De wei, de wereld

Vier types kleurden dag vier van Dour

Dour toonde de eerste dagen verschillende gedaanten. Dat van een paradijs voor nachtvlinders, broeiplaats voor jonge veulens en thuis voor herrieschoppers. Er ontbraken enkel nog noemenswaardige headliners. Wat we zaterdag zagen, gelooft u echter nooit.

Misschien kwamen we met de verkeerde verwachtingen naar Dour. Het is nu eenmaal geen klassiek festival dat zwaargewichten als lokmiddel gebruikt. Ze kiezen resoluut voor avontuur, en daar valt véél voor te zeggen, maar de weinige grote namen die de affiche sierden, waren weinig tot niet opwindend. Wie aan het hoofdpodium kampeerde, voelde zich achteraf bekocht door de kat van Solange, M.I.A., Vitalic en Noisia. Smeerlappen!

Dag drie van Dour was, met NAS, een stap in de goede richting. Maar zaterdag schakelde het festival pas écht vier versnellingen hoger. Ze waren gul met goede gitaren (BRUTUS, Oathbreaker, AmenRa) en hippe hiphop (Rejjie Snow, $uicideboy$) én we kregen vier compleet verschillende types voor de prijs van een: een moderne zwerver, drie oude mannen, een bende fils à papa en twee dorpsgekken.

1. De moderne zwerver

Het waren barre omstandigheden voor Kevin Morby (****) in een kwartvolle Le Labo. Het einde van Dour loert voorzichtig om de hoek, de vermoeidheid slaat toe en onze aandachtspanne kent overduidelijke momenten van zwakte. En toen klopte Kevin Morby aan met een energieshot dat moeilijk te weigeren was. ‘City Music’ zag er ongevaarlijk uit, met een dromerige, minutenlange intro, tot de Amerikaanse slacker uit het niets zijn klauwen zette.

Kurt Vile en Steve Gunn waren nooit veraf, Leonard Cohen en Bob Dylan evenmin. Kevin Morby slalomde onbevangen tussen garagepop, psychrock en punk, met de frivole riffs van gitariste Meg Duffy als rode draad doorheen de set. De passage van de 29-jarige moderne zwerver was er een van veel pieken en een zeldzaam dal. Het enige euvel heette ‘Destroyer’ en was alles dat het fabuleuze ‘Harlem River’ en ‘I Have Been To The Mountain’ niét waren: braaf en futloos.

Kevin Morby keerde ons hart én de halflege tent binnenstebuiten. Indrukwekkend!

Kevin Morby was een van de smaakmakers op dag vier van Dour ©Illias Teirlinck

2. Oude mannen

“Vergane glorie”, zuchtte een kennis onderweg naar De La Soul (***). Die indruk kregen we ook toen het hiphoptrio met twintig minuten vertraging en enige terughoudendheid over het hoofdpodium huppelde. Het anders zo snedige ‘Verbal Clap’ was zijn jongensstreken kwijt, en dat was even slikken. Is De La Soul dan écht verleden tijd?

Met And The Anonymous Nobody bracht De La Soul in 2016 nog een plaat met oerdegelijke songs uit, maar het vuur van de gouden jaren was in het begin van de set ver te zoeken. Het lag overigens niet per se aan hen, wél aan de makke uitvoering van de liveband. Ze speelden dan wel vlekkeloos, maar verdomd veilig. En als De La Soul iets moet zijn, is het een ongeleid projectiel.

Er schuilt nog een beest in De La Soul. Dat zagen we toen ‘Stakes Is High’ eindelijk de handrem door het raam kieperde en als een sloophamer door Dour denderde. Na veel trekken en sleuren was het eindelijk tijd om te stompen. ‘U Don’t Wanna B.D.S.’ en ‘Oooh’ veranderden de eerste rijen in een kudde losgeslagen dieren.

Met ‘Am I Be’ en nog enkele losse flodders waren er tussendoor nog bescheiden momenten van zwakte. Het vuur was soms beperkt tot een steekvlam, al ging het beter toen de band plaats moest ruimen voor een dj. Vanaf dan was het harder, ging het sneller en kwam De La Soul terug tot leven.

Dat het hoogtepunt ‘Me Myself & I’ was, verbaast u natuurlijk niet. Dat het legendarische hiphoptrio in 2017 méér is dan een bende oude mannen had u misschien niet verwacht. Het was een fijn weerzien, heren.

De La Soul op Dour: meer dan nostalgie ©Illias Teirlinck

3. Fils à papa

Dag vier van Dour had iets weg van de Belgische spoorwegen. Er waren namelijk véél vertragingen. Niet alleen De La Soul had pech, RY X verloor kostbare tijd en ook Phoenix (****) begon er twintig minuten te laat aan.

Het was uitstel van executie. Het Franse mooiemannencollectief was de jukebox die Dour de eerste dagen miste. ‘Ti Amo’, ‘Lasso’, ‘Entertainment’ en ‘Lisztomania’ waren eigenzinnig, veelkleurig en dansbaar. Het zag er bovendien geweldig uit. Thomas Mars en co kwamen uit de manneneditie van Vogue gewandeld en namen plaats voor een gigantische spiegelwand. Narcissus knikte goedkeurend.

Phoenix wervelde als een hogesnelheidstrein door de avond, en kwam onderweg slechts één slagboom tegen. ‘Role Model’ trok de angel eruit en sloeg bleek uit tegenover het schreeuwerige synthgeweld van ‘J-Boy’ en ‘Girlfriend’. De Fransmannen herpakten zich en trakteerden met ‘If I Ever Feel Better’ en ‘1901’ op de perfecte soundtrack voor een grijze, Belgische zomernacht.

Phoenix was geweldig als collectief, maar wij geven onze bloemen en kransen aan Thomas Hedlund, de drummer die met brute precisie de ruggengraat van de band vormde. Was dit dan het beste concert van Dour? Het zal niet veel schelen.

Phoenix kwam, zag en overwon ©Illias Teirlinck

4. Twee dorpszotten

Nee, Die Antwoord (****) was niet beter dan Phoenix. En toch krijgen ook zij vier sterren? Klopt, omdat het Zuid-Afrikaanse duo de extravagante circusact is waarvan een festivalorganisator natte dromen krijgt.

¥o-Landi Vi$$er en Ninja, het duo achter Die Antwoord, waren zaterdagnacht zoals we Die Antwoord kennen: half kitsch, half kunst, grofgebekt en met een voorliefde voor een ordinaire rave. “Come to the darkside, we have coffee”, fluisterde Vi$$er. Al wie gehoorzaamde, zou het zich achteraf nooit beklagen.

Het was vuil, vettig, krankzinnig en vóóral intrigerend. Dat laatste kwam door de flitsende, bevreemdende visuals, de extravagante dansers en de dj die een masker van een, euh, verminkt varken droeg. En dan was er nog het piepende geluid dat uit ¥o-Landi Vi$$er komt. Je kan er je mateloos aan ergeren, maar haar stem greep ons bruut bij de strot.

Het was een foute boel, maar behoorlijk amusant. Dat laatste voelden we nadien aan onze zure kuiten en zagen we aan de uitzinnige massa die ‘I Fink U Freeky’, ‘Enter The Ninja’ en ‘Happy Go Sucky Fucky’ hysterisch onthaalden. Dour heeft op één dag de teleurstelling van voordien weggespoeld. La classe!

We kunnen het niet genoeg zeggen. Dour, c'est wel degelijk l'amour.

Die Antwoord was op Dour zoals we hen kennen: half kitsch, half kunst ©Illias Teirlinck

zine