Pukkelpop

Van Coely tot Warhaus: De Belgen doen het beter op Pukkelpop

In Rio zitten onze landgenoten stevig op medaillekoers en Bazart heeft op diverse vlakken ‘Goud’ beet. Maar hoe zit het met die meer dan zeventig andere Belgische acts op Pukkelpop? Kunnen les petits Belges zich meten met het grote buitenlandse geweld? We hopten een halve dag van Belg naar Belg, en delen hier lintjes uit.

Zouden de Limburgse steenkoolmijnen dan toch nog open zijn? Rock Rally-winnaars Whispering Sons, uit Houthalen-Helchteren, leken in ieder geval vanuit een mijnschacht te zingen – zo donker galmde hun new wave in de Wablief?!, die ze mochten openen. De intense sfeer werd nog versterkt door de harde, kille elektronische drums van Sander Pelsmaekers. In het publiek zagen we Stijn Meuris, zelf terugdenken aan die verdoemde jaren tachtig: massale werkloosheid, militairen op straat, knetterrechtse politici aan de macht, terreurdreiging, wereldwijde spanning …

7 Pukkelpop 2016, Kiewit, Hasselt, Whispering Sons © Stefaan Temmerman

Klinkt verdacht veel als vandaag? Wellicht juist omdat de sinistere eightiessound van Whisperings Sounds zo aansluit bij de huidige tijdgeest, vond zo veel volk zo vroeg al de weg naar de wei. “Merci om zo vroeg uit jullie tent te kruipen”, zei frontvrouw Fenne Kuppens, geheel in het zwart, op haar witte schoenen en felblonde haar na. Wat ons betreft: graag gedaan. Fantastisch om te zien trouwens hoe Kuppens die typische dansmoves van de new wave beheerste – het leek wat hoekig en schichtig, maar ze zoog er alle aandacht mee naar zich toe.

Roze confetti

7 Coely. © Stefaan Temmerman

Ook Coely – eveneens helemaal in het zwart gekleed – trok als een magneet alle ogen naar de Main Stage, maar haar geluid verschilde bijna letterlijk dag en nacht met dat van Whispering Sons. Terwijl dj Ephonk goochelde met hiphop, r&b, likjes dance en vervormde zanglijntjes, zong Coely soul of ratelde ze razendsnelle raps af en sloot zo aan bij de urban sound van het moment. Leek het grote podium aanvankelijk wat hoog gegrepen voor deze 22-jarige Antwerpse, naarmate haar set vorderde groeide ze en kreeg ze de vroege vogels vooraan aan het dansen. Toen er roze confetti uit de lucht kwam dwarrelen, was iedereen met haar positieve, oppeppende vibes. Snoezig: Coely bedankte het publiek talloze keren voor zijn opkomst.

Zonnebloemen voor het publiek

Helemaal dankbaar was Sleepers’ Reign, dat tussen elke song door zonnebloemen de Wablief?! in keilde – bedoeld om mee te zwaaien tijdens Rihanna. Helaas was er nog vrij veel volk letterlijk in het Rijk der Slapers gebleven – de tent oogde behoorlijk leeg. Missen deze jongens uit Herentals een (radio)hitje dat het verschil maakt? Mogelijk, al is ‘9000 Years’ wel een goede kanshebber: die song sprankelde tussen de rest van de mooie, maar ook vrij grillige artpop die we hoorden. De vele tempowisselingen, vervormde stemmen, rinkelende gitaartjes en vluchtige songstructuren hielden de songs wel spannend, maar boden ook weinig aanknopingspunten. Aan bevlogenheid ontbrak het deze band niet – en al helemaal niet de zanger: tijdens ‘POV L’ sloeg hij zich op de borst, terwijl de song ontaardde in noise. Maar een nummer dat écht aan de ribben bleef plakken, misten we toch.

Dinosaurussen en allergieën

7 Robbing Millions. © Stefaan Temmerman

Dat gold eigenlijk ook voor Robbing Millions, die zo mogelijk nog meer stijlen en invloeden in de blender knalden. We waren amper binnen of we hadden al aan Yeasayer, Tame Impala, Beck en Pavement moeten denken. Er zijn natuurlijk slechtere voorbeelden – en de Brusselaars propten ook zoveel frisse hooks, leuke melodietjes en lekkere riffs in hun songs dat je soms niet wist waar eerst te luisteren. Maar daardoor bleef er ook minder hangen dan de bedoeling was. Geinig was het allemaal wel, die liedjes over dinosaurussen en allergieën, vertolkt met heliumstemmetjes en gehuld in psychedelische gitaarwolken. We zagen meer dan één scheve danspas in de Wablief?!

