De Wei, De Wereld

Opgefokte standjes en koortsig zomerzot: zo opwindend was dag twee op Cactusfestival

7 Coely: Geen fuck geven klonk nooit zo enthousiast als uit de mond van deze Antwerpse. © Stefaan Temmerman

1.  De waanzin en middelvinger van Millionaire

Hoezo, Millionaire was dood en begraven? Voor een opgebaard lijk rook de groep rond Tim Vanhamel nog bepaald fris. Nu ja, als je de schunnige geur van ontucht tenminste weg dacht. In de Botanique maakte de band een maand geleden een triomfantelijke terugkeer, maar op Cactus deden ze er zowaar nog een schepje bovenop.

Vanhamel begon de set met een gitaarserenade aan een levensgrote cactus - ’s avonds zagen we hem trouwens nog in de auto terugkeren met die plant, géén zever - waarna hij met wijdopengesperde blik het Minnewaterpark vorste.

Was het waanzin? Was het slapeloze onrust? Was het elektrocutie? Sla ons dood. Wat het zéker was: ranzige rock-’n-roll. Geen enkele set overtuigde alleszins even erg met opgefokte standjes en opgestoken muzikale middelvingers als Millionaire.

7 Millionaire, ranzige rock-’n-roll © Stefaan Temmerman

‘I’m not who you think you are’ was een persoonlijk hoogtepunt, al bleken de meningen verdeeld. We hoorden immers nog meer opgewonden kreetjes tijdens een opgerekte versie van ‘Champagne’ en tijdens ‘I’m on a High’ meenden we het geluid te ontwaren van heupen die uit hun hengsels gedanst werden.

Verder onthouden we graag de lizard moves van Vanhamel in ’Silent River’ en het morsige bluesje van ‘Little Boy Blue’ waarin Aldo Struyf en Sjoerd Bruil uitgebreid schitterden.

“We gaan nog eens een ouwe spelen… misschien voor de connaisseurs?” polste de frontman voor hij een witheet 'Pretty Thug' inzette.

Fraai tuig? Yup.

2. TaxiWars verheft ijsberen, bokkensprongen en koortsige onrust tot kunst

Zouden we versleten kunnen worden voor platvloerse chauvinisten als we stellen dat de Belgen het verschil maakten op een vrij makke zaterdag? Oh well, whatever. TaxiWars speelde op een ontiegelijk vroeg uur ’s middags, maar voorzag een nuit blanche wel meteen van enige kleur. “’t Was een korte nacht voor de mannen van TaxiWars,” grinnikte Tom Barman tussen twee songs door. Amper veertien uur eerder speelde de groep een andere show in Slovakije. “Ik had gezworen om hier nooit één voet te zetten bij daglicht… Maar daar is het nu dus te laat voor!”

7 TaxiWars. © Stefaan Temmerman

In ruil werd je bestookt met zijn koortsige onrust, die perfect getoonzet werd door de hortende saxofoonstoten van Robin Verheyen. Terwijl Barman ijsberen en bokkensprongen tot choreografische kunsttak verhief, zorgde Verheyen in ‘Fever’ dan weer voor een sensuele flou artistique met een hijgerige saxofoon. Om een andere keer voluit te gaan voor een jakkerende groove, waarbij de geest van Charlie Parker en John Coltrane al eens kwam spoken.

Opvallend genoeg tekende TaxiWars op Cactus voor een sound die dichter aanleunde bij zomerzot dan het vertrouwde, broeierige nachtduister. Aangezien grauwe sluiers de hemel bewolkten kwam dat geluid niet helemààl over bij het publiek. Maar het toonde tenminste aan dat dit kwartet zich zowel in clubs als op festivalpodia kan handhaven.

3. Coely geeft geen fuck

Verdorie toch. Alwéér een Belg in deze lijst. Maar het dient gezegd: Coely Mbueno maakte een voortreffelijke beurt op Cactus. Zij het één die nauwelijks verschilde van de gig waarmee ze Werchter wakker schudde. 

De publieksspelletjes gingen er ter hoogte van Brugge in als zoete koek, maar zelf waren we veel méér onder de indruk van ‘The Rise’ waarin Dutch Norris als lokale Jay-Z figureerde, wat de opmaat vormde voor ‘Don’t Care’, hét onbetwiste hoogtepunt in de set. Geen fuck geven klonk nooit zo enthousiast als uit de mond van deze Antwerpse.

Slechts een half jaar speelt Coely met een live orkest - de vorige keer op Cactus overtuigde ze nog met één dj in haar kielzog - maar de band klonk perfect gerodeerd. We hoorden gospel, we hoorden funk, we hoorden soul, en - wie had dàt gedacht - we hoorden royale hoeveelheden hiphop, die door de Californische zon was gebronzeerd.

