Concertverslag

Rockbommen, superefficiënte juke boxen en een vernielde microgolfoven: dit was Sinner's Day

Sinner’s Day speelde zich af in de Genkse galmbunker genaamd de Limburghal, er stonden 10 foodtrucks te weinig, bij de tapkraan geraken kostte ook bloed, zweet en tranen, en de groepen kwamen via de truc van de twee podia op één podium in een moordtempo tot ons. Maar hier gaan wij stoppen met zeuren.

De bekendste muzikant van O Veux (★★★) heet Remo Perrotti, hij is al dj geweest, maar ook acteur en filmmaker, straathoekwerker, muziekjournalist en hulpopticien - wij verzinnen dit niet zelf, Wikipedia doet het voor ons. Als u Perrotti niet kent, kent u ‘m misschien toch, als Sjamayee!-mannetje uit Het Huis Van Wantrouwen. Maar ’t is al begonnen: meer goeie luim dan doem, vaak punk op de maat van funk, na een tijd begint Perrotti’s bas te shriekbacken.

9 Claw Boys Claw. © Alex Vanhee

Peter te Bos van Claw Boys Claw (★★★½), net voor de groep ‘Troglodyte (Cave Man)’ inzet van - even opzoeken - The Jimmy Castor Bunch: ’Lekker hé, zo’n zaterdagmiddag? Moeten jullie niet eerst naar school toe? Of is dat niet meer zo in België?’ Niet heel de set is een ode aan de spelonkbewoner: Claw Boys Claw is moerassig én een beetje psychedelisch. In een steeds stomender ‘Red Letter’ uit hun goeie nieuwe plaat ‘It’s Not Me, the Horse is not Me’ lijkt de ritmesectie even die van Golden Earrings ‘Radar Love’. En wat een gitarist is die John Cameron toch, zeg! Te Bos moet van zichzelf met die Nick Cave-Jeroen Brouwers-karakterkop van ‘m het publiek in. Geen tijd voor ‘So Mean’. Geen cover van ‘I Wanna Be Your Dog’. Zelfs geen ’Rosie’. Maar Te Bos groet ons met ’Zeer vereerd. Dank u.’ Ook zoveel.

9 Marcel Vanthilt. © Alex Vanhee

Niemand heeft Marcel Vanthilt (★★) voor zijn 60ste verjaardag een een schaamte-chip ingeplant. Als presentator zal hij straks het Luikse Cocaine Piss inleiden met een verhaal over coke in het Antwerps drinkwater dat - als het er door Sinjoren wordt uitgepist tegen een dennenboom - gratis en voor niks voor een witte kerstboom zorgt. Vanthilt is in het echt bijna een man over wie hij ook vandaag zingt: een bejaarde. Maar eigenlijk is hij altijd 18 gebleven. Zijn leven blijft zich onophoudelijk afspelen tijdens de eerste maand studeren aan de VUB: na twee uur filosofieles trekt hij met een paar maten de stad in, in platenwinkels wordt iets uit Sheffield dat kkkkgggggg doet ontdekt, met een tweedehands op de kop getikt speeltje kan je die muziek nog nadoen ook, in een bompa-café bij De Beurs noteert hij alles in zijn kladboek, want later in de week mag er nog opgetreden worden ook. Vandaag is zijn favoriete maat geen mensenmaat, het is zijn apparaat dat overgaat. Stukje tekst uit het goeie, nieuwe ‘Oklahoma’: ‘Je bent ‘n discodel / een gratenkut / een twitterslet / een steenwegtrut’. Maar als hij van ‘Rikkie’s Hair’ van Fad Gadget en ‘De Dag dat het Zonlicht Niet Meer scheen’ een medley maakt, middels ‘De taxman / pakt alles wat hij kan / van de kleine man’ aan de kant van de gele hesjes gaat staan en de jong gestorven Patrick Nebel eert in ‘Beats of Love’, missen wij vooral zijn collega’s Luc Van Acker en David Salomon, met wie deze zotte dadaïstische muts voor een paar jaar als Arbeid Adelt! veel, veel scherper stond.