Op het ritme van de fietspomp

Nog meer psychedelica hoorden we bij Fence in diezelfde tent – ‘Lupi’ herinnerde ook weer aan Tame Impala. Deze Limburgse heren speelden een thuismatch, waardoor hun set bijna een onderonsje onder vrienden leek: ze namen onnozele poses aan met hun gitaren, zetten een song onversterkt in – alsof ze weer net als vroeger bij het kampvuur zongen – en lieten in een ander nummer een fietspomp mee het ritme aangeven.

Share

In een ideale wereld is Fence een topband, voorlopig moeten we het doen met een puike Pukkelpop-set om de zoveel jaar. Kunnen we mee leven

Maar stiekem hadden deze slackers toch geïnvesteerd in hun concert: confettikanonnen barsten los, grote ballonnen vlogen over het publiek en stuiterden daar een uur lang rond, de visuals waren knap en vooral: de band speelde succulente pop waarin de Beatles, Stevie Wonder en The Flaming Lips vrolijk met elkaar dolden. In een ideale wereld is Fence een topband, voorlopig moeten we het doen met een puike Pukkelpop-set om de zoveel jaar. Kunnen we mee leven.

Wijdbeens rocken

Ook Drive Like Maria had de songs en de sound voor een internationaal succesverhaal: scheurende, wijdbeense rock met een lekkere Queens Of The Stone Age-achtige drive. We! Like! To! Tell! You! It’s! Allright!, klonk het – en allright was het zeker. Zouden Jesse ‘The Devil’ Hughes van Eagles of Death Metal en die krullenbol van Wolfmother meegeluisterd hebben? Zó smerig en melodieus willen wij onze rock-’n-roll opgediend krijgen.

Warme gloed

Share

Oaktree was subtiel en bloedmooi

Helemaal anders klonk Oaktree in die verre zweethut, de Castello. De voorbije jaren zagen we in deze tent vaak knoppendraaiers van achter hun laptop bezig, maar Adriaan de Roover had duidelijk meer ambitie: hoewel ook hij grossiert in elektronica, had hij een uitgebreide liveband bij zich, met viool, drums, toetsen én harp. Hoe dat klonk, in combinatie met geluiden uit een doosje? Soms joegen ze glaciale soundscapes door de tent zoals ‘Molecule’ – welkom, koele bries! –, dan weer voelde je een warme gloed (zoals in ‘Ghost’) met dank aan de prachtige zanglijnen van Silke Janssens, de zwiepende violen en de knisperende beats. Voor de slechte verstaander: Oaktree was subtiel en bloedmooi.

Gainsbourg in het boudoir

7 Warhaus. © Stefaan Temmerman

Maar er kan – tous ensemble ten spijt – maar één Belgische band de beste zijn, en gisteren was dat Warhaus in de volgelopen Club. Kijk, we hebben geen zaken met de relatie – laat staan de bedgeheimen – van het koppel Maarten Devoldere (Balthazar) en Sylvie Kreusch (Soldier’s Heart, ook op Pukkelpop). Maar afgaand op wat we hen in de Club zagen doen, moet het er tussen beiden soms gevaarlijk passioneel aan toegaan – hun binnenkort te verschijnen debuut heet niet voor niets We Fucked a Flame into Being.

7 Warhaus. © Stefaan Temmerman

Warhaus zwoer ook op Pukkelpop bij zwoel: Kreusch kronkelde als een nachtclubdanseres en Devoldere – strak in het pak – was de Gainsbourg van dienst. Hij zwalpte als een dronken man in een boudoir, bezong met diepe stem de liefde en speelde trompet en basgitaar, bijgestaan door Jasper Maekelberg (Faces on TV) op gitaar, terwijl Kreusch hem smachtend achterna zong.

De invloeden lagen er dik op: naast Gainsbourg-sferen (‘The Good Lie’) hoorden we ook Leonard Cohen-poëzie, Nick Cave-dreiging en filmische Portishead-gitaren. Maar Warhaus voegde er iets aan toe: arrangementen die klonken als een ontploffend orkest (‘Against the Ridge’) en een genadeloze, grimmige groove vol knekelpercussie (‘I’m Not Him). “Seems like love, seems like hell”, hoorden we ergens passeren. Zeiden we al iets over passie? 

7 Warhaus. © Stefaan Temmerman
Dossier Pukkelpop
Dossier Pukkelpop

Lees alle artikels

nieuws

cult

zine