Concertrecensie

Triggerfinger in Beursschouwburg: een veelkoppig rockmonster

4 ©Bas Bogaerts

Berichtje aan alle rockers van heel België: goed geprobeerd. Met die boodschap raasde Triggerfinger Irma-gewijs door de Brusselse Beursschouwburg, waar de band tijdens een exclusieve showcase zijn nieuwe plaat Colossus presenteerde én oudere songs afstofte.

Ze zijn er, na een slopende internationale tournee, een tijdje tussenuit geweest, de heren van Triggerfinger. Een gevalletje van reculer pour mieux sauter, zo bleek in het bloedhete bovenzaaltje van de Beursschouwburg al meteen bij opener ‘Upstairs Box’ uit de puike nieuwe plaat Colossus. De atmosferische intromuziek werd bruut doorsneden door Ruben Blocks messcherpe, feedbackende gitaar terwijl ritmetandem Mario Goossens (drums) en Paul Van Bruystegem (bas) deden wat ze altijd al hebben gedaan: een granieten groove de zaal in pompen.

Share

De heilige Drievuldigheid duldde zowaar een vierde man naast zich: gitarist Geoffrey Burton

De grootste verrassing in die eerste song was achteraan op het podium te vinden: gitarist Geoffrey Burton, onder meer bekend van bij Arno, joeg wat extra waanzin door deze brok dampende stonerblues. Yup, de heilige Drievuldigheid duldt zowaar een vierde man naast zich – en soms zelfs een vijfde, want ook toetsenist David Poltrock zal tijdens de komende concerten de sound komen bijkleuren.

(Lees verder onder de foto.)

©Bas Bogaerts
Share

Dat bleek toch weer dé kracht van Triggerfinger: ze bliezen lucht in hun loodzware rock, zodat je er ook op kon dansen.

De band beet de Beursschouwburg van bij het begin in het nekvel en zou pas lossen na de verschroeiende bisronde, met onder meer ‘Big Hole’, waarbij Ruben Block zijn tanden bloot grijnsde: “Dit werkt wel, wij en jullie in één kot.” Brussel en Triggerfinger, het bleek inderdaad een ‘Perfect Match’, net zoals in de song met die titel de melodieuze verfijning en de snoeiharde riffs elkaar naadloos vonden.

©Bas Bogaerts

Dat bleek toch eens te meer dé kracht van Triggerfinger: ze bliezen lucht in hun loodzware rock, zodat je er ook op kon dansen. Op die manier leverde ‘And There She Was, Lying in Wait’ het bewijs dat je ook sierlijk kunt ploegen en trippelde ‘First Taste’, als een olifant door de porseleinkast. Wij moesten denken aan het beste van Masters of Reality – en dat is altijd een goed teken.

Share

Neem nu die nieuwe single ‘Flesh Tight’: zó compact en groovy klonk deze band niet eerder

Kortom, het oudere werk had nog niets ingeboet aan lust for life – zie ook de pesterige pauzes in ‘By Absence of the Sun’, de bijna tastbare beklemming in ‘Black Panic’ en de omhelzing die een wurggreep werd in ‘All This Dancin’ Around’. Maar het fraaist waren toch de details in de nieuwe songs die het geluid van Triggerfinger hadden opgefrist. Neem nu de single ‘Flesh Tight’: zó compact en groovy klonk deze band niet eerder. Of de manier waarop de koebel van Mario Goossens ‘Bring Me Back a Live Wild One’ voortstuwde. Het resultaat? Héérlijk luchtige glamrock met een naar ‘Get It On’ van T. Rex zwemende killerrif die het zweet voor én op het podium deed stromen – wij beklagen de werknemers van de stomerij waar Triggerfinger zijn kostuums laat wassen.

En dan was er nog ‘Colossus’, titeltrack van de nieuwe plaat en setsluiter van de Brusselse showcase. Een song als een veelkoppig rockmonster – we zagen de kale knikker van Pixies’ Frank Black blinken, keken in de zwart omrande ogen van The Cure’s Robert Smith én in de wijd open mond van The Clash’s Joe Strummer. Maar uiteindelijk kon die tronie alleen maar toebehoren aan ’s lands hardst rockende band. En dat is tot nader order nog altijd Triggerfinger, een stel kerels voor wie we ons ingebakken wantrouwen tegenover mannen in een pak maar wat graag opzijschuiven. 

©Bas Bogaerts

nieuws

zine