Recensie

Tamino toont in de AB dat hij niet meer weg te slaan is

4 Tamino in de AB. © Alex Vanhee

Je moet het maar doen: op je 22ste de release van je eerste langspeler vieren met drie uitverkochte concerten in de AB, nadat je de grote binnenlandse festivals al plat hebt gespeeld en ook elders uitsluitend euforische reacties hebt gesprokkeld. Jawel, Tamino neemt in een rotvaart alle Europese vestingen in. “Het doet deugd eindelijk nog eens dicht bij huis op een podium te mogen staan.”

Zijn muziek overstijgt alle simpele genre-omschrijvingen. Tamino, een Antwerpenaar met Vlaams-Egyptische roots, put zowel uit westerse als Arabische invloeden en creëert zo een unieke sound die zelfs Britse bladen als The Independent en The Sunday Times overstag doet gaan. Tamino-Amir Moharam Fouad is dan ook ‘the real deal’: passie is de motor van ’s mans creativiteit en zijn hoogst persoonlijke songs zijn het product van een vrije geest. Sinds die allereerste Radio 1-sessie van twee jaar geleden sloeg hij met zijn flexibele stem en zijn even sensuele als exotische uitstraling eenieder met verstomming. Vervolgens schoot hij de hoofdvogel af tijdens De Nieuwe Lichting van Studio Brussel, wat hem, behalve een rode kaart van GAIA, de liefde van een groot publiek opleverde.

4 Tamino in de AB. © Alex Vanhee

Tamino werd genoemd naar de prins uit Mozarts opera Die Zauberflöte, maar de kwartnoten in zijn songs plukte hij instinctief uit het oeuvre van zijn grootvader, Moharam Foauad, een zanger en filmacteur die tussen de fifties en eighties razend populair was in de Arabische wereld en de ‘Egyptische Frank Sinatra’ werd genoemd. Die multiculturele achtergrond schemerde ook door in zijn eerste radiohits, al is Tamino intelligent genoeg om van zijn halsbrekende vocale acrobatieën geen goedkope gimmick te maken.

De onredelijk hoge verwachtingen die na zijn spectaculaire singles waren ontstaan, zorgden er nu al voor dat het pas verschenen Amir door sommigen als iets te gemakzuchtig en te weinig verrassend werd gedoodverfd. Het klopt dat er niets opstaat dat ‘Habibi’ overklast. Daar staat echter tegenover dat veel artiesten na een carrière van twintig jaar nog steeds niets uit hun pen hebben geknepen dat ook maar in de schaduw van die song kan staan.

Eenvoud

In de AB hield Tamino het bewust sober, omdat hij beseft dat eenvoud vaak effectiever is dan overdaad of gratuite moeilijkdoenerij. Zijn twee gezellen, drummer Ruben Vanhoutte en toetsenman Hardy Van Gyseghem, die met zijn synth ook de baslijnen trok, vulden zijn gitaarpartijen smaakvol en elegant aan. De set stond haast volledig in het teken van zijn langspeeldebuut, al passeerden ook enkele nummers uit de vorig jaar verschenen titelloze ep de revue. Met de bedachtzame, enigszins aan Leonard Cohen verwante opener ‘Persephone’ manifesteerde de zanger zich meteen als een rusteloze romanticus die zonder gêne zijn ziel en zaligheid blootlegde. Tamino smachtte naar het onbereikbare, treurde om gedoemde liefdes en ging op zoek naar balsem waarmee hij de pijn in zijn geblesseerde hart zou kunnen verzachten.

In combinatie met zijn niet onaardige looks schudde dat de hormonenhuishouding van de talrijk aanwezige dames flink door elkaar. In de loop van de set zou de Nachtegaal van Mortsel vaak duizelingwekkend hoge kathedralen bouwen met zijn falset, die in ‘Sun May Shine’ vooral aan Thom Yorke herinnerde. Daarbij overspoelden synths langzaam de song, zoals de golven op het strand geleidelijk zandkastelen wegvagen.

4 Tamino in de AB. © Alex Vanhee

‘Is de nieuwe Jeff Buckley opgestaan?’, vroeg een Britse krant zich onlangs af. Zelf vonden we die vergelijking nogal overtrokken, maar op de momenten dat Tamino zich van Oosterse tonaliteiten bediende, zoals in het bezwerende en meditatieve ‘Each Time’, sneed ze wel degelijk hout. Het was ook de eerste keer dat de artiest de van zijn opa geërfde dobro boven haalde. Tijdens het solo gebrachte ‘Verses’ kon je in de AB een muis voorbij horen trippelen. Toch werkte de ‘less is more’-aanpak niet altijd even goed. In ‘So It Goes’ misten we bijvoorbeeld de majestueuze orkestraties van Nagham Zikrayat, het Brusselse firkagezelschap dat de de plaatversie van de nodige dramatiek had voorzien.

Slapende buren

4 Tamino in de AB. © Alex Vanhee

Bij poppy nummers als ‘Tummy’ en ‘Chambers’ ging het tempo voorzichtig de hoogte in, maar zelfs wanneer Tamino naar rock neigde, zoals in ‘Cigar’, ging hij nooit voluit, alsof hij bang was de toorn van zijn slapende buren op te wekken. Net voor hij het fraaie ‘Indigo Nights’ losliet, kondigde de zanger ene Colin aan op bas. Naar de reacties te oordelen, duurde het even voor de toeschouwers door hadden dat het wel degelijk om Colin Greenwood van Radiohead ging. Tijdens ‘Will Of This Heart’ demonstreerde de band dat hij best wel in staat was een jachtige groove uit te rollen. Maar met ‘Habibi’ als voorspelbare hekkensluiter bedwelmde Tamino zijn publiek pas écht, ook al meenden we in de live-versie stilaan een zekere vermoeidheid vast te stellen.

Tijdens de bissen verraste de zanger nog met een sterke solo-uitvoering van ‘Seasons’, een nummer dat Chris Cornell, één van zijn helden, in 1992 schreef voor de soundtrack van de film ‘Singles’. Overtuigend concert dus, al noteerden we toch enkele schoonheidsfoutjes. De klank deed op sommige plekken in de zaal nogal modderig aan en ook aan die stuntelige bindteksten is nog werk. Iets minder magisch dan in Werchter dus, maar dat is detailkritiek. Tamino stónd er, en er moet al een serieuze storm opsteken om hem nog aan het wankelen te krijgen.

Dossier Muziek, maestro!
Dossier Muziek, maestro!

Honger naar muziek? Die kan u hier stillen met de recensies en andere artikels van onze muziekredactie.

Lees alle artikels

cult

zine