Woensdag 22/09/2021

1. Guy Coëme, de minister die de handtekeningen plaatste

Guy Coëme, geboren op 21 augustus 1946 in Bettincourt, gold tot zijn vrije val als de minzaamste van alle PS-kopstukken. Al op 24-jarige leeftijd werkte Coëme als medewerker op het nationaal PS-bureau. Nadien gaat hij binnen en namens de PS vele functies bekleden. Hij wordt voorzitter van de Waalse ontwikkelingsmaatschappij, staatssecretaris en parlementslid. Later schopt hij het tot vice-voorzitter van de PS, minister-president van Waalse executieve, burgemeester van Borgworm en is hij enkele malen minister. Het is Guy Coëme die in december 1988 als minister van Landsverdediging zijn handtekening plaatst onder het contract voor de bestelling van 46 Agusta-gevechtshelikopters en de uitrusting van de Belgische F16's met het beveiligingssysteem Carapace van Dassault. Coëme verliest samen met de twee andere Guy's (Mathot en Spitaels) zijn parlementaire onschendbaarheid en wordt begin 1994 doorverwezen naar het Hof van Cassatie. Coëme neemt dan ontslag als vice-premier en minister van Verkeer en Openbare werken. Hij wordt vervangen door Elio di Rupo.

In 1996 wordt Coëme door het Hof van Cassatie voor zijn aandeel in de Uniop-zaak wegens passieve corruptie veroordeeld tot twee jaar cel met uitstel, een boete en vijf jaar ontzetting uit zijn burgerrechten. Het PS-kopstuk neemt in april '96 dan maar ontslag als parlementslid en als burgemeester van het rustige Borgworm, waar de inwoners geschokt reageren. Coëme is, met zijn imago als gentleman en hoofse politicus, erg geliefd in zijn gemeente. Na lang zoeken vindt zijn partij toch nog een baantje voor de wegdeemsterende PS-ster: sinds april '97 is hij, als zelfstandige, directeur van de 'Association de promotion des intercommunales liégeoises' (April), waar het takenpakket van de gewezen burgemeester bestaat uit onder meer de redactie van het blad Flash Inter en de leiding van de communicatieafdeling. Zowel in het dossier-Agusta als in dat van Dassault wordt Coëme beschuldigd van passieve corruptie. Onder meer zou hij druk hebben uitgeoefend in het kader van het gunnen van het ECM-dossier aan Dassault. Een van de opmerkelijkste aanwijzingen tegen Coëme is een telefoontje dat vanop het kabinet van Defensie gepleegd werd op 28 april 1989, om 13.57 uur, naar het privé-nummer van Serge Dassault. Dat was vlak na de vergadering waarop de ministerraad het Dassault-contract goedkeurde. Vier naaste medewerkers van Coëme verklaarden dat enkel de defensieminister zelf naar het privé-nummer van Serge Dassault mocht bellen. (HVS)

(Foto Stephan Vanfleteren)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234