Muziek

R.I.P. Walter Becker van Steely Dan: afscheid van een “hysterisch grappige cynicus”

Walter Becker is zondagochtend overleden. De gitarist, bassist en oprichter van het legendarische Steely Dan werd 67. Mede-oprichter Donald Fagen neemt hieronder afscheid van zijn spitsbroer.

1 Steely Dan-leden Walter Becker (L) en Donald Fagan (R) wonnen Best Pop Vocal Album voor Two Against Nature tijdens de 43ste Grammy Awards-uitreiking in Los Angeles. © REUTERS

De officiële webpagina van Becker bracht het treurige nieuws als eerste. De oorzaak van zijn dood noch andere details werden bekend gemaakt. Wel was geweten dat het al een tijdje slecht ging met de muzikant. In juli moest hij verstek laten gaan voor een aantal concerten met Steely Dan, omwille van een niet nader verklaarde aandoening. Toen hoopte zijn spitsbroeder Donald Fagen nog dat “zijn herstel spoedig zou zijn.” De dokter van Becker adviseerde de muzikant evenwel om zijn huis in Maui onder geen beding te verlaten.

Becker en Fagen kenden elkaar al lang voor Steely Dan. Aanvankelijk werkten beiden als songschrijvers voor liedjes als ‘I Mean to Shine’ van Barbra Streisand en draafden ze op als groepsleden van Jay and the Americans. Begin jaren zeventig verkasten de twee muzikanten naar Californië om er Steely Dan op te richten. De naam dankten ze aan een seksspeeltje in Naked Lunch van William S. Burroughs, de faam aan hun excentrieke mix van jazz en rhythm & blues rock. Maar ook hun ambigue lyrics, die vaak literaire pareltjes wegmoffelden achter hun gesofisticeerde producers-talent, waren hapklaar voer voor fans.

Niet zelden bevatten die referenties aan drugs, seks en gokken.

Zo baseerden ze één van hun beste teksten op de exploten van een chemicus uit San Francisco: "Now your patrons have all left you in the red. Your low rent friends are dead. This life can be very strange. All those dayglow freaks who used to paint the face. They've joined the human race. Some things will never change. Son, you were mistaken, you are obsolete. Look at all the white men on the street." (uit: 'Kid Charlemagne')

Hun classic 'Do it Again' ging dan weer over een arme drommel die verslaafd raakt aan gokken, seks en het nachtleven. Met die hit en songs als Reelin' in the Years’, ‘Hey Nineteen!’, of ‘Rikki Don't Lose that Number’ kreeg de groep faam in de seventies. En zelfs al hield de groep er een draaideur-politiek op na qua muzikanten, bleef de kern met Becker en Fagen onveranderd. In 1980 gingen de twee weliswaar elk huns weegs. Maar tot ieders grote verrassing kwamen de twee dertien jaar later opnieuw bij elkaar. In 2000 verscheen ook hun eerste studioalbum in twintig jaar, Two Against Nature. Die werd onderscheiden met vier Grammy's. Becker maakte voordien en nadien ook twee soloplaten, Tracks of Whack in 1994 en Circus Money in 2008.

Donald Fagen reageerde zopas op het dood van zijn vriend, via het blad Variety.“Walter Becker was mijn vriend, mijn schrijfpartner en mijn groepsgenoot. Sinds we elkaar in 1967 als studenten bij Bard College hebben ontmoet, waren we bijna altijd onafscheidelijk. We begonnen met het schrijven van onnozele melodietjes op een piano. Dat deden we in een kleine zitkamer in de lobby van Ward Manor, een beschimmeld oude herenhuis op de Hudson River, die het college als slaapzaal gebruikt heeft."

Beiden merkten al gauw dat ze zielsverwanten. "Onze smaak liep zo goed als gelijk. Jazz, van de jaren twintig tot midden jaren zestig, W.C. Fields, de Marx Brothers, science fiction, Nabokov, Kurt Vonnegut, Thomas Berger en Robert Altman-films,... Ook van soulmuziek en Chicago blues hielden we allebei."

"Walter kende een zeer grauwe kindertijd - ik bespaar jullie de details. Gelukkig was hij onwaarschijnlijk slim, een uitstekende gitarist en een geweldige songschrijver. Hij had een cynisch kijk op de menselijke natuur, inclusief zijn eigen. Maar hij was ook hysterisch grappig. Net als veel kinderen uit gebroken gezinnen, bezat hij de gave om mensen te lezen, zich in hen in te leven, en om dat om te zetten in kunst. Hij schreef brieven (nooit bedoeld om die te verzenden) alsof ze van mijn vrouw Libby kwamen. Wij drie kwamen vaak niet bij van het lachen."

"Zijn gewoonten (lees: druggebruik; gva) kregen aan het eind van de jaren zeventig de bovenhand, en we verloren elkaar een tijdje uit het oog. In de jaren tachtig vonden we elkaar evenwel terug, en lieten we Steely Dan herleven. Dat is dan ook mijn wens: ik wil de muziek die we samen hebben gecreëerd zo lang mogelijk in leven houden met de Steely Dan-band.”

nieuws

cult

zine