Review

Mogwai begeleidt nucleair leed in Koninklijk Circus

2 © Alex Vanhee

Zo hadden we Mogwai nog nooit gezien: als leveranciers van een soundtrack bij een documentaire. Het werd mooie avond in Brussel, maar vaak beklijfden de beelden zo sterk dat de muziek naar de achtergrond verdween.

2 © Alex Vanhee

Het is de uitdaging voor alle makers van filmmuziek: je moet de soundtrack wel horen, maar hij mag het beeld nooit overvleugelen. De Schotse postrockers van Mogwai beheersen die kunst, zo bleek al uit hun scores voor de Franse zombieserie Les Revenants (2013) en de voetbaldocumentaire Zidane: A 21st Century Portrait (2006). 

Tijdens het kijken dringt de muziek zich op de juiste momenten naar voren - die onheilspellende belletjes van 'Hungry Face' als er weer een levende dode opduikt! - en verder blijft ze op de achtergrond. Dat is meteen het probleem als je die albums oplegt zonder de beelden erbij: de context is weg en de impact van de muziek ook. Je krijgt geluidsbehang - mooi, maar niet meer dan dat.

Share

'Het mooiste is dat Atomic op zichzelf kan staan: zelfs zonder beelden word je heen en weer geslingerd tussen hoop en angst, tussen schoonheid en gruwel'

Dat is anders bij Atomic, Mogwais eerder dit jaar verschenen soundtrack die de Schotten naar het Koninklijk Circus bracht tijdens Les Nuits Botanique. De band destilleerde een coherent album van drie kwartier uit de zeventig minuten muziek die hij schreef voor Atomic: Living in Dread and Promise (2015), een experimentele documentaire over de kracht en het gevaar van de atoomwetenschap.

Atomic is de eerste Mogwai-plaat in twintig jaar zonder gitarist John Cummings, en ze laat drie ontwikkelingen horen die al langer sluimerden: Mogwai klinkt ernstiger dan ooit, leunt meer op elektronische impulsen én kiest vaker voor terughoudendheid - de noise is altijd nakend, maar barst nooit helemaal los. Het mooiste is evenwel dat Atomic op zichzelf kan staan: zelfs zonder beelden word je heen en weer geslingerd tussen hoop en angst, tussen schoonheid en gruwel. 

Share

'Welke muziek kun je plaatsen tegenover beelden van Nagasaki en Hiroshima nadat de atoombommen Little Boy en Fat Man daar dood en destructie hebben gezaaid?'

Dat gebeurde ook in Brussel, al was dat meer de verdienste van de film dan van de muziek. Atomic bleek een razende collage van beelden - alsof documentairemaker Mark Cousins overheidspropaganda, wetenschappelijke voorlichtingsfilmpjes, nieuwsuitzendingen en speelfilms in een deeltjesversneller had gegooid - die zozeer beklijfde dat je amper nog luisterde naar wat Mogwai zat te spelen.

Dat was nochtans vaak de moeite. Zo hoorde je in de pompeuze intro 'Ether' hoe de atoomwetenschap ooit stond voor een stralende toekomst, klonk de technodreun 'U-235' triomfantelijk en onheilspellend tegelijk en overheerste in het noisy 'Pripyat' de chaos na de explosie van een kernreactor. 

Vaak echter koos Mogwai voor uiterst subtiele soundscapes. Terecht, want welke muziek kun je plaatsen tegenover beelden van Nagasaki en Hiroshima nadat de atoombommen Little Boy en Fat Man (allebei ook titels van Mogwai-songs) daar dood en destructie hebben gezaaid? Terwijl shots van kinderlijken, smeltende lichamen, paddenstoelenwolken en ontplofte gebouwen voorbijtrokken, hoorde je zelfs bijna niets meer - het was stilte tijdens de storm, en de enige passende soundtrack bij zo veel gruwel. 

Jodiumpillen

Maar Mogwai zou natuurlijk Mogwai niet meer zijn als de versterkers niet een paar keer op volle kracht mochten blazen. Zeker aan het eind was de noise zo overweldigend luid dat je nu ook je oren wilde bedekken, na eerst al een paar de blik te hebben afgewend bij al dat leed op het scherm.

Precies zoals je de mensen zag doen in de beelden uit de voorlichtingsfilmpjes 'wat te doen bij een nucleaire ramp'. Staat sinds gisteren bovenaan op ons to-dolijstje: een schuilkelder bouwen en jodiumpillen in huis halen.  

nieuws

cult

zine