9 De Brassers. © Alex Vanhee

Op een cd van De Brassers (★★★½) is een stuk tekst als ‘Want je wordt gecontroleeeeerd’ amper te onderscheiden van ‘They wanted us awaaaay’. In de Limburghal gaat dat wel vanzelf. Op de banner achter hen de beruchte graffiti op de kerk van heimatdorp Hamont. Aan de uiteinden van de podia een tweede gitarist en een toetsenist voor wie zelfs geen verwekplannen bestonden toen de groep begin jaren tachtig furore maakte met ‘Spleen-punk’ (© Belgisch pop- en rockarchief). De eigenlijke bende van vier die door Marc Didden ‘de stijlvolste aller stoorzenders’ werd genoemd staat in het midden.

Natuurlijk lijkt hun ‘Sick in your Mind’ al een beetje op ‘En Toen Was er Niets Meer’, dat door de schrijver Didi de Paris wordt omschreven als ‘strijdmuziek voor een grimmige generatie, het volkslied van het galgenaas’. ‘Lowdown’ van Wire is een goeie coverkeuze: Marc Poukens laat ook in de bindteksten horen dat hij bij Wire en Co z’n Engels accent en een deel van zijn norsheid is gaan halen. En hij zet een goeie ‘De schreeuw’ van Edvard Munch neer. Onze favoriet ‘Ik Wil Eruit’ blijft ook na Sinner’s Day onze favoriet: klinkt als Warsaw dat op het punt staat Joy Division te worden. Een prachtig punt om op te gaan staan.

Allez vooruit: Cabaret Voltaire (★). Geen nostalgie. Geen ‘Nag, Nag, Nag’, geen ‘Crackdown’. Wat wel in de handleiding stond? ‘Nieuw materiaal. Muziek die relevant is in de 21ste eeuw. Richard H Kirk alleen. Machines en projecties op drie schermen.’ Oké, maar dit had met de 21ste eeuw niet veel te maken: de thema’s van de video’s, de vocale samples die aan die van Cabaret Voltaires ‘Yashar’ doen denken, de fracties van een seconde die uit ‘Just Fascination’ leken te komen, Kirk raakt er hooguit mee tot ergens midden jaren negentig en tot aan de hielen van Polygon Window, een alter ego van Richard ‘Aphex Twin’ James.

Cocaine Piss (★★★½) komt uit Luik, heeft een zangeres die krabt waar het jeukt en houdt alles Ramones-kort, dus doen wij dat ook. Hoe het klinkt? Als één lang ‘Oh Bondage Up Yours’ van X-Ray Spex (zonder sax) gespeeld door een al even jong en hongerig Black Flag. De set is complex, maar toch helder. Krankzinnig én amusant.

9 Cocaine Piss. © Alex Vanhee
9 Gang Of Four. © Alex Vanhee

Het duurt even voor we gegrepen worden door Gang Of Four (★★★), eigenlijk de gang of one van Andy Gill, die eind jaren zeventig prikkeldraadgitaar speelde zoals niemand voor hem dat deed. Gill gooit zijn gitaar een paar keer op de grond om te testen of hij ze nog wil, zingt ‘Paralysed’ zelf, speelt/is/kent de arrogante man, omringt zich met piepjonge muzikanten die - compleet met new romantics-kapsel - die jaren tachtig-arrogantie moeten method acten. Vooral de zanger verdient een Oscar: nooit eerder iemand - zonder het helemaal te willen - zoveel microfoomstatieven omver zien trekken en duwen. Maar hun enthousiasme werkt plots in ‘Damaged Goods’, ‘I Love a Man in a Uniform’ (de minst Gang Of Fourige van al hun songs), ‘At Home He Feels Like a Tourist’ en ‘To Hell With Poverty’. Aan het eind wordt om god weet welke reden een microgolfoven vernietigd.

Meer dan 1 miljoen kliks op Spotify voor I Can’t Live in a Living Room’. Iets meer dan 20.000 slechts voor ‘Innocent People’ en ‘The Art of Conversation’, eigenlijk even goeie songs van Red Zebra (★★★) die vandaag bovendien even hard bestand zijn tegen Galmbunkertje Limburghal. Goeie cover van ‘Winning’ van The Sound. En de heren zijn - getuige hun teksten - zieners: ‘We’ve lost the art of conversation / replaced it by new communication’. Uiteraard is Red Zebra ook een superefficiënte juke box die Fischer-Z (★★★) een paar uur daarvoor ook was.

