Review

Queen in Paleis 12: goeie coverband, lepe frontman

5 © Alex Vanhee

Nee toch? Alweer een Queen-incarnatie zonder Freddie Mercury en mét een nieuwe stand-in? Jazeker, maar in Brussel tilde de Amerikaanse gladjanus Adam Lambert de legendarische Britse rockband naar een verrassend hoog niveau. Alleen jammer dat de originele groepsleden zich om de haverklap op de voorgrond wilden plaatsen.

5 © Alex Vanhee

Kunnen we de groep die we in Paleis 12 aan het werk zagen nog wel Queen noemen? Bezwaarlijk. Bij momenten leek het alsof we naar de allerbeste Queen-tributeband ter wereld stonden te kijken. Dat dan weer wel. Toegegeven, die superioriteit is te danken aan de gitarist Brian May en de drummer Roger Taylor die toevallig in de oorspronkelijke versie speelden. De bassist John Deacon gaf er in 1997 definitief de brui aan. In dat jaar waagde de stoffige seventiesbobo Paul Rodgers het om achter de microfoon te kruipen en Queen in één klap om te toveren tot een muffe retroband. Die onzalige tijd is voorbij want vandaag is er Adam Lambert, een finalist uit American Idol, tevens eigenaar van drie soloplaten die we nu even héél hard proberen te vergeten.

Sudderen in twijfels

Share

Adam Lambert deed in Brussel geen moeite om Mercury naar de kroon te steken maar hij schitterde zonder meer.

Lambert deed in Brussel geen moeite om Mercury naar de kroon te steken maar hij schitterde zonder meer. De 34-jarige spring-in-'t-veld liet het publiek weliswaar zeven nummers lang sudderen in twijfels. Want wilde die Lambert nu Mercury vervangen of zou hij eerbiedig het hoofd buigen? Was hij een luie imitator of zou hij het soort herinterpretaties brengen die Mercury grijnzend had goedgekeurd? Lambert, een kitscherig leren jasje om het lijf en een idiote lasbril op de neus, worstelde zich door een galmend 'One vision', een mechanisch 'Hammer to fall' en 'Another one bites the dust' dat bizar genoeg op een vierkanten groove werd gestoeld. Funky was het niet. Ook 'Fat bottomed girls' zat wat scheef in de mix, misschien door de abominabele akoestiek of omdat het nummer een lauwe bluesrockpastiche blijft. Lambert kon er niet veel mee en de fans keken meewarig de kat uit de boom.

Greta Garbo aan de poppers

5 © Alex Vanhee

Pas in 'Killer Queen' etaleerde Lambert zijn duizelingwekkende acteertalent ten volle. In een pikzwart verenjasje gehuld, trippelend op huizenhoge platformschoenen, stortte de zanger zich op de lekker wufte camp waarop Mercury altijd zo mooi teerde. Een refreintje later kronkelde hij als een hitsige diva over een enorme troon, vooraan op het podium, zich wellustig wentelend in zijn Griekse beginselen. De tong streek nerveus over de lippen, de benen schuurden loops over elkaar. Greta Garbo aan de poppers, zoiets."Er zal altijd maar één Freddie Mercury zijn!" kirde hij en plots droeg iedereen hem op handen. "Laten we Queen en Freddie Mercury vieren!'' De fans in Paleis 12 ontspanden. "Oef!'', hoorden we hen denken, "hij wil helemaal niet Freddie Mercury zijn. Hij is gewoon een fan die met ons wil feesten.''

Potige operazang, bronstige falset

Lepe jongen, die Lambert. Want ook al zette hij zichzelf luidop in Mercury's schaduw, toch bootste hij moeiteloos diens zangcapriolen na. In 'Killer Queen' pakte hij het zwierige melodrama van de melodie bij de lurven, 'Don't stop me now' bracht hij met hopen branie en in de staart van 'Somebody to love' nagelde hij op spectaculaire wijze de hoge noten aan het plafond. In 'Who wants to live forever' schakelde hij moeiteloos naar een ingetogener register en dikte zo wonderwel de melancholie aan. Van potige operazang naar bronstige falset, van ruige hardrockvertolking tot bij fragiele balladstijl: Lambert toonde zich een formidabele kameleon, technisch perfect bovendien.

Egotrip van rijke rockopa's

5 © Alex Vanhee

Wat gek dat Brian May besloot om zelf 'Love of my life' te zingen. Nu ja, het was meer een gimmick die erin bestond het publiek de helft van het refrein te laten meezingen zodat - alsof de hemelpoorten terstond werden opengegooid - plots Freddie Mercury himself op de videoschermen verscheen om de zangpartij over te nemen. Best pakkend, ja. Dat Roger Taylor het door hem gepende 'A kind of magic' zong in de plaats van Lambert doet vermoeden dat eigenwaan welig tiert in het Queenkamp. De profileringsdrang van de twee oorspronkelijke Queenleden stootte ons wel vaker tegen de borst. Zo verdrongen ze Lambert meer dan eens van de videoschermen. Bovenal kantelde dit eerbetoon aan de hoogdagen van Queen soms vervaarlijk richting de egotrip van twee rijke rockopa's die weigeren te geloven dat hun succesband eigenlijk al vijfentwintig jaar onder de zoden ligt.

Etherisch gesoleer

Okee, May bekoorde zoals verwacht met sierlijk gillende gitaarsolo's die weinig gitaristen onder de knie krijgen. Taylor hield zich kranig achter de vellen, ook al had hij kennelijk de hulp nodig van een tweede drummer (zijn zoon Rufus Tiger Taylor - we verzinnen die naam niet!) om de power van weleer te kunnen simuleren. Maar was die nietszeggende drumsolo halverwege de show écht nodig? En waarom verveelde May ons met etherisch gesoleer terwijl hij op een platformpje de lucht in schoot tot aan het centrale videoscherm waarover beelden van de kosmos dwarrelden? Om te onderstrepen dat hij doctoreerde in de astrofysica? Really? 

Het deed ons denken aan Sacha Baron-Cohen, de Britse acteur (Ali G, iemand?) die de rol van Freddie Mercury in een nakende biopic weigerde omdat May en Taylor de Queen-incarnatie van na Mercury's overlijden als een cruciaal onderdeel van de film zouden beschouwen. Beetje potsierlijk, toch? Ach, we willen niet zeuren. 'Bohemian rhapsody' deed de harten sneller slaan in Paleis 12, met zijn mix van live-muziek en videoclipfragmenten.

Bij 'Radio GaGa' deed het zaakje boem!, bij 'We will rock you' klapten alle handen op het gestamp van zijn wereldberoemde groove. 'We are the champions' ademde verbroedering en tragikomisch genoeg ook een voetbaloverwinning. Maar dát lijkt ons vooralsnog wishful thinking.

5 © Alex Vanhee

nieuws

cult

zine