Concertverslag

Nick Cave & The Bad Seeds in het Sportpaleis: zo mooi dat het pijn deed

1 Nick Cave op Glastonbury. © AFP

In Antwerpen klampte Nick Cave zich twee uur lang vast aan het leven én aan zijn publiek. Resultaat? Een ronduit fenomenaal concert van een artiest die, terwijl het lot hem rake klappen uitdeelt, juist op het toppunt van zijn kunnen is.

Zijn naam werd niet één keer genoemd, maar zijn schaduw hing over de hele avond: Arthur, de zoon van Nick Cave die twee jaar geleden van een rots viel en stierf. Niemand in het Sportpaleis die dat níét wist, dus toen Cave in de opener ‘Anthrocene’ over een onrustig ritme zong “All the things we love, we love, we love, we lose”, hielden achttienduizend mensen een eerste keer de adem in. “Brace yourself”, de laatste woorden van die song, waren geen loze waarschuwing: Cave zou twee uur lang zijn demonen in de ogen kijken en de vinger op zijn vele wonden leggen.

One more time with feeling #nickcave #sportpaleis

Een foto die is geplaatst door Jessie Vandyck (@vandyckjessie) op

Maar wat Caves openlijke en openhartige rouwbeleving pas écht bijzonder maakte, is dat hij zijn publiek er expliciet deelgenoot van maakte zonder ook maar één moment als een louche tv-predikant over te komen. “With my voice, I am calling you”, zong hij in track twee, ‘Jesus Alone’, terwijl hij nadrukkelijk handjes ging schudden op de eerste rijen. De boodschap was helder: wij moesten hem verder helpen, want hij kan het niet alleen. En God heeft in zijn ogen al lang afgedaan: “You believe in God, but you get no special dispensation for this belief now”, klonk het.

Langzaam overeind krabbelen

De muziek deed intussen haast aan als anti-rock-’n-roll: de eerste drie nummers, allemaal uit Skeleton Tree, dreven niet op akkoorden en ritme, maar op langgerekte drones en gemanipuleerde geluiden. Zeker in ‘Magneto’, track drie, paste dat perfect bij de Nick Cave die langzaam weer overeind krabbelde nadat het noodlot hem in het stof had gemept. Zou het ooit al eerder zo stil zijn geweest in het Sportpaleis?

Alsof hij besefte dat de sfeer net een tikje té zwaar op de hand aan het worden was, grapte Cave dat hij het nóg wat kalmer aan zou doen – om dan met surrealistische beelden te goochelen en dramatische moves te maken in het broeierige ‘Higgs Boson Blues’.

Maar ondanks onzinteksten als “Hannah Montana does the African Savannah” zat hij toch snel weer op een spiritual groove te zoeken naar de zin voor zijn bestaan. Voorlopige conclusie? In leven blijven. “Can you feel my heartbeat”, zong hij en vooral: “Boom boom boom”, dat hij als in een bezwering bleef herhalen – aan het eind alleen nog door een eenzaam jankende gitaar ondersteund.

Share

Op een spirituele groove zocht Cave naar de zin voor zijn bestaan

In ‘From her to Eternity’ en ‘Tupelo’, de twee oudste songs van het concert, vloog Koning Kraai nog eens uit en mochten The Bad Seeds van de ketting. Cave preekte met oudtestamentische furie, terwijl Thomas Wydler de vibrafoon aanvloog en Warren Ellis – wat een genot om die man bezig te zien! – zijn viool pizzicato mismeesterde.

Optreden van het jaar. Als een Messias het Sportpaleis ingenomen. #nickcaveandthebadseeds #nickcave #music #sportpaleis

Een foto die is geplaatst door Stijn Van Bauwel (@stijnvanbauwel) op

Nog beter kwam die typische, stuwende Bad Seeds-sound tot zijn recht in ‘Red Right Hand’ en ‘The Mercy Seat’, al ruim twintig jaar vaste onderdelen van een Cave-concert, maar in Antwerpen hadden ze nog aan spankracht gewonnen. Zo zwol ‘The Mercy Seat’ meer dan ooit aan tot orkaankracht om uiteindelijk in het onvermijdelijke los te barsten. ‘Red Right Hand’ klonk dan weer onverwacht zwierig – hoorden we daar écht een bossanovaritme? – en tegelijk onheilspellend. Die donderende basdrum en dreigende doodsklok deden je haast echt geloven dat de duivel in je nek zat te hijgen.