9 John CaleSinner's day festival1 december 2018Limburghal GenkPhoto: Alex Vanhee © Alex Vanhee

Doet John Cale (★★★★) op een festival toegevingen of steekt hij nog een tandje bij? Domme vraag, hij gaat uiteraard voor zijn meest ontoegankelijke zelf. ‘Hedda Gabler’ opent. In ‘Half Past France’ gaat een strijkstok over de bas en zitten snoeiharde elektronica-belletjes: in het midden zingt hij het lied heel even zoals we het kennen. Het is de eerste keer dat we de 76-jarige Cale voor zijn keyboards zien zitten, maar als hij de gitaar omgordt voor ‘Helen of Troy’, gaat hij wél rechtstaan. Daarna kiest hij voor een nog diepere gang in zijn al ondergrondse set met ‘Rosegarden Funeral Of Sores’, en komt de akeligste versie van ‘Heroin’ voorbij die wij ooit gehoord hebben. ‘Fear’ ‘I’m Waiting for the Man ’, ‘Gun’ en ‘Pablo Picasso’ komen de kamer luchten.

Fenne Kuppens van Whispering Sons (★★★★) lijkt te zuchten als ze de wel erg grote zaal in kijkt, vindt uiteindelijk de ‘vooruit-dan-maar’-knop, de rest van de groep staat er ook wat ingetogen bij, maar eenmaal de trein is vertrokken is er geen stoppen meer aan. Stuk uit een eigen Pukkelpop-recensie van 2016: ‘Hoe die van Whispering Sons op deze jonge leeftijd aan zo’n acquired gothic taste zijn geraakt? Beats me!’ Na een wervelend concert dat uitliep in ‘Wall’ en ‘Waste’ (die eindschreeuw!) zijn wij met die lastige vraag nog steeds niet klaar.

9 Whispering Sons. © Alex Vanhee
9 Wayne Kramer - de enige echte MC5-er. © Alex Vanhee

We zijn uiteraard niet vergeten dat we een sonic rendez-vous hebben met MC50 (★★★★), eigenlijk de legendarische punkband MC5, dat de vijftigste verjaardag van hun legendarische debuutplaat ‘Kick Out the Jams’ komt vieren. MC5 was een redelijk for real revolutionair ingesteld Detroits groepje. Quote die veel zegt: ‘They had F.B.I. files before their first record deal’.

Het doet ons iets om de de tribute band die dit jaar al op Sjock in Gierle stond (en ook even in Werchter met Pearl Jam) te zien staan: Billy Gould van Faith No More op bas, Kim Thayil van Soundgarden op gitaar, Brendan Canty van Fugazi (die heeft de klok meegebracht die bij Fugazi altijd naast zijn drums hing) en Marcus Durant van Zen Guerrilla aan de microfoon (die man zet een geweldige Rob Tyner neer, hij gaat zelfs door de knieën zoals Tyner door de knieën ging).

Wayne Kramer - de enige echte MC5-er - danst, soleert, molenwiekt en shaket zijn ass richting publiek. Alleen de falset van opener ‘Ramblin’ Rose’ haalt hij niet meer. ‘Kick Out the Jams’ wordt van A tot Z gespeeld, dat betekent dat er blues, space-jazz en sermoenen waarin rekenschap wordt afgelegd tussen de rockbommen zitten. Als er bij Reisbureau Sun Ra wordt geboekt, zegt Wayne Kramer ‘All aboard for Jupiter’, maar dat blijkt slechts een tussenhalte, want in de tekst verlaten we het zonnestelsel. De rinkelbelletjes en de rare blazer zijn een geval van interstellaire overdrijving, de gedroomde revolutie van toen voelt hier eventjes gespeeld aan. Maar de free jazz aan het eind van ‘Spaceship’ is wel weer top. En bisnummer ‘Looking at You’ wordt het hoogtepunt van deze donkerste dag. Wayne Kramer danst hier zoals hij dat deed op Tartar Field in 1970. Waarom die song uit dat legendarische Detroitse concert (dat omzeggens ónder een snelwegbrug in de Motor City plaatsvond) niet gewoon laten zien en horen. De energie die ervan uitgaat! De eigen rauwe kracht waar The Five in gingen staan! De coolste lichting 1970-studenten die u ooit bij mekaar hebt gezien!

cult

zine