Zondag 16/01/2022

0 op 10 voor spelling

In haar afscheidscollege vorige week haalde de Nijmeegse neerlandica Anneke Neijt snoeihard uit naar de spellingregels in het Groene Boekje. Spellen is gokken geworden, zegt ze. Ook in Portugal en Frankrijk (over het accent circonflexe) stormt het. De oorlog in Talenland nader verklaard.

Zoals de Nederlandse Taalunie de spellingregels oplegt, het is "ondemocratisch en autoritair, en dan ook nog zo ondeskundig".

Stilte in de aula. Die zat! Van NRC en Vrij Nederland tot de verzamelde neerlandistiek, niemand bleef onbewogen bij de afscheidsrede van de Nijmeegse hoogleraar Anneke Neijt, vorige week. De professor-emeritus veegde de hoogste instantie van de Nederlandse taal ferm de mantel uit.

In een voor de rest best nuchtere les (ze staat online) liet Neijt het zowaar voorkomen dat ze "geen modern land ter wereld" kende waar de spelling zo bovenaf geregeld was als het hare - Vlaanderen en het verre Suriname incluis, want die maken evengoed deel uit van de Unie.

Neijt was boos, dat wilde ze op de laatste dag van haar hoogleraarschap nog meegeven. Door haar beheerstheid heen klonk de academica zo giftig als het woord spellingoorlog maar klinken kan. Taal, zo werd ook aan de Radboud Universiteit weer bewezen, maakt emotie los.

Wat was nu helemaal haar punt? Neijt, laat dat duidelijk zijn, kent haar vak als weinig anderen. In de jaren 90 had ze zitting in de spellingcommissie, een werkgroep die voorstellen formuleert over de officiële spelling van het Nederlands, en die de Woordenlijst Nederlandse Taal actualiseert, u weet wel, het doorluchtige Groene Boekje.

Daar zag Anneke Neijt toen al hoe het misliep. Ze had het over dunne budgetten en politieke druk. Fulmineerde dat de spelling tot stand kwam "in de achterafkamertjes van de Taalunie" en noemde dat "slecht voor het imago van de Unie en slecht voor het imago van de spelling".

Meer zelfs, volgens Neijt is de terugval van het enthousiasme voor het vak Nederlands op school en aan de universiteit mee te wijten aan de Taalunie, de instelling die exclusief bevoegd is voor hoe we woorden schrijven maar volgens haar in volstrekt isolement opereert.

En toen was prompt dat andere hoge woord eruit: pannenkoek. Voor 1995 schreven we dat zonder tussen-n omdat je maar één pan nodig had om een koek in te bakken, daarna moest er plots wel een verbindings-n, want het eerste deel van het woord is een zelfstandig naamwoord waarvan het meervoud enkel op -en kan eindigen.

Eerlijk is eerlijk: ook op de eindredactie van deze courant hadden we destijds een broertje dood aan de hervorming; lezersbrieven en commentaren waren legio.

Kan Neijt nog leven met pannenkoek, dan vindt ze dat met name de regel zoals die in het jongste Groene Boekje verklaard wordt, uit 2015, "alle overtuigingskracht mist". Een werk als dit, dat volgens de wetenschapster meer aandacht besteedt aan uitzonderingen dan aan heldere regels, "verdient geen plaats in de kast taalkunde".

Het kwaad is geschied, de boel nog een keer omgooien zal Neijt niet. Maar de vraag hoe je een woord schrijft, moet wel aansluiten bij hoe je dat woord als gebruiker aanvoelt, betoogt ze. Een regel die geen rekening houdt met de intuïtie van de schrijver, heeft geen pas.

"Erg", vindt ze van wat er nu staat, "want het kost ons veel tijd in het onderwijs en maakt dat het leren minder vanzelf gaat". Boenk, alweer.

Bessesap dus

Blij, daar bij de Taalunie? Niet bepaald. "Met alle respect voor de professionele mening van Anneke Neijt, maar haar kritiek is nogal onterecht," zegt Kevin De Coninck, afdelingshoofd taalbeleid. "De spellingregels worden voorgesteld door een onafhankelijke commissie van deskundigen en worden op hun maatschappelijke draagvlak getoetst voor de bevoegde ministers ze bekrachtigen. Er is heus wel overleg, met diverse belanghebbenden, verenigingen van taalliefhebbers en uitgevers.

"Maar het klopt dat er ook onder deskundigen onenigheid kan bestaan. Spellingregels zijn nu eenmaal geen gegeven op zich, ze berusten op afspraken. Daarover kan altijd worden gediscussieerd.

"Toch is het belangrijk dat die debatten niet steeds opnieuw tot andere regels leiden. De pannenkoekenregel? Die is intussen goed ingeburgerd in het onderwijs. Vorig jaar hebben de bevoegde ministers dan ook expliciet gezegd dat het moment niet rijp was voor een nieuwe hervorming. En dat de spellingrust behouden moest worden."

Oorlog en vrede, ook in Talenland. Want waarom blijft pakweg een tussen-n twintig jaar na datum nog voor heisa zorgen? "Taal", zegt De Coninck, "is uiterst individueel. Het raakt altijd weer aan wie je bent.

"Je ziet het in het publieke debat: als het over taal gaat, springt iedereen erop", bevestigt Dominiek Sandra, hoogleraar psycholinguïstiek en algemene taalkunde aan de Universiteit Antwerpen. "Taal is van onszelf en bepaalt voor een stuk onze identiteit. Het woord moedertaal drukt die emotionele vervlechting mooi uit. Roer aan de taal en je roert aan de mens."

Maar ook Sandra, die vandaag mee in de spellingcommissie zit, is het niet eens met Neijt. "Ze heeft er het cliché bij uitstek uitgepikt. Sinds de hervorming van 1995 is het al pannenkoek wat de klok slaat, terwijl het daarvoor altijd weer bessensap was."

Er volgt, pro memorie, een korte les: "Vandaag schrijven we bessensap met een tussen-n, vroeger niet, want één bes volstond om sap te maken. Daardoor had je in het eerste woorddeel geen -n nodig. Zo had je destijds ook bijennest omdat een nest uit ettelijke duizenden bijen bestaat, maar bijevleugel omdat die vleugel slechts aan één bij toebehoorde."

Sandra zucht. "Eigenlijk kun je de hervorming van 1995 een reactie noemen op een onhoudbare situatie waarin verschillende spellers via verschillende redeneringen verschillende spellingvormen verkregen. Bessesap dus, maar evengoed bessensap, want geef toe, je hebt toch meer dan één bes nodig om echt sap te maken? Vandaag is de regel redelijk eenvoudig en komt daar inderdaad een handvol uitzonderingen bij kijken. Maar uitzonderingen waren er vroeger óók."

Anneke Neijt stelt anders wel dat spelling voor leerlingen een gokspel is geworden. Dat de regels zo gecompliceerd zijn geworden dat het onderwijs van de weeromstuit zijn eisen neerwaarts is gaan bijstellen, en dat zoiets de bedoeling niet kan zijn.

Sandra: "Niet akkoord. De leerlingen gokken niet. Wel is het zo dat de kennis van de spelling, tja, er niet op vooruitgaat. Maar dat dat specifiek het gevolg zou zijn van de hervorming van 1995 en dat de regels te moeilijk zouden zijn? Ik ken geen onderzoek dat zoiets aantoont. Wie dat beweert, moet bewijzen aandragen. Voor wat ik er in het hoger onderwijs van zie, blijft het dringendste probleem de goede oude dt-fout. Maar dat gaat over de vervoeging van het werkwoord en heeft eigenlijk niets met de spellinghervorming te maken.

"Wat het Groene Boekje betreft", gaat Sandra verder, "dat is niet in eerste instantie een handleiding voor leerlingen, het is geen leerinstrument. Het is geschreven op maat van mensen die taaladvies verstrekken of beroepsmatig met taal bezig zijn."

"Het Groene Boekje biedt het onderwijs de basis voor de spelling", vult De Coninck aan, "maar op zich moeit de Taalunie zich niet met onderwijsmethoden. Het staat elk schoolboek vrij een eigen methode voor te stellen, zolang de officiële spelling maar gegarandeerd wordt."

Vulgaire 'f'

"Geen modern land ter wereld" waar het toegaat als bij ons, houdt Anneke Neijt staande. Toch is onze taal heus niet de enige waar de relatie tussen norm en praktijk, tussen eenvoudig en complex steeds opnieuw voor stennis zorgt. Tussen Portugal, Brazilië en de officieel Portugeestalige staten van Afrika woedde de voorbije jaren een verbeten strijd over de nieuwe, uniforme spelling. Veel Portugezen vonden die opnieuw bewerkte regels een knieval voor de Brazilianen en weigeren tot vandaag atual ('actueel') te schrijven in plaats van het klassieke maar o zo afgeschafte actual.

Ook in de Duitse landen vloeide een massa water door de Rijn voor het oude vertrouwde Stengel ('stengel') tot Stängel werd verbouwd.

Maar het laaiendste voorbeeld van spelling-emotie serveerde ons onlangs Frankrijk, het land van de Académie française. Waarom deden het accent circonflexe en de optionele verdwijning ervan, of nog, de 'ph' uit nénuphar ('waterlelie') die plots een vulgaire f mocht worden, zo veel stof opwaaien?

Wat was er schandelijk aan een hervorming die het taalgevoel van de gebruiker volgde in plaats van hem een brok orthografische antiquiteiten door de strot te rammen? Wat was er mis met een als toegift aan de democratisering bedoelde spellinghervorming? Met een schrijfwijze die een linkse socioloog als Pierre Bourdieu zaliger blij zou hebben gemaakt omdat ze de elite een hak zette, zij die het symbolische erfgoed en dus ook de spelling bezit?

Bourdieu moet zich in zijn graf hebben gekeerd, want wat bleek? Niet alleen de erudieten waren weinig gediend van de hervorming, volgens een peiling van het webzine Atlantico.fr was 80 procent van de Fransen tegen - de weinig gestudeerde burger in de eerste plaats.

De verklaring lag alweer in de emotie: de Franse taal beheersen, betekent deel van de natie zijn. Wie moeite heeft gedaan om het circonflexe te leren schrijven, is daar apetrots op - zonder tussen-n - en wil zijn trofee niet uit handen geven.

Zeer vermoedelijk zijn ook de Nederlandstaligen, om het met een fijn voorbeeld uit Neijts college te stellen, gelukkig dat ze niet gulukug moeten zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234