Met ‘Celebrate’ bracht ze ook nog een fraaie hommage aan haar moeder, maar ons had ze al een half uur voordien ingepakt.

7 Coely Mbueno maakte een voortreffelijke beurt op Cactus. © Stefaan Temmerman

4. Kaiser Chiefs starten een relletje

Ze waren de headliner op zaterdag, maar eigenlijk voelde die keuze wat belegen aan op papier. Het zootje ongeregeld rond Ricky Wilson was een tiental jaar éven immens populair, maar moet het na het monstersucces van ‘Ruby’ stellen met een positie in de B-lijst.

7 Kaiser Chiefs, de spanning van de begindagen komt duidelijk nooit meer terug. © Stefaan Temmerman

Dat hadden ze voornamelijk aan zichzelf te danken. Zo degradeerden ze hun eigen feestjes tot een tamme routineklus rond 2011, en toonden ze voornamelijk hoe sàài een gerodeerde jukebox hits braakt. Op Pinkpop leek de Britse groep opnieuw de honger van de beginjaren te voelen, maar op Cactus viel ze andermaal terug op een afhaspelen van hitjes en meezingers.

‘I Predict a Riot’ zagen we een afgetrainde Wilson zichzelf op de borst kloppen. Maar de spanning van de begindagen komt duidelijk nooit meer terug. Daarmee was je getuige van een even solide als suffe headliner. Zongen we uit volle borst mee? Tuurlijk, zo kent u ons wel weer. Was het van harte? Mèh.

5. Derde keer, suffe keer voor Jamie Lidell

7 Jamie Lidell. © Stefaan Temmerman

Third time’s the charm? Lidell en zijn Royal Pharaohs geloofden zelf dat hun derde keer Cactus de beste zou worden. En even verdienden ze het voordeel van de twijfel. Met een aardige set, maar een tam publiek voor hun neus viel de set evenwel te snel dood. Nochtans kon je de sater van de feelgood funk weinig kwalijk nemen. Hij werkte zich in het zweet, en bracht een genotzuchtig staaltje soul met blauwe ogen, en fladderende funk.

U had helaas niet veel zin om te dansen, en u liet dat uitvoerig merken. Daarmee leek Lidells hedonistisch nummertje een maat voor niets. Zonde. Want de Britse soulsater en
funkateer royal bracht wél een uitstekende versie van ‘Multiply’, ‘Another Day’ en ‘Little Bit of Feel Good’. Maar wat baten kaars en bril als de uil niet dansen wil?

6. Steve Winwood kan alleen maar scoren met wat liefde

Elk jaar eert Cactus de geschiedenis van de rock-’n-roll. In het beste geval doen ze dat met Elvis Costello, in het andere dus kennelijk met Steve Winwood.

Hoewel zijn naam niet overal een belletje doet rinkelen, scoorde deze Britse supergitarist/orgelist tientallen culthits en pophits over vier decennia. Als tiener liet hij zijn muzikale genie waren over de Spencer Davis Group (herinner u de soulclassics ‘Gimme Some Lovin’ en ‘I’m A Man’), met Eric Clapton en Ginger Baker vormde hij ooit de rockband Blind Faith – volgens sommigen de éérste echte supergroep ter wereld – en als verkeersleider in Traffic bedacht hij hits als ‘The Low Spark of High-heeled Boys’en ‘Medicated Goo’.

Verder verleende hij hand-en spandiensten aan John Lee Hooker, Lou Reed, Muddy Waters en, welja, Soulsister. En hij leerde Jimi Hendrix tussendoor ook nog even improviseren! Geen wonder dat artiesten van Prince tot Mark Ronson beweren schatplichtig te zijn aan minstens één hoofdstuk uit Winwoods carrière.

Het Minnewaterpark bleef evenwel vrij onbewogen onder de passage van deze ouderdomsdeken. Niettemin bracht hij een fijne dwarsdoorsnede van zijn vijftigjarige carrière, met een trip doorheen soul, blues, rock en latin. Helaas leek iedereen te wachten op de afsluiter ‘Gimme Some Lovin’. Verder was Winwoods set in hetzelfde bedje ziek als het concert van Rhye: op Cactus leek je zaterdagmiddag naar één uitgerekt aperitiefconcert te luisteren. 

7 Steve Winwood. © Stefaan Temmerman
Dossier De wei, de wereld
Dossier De wei, de wereld

De hele zomer lang lokken we u uit uw festivaltent met reportages, interviews en recensies.

Lees alle artikels