Recensie

The Cure brengt eerbetoon aan Leonard Cohen in uitverkocht Sportpaleis

2 Archiefbeeld: Robert Smith van The Cure. ©EPA

The Cure vatte in een uitverkocht Sportpaleis 40 jaar samen in dertig songs en een concert van ruim twee en een half uur. Tijdens de reguliere set doken de koningen van de new wave gisteravond diep in de catalogus. Daarna zette de groep een imposante finale vol hits in. En brachten ze ook een mooi en sober eerbetoon aan de overleden Canadese zanger Leonard Cohen.

Openingssong 'Shake Dog Shake' gaf al meteen aan dat Robert Smith (57) elk concert op deze Europese tour anders aanvat. Er werd een massieve muur aan gitaren doorheen het Sportpaleis geslingerd, samen met flitsende stroboscopen. De openingstrack uit The Top (uit 1984) is heuse post-punk, en The Cure deelde nog sonische oorvegen uit. In 'Give Me It', het verpletterende slotakkoord van de set, racete de groep zelfs Nine Inch Nails achterna. Aan 160 per uur zonder omkijken de duisternis in.

Gelukkig was niet de hele avond zo driest en zwartgallig. In 'The Walk' ging Robert Smith oog in oog spelen met gitarist Reeves Gabrels (ex-Tin Machine/David Bowie), en diens sologitaar en de toetsen van Roger O'Donnell duelleerden om je aandacht. "Moeilijk om te zingen, dit", lachte Smith zijn tanden bloot. Waarop de opperkraai een dansje inzette en de subsonische bas van 'Push' inviel.

Zonder fouten

Share

Dit was wel bovenal een concert voor puristen en échte fans

Op fouten viel The Cure in Antwerpen haast niet te betrappen. Het vijftal had het podium verkleind en ook het doorschijnende drumstel van Jason Cooper was naar voren geschoven om lekker dicht bij het publiek te staan. Bassist Simon Gallup holde met zijn instrument op de knieën een heuse marathon en liet geen steek vallen. Dit was wel bovenal een concert voor puristen en échte fans ('Sinking', iemand?). In een mensenmassa van 18.000 concertgangers toch een gewaagde keuze. Het zorgde er voor dat het Sportpaleis het eerste anderhalf uur weinig kolkte. 

'In Between Days' kreeg de massa een eerste keer mee aan het zingen en dansen, en ook het ijzersterke duo 'Lovesong' en 'Just Like Heaven' zorgden voor een stroomstoot. "You make me feel like I am young again" zong Smith, en je zag duizenden gezichten instemmend knikken. Op meer van zulke krakers bleef het wachten. De groep zette liever het weinig gespeelde 'Jupiter Crash' in (uit 'Wild Mood Swings'). Met een melancholisch zwalpend walstempo, onder dieprode en donkerblauwe spots, en Smith op zijn akoestische zwarte gitaar. Wat een immens contrast met het verpletterende 'One Hundred Years', waar beelden van oorlog, dood en destructie op de reuzenschermen werden geprojecteerd. Licht en duisternis wisselden elkaar erg vaak af in Deurne.

Archiefbeeld. ©EPA

Een kaars voor Cohen

Het Sportpaleis kreeg liefst drie bisrondes, die samen ruim een uur duurden. Het onuitgebrachte 'It Can Never Be The Same' droeg Smith op aan de pas overleden Leonard Cohen. Een mooi en sober eerbetoon, met galmende gitaren en één grote kaars op de achtergrond, die langzaam uitdoofde. Smith haalde een fluit boven voor de intro van 'Burn', een song uit de soundtrack van de (toepasselijke) film 'The Crow'. Waarna 18.000 smartphones de lucht in gingen voor een sferisch 'A Forest'. 

De tweede bis voegde weinig toe. Ook die startte met onuitgebracht materiaal. Maar het viel te begrijpen waarom het niemendalletje 'Step Into The Light' nooit op plaat is gezet. Dan liever het fijne start-stopritme in 'Never Enough', en uit 'Wrong Number' onthouden we vooral de cynische oproep van Smith om "president Trump te willen spreken".

Jukebox als finale

Het echte venijn zat in de staart, of zeg maar de laatste bisronde. Een half uur lang trok The Cure plots een jukebox aan hits open. 'The Lovecats' klonk zwoel als een zomeravond. Met Smith op slide-gitaar en wuivende armen, en een heerlijke barpiano van O'Donnell. Het bleef crescendo gaan. 'Lullaby' was prachtig ingekleed (met een gigantisch spinnenweb achter de groep) en het hakkende gitaarritme van 'Hot Hot Hot!!' was onmogelijk om stil bij te blijven zitten. Beetje jammer dat de trompet uit een doosje kwam, maar dat is detailkritiek. The Cure bewees nog steeds de ongekroonde koningen van de new wave te zijn. 

Bij 'Friday I'm In Love' krioelde het van de hartjes op de beeldschermen en werd je zielsgelukkig, net als bij het massaal meegebrulde 'Boys Don't Cry'. Het signaal voor Robert Smith om zijn gitaar opzij te leggen en vrolijk te beginnen dansen. Het Sportpaleis kwam overeind voor een spetterend slotakkoord. 'Close To Me' ging fraai over in 'Why Can't I Be You?', en zo nam de groep na ruim twee en een half uur afscheid. In stijl. In een tijd waarin er volop pacten worden gesloten, toch ook één oproep aan deze bende Zwarte Pieten: veranderen hoeft heus niet, blijven voortdoen.

_____________

De set:

Shake Dog Shake

Fascination Street

A Night Like This

All I Want

The Walk

Push

In Between Days

Sinking

Pictures of You

High

Lovesong

Just Like Heaven

Jupiter Crash

From the Edge of the Deep Green Sea

One Hundred Years

Give Me It

-

It Can Never Be the Same

Burn

A Forest

Step Into the Light

Want

Never Enough

Wrong Number

—-

The Lovecats

Lullaby

Hot Hot Hot!!!

Friday I'm in Love

Boys Don't Cry

Close to Me

Why Can't I Be You? 

nieuws

cult