Tragisch mannenkoor

Nog beter waren de Bad Seeds toen ze met subtiele details de demarches van hun frontman ondersteunden: ze lieten het op een staande ovatie onthaalde ‘Jubilee Street’ precies op het juiste moment ontploffen – toen Cave “look at me now” schreeuwde vanuit het donkerste gaatje van zijn ziel – en ze ontpopten zich als tragisch mannenkoor halverwege ‘The Ship Song’, dat Cave van achter zijn vleugelpiano zong. Zullen we nooit meer vergeten: de hondsdroeve, hartverscheurende blik waarmee hij die song inzette en die heel even op het grote scherm was te zien. Het gelaat van de wanhoop.

Share

Zullen we nooit meer vergeten: de hondsdroeve, hartverscheurende blik van Cave tijdens ‘The Ship Song’

Hoe goed kan je live zijn? #nickcave #nickcaveandthebadseeds #sportpaleis

Een foto die is geplaatst door Jelle Albrecht (@jellealbrecht) op

Caves stem klinkt op zijn zestigste wendbaarder en emotioneler geladen dan ooit. Hij kan er nog altijd mee bulderen, fluisteren én vooral: een mens midscheeps raken. ‘Into My Arms’, waarbij de man even die klinkende openingszin vergat, was natuurlijk hét meezingmoment van de avond. Maar de échte ontroering zat toch in het tweeluik ‘Girl in Amber’ en ‘I Need You’, allebei uit de rouwplaat Skeleton Tree, allebei langzaam opwellend vanuit Caves gebroken gemoed en ingekleurd met een metalige gitaar en hoge achtergrondzang. Het verdriet van Cave werd haast tastbaar, maar tegelijk vielen de eerste tekenen van aanvaarding te ontwaren. “Just breathe”, klonk het in beide songs. Proefondervindelijk bewezen in Antwerpen: schoonheid, als ze zo intens is als bij Cave, doet pijn.

Een beetje zalf op de wonden kwam er met de etherische folk van ‘Distant Sky’ en de verzoenende orgeltonen van Warren Ellis in ‘Skeleton Tree’, al was het ook in die setsluiters nog behoedzaam schipperen tussen diepe droefenis – “they told us our gods would outlive us / But they lied” – en voorzichtige hoop – “it’s allright now”.

Gooi naar de eeuwigheid

Had iedereen na twee uur pure pracht al het idee dat ze een van de concerten van hun leven hadden gezien, dan deden Cave en co in de bisronde helemaal een gooi naar de eeuwigheid. Van de treurmars ‘The Weeping Song’, met Warren Ellis’ viool die bijna als een zingende vrouw klonk, maakte Cave een feestelijke parade. Staand op het verhoog van de cameraman, midden in de zaal, zweepte hij het publiek op, maande het tot stilte aan en liet het dan ritmisch klappen alsof we allemaal flamencodansers waren. Het effect? Pure ontlading na zoveel smart.

Share

Na twee uur pracht had iedereen een van de concerten van zijn leven gezien

Voor ‘Stagger Lee’ voegde Cave zich weer bij zijn Bad Seeds en nam hij gelijk een vijftigtal mensen mee het podium op. Fans laten meedansen op zijn dodelijkste en gemeenste murder ballad? Cave bleek zijn morbide gevoel humor goddank nog niet te zijn verloren. Terwijl iedereen de longen uit zijn lijf brulde – “I’m the bad motherfucker called Stagger Lee!” – en pistoolschoten nabootste, zakte opnieuw een last van zijn – en onze – schouders. Cave bezegelde de band met zijn publiek door zich op de eerste rijen te laten vallen.

De hemel wegduwen

What a show! 🤘#nickcave #badseeds #sportpaleis #nickcaveandthebadseeds

Een foto die is geplaatst door Francois Cauliez (@francoiscauliez) op

Hoe je zo’n emotionele calvarietocht bevredigend kunt afronden? Door de blik omhoog te richten, de handen in de lucht te gooien en mét Nick Cave de hemel weg te duwen. Toen je hem tijdens ‘Push the Sky Away’ zag staan tussen de fans die op het podium waren blijven zitten, leek hij wel Jezus die zich met zijn apostelen had omringd. Sommigen huilden, anderen gingen hem omhelzen, een meisje keek voor zich uit alsof ze net de Heiland had gezien.

Ze was niet alleen: anno 2017 hoort Nick Cave bij de allergrootste helden van de muziek. “And some people say it’s just rock and roll / Ah but it gets you right down to your soul.”

nieuws

zine