden, daar herinner ik me niets meer van. Ik had ook niets met die obussen te maken, dat was van voor mijn tijd”, reageert Coëme, tegenwoordig burgemeester van Borgworm, ietwat gepikeerd als we hem opbellen. Enkele uren later belt hij zelf terug: “Ik heb er even over nagedacht en herinner me nu inderdaad dat het Verenigd Koninkrijk interesse betoonde voor een aankoop. Ik heb dat aanbod toen geweigerd. De reden? Wij opteerden er toen voor om ons defensief op te stellen tegenover de Golfoorlog, en geen offensieve houding aan te nemen.”

Het was uiteindelijk de Italiaanse firma Esplodenti Sabino die met de eer ging lopen om de Belgische obussen te vernietigen. “Dat is in golven gebeurd”, weet Ingrid Baeck. “Je kunt nu eenmaal moeilijk meer dan honderdduizend obussen in een keer naar Italië voeren. De laatste lading werd vorig jaar naar daar gebracht. Een onderaanneming die door Esplodenti werd ingeschakeld heeft de obussen per vrachtwagen naar Italië gevoerd. Uiteraard gaat het hier om speciaal uitgeruste metalen vrachtwagens.”

VEILIG ONTPLOFT

Bij de militaire ontmijningsdienst DOVO vragen ze zich af waarom ze al die moeite hebben gedaan. “Natuurlijk zijn wij ook uitgerust om clusterbommen onschadelijk te maken”, klinkt het daar. “Hoe dat in zijn werk gaat? Simpel: je brengt ze gewoon tot ontploffing. Bom per bom, of de hele obus in een keer. Dat kan in een detonatiekamer, maar ik zou meer een uitgestrekt, erg uitgestrekt terrein aanbevelen. Dat had wel wat extra werklast met zich gebracht, maar in principe hadden wij die klus tot uitvoer kunnen brengen. Waarom men ervoor heeft geopteerd om die job uit te besteden? Geen flauw idee.”

De verklaring van Defensie is kort en bondig: “Esplodenti Sabino geldt als een expert als het gaat om de vernietiging van clustermunitie.” Expertise is niet goedkoop. De Italiaanse firma werd ongeveer 5 miljoen euro betaald om de obussen weg te werken.

De houwitsertanks waarvoor de obussen oorspronkelijk als munitie werden aangekocht, staan op hun beurt al een hele poos te koop. “Het leger had die houwitsers in 1983 aangekocht, om pas daarna te beseffen dat ze helemaal geen munitie hadden voor die dingen”, vertelt een anonieme bron, die de obussenzaak in de jaren tachtig van dichtbij volgde. “Dus hebben ze twee jaar later die clusterbommen maar gekocht.” De man wil liever niet met zijn naam in de krant. “De hele affaire ligt nogal gevoelig, ziet u. Ja, zelfs 25 jaar na datum.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234