Dour Festival

Zo rechtte Dour de rug zónder Solange

5 verrassingen/teleurstellingen.

Dag twee van Dour startte na het annuleren van Solange met de D van Domper. Het festival rechtte echter de rug en gooide vers Belgisch hiphopgeweld voor de leeuwen, al was er evenveel plek voor verrassingen als teleurstellingen.

Wat ruiste er zo vroeg door het struikgewas? Het waren de subtiele cimbalen en frêle pianotoetsen van Glass Museum (★★★☆☆) in La Petite Maison Dans La Prairie. Het duo uit Doornik vlocht met de finesse van een Brugse kantklosser klassieke muziek aan swingende jazz, en het verdeelde de kwartvolle tent prompt in twee helften: de dagdromers en de improvisatiedansers, die zich een poulain van Anne Teresa De Keersmaeker waanden.

Glass Museum schipperde niet onaardig tussen grote invloeden Gogo Penguin en BadBadNotGood. Het swingde, maar niet altijd voor lang. Het was allemaal braaf, zonder uitersten op te zoeken. En dat laatste maakt net het verschil tussen een goede en uitstekende show. Glass Museum brachten zijn potpourri van jazz, klassiek en indie zonder risico’s en met te weinig onbekende, pittige kruiden. Maar dat er muziek zit in Glass Museum was een fijne ontdekking, zo vroeg op de dag. Doornik is het nieuwe New York, zei u? We zouden het bijna geloven. (ELV)

©Illias Teirlinck

Tijd voor een kleine biecht: hoe oud onze ziel ook mag zijn, wij zijn te jong om te weten hoe de jaren 60 écht hebben geklonken. Maar vandaag in La Petite Maison Dans La Prairie kregen we daar wel een redelijk goed idee van. The Lemon Twigs (★★★☆☆) vielen in als een stelletje Beach Boys: de Amerikaanse gozers toverden een breekbare samenzang uit hun keelgaten. Ook onze ogen geloofden dat we in een time warp waren terechtgekomen: de zanger, leren jekker en blote blote bast, was gillend uit de glamrock weggelopen, de verontrustend kalme bassist had de cool van Kim Deal, en de toetsenist had niet misstaan in een aflevering van Soul Train. Maar een set inzetten met je grootste hit én tevens beste nummer was misschien wel niet het meest briljante idee? Dat gezegd zijnde, we waren blij dat we er stonden, en we konden hen zelfs die paar schoonheidsfoutjes makkelijk vergeven. Behalve dan die covers van Roky Erickson en John Prine aan het einde. Nee, echt niet. (LG)

©Photo News

Wie herinnert zich Kate Tempest (★★☆☆☆) nog? De poëtische Britse draait al even mee in een niet helemaal definieerbare scene, maar laten we het voorlopig bij nogal zwaarwichtige spoken word houden. Zelf zegt ze geïnspireerd te zijn door Virginia Woolf, Samuel Beckett, James Joyce en ... The Wu Tang Clan. Zo, dat is al heel wat duidelijker. Waar ze dan precies over zingt? Over hoe de situatie van Jan Met De Pet in Groot-Brittannië niet echt is verbeterd sinds Oliver Twist

We weten niet of iemand nog zat te wachten op een hedendaagse Anne Clark, maar wij vonden de oude al meer dan genoeg. De elektriciteit tussen Kate en de band was ver zoek, terwijl haar kornuiten toch het beste van zichzelf gaven. We vergeven haar graag dat haar houding te wensen over liet, maar wij kwamen voor iets meer dan een setje poetry slam. (LG)

Het is Hollands, volledig in leer gehuld en mannen zijn er dol op. Neen, het is niet Lucy Lovehole, wel Sevdaliza (★★☆☆☆), een Rotterdamse deerne met Iraanse roots en jukbeenderen waar je diamant op kan slijpen. Hoe hoog de testosteron-levels in de zaal ook stegen, muzikaal had de act even weinig om het lijf als de dame in kwestie. Haar vocale voluten rolden eruit als gesmolten boter, en op een goede dag zou het zelfs wat lijven in beweging kunnen zetten. Even werden we zelfs heel enthousiast toen ze een nummer in het Iraans inzette, maar dat was dan ook een eenzaam hoogtepunt in de voor de rest enkel visueel prikkelende show. Hoe goed een zangeres ook bij stem is; als de harmonieën geen innerlijke snaren in beweging zetten ben je verder van huis dan Rotterdam. Een beetje Oscar and The Wolf met Arabische invloeden, maar al klinkt dat best lekker: begeesterend was het niet. Het voguen, poppen en grinden van Sevdeliza ging haar beter af. (LG)

©Lilith Geeraerts

“Je voudrais vous parler en français, mais c'est trop difficile”, grinnikte Neo Jessica Joshua, de fluwelen stem achter NAO (★★★☆). En dus liet ze de muziek in haar plaats spreken. Het was een wijze zet. NAO kwam in La Petite Maison Dans La Prairie gevaarlijk uit de hoek, met hoekige ritmes – denk aan FKA Twigs of Ben Khan – die gruwelijk diep in het vel sneden. De Britse zangeres had zo nog wel meer gevaarlijke wapens achter de hand: ‘Feel to Love’ was r&b met stuiptrekkingen, ‘In the Morning’ krioelde van funky synths en het sublieme ‘Bad Blood’ veroverde een vaste stek in onze vrijdagnachtplaylist.

©Illias Teirlinck

NAO toonde waarom artiesten als Mura Masa en Disclosure haar zo graag achter de microfoon willen. Ze beschikte over een toonladder waarmee ze – met haar scherpe, verslavende stem – moeiteloos naar duizelingwekkend hoge noten greep. NAO was een exoot op Dour: stijlvol, proper en met popsongs onder de arm die een plek hebben op radiozenders en thuishoren in een volgepropte AB. Lezen jullie mee, Brussel? (ELV)

zine