recensie

Sun Ra Arkestra in Brugge: Een jazzy ruimtewandeling

3 'Sun Ra Arkestra. © Damon De Backer

Brugge cirkelde donderdag één avond lang in een baan rond Saturnus: het Sun Ra Arkestra, aangevuurd door de 92-jarige Marshall Allen, schilderde er sterren tegen de hemel.

Legendarisch – het woord is nogal aan inflatie onderhevig, maar voor het Sun Ra Arkestra kun je nauwelijks iets toepasselijkers bedenken. Al zestig jaar voorziet het in jazz met een interstellaire dimensie. Tot 1993 gebeurde dat onder leiding van Sun Ra zelf, een muzikant die beweerde dat hij op Saturnus was geboren en die in ieder geval een buitenaards oeuvre heeft nagelaten, zowel in omvang – meer dan honderd albums, handenvol singles, dik duizend songs – als in kwaliteit.

Lang voor David Bowie op aarde viel als alien en George Clintons met zijn moederschip landde om de funk bij de aardelingen te brengen, uitte Sun Ra zichzelf al als een ruimtewezen. Zijn filosofie is later afrofuturisme gedoopt: zwarte Amerikanen voelden zich zo vervreemd – of: gealiëneerd –in hun land dat ze gingen dromen van een beter leven, in de verre toekomst, ergens een eind in de Melkweg.

Orbitaal orkest

Sun Ra’s kosmische visie resoneert vandaag nog steeds – in tijden van Trump wellicht meer dan ooit. Hetzij als afzetpunt (“there ain’t no space program for niggas”, rapt A Tribe Called Quest op zijn comebackplaat), hetzij als inspiratiebron: van Janelle Monae (die zichzelf The Electric Lady en The ArchAndroid noemt) en Shabazz Palaces (“clear some space so we can space out”) tot bij Flying Lotus (de track ‘Arkestry’ op z’n album Cosmogramma) en Kamasi Washington, die hem onlangs in pop-O-rama op Canvas prees. En ook op To Pimp a Butterfly van Kendrick Lamar waart Sun Ra’s spirit rond, mede dankzij de bijdragen van FlyLo, Kamasi en bassist Thundercat. Geen wonder dat het orbitale orkest eerder dit jaar mocht aantreden op het festival van indie-blogbijbel Pitchfork.

Ook in Brugge, waar ze donderdagavond waren uitgenodigd door Cactus en KAAP (de nieuwe fusie van De Werf en Vrijstaat O.), bleek dat Sun Ra’s acolieten niet van deze wereld zijn: “it’s a planetary music / it’s a planetary melody / it’s a planetary harmony”, zong Tara Middleton al in de eerste song. De rest van het ensemble – ze waren deze keer met elf in totaal – speelde er een losse, New Orleans-achtige groove onder, waarbij iedereen keek naar bandleider Marshall Allen, 92 jaar oud en intussen al langer bij het Arkestra dan Sun Ra zelf. Toen die echter geen krimp gaf, leek iedereen dan maar te doen wat in hem opkwam. Het resultaat klonk in de eerste tien minuten wat rommelig, mede door de nog niet helemaal scherp gestelde geluidsmix.

3 © Damon De Backer

Explosieve solo’s

Maar net toen je dacht ‘waar gaat dit allemaal naartoe?’, nam Marshall Allen het voortouw met een snerpende solo op de altsaxofoon die de vredige soul van ‘The Lion of the Heavens’ bruut verstoorde. En zo ging het eigenlijk de hele avond lang: het Sun Ra Arkestra alterneerde tussen experimentele freejazz en de meer klassieke kant van het genre – ze gingen zelfs standards als ‘Sometimes I’m Happy (Sometimes I’m Blue)’ en ‘When You Wish Upon a Star’ te lijf.

In de wereld van Sun Ra staan er overigens geen schotten tussen die verschillende jazzvormen: zo ontspoorden de overbekende evergreens vaak in reeksen explosieve solo’s van trombone, trompet en diverse saxofoons, maar evengoed kon een Sun Ra-classic als ‘Love in Outer Space’ of ‘Journey to Saturn’ heel klein en bluesy beginnen, om dan ineens te ontploffen. Die gemengde aanpak leverde wat ons betreft een veel dynamischer show op dan bij de vorige Belgische passage van het Arkestra, in 2004 in de Vooruit, waarbij de standards en de freejazz veel nadrukkelijker gescheiden werden.

In hogere sferen

Hét hoogtepunt van de avond was ‘Seductive Fantasy’, halverwege het concert. Marshall Allen deelde orders uit, liet de bandleden even zoeken naar de juiste groove, terwijl de diepe tonen van de bassaxofoon alvast het ritme uittekenden. Allen speelde dan heel even een melodietje voor, liet de rest invallen en blies tot slot alles aan flarden terwijl Middleton prachtige ‘pa-ra-pa-pa’s’ zong en drie bandleden vanuit de zaal gingen toeteren. Veel meer dan de mash-up van ‘The World Is Not My Home’ en ‘Space is the Place’ even voordien was dit een track die je linea recta in hogere sferen bracht. Zelden klonk een ruimtewandeling zo jazzy.

Even dampkringverbredend was de traditionele afsluiter en ultieme Sun Ra-klassieker ‘We Travel the Spaceways’, waarin het hele Arkestra gospelgewijs meezong “if we came from nowhere here / why can’t we go somewhere there”, de bandleden weer de zaal in doken en dan één voor één de coulissen opzochten.

Ontroerend beeld: op het eind stond alleen Marshall Allen op het podium, met Tara Middleton aan zijn zijde. De muziek was al lang stilgevallen, maar Allen bleef spacy deuntjes blazen op zijn elektronische fluit alsof hij het afscheid nog wat wilde rekken – op zijn leeftijd houd je er vast rekening mee dat elk concert het laatste kan zijn.

Vanavond speelt het Sun Ra Arkestra in het uitverkochte De Singer in Rijkevorsel – u had uw kaartje richting kosmos toch al besteld?

3 © Damon De Backer

nieuws